Brief regering : Gasopslagen Norg en Grijpskerk
29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie
33 529
Gaswinning
Nr. 641
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2026
Gasopslagen spelen een belangrijke rol voor de gasleveringszekerheid in Nederland
en breder in Europa. Gas is nog altijd belangrijk voor huishoudens, de industrie en
de productie van andere energie, zoals elektriciteit. Een goed geborgde gasleveringszekerheid
maakt Nederland weerbaar in een geopolitiek onrustige wereld. Vanaf 1 april begint
het seizoen voor het vullen van de gasopslagen. EBN Capital B.V. (hierna: EBN) kan
in een aantal gasopslagen gas opslaan, als de markt dit niet of niet voldoende doet.1 Dit is des te belangrijker tegen de achtergrond van de actuele situatie op de (internationale)
gasmarkt, waar op het einde van de brief nog kort bij wordt stilgestaan.
In deze brief informeer ik uw Kamer over de toegang die EBN voor het opslagjaar 2026/2027
heeft tot de gasopslag Norg en de stand van zaken over de gasopslag Grijpskerk. Ook
ga ik kort in op de situatie na dat jaar en op de actuele situatie op de gasmarkt
in relatie tot de vuldoelen voor het komende vulseizoen. Tot slot bericht ik u mede
namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties over recente ontwikkelingen
in de juridische procedures met de NAM en haar aandeelhouders Shell en ExxonMobil.
Rond de zomer informeer ik uw Kamer over het onderzoek naar overheidsinterventies
in de gasmarkt, waaronder een strategische (kussen)gasreserve, dit mede in antwoord
op de motie Grinwis over strategisch gasbeleid.2
Werking gasopslag markt
In Nederland bedraagt de gasvraag voor binnenlands verbruik op dit moment ca. 300
TWh per jaar.3 In deze gasvraag wordt voorzien met gas uit een breed scala aan bronnen: productie
in Nederland op land en op de Noordzee, import via pijpleidingen uit Noorwegen, België,
Duitsland en het Verenigd Koninkrijk en LNG-import per schip. Daarnaast wordt in de
winter gas gebruikt uit de seizoensgasopslagen die in het voorafgaande vulseizoen
(de periode van april tot medio november) worden gevuld, in de regel door marktpartijen.
Marktpartijen slaan gas op in seizoensopslagen wanneer dit voor hen commercieel aantrekkelijk
is. Het verschil tussen de inkoopprijs en de (forward) verkoopprijs voor het moment
van levering moet voldoende zijn om de kosten van opslag en transport te dekken en
winst te maken. Dit doen zij om op de gasmarkt te kunnen handelen en om in de winter
de mogelijkheid te hebben om ook met het opgeslagen gas te voorzien in hun leveringsverplichtingen
aan klanten. Een marktpartij (dit kan een leverancier van eindafnemers zijn, maar
ook een groothandelaar) zal gebruikmaken van opgeslagen gas op momenten dat de gasprijs
hoog is; het is dan commercieel gunstiger om klanten te beleveren met door die marktpartij
opgeslagen gas dan met gas dat op dat moment op de groothandelsmarkt te koop is. Dit
valt meestal samen met de variatie in gasvraag tussen de seizoenen, maar kan ook op
andere momenten in het jaar commercieel interessant zijn.
Nationaal vuldoel opslagjaar 2026/2027
In de Kamerbrief van 30 september 2025 is uw Kamer geïnformeerd dat het advies van
Gasunie Transport Services (GTS) is overgenomen om voor 1 november 2026 een nationaal
vuldoel te stellen van 115 TWh in de seizoensopslagen Bergermeer, Norg, Grijpskerk
en de PGI Alkmaar gezamenlijk.4 Om dit vuldoel te realiseren heeft EBN zich voorbereid om gas op te kunnen slaan
in de gasopslagen Bergermeer, Norg en Grijpskerk in het opslagjaar 2026–2027 voor
zover de markt dat niet voldoende doet, EBN mag daarbij maximaal 80 TWh opslaan.
EBN slaat sinds medio 2022 al jaarlijks gas op in de gasopslag Bergermeer indien marktpartijen
dit onvoldoende doen. Afgelopen opslagjaar (2025–2026) heeft EBN via transacties met
GasTerra een hogere vulgraad in de gasopslagen Norg en Grijpskerk bewerkstelligd.5 Door de beëindiging van de activiteiten van GasTerra per 1 oktober 2026 worden de
gasopslagen Norg en Grijpskerk vanaf het opslagjaar 2026/2027 echter niet meer door
GasTerra gebruikt. Voor komend opslagjaar (2026/2027) heeft mijn voorganger instemming
en subsidie verleend aan EBN om gas op te slaan in de gasopslagen Bergermeer, Norg
en Grijpskerk.
Gasopslag Norg
In het afgelopen jaar hebben gesprekken met Shell en ExxonMobil plaatsgevonden over
de inzet van de gasopslagen Norg en Grijpskerk. Parallel aan deze gesprekken heeft
de staat op 8 december 2025 binnen de lopende arbitrage over het Akkoord op Hoofdlijnen
aan het scheidsgerecht een voorlopige voorziening verzocht, voor het geval deze gesprekken
niet tot een passende en tijdige oplossing zouden leiden.6 Op 23 februari jl. heeft het scheidsgerecht vonnis gewezen. Het vonnis is, conform
de afspraken uit het Akkoord op Hoofdlijnen met betrekking tot de openbaarmaking van
vonnissen, bij deze brief gevoegd, waarbij bedrijfsvertrouwelijke informatie en persoonsgegevens
zijn gelakt. Het vonnis stelt, kort gezegd, dat Shell en ExxonMobil moeten bewerkstelligen
dat NAM aan EBN voor een jaar toegang verleent tot gasopslag Norg. EBN heeft op 28 maart
2026 een dienstencontract met de NAM getekend waardoor EBN per 1 april van dit jaar
gas in de gasopslag Norg kan opslaan. Dit contract is, overeenkomstig het vonnis,
zo veel mogelijk in lijn met het huidige dienstencontract dat GasTerra met de NAM
had. Het dienstencontract geldt voor de periode 1 april 2026 – 1 april 2027.
Gasopslag Grijpskerk
Op grond van de verschillende overeenkomsten tussen de staat enerzijds en Shell en
ExxonMobil anderzijds kon de staat via voornoemde juridische procedure enkel toegang
tot de gasopslag Norg afdwingen. Voor de toegang tot de gasopslag Grijpskerk bestaat
de mogelijkheid verder overleg te voeren. Het is echter in de eerste plaats aan de
markt om capaciteit in gasopslagen te contracteren en gas op te slaan. De NAM heeft
de gasopslag Grijpskerk onlangs aan de markt aangeboden via een zogenaamde open season.7 Dit heeft de NAM gedaan om uitvoering te geven aan haar verplichting om derden onderhandelde
toegang te bieden op grond van de Energiewet.8 De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft ten behoeve van handhaving van deze
verplichting aan de NAM een bindende gedragslijn opgelegd.9
Het is nu eerst aan marktpartijen om hierop te reageren. EBN slaat immers alleen gas
op als de markt dat niet voldoende doet. Als de opslagcapaciteit in Grijpskerk niet
door een marktpartij wordt gecontracteerd, dan kan EBN hiervoor alsnog in beeld komen
indien dit noodzakelijk is in het belang van de leveringszekerheid. Voor het realiseren
van het Nederlandse vuldoel is het niet nodig het gehele volume van Grijpskerk te
vullen.
2027/2028 en verder
Voor de opslagjaren vanaf 2027/2028 en verder geldt primair dat de NAM op grond van
de hierboven genoemde regelgeving verplicht is om marktpartijen onderhandelde toegang
te bieden tot de gasopslagen Norg en Grijpskerk. Voor de gasopslag Norg geldt tegelijkertijd
dat de NAM een winningsplan voor het kussengas heeft ingediend, waarmee de opslagfunctie
zou eindigen. De staat is nog in gesprek met de NAM en diens aandeelhouders over de
toekomst van de beide gasopslagen. Daarbij betrekt het kabinet ook de actuele situatie.
De certificeringsinstantie (in Nederland: de ACM) beoordeelt wat de gevolgen zouden
zijn van beëindiging van de opslagfunctie van Norg voor de leveringszekerheid. Op
grond van Europese regelgeving mag een gasopslagbeheerder zijn opslagactiviteiten
alleen beëindigen als de certificeringsinstantie na het uitvoeren van een beoordeling
en rekening houdend met een advies van het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders
voor gas (het «ENTSB voor gas»), tot de conclusie komt dat een dergelijke stopzetting
de gasleveringszekerheid op Unie- of nationaal niveau niet vermindert.10 Kortom, zonder deze toestemming blijft de opslagfunctie in stand.
Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 14 juli 2025 over voorzienings- en leveringszekerheid
energie werkt het kabinet aan een Kamerbrief over strategisch gasbeleid.11 Hierbij betrek ik ook verschillende adviezen, waaronder het onlangs door GTS uitgebrachte
advies over weerbaarheid. Met die brief wordt ook een door PwC opgesteld raamwerk
voor een maatschappelijke kosten-batenanalyse voor overheidsinterventies in de gasmarkt
meegestuurd. In de gesprekken met Shell en ExxonMobil over de toekomst van de gasopslagen
worden ook de inzichten uit dit traject over strategisch gasbeleid betrokken.
Actuele situatie gasopslagmarkt
Het huidige conflict in het Midden-Oosten zorgt voor hogere gasprijzen. Zoals ook
in de recente Kamerbrief van het kabinet over de economische impact van het gewapend
conflict in het Midden-Oosten is toegelicht, is de wereldwijde markt voor LNG erg
flexibel voor wat betreft de afzetlocatie, wat betekent dat het ook in een langdurig
conflictscenario mogelijk blijft om voldoende LNG tegen hogere prijzen aan te trekken
om de gasopslagen te vullen.12 De verstoring in de aanvoer van LNG door de Straat van Hormuz maakt Europa wel kwetsbaarder
voor (tijdelijke) blokkades van andere aanvoerstromen die zich in eerste instantie
zouden vertalen in verder stijgende prijzen.
Onafhankelijk van de wereldwijde situatie bestaat altijd de mogelijkheid dat het risico
zich voordoet dat gas in het vulseizoen alleen tegen hogere prijzen opgeslagen kan
worden dan waartegen het volgende winter weer op de markt gebracht kan worden. Bij
een dergelijke commercieel onaantrekkelijke situatie zullen marktpartijen niet of
beperkt gas opslaan in de gasopslagen die voor hen toegankelijk zijn.
De «month ahead» prijs op de TTF (de voornaamste handelsplaats voor gas) heeft de
laatste twee jaar rond de € 35 per MWh geschommeld, maar is door het conflict in het
Midden-Oosten gestegen naar circa € 50–60 per MWh. Ook de zogeheten futures (prijzen
van gas die op dit moment betaald worden voor levering in een specifieke periode in
de toekomst) voor het komend jaar zijn sterk gestegen, maar wisselen per maand. Of
er komend vulseizoen periodes zullen zijn waarin het voor marktpartijen commercieel
aantrekkelijk is om gas op te slaan, is onzeker.
Op dit moment blijven de gasfutures voor de jaren vanaf 2028 relatief stabiel en laag
rond het niveau van vóór het conflict in het Midden-Oosten, wat erop wijst dat de
markt verwacht dat er dan voldoende LNG beschikbaar zal zijn op de wereldmarkt. Of
dit zo blijft, is afhankelijk van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en implicaties
daarvan voor de internationale gasmarkt.
In situaties dat marktpartijen onvoldoende gas opslaan, om commerciële redenen of
door beperkingen aan toegang, kan EBN maximaal 80 TWh vullen ten behoeve van de realisatie
van het totale Nederlandse vuldoel van 115 TWh voor opslagjaar 2026–2027, een vuldoel
dat overigens 8 TWh boven het vuldoel ligt dat Nederland volgens de opslagbepalingen
van de Europese Unie moeten halen.
In deze 115 TWh is inbegrepen het door EBN realiseren van een noodvoorraad van 5 TWh
in de gasopslag Alkmaar. Het realiseren van een strategische kussengas voorraad maakt
daar geen onderdeel van uit, de voor- en nadelen hiervan worden momenteel nader onderzocht
binnen het strategisch gasbeleid waaraan het kabinet in reactie op de motie Grinwis
c.s.13 werkt.
EBN kan, conform de voorwaarden van de verleende instemming en subsidie, met enig
negatief handelsresultaat handelen. Als de marktsituatie dusdanig ongunstig is dat
EBN niet kan handelen binnen de toegestane bandbreedtes wordt doorlopend beoordeeld
in hoeverre het wenselijk is dat EBN gas opslaat. Het kabinet houdt de prijsontwikkelingen
goed in de gaten en treedt waar nodig in overleg met EBN over haar vulstrategie voor
de komende zomer.
Ik deel deze maand een reguliere update over gasleveringszekerheid met uw Kamer. Daar
zal ik verder ingaan op de huidige situatie op de gasmarkt en op maatregelen om de
gasleveringszekerheid het komende jaar te borgen.
Uitspraak inzake verzoek splitsing in het kader van de ECT-arbitrage
Namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties informeer ik u ook
over een ontwikkeling in de juridische procedures met Shell en ExxonMobil. Zoals op
18 oktober 2024 aan uw Kamer gemeld, is ExxonMobil Petroleum & Chemical BV (EMPC)
op 30 september 2024 een arbitrage over het Akkoord op Hoofdlijnen uit 2018 gestart
op grond van het Energy Charter Treaty.14 Op 4 februari 2026 heeft het scheidsgerecht uitspraak gedaan op het verzoek van EMPC
om de ECT-arbitrage te splitsen in twee fasen. Nederland heeft op het verzoek van
EMPC gereageerd en bepleit dat de procedure weliswaar in twee fasen wordt gesplitst,
maar dan wel met de volgende verdeling: in de eerste fase worden vragen over aansprakelijkheid
behandeld, waaronder de vaststelling van eventuele onrechtmatige elementen in de betalingsvorderingen
van Nederland, en – afhankelijk van de uitkomst van de eerste fase – zal een volgende
fase alle kwesties met betrekking tot schadevergoeding omvatten, inclusief beginselen,
beoordeling en berekening van de hoogte van de schadevergoeding. Het scheidsgerecht
gelast in haar uitspraak van 4 februari jl. dat de procedure in de twee fasen zoals
door Nederland bepleit wordt gesplitst. De uitspraak (Procedural Order 6) treft u
bijgaand aan.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei