Brief regering : Voortgang aanpak Netcongestie
29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie
Nr. 640 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2026
De aanpak van netcongestie, het volle stroomnet, is een urgente uitdaging voor het
nieuwe kabinet. Voldoende toegang tot transportcapaciteit voor elektriciteit is een
essentiële randvoorwaarde voor grote maatschappelijke ambities op het gebied van woningbouw,
economische groei, verduurzaming, en strategische autonomie. Het Coalitieakkoord «Aan
de slag» kent de aanpak van netcongestie dan ook de hoogste prioriteit toe. Het kabinet
zet zich hier met ambitie en daadkracht voor in, samen met netbeheerders, medeoverheden
en marktpartijen, en uiteraard in goed overleg met de Kamer.
De gevolgen van netcongestie worden breed gevoeld in de samenleving en de economie.
Bedrijven en maatschappelijke instellingen voor onder meer zorg en onderwijs lopen
aan tegen oplopende wachtrijen voor een nieuwe of zwaardere aansluiting. Het investeringsklimaat
voor bedrijven staat hierdoor onder druk. Netcongestie is verder een knelpunt voor
de bouw van voldoende nieuwe woningen. Kortom, de voortgang van de verduurzaming van
onze economie, gebouwde omgeving en mobiliteit, en daarmee de energie-autonomie van
ons land, dreigen te worden afgeremd door netcongestie. Die trend moet en kan worden
gekeerd. De situatie op het stroomnet is echter fundamenteel veranderd ten opzichte
van het verleden; we keren niet terug naar de oude toestand waarin transportcapaciteit
voor elektriciteit altijd en overal praktisch oneindig beschikbaar was. Het kabinet
werkt met alle betrokken partijen de komende jaren toe naar een situatie waarin netcongestie
desondanks onder controle is, wachtrijen fors zijn teruggedrongen en de ingezette
weg naar verduurzaming en versterking van onze energie-onafhankelijkheid via elektrificatie
tempo behoudt. Dit vereist én een voortvarende uitbreiding van de netinfrastructuur
én een structureel betere benutting van het net door flexibel gebruik van elektriciteit
als «het nieuwe normaal», ondersteund door slimme technologie, duidelijke afspraken
en scherp inzicht in de belasting van het net. Daarnaast is in sommige gebieden meer
nodig en schuwen we de taboes niet. Dit geldt in ieder geval voor de regio Flevopolder-Gelderland-Utrecht
(FGU) waar het kabinet een gezamenlijke crisisaanpak met medeoverheden en netbeheerders
is gestart. Hier halen we alles uit de kast om een volledige aansluitstop in deze
regio te voorkomen1. Lessen die daar worden geleerd zullen ook worden ingezet in andere delen van het
land.
Zowel bij het sneller bouwen van nieuwe infrastructuur als bij het beter benutten
van de beschikbare capaciteit is nog veel ruimte om stappen te zetten om het netcongestieprobleem
structureel te verlichten. Binnen de bestaande wettelijke kaders is veel mogelijk
en waar nodig past het kabinet wet- en regelgeving aan, zoals afgesproken in het Coalitieakkoord.
In samenwerking met uw Kamer werk ik graag aan een snelle behandeling van deze voorstellen,
gezien de urgentie van de netcongestieproblematiek. Het voorstel van de Europese Commissie
voor een Grids Package biedt daarbij voor elektriciteitsprojecten uitzicht op een
einde aan het stikstofslot.
Voor het realiseren van flexibel en efficiënt netgebruik zorgen we met de netbeheerders
en het bedrijfsleven dat nieuwe flexibele contractvormen echt een aantrekkelijke en
praktisch uitvoerbare optie worden voor bedrijven en instellingen, ook als sneller
beschikbaar alternatief voor een «ouderwets» vast transportrecht-contract waarvoor
de wachttijd tot jaren kan oplopen. Met 50 grote elektriciteitsverbruikers gaan we
direct aan de slag om hun potentieel voor flexibiliteit te benutten. Verder zal – over
enkele jaren – de invoering van tijdsafhankelijke tarieven bij de regionale netbeheerders,
zowel voor groot- als kleinverbruikers, bijdragen aan betere spreiding van het elektriciteitsgebruik.
Ook schuwen we niet om aan de slag te gaan met het zwaarder belasten van het net en
te kijken waar we ten aanzien van risicobereidheid scherper aan de wind kunnen varen.
Om dit alles te realiseren zijn forse stappen nodig in verbetering en verfijning van
het inzicht in de capaciteit, belasting en inrichting van het net, ook om op basis
van scherpere prognoses binnen verantwoorde marges meer risico te nemen en zo extra
transportcapaciteit beschikbaar te maken. Gezien het grote maatschappelijk belang
dat hiermee is gediend neemt het kabinet hierin de regie.
Dit kabinet begint niet bij nul, maar zal voortbouwen op wat de afgelopen jaren in
gang is gezet, in het bijzonder:
– het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) waarin het Rijk, medeoverheden, netbeheerders
en marktpartijen samen werken aan het realiseren van toegang tot elektriciteit om
maatschappelijke doelen bereikbaar te houden;
– de Versnellingsaanpak realisatie elektriciteitsinfrastructuur2;
– en het Aansluitoffensief netcongestie3.
Deze trajecten zijn uiteraard nauw met elkaar verweven. Het kabinet informeert de
Eerste en Tweede Kamer twee keer per jaar over de integrale voortgang van de aanpak
van netcongestie. Deze brief en bijlagen vormen de editie van het voorjaar 2026. Als
bijlage bij deze brief vindt u de voortgangsrapportage van het LAN. Deze rapportage
bevat een weergave van de voortgang van de acties binnen het programma, en cijfermatige
informatie van de netbeheerders over zowel de fysieke uitbreiding van het elektriciteitsnet,
als over de realisatie van aansluitingen, betere benutting van het net en ontwikkeling
van de wachtrijen. Verder is een overzicht bijgevoegd van hoe het kabinet uitvoering
heeft gegeven aan een aantal aan netcongestie gerelateerde moties en toezeggingen.
Tot slot gaan bij deze brief enkele voor de aanpak van netcongestie relevante rapporten.
De cijfers in de voortgangsrapportage geven de stand weer aan het einde van het jaar
2025. De doorbraken uit het Aansluitoffensief hebben hier dus nog geen effect op gehad.
Ik beschouw deze rapportage mede als «nulmeting» van de situatie om de verwachte positieve
impact van het beleid van dit kabinet, waaronder de uitvoering van het Aansluitoffensief,
in de komende maanden en jaren tegen af te zetten.
In de rest van deze brief geef ik langs de actielijnen van het LAN – Beter Benutten,
Sneller Bouwen en Slimmer Inzicht – een overzicht van de gezette stappen en vooruitzichten.
Voortgang beleid aanpak netcongestie
Beter Benutten – Grootverbruik
Netcongestie remt de verduurzamings- en groeiambities van bedrijven en instellingen
met een grootverbruikersaansluiting. Uit bijgevoegde rapportage blijkt dat de wachtrij
voor grootverbruikers op 31 december jl. ruim 15.000 aanvragen van afnemers omvat,
een stijging van ca. 1.000 in een half jaar. Dit betreft bedrijven en maatschappelijke
instellingen met een grootverbruikersaansluiting bij de regionale netbeheerders. Ook
de wachtrij voor invoeding is toegenomen. De wachtrij bij TenneT, met daarop onder
andere energie-intensieve industrie en grootschalige batterijen, is juist afgenomen
tot 211 aanvragers voor het landelijk hoogspanningsnet. Ook de invoedingswachtrij
is daar afgenomen. Deze afname is onder andere het gevolg van het opschonen van de
wachtrij waarover de Kamer in oktober jl. al is geïnformeerd.4 Het beter benutten van het net is essentieel om op korte termijn partijen op de wachtrij
van transportcapaciteit te kunnen voorzien. Daarom is dit ook de rode draad in het
Aansluitoffensief. Dat er potentieel is om op structurele basis afnameflexibiliteit
te ontsluiten bij specifieke sectoren en daarmee de wachtlijsten te kunnen verkorten
blijkt uit recent onderzoek in opdracht van Topsector Energie.5 De afgelopen tijd zijn er al verschillende stappen gezet rondom nieuwe flexibele
contractvormen, het ondersteunen van bedrijven en instellingen en het zwaarder belasten
van het net.
Flexibel netgebruik
Flexibel gebruik van het net zorgt ervoor dat de bestaande netcapaciteit beter wordt
benut. Dit is mogelijk gemaakt door nieuwe vormen van aansluit- en transportovereenkomsten
en congestiemanagementcontracten. De eerste stappen om tot grootschalige toepassing
te komen zijn inmiddels gezet: de bijgevoegde voortgangsrapportage laat een duidelijke
toename zien in het aantal afgesloten contracten ten opzichte van 2024. Zo is het
aantal afgesloten Blokstroomcontracten verdrievoudigd (142 nu tegen 41 in 2024) en
is er inmiddels bijna honderd keer meer vermogen gecontracteerd met een capaciteitsbeperkingscontract
voor afname dan een jaar eerder. Ook bij andere nieuwe contractvormen zien we een
positieve trend. Zo heeft Enexis in Nederweert een van de eerste groepstransportovereenkomsten
(GTO) afgesloten. Hierdoor kan een bedrijventerrein vraag en aanbod van energie op
elkaar afstemmen en wordt de beschikbare ruimte op het stroomnet efficiënter benut
zodat er ruimte ontstaat voor verdere groei en verduurzaming van het bedrijvenpark.
Toch zijn we er nog niet en moet de uitrol van flexibele contracten sneller. De netbeheerders
hebben inmiddels verbeterplannen ingediend bij de toezichthouder Autoriteit Consument
en Markt (ACM) waarin ze aangeven wanneer ze de implementatie van congestiemaatregelen
gereed hebben, hoe ze tot beter netinzicht komen en hoe de afstemming tussen de verschillende
netbeheerders verbeterd wordt. Daarnaast zijn de netbeheerders, het Ministerie van
KGG, de ACM en de markt aan de slag met de doorbraken uit het Aansluitoffensief. Doorbraken
rond het vooruitstrevender flexibiliteit inkopen boven de zogenoemde financiële grens
en het verbeteren van de voorwaarden van de contracten leiden naar verwachting tot
het ontsluiten van meer flexibiliteit. Netbeheerders maken dit jaar een extra stap
met het flexibel aansluiten van partijen op de wachtrij en het contracteren van flexibiliteit
bij bestaande klanten. Zo zullen netbeheerders, waar mogelijk, vaker een flexibel
aanbod doen aan partijen op de wachtrij.
Flexibel gebruik van het elektriciteitsnet en het leveren van flexibiliteit aan de
netbeheerder biedt ook kansen voor bedrijven, maar het vergt ook inzet van hun kant
om deze te verzilveren. Ondernemers focussen zich logischerwijze op hun primaire bedrijfsprocessen
en minder op hun energiehuishouding en mogelijke flexibiliteitsopties. Netbeheerders,
het bedrijfsleven en de overheid zullen het komende halfjaar met 50 grote elektriciteitsverbruikers
met kansrijk potentieel voor flexibiliteit gesprekken voeren. Het streven is om tot
flexafspraken te komen tussen deze individuele bedrijven en netbeheerders, om zo het
potentieel te benutten en andere partijen van de wachtrij van transportcapaciteit
te kunnen voorzien. Deze top 50 aanpak is een van de doorbraken uit het aansluitoffensief.
Bedrijven en instellingen worden ondersteund, zowel bij het flexibiliseren van hun
bedrijfsprocessen als bij het mitigeren van de gevolgen van netcongestie. Begin mei
wordt de Flex-e regeling opnieuw opengesteld met een verruimde doelgroep. Met deze
regeling worden flexibiliteitsmaatregelen gestimuleerd zodat bedrijven en instellingen
toch kunnen groeien en verduurzamen binnen hun gecontracteerde vermogen. Ook worden
maatregelen gesubsidieerd die ervoor kunnen zorgen dat een bedrijf flexibiliteit kan
leveren aan het systeem, waardoor andere partijen op de wachtrij alsnog kunnen worden
aangesloten. Het kabinet verkent de mogelijkheden om de Flex-e regeling ook na 2026
te continueren en verbreden, zodat ook grotere industriële bedrijven hier gebruik
van kunnen maken.
Tijdsafhankelijke nettarieven grootverbruikers
Een andere belangrijke maatregel voor flexibel netgebruik is de introductie van tijdsafhankelijke
nettarieven. Deze zijn sinds 1 januari 2025 ingevoerd voor TenneT-klanten op het hoogspanningsnet.
Uit een analyse van TenneT over de eerste helft van 2025 blijkt dat de gemiddelde
maandelijkse piekbelasting van verbruikers op piekmomenten met 7,1% is afgenomen.
Het verbruik is deels verplaatst van uren met hoge systeembelasting naar momenten
met lagere systeembelasting.
Nu wordt gewerkt om dergelijke tijdsafhankelijke tarieven ook mogelijk te maken voor
partijen met een grootverbruikersaansluiting bij regionale netbeheerders (ruim 70.000
netgebruikers). Het codewijzigingsvoorstel is onlangs door de netbeheerders ingediend
bij de ACM. De verwachting is dat deze tijdsafhankelijke tarieven in 2028 in werking
treden. Hiermee wordt een stimulans gecreëerd om drukke momenten op het elektriciteitsnet
te vermijden en waar mogelijk het verbruik te verplaatsen naar rustige momenten. Netbeheerders
verwachten dat met de invoering van deze tijdsafhankelijke tarieven tot 5,2% vraagverschuiving
uit de piek mogelijk is6. Dit zorgt voor een betere benutting van het elektriciteitsnet van de regionale netbeheerders,
wat bijdraagt aan het verkleinen van het tekort aan transportcapaciteit, en daarmee
op termijn minder noodzaak tot uitbreiding van de infrastructuur. Tijdsafhankelijke
tarieven zullen zo bijdragen aan het dempen van de verwachte toekomstige stijging
van de nettarieven7. Hiervan zullen alle afnemers profiteren, omdat maatschappelijke kosten worden vermeden
en nettarieven voor alle gebruikers van het elektriciteitsnet minder zullen stijgen.
De gevolgen voor afnemers zijn afhankelijk van de sector en de mate waarin een bedrijf
anticipeert op de nieuwe tarieven en de kansen die dit biedt. Afnemers die acteren
op tijdsafhankelijke nettarieven zullen voordeliger uit zijn, zeker als zij dit kunnen
combineren met dynamische tarieven van hun elektriciteitsleverancier. Bedrijven en
instellingen krijgen zo meer grip op hun energierekening en kunnen sturen op kostenverlaging.
De verwachting is dat bijvoorbeeld de sector logistiek, met veel elektrisch vervoer,
kan profiteren van deze tijdsafhankelijke tarieven.
Flextenders
Wanneer duidelijk is dat de reguliere fases van congestiemanagement (vrijwillig en
verplicht) bij bestaande aansluitingen niet voldoende flexibiliteit opleveren om afnamecongestie
te verhelpen, kan de netbeheerder als uiterste maatregel een flextender uitschrijven.
Met deze tenders wordt flexibiliteit aan de markt gevraagd. Netbeheer Nederland en
Energie-Nederland zijn een kader overeengekomen waarmee de voorwaarden en inrichting
van flextenders is vastgelegd. Het kader geeft duidelijkheid aan alle partijen over
welke informatie de netbeheerder verstrekt en wat de voorwaarden van de tender zijn.
De flextenders zijn technologieneutraal, het kan bijvoorbeeld gaan om het plaatsen
van batterijen of in het uiterste geval het inzetten van gasinstallaties. In de praktijk
kan de inzet van een flextender dus leiden tot beperkte extra opwek met fossiele brandstof
op piekmomenten om zo overbelasting en uitval te voorkomen en mogelijk klanten van
de wachtrij aan te sluiten. Dit willen we zo veel mogelijk voorkomen, maar is ook
niet geheel uit te sluiten. Gezien de urgentie van de situatie op het stroomnet en
de ruimte die genoemde flextenders opleveren, kan het nadeel van eventuele (beperkte)
tijdelijke CO2-uitstoot door het tijdelijk inzetten van gasinstallaties opwegen tegen mogelijk maken
van vertraging van verdere verduurzaming, economische ontwikkeling en woningbouw.
Ook voor deze situaties is CO2-vrije stroom het structurele antwoord.
Wachtrijen
De ACM heeft eind vorig jaar een nieuw prioriteringskader vastgesteld waarmee partijen
met een groot maatschappelijk belang voorrang krijgen in de wachtrij zodra capaciteit
beschikbaar komt. Verder is, in samenwerking met Topsector Energie, een internationale
vergelijking naar de wachtrijsystematiek in andere landen uitgevoerd. Uit het onderzoek8 komen verschillende aanbevelingen om meer inzicht te bieden in het wachtrijproces
en in het perspectief van wachtenden. Netbeheerders hebben, mede naar aanleiding van
dit onderzoek, het wachtrijproces verduidelijkt en relevante informatie voor bedrijven
en instellingen rondom de wachtrij online gepubliceerd.9 Bovendien moet het dit jaar voor klanten van de regionale netbeheerders in hun klantenportaal
inzichtelijk worden wanneer zij naar verwachting transportcapaciteit krijgen. Daarnaast
wordt de capaciteitskaart ook de komende tijd verder doorontwikkeld, zodat ook hier
informatie over netuitbreiding en flexbehoefte per gebied te vinden is voor partijen.
Het rapport adviseert ook om de mate van projectgereedheid mee te laten wegen bij
het verkrijgen en behouden van een plek in de wachtrij. Een dergelijke volwassenheidstoets
voorkomt dat er niet-realistische aanvragen op de wachtrij komen. Met de netbeheerders
en de ACM wordt gesproken over de eventuele toegevoegde waarde, uitvoerbaarheid en
wenselijkheid van een dergelijke systematiek.
Zwaarder belasten elektriciteitsnet
Door het net zwaarder te belasten kan er meer elektriciteit door dezelfde infrastructuur
getransporteerd worden. Dit is echter niet overal mogelijk en kan leiden tot meer
risico’s op overbelasting. De ACM en EZK hebben daarom het onderzoeksbureau DNV gevraagd
om te na te gaan wat de huidige belasting is van het net, in welke mate netbeheerders
nu al het net zwaarder belasten, welke mogelijkheden de netbeheerders hebben om het
net binnen de huidige regelgeving nog verder verantwoord te belasten en welke beleidswijzigingen
nodig zijn om dit nog verder mogelijk te maken. De focus ligt hierbij op het hoogspanningsnet,
omdat volgens DNV de potentie op het midden- en laagspanningsnet beperkt is door de
congestie op het (bovenliggende) hoogspanningsnet. Het rapport is als bijlage bij
deze brief gevoegd.10
Volgens DNV is gemiddeld 60% van het hoogspanningsnet van TenneT beschikbaar voor
netgebruikers. De overige 40% is de zogenoemde storingsreserve, dat volgens de wet
beschikbaar moet zijn om stroom om te leiden tijdens storingen en onderhoud. Dit zodat
een enkele storing niet direct leidt tot langdurige uitval. Op piekmomenten, zoals
een koude winteravond, wordt nu ongeveer 53% gebruikt. Dit zit dus al dicht tegen
de beschikbare 60% aan. Wel is er buiten de piek nog wel ruimte omdat de belasting
dan gemiddeld 30% is. Over alle netvlakken gezien ligt de huidige gemiddelde belasting
tussen de 45 tot 65% van de aanwezige transportcapaciteit (dus exclusief de storingsreserve
die op verschillende netvlakken wordt aangehouden). De (piek)belasting blijft de komende
jaren naar verwachting toenemen door groei van bestaande gebruikers en reeds toegezegde
maar nog niet gerealiseerde projecten. DNV concludeert dat daardoor de laatste jaren
voor de realisatie van netuitbreidingen op piekmomenten zelfs een deel van de storingsreserve
op hoog- en middenspanning in sommige gebieden gebruikt zal moeten worden. DNV verwacht
dat dit ten koste gaat van de ruimte bedoeld voor onderhoud en storingen, waardoor
er vaker overbelasting en uitval kan optreden. Op sommige netcomponenten op het midden-
en laagspanningsnet vinden er nu al overschrijding van de capaciteit plaats. DNV ziet
ook dit toenemen en dit leidt eveneens tot meer risico op overbelasting.
Met markt-gebaseerde oplossingen, zoals de nieuwe flexibele contractvormen en tijdsafhankelijke
tarieven, wordt de nog beschikbare ruimte beter benut. Partijen worden hiermee immers
bewogen om hun elektriciteitsvraag te verschuiven van piek naar dalmomenten, pieken
te verlagen, of krijgen alleen tijdens specifieke tijdsblokken nog beschikbare transportcapaciteit.
Met het zwaarder belasten van netcomponenten wordt juist de fysieke capaciteit (transportcapaciteit
en storingsreserve) verhoogd. Door het net zwaarder te belasten kan er meer elektriciteit
door dezelfde kabel worden getransporteerd. Er is dan dus meer belasting mogelijk
op de bestaande infrastructuur en dit kan ruimte geven voor partijen op de wachtrij
en (toekomstige) overbelasting opvangen. DNV stelt dat het zwaarder belasten van het
hoogspanningsnet van de landelijke netbeheerder in theorie circa 30% extra ruimte
kan opleveren voor netgebruikers. In de netten van de regionale netbeheerders is dit
eveneens maximaal 30%. Vanwege technische beperkingen en lokale omstandigheden is
dit theoretische potentieel niet volledig te realiseren. Het geeft echter wel aan
dat het zwaarder belasten ruimte biedt voor het inpassen van extra klanten van de
wachtrij, maar ook soms nodig zal zijn om de verwachte overschrijding op te vangen.
Voor het laagspanningsnet ziet DNV nauwelijks tot geen potentieel in maatregelen om
deze netcomponenten zwaarder te belasten. Het zwaarder belasten gebeurt hier al omdat
de vraag toeneemt, bijvoorbeeld als gevolg van autonome groei. Beschikbaarheid van
capaciteit op hogere netvlakken is vaak een belemmering voor het aansluiten van partijen
op lagere netvlakken. Met het zwaarder belasten van de hogere netvlakken kan er dus
ook meer ruimte op lagere netvlakken beschikbaar komen.
Netbeheerders ondernemen al stappen rondom het zwaarder belasten van het hoog- en
middenspanningsnet. Zo staan bijna alle netbeheerders voor bepaalde netcomponenten
een hogere belasting toe dan de stroomlimiet van de fabrikant, doordat de netbeheerders
rekening houden met de werkelijke omgeving in plaats van de testomstandigheden in
de fabriek. Ook stellen alle netbeheerders de stroomlimieten vaak bij aan de hand
van voorspelbare gebruikspatronen en temperaturen zoals dag en nacht, en zomer en
winter. Wanneer het kouder is of harder waait kunnen sommige componenten sneller afkoelen,
waardoor oververhitting door zwaarder belasten voorkomen wordt. Daarnaast lopen er
meerdere pilots en onderzoeken door de netbeheerders om het potentieel van zwaarder
belasten nog verder te benutten. Een deel van het genoemde potentieel wordt dus al
gerealiseerd. DNV stelt dat er nog 15 tot 20% onbenut potentieel ligt op midden- en
hoogspanningsnetten. Waarbij het realiseerbaar potentieel op het regionale netten
momenteel sterk belemmerd wordt (tot maximaal 3%) door congestie op bovenliggende
netvlakken. Naast lokale omstandigheden wordt het realiseren van het potentieel deels
belemmerd door technische en organisatorische beperkingen bij de netbeheerders. DNV
ziet mogelijkheden om het te realiseren van het potentieel te versnellen door het
prioriteren van zwaarder belasten en een hogere risicobereidheid waarbij netdelen
zwaarder worden belast omdat de samenleving een hoger risico op grootschalige en langdurige
storingen accepteert. Hier wordt samen met de betrokken partijen naar gekeken binnen
het Aansluitoffensief. DNV adviseert de netbeheerders bovendien om meer transparantie
te bieden over de (on)mogelijkheden rondom zwaarder belasten.
De belangrijkste belemmering voor het realiseren van het potentieel is volgens DNV
echter de huidige werkwijze rondom de elektromagnetische invloed op omliggende infrastructuur.
Door het zwaarder belasten gaat er meer stroom door een kabel, waardoor het magnetische
veld (niet voor de gezondheid schadelijk) groter wordt. Dit grotere magnetische veld
kan invloed hebben op apparaten in de omgeving, bijvoorbeeld de spoorsystemen van
ProRail of buisleidingen onder de grond. De mate van deze beïnvloeding wordt de elektromagnetische
compatibiliteit (EMC) genoemd. Het is een gezamenlijke opgave van de netbeheerder
en de omgeving om deze interferentie te mitigeren. TenneT heeft onlangs de limieten
van 113 netschakels verhoogd wat tientallen MW heeft opgeleverd, maar loopt bij deze
en circa 500 soortgelijke casussen tegen mogelijke grenswaarden op het gebied van
EMC aan. Het onderzoeken van het mogelijke effect en eventuele mitigerende maatregelen
kan op dit moment jaren in beslag nemen. TenneT en ProRail werken daarom, met nauwe
betrokkenheid van EZK, een versnelde en pragmatischer methodiek uit. TenneT start
dit traject ook met andere stakeholders. Daarnaast kijken TenneT, de ACM en EZK samen
of TenneT preventieve investeringen kan doen voor het mitigeren van EMC.
Naast dit potentieel, ziet DNV extra potentieel in het inzetten van de storingsreserve
voor het aansluiten van nieuwe klanten. Een initiële inschatting van het realistische
potentieel bedraagt 10%. Het inzetten van dit potentieel is gebiedsafhankelijk en
afhankelijk van het lokale netontwerp, waardoor de reservecapaciteit in de praktijk
maar op een beperkt aantal plekken veilig kan worden benut. TenneT is namelijk wettelijk
verplicht om deze reservecapaciteit in het hoogspanningsnet te hebben zodat iedereen
nog steeds veilig stroom heeft, zelfs wanneer het net wordt onderhouden én er op dat
moment een storing optreedt. De reden hiervoor is dat uitval op het hoogspanningsnet
een hele stad of zelfs een provincie kan raken. Ook op het middenspanningsnet houden
de netbeheerders vaak een klein deel van de transportcapaciteit hiervoor over. Op
plekken waar de storingsreserve meer kan worden ingezet zonder wijzigingen in de regelgeving,
zouden volgens DNV de netbeheerders specifieke contracten af kunnen sluiten met bedrijven
die bereid zijn om (tegen een vergoeding of korting) teruggeregeld of afgeschakeld
te worden in het geval van een storing en/of tijdens onderhoud. Een andere mogelijkheid
is het aanpassen van de eisen aan de storingsreserve in de regelgeving. Dit leidt
echter mogelijk tot grotere risico’s voor de leveringszekerheid en storingen. Bovendien
is de storingsreserve ook nodig voor cruciale realisatie van netuitbreidingen. De
netbeheerders, de ACM en EZK werken de opties en de daarbij benodigde wijzigingen
in beleid en regelgeving gezamenlijk verder uit, rekening houdend met de maatschappelijke
baten en risico’s.
Kortom, het potentieel van zwaarder belasten wordt al deels door de netbeheerders
benut. Echter er is nog niet gerealiseerd potentieel. Rekening houdend met lokale
omstandigheden biedt dit kansen om meer partijen aan te kunnen sluiten. Dit vergt
zowel van de netbeheerders, de ACM als het kabinet inzet. Het kabinet gaat in gesprek
met netbeheerders om belemmeringen voor zwaarder belasten weg te nemen en het potentieel
optimaal kunnen inzetten.
Subsidie-instrumentarium
In opdracht van het LAN heeft RVO onderzoek gedaan naar de impact van het subsidie-instrumentarium
van RVO op netcongestie en de mogelijkheden om hier mitigerende maatregelen voor te
treffen. Het onderzoeksrapport gaat als bijlage bij deze brief.11 Veel van de onderzochte regelingen van RVO zijn opgezet om beleidsdoelstellingen
op het gebied van energie en klimaat te behalen, maar kunnen ook leiden tot een hogere
belasting van het elektriciteitsnet. Het onderzoek laat zien dat er in veel subsidieregelingen
al rekening is gehouden met netcongestie, bijvoorbeeld in de regelingen rondom elektrisch
wegvervoer. Ook geeft het onderzoek aan dat bij verschillende regelingen netcongestie
vooral als knelpunt wordt ervaren. In het rapport worden aanbevelingen gedaan rondom
het mitigeren van de impact van de elektrificatie als gevolg van de verschillende
subsidieregelingen. Hierbij zijn er in verschillende regelingen kansen voor het toepassen
van eisen rondom slimme aansturing van apparaten of het verplichten van congestiemanagementcontracten
om hiermee piekbelasting te voorkomen. Omdat deze contractvormen nog niet grootschalig
uitgerold zijn, zal dit op een later moment, kunnen worden overwogen. Bij de Flex-e
regeling is wel een dergelijke koppeling gemaakt en de toepassing daarvan wordt gemonitord.
De overige aanbevelingen, onder andere rondom het toevoegen van extra (technische)
voorwaarden bij het subsidiëren van batterijen, worden de komende tijd verder verkend
en waar mogelijk geoperationaliseerd. Het onderzoek heeft ook geleid tot een overzicht
van subsidies die ondernemers kunnen helpen wanneer zij te maken hebben met netcongestie.
Dit overzicht wordt op het Loket Netcongestie geplaatst.
Beter Benutten – Kleinverbruikers
Het beter benutten van de laagspanningsnetten, waarop huishoudens, (kleine) bedrijven
en maatschappelijke instellingen zoals scholen op zijn aangesloten, kan – met name
in stedelijke gebieden – substantieel bijdragen aan het ontlasten van het net, ook
op hogere netvlakken. Dit kan bovendien de investeringsopgave in het net te verminderen.
Flexibel netgebruik kleinverbruikers
Het is een prioriteit van het kabinet om flexibiliteit bij kleinverbruikers grootschalig
te ontsluiten en als volwaardig netinstrument te benutten om overbelasting tegen te
gaan, netverzwaringen te beperken en ruimte te creëren voor nieuwe woningen, en huishoudens
en bedrijven die willen verduurzamen. Overbelasting van het laagspanningsnet kan het
beste worden voorkomen door efficiënt netgebruik te stimuleren en verbruik op rustige
momenten te belonen. Dit wordt bevestigd door het TNO onderzoek «Technische opties
voor netbescherming bij kleinverbruikers» Het rapport is bijgevoegd bij deze brief.
TNO concludeert dat het op dit moment niet mogelijk is om kleinverbruikers op een
passende manier te verplichten hun stroomverbruik op piekmomenten te verminderen en
adviseert in te zetten op marktgebaseerde, lokale flexibiliteit, op basis van vrijwilligheid.
Dit is in lijn met het kabinetsbeleid en aangenomen moties van de Tweede Kamer12. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor marktpartijen die consumenten ontzorgen
en helpen te profiteren van prijsprikkels, bijvoorbeeld via slimme apps en energiemanagementdiensten
die net-intensieve apparaten in huis, zoals de thuisbatterij, laadpaal of warmtepomp,
automatisch optimaal inzetten. Netbeheerders ontwikkelen samen met energieleveranciers
en andere marktpartijen zowel landelijk als regionaal steeds meer van dit soort flexibiliteitsdiensten
voor kleinverbruikers. Het kabinet werkt samen met de ACM en netbeheerders om belemmeringen
in wet- en regelgeving voor brede toepassing weg te nemen. Zo bouwen we aan een toekomstbestendig
systeem waarin kleinverbruikers efficiënt gebruikmaken van het laagspanningsnet, met
behoud van inzicht, regie en comfort.
Tijdsafhankelijke nettarieven kleinverbruikers
Op 6 oktober 2025 is de Kamer geïnformeerd over een nieuw tariefstelsel met tijdsafhankelijke
nettarieven voor kleinverbruikers13. Dit nieuwe tariefstelsel gaat uit van betalen naar gebruik, waarmee piekbelasting
op het elektriciteitsnet wordt voorkomen en netcongestie wordt verminderd, waardoor
uiteindelijk minder netuitbreiding nodig is wat bijdraagt aan demping van de stijging
van de nettarieven. Het kabinet acht het van belang bij de uitwerking van het nieuwe
tariefstelsel dat huishoudens en MKB-ers met een kleine aansluiting grip houden op
hun energierekening, dat het gekozen model zo begrijpelijk mogelijk is voor gebruikers.
Daarom is in samenwerking met netbeheerders en energieleveranciers gekozen voor een
tariefstelsel met vier verschillende prijsniveaus in vijf tijdsblokken, verschillend
voor het zomer- en winterseizoen. Momenteel werken de netbeheerders aan een codewijzigingsvoorstel
waarin een nieuw tariefstelsel met tijdsafhankelijke nettarieven voor kleine aansluitingen
wordt vormgegeven. Dit codewijzigingsvoorstel zal naar verwachting eind april naar
de ACM worden verzonden. Parallel wordt de Energieregeling aangepast en worden de
Meetregeling en Regeling gegevensuitwisseling zodanig vormgegeven dat implementatie
van tijdsafhankelijke nettarieven mogelijk is. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de
benodigde ict-wijzigingen om de tijdsafhankelijke nettarieven te kunnen invoeren.
Deze stappen worden in intensieve samenwerking gezet door de netbeheerders, EZK, ACM
en de energieleveranciers om tijdige implementatie te realiseren. De voorbereidingen
voor het nieuwe tariefstelsel worden eind 2028 afgerond, met het oog op invoering
per 1 januari 2029.14
Prioriteringskader – kleinverbruikers
Netbeheerders, het Rijk, IPO, VNG en ACM werken aan een zorgvuldige overgang naar
een nieuwe werkwijze voor het aanvragen van transportcapaciteit. Dit is nodig omdat
netbeheerders stoppen met de huidige werkwijze waarbij ze in congestiegebieden capaciteit
vrijhouden voor alle kleinverbruikers. Het reserveren van capaciteit voor alle kleinverbruikers
is niet houdbaar en kan leiden tot de situatie dat grootverbruikers, waaronder prioritaire
partijen zoals ziekenhuizen of defensie, op de wachtrij komen terwijl kleinverbruikers,
ook zonder prioriteit, wel worden aangesloten. Dit is niet in lijn met een maatschappelijk
wenselijke verdeling van schaarse transportcapaciteit volgens het prioriteringskader
van de ACM. Met de nieuwe werkwijze kan alleen voorrang worden verkregen op basis
van de maatschappelijk prioritaire categorieën zoals gedefinieerd in het prioriteringskader
van de ACM. Bij netcongestie worden zowel groot- als kleinverbruikers op een wachtrij
geplaatst. Een belangrijk onderdeel van de nieuwe werkwijze is dat gemeenten voor
woningbouwprojecten en onderwijsinstellingen15 in een vroeger stadium van het bouwproject dan voorheen vermogen en prioriteit toegewezen
kunnen krijgen. Hierdoor krijgen deze projecten eerder in het planproces duidelijkheid
over de beschikbare transportcapaciteit.
Voor een zorgvuldige overgang naar de nieuwe werkwijze is het cruciaal dat de bestaande
reserveringen voor kleinverbruik stapsgewijs worden afgebouwd, zodat partijen die
voorheen niet op de wachtrij kwamen voldoende tijd en gelegenheid krijgen om transportvermogen
en eventueel prioriteit aan te vragen. Hiermee kunnen zij aanspraak doen op de nog
resterende netcapaciteit. Het afbouwpad in de komende maanden ziet er als volgt uit:
• Tot 1 juli blijft de werkwijze van reserveren voor kleinverbruik de praktijk.
• Vanaf 1 juli maken alleen nog prioritaire partijen, groot- en kleinverbruikers, aanspraak
op gereserveerde ruimte.
• Vanaf 1 oktober wordt het mogelijk voor woningbouw en onderwijsinstellingen om eerder
transportcapaciteit en prioriteit aan te vragen voor toekomstige projecten (tot 10
jaar vooruit). Indien er nog gereserveerde ruimte is kan deze ook direct worden gecontracteerd.
• Per 1 januari 2027 treedt de nieuwe werkwijze volledig in werking. Dit betekent dat
ook niet-prioritaire partijen aanspraak kunnen maken op eventueel resterende transportcapaciteit.
Netbeheerders zijn druk met doorrekenen waar nog welke ruimte beschikbaar is, zodat
dit ook inzichtelijk wordt. Netbeheerders geven aan dat het helaas voor zal komen
dat op plekken de gereserveerde transportcapaciteit beperkt is en op sommige plekken
mogelijk op.
De komende tijd werken de betrokken partijen aan zorgvuldige uitwerking van de nieuwe
werkwijze en worden enkele nog openstaande punten en zorgen geadresseerd. Parallel
wordt al naar gemeenten en marktpartijen in de woningbouw gecommuniceerd over wat
er op hen af komt en wat zij al kunnen doen ter voorbereiding op de veranderingen
die op de genoemde data ingaan16.
Netbewust laden
De afgelopen winter zijn de regionale netbeheerders Enexis en Stedin samen met 8 laadpaalexploitanten
een pilot statisch netbewust laden17 gestart met ongeveer 5.200 van de circa 60.000 publieke laadpunten in Nederland.
Het gaat om locaties waar het elektriciteitsnet tijdens piekmomenten (werkdagen 16:00–21:00
uur) extra is belast. Door het laadvermogen daar tijdelijk te reduceren, blijft het
net beter in balans en ontstaat ruimte voor nieuwe aansluitingen. Met alle partijen
zijn intentieverklaringen getekend om in de komende winters dynamisch netbewust laden18 breed toe te passen. Het einddoel is om te komen tot bilaterale contractafspraken
tussen de drie grote regionale netbeheerders en laadpaalexploitanten. Deze aanpak
heeft inmiddels een landelijk uniforme benadering waarbij Netbeheerders, laadpaalexploitanten,
de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en het Ministerie van IenW toewerken
naar een landelijke propositie, die leidt tot afspraken over bestaande en nieuw te
plaatsen laadpalen. Deze propositie is van toepassing op zowel concessie- als vergunningspartijen
en gaat in zodra het herziene prioriteringskader per 1 juli 2026 ten aanzien van kleinverbruikers
van kracht zal zijn. Publieke laadpalen hebben in het herziene kader geen prioriteit
gekregen.
Het Ministerie van IenW levert, conform de toezegging aan de Tweede Kamer19, voor de zomer van 2026 een routekaart bi-directioneel laden op. Het doel van de
routekaart is opschaling van bi-directioneel laden in Nederland te realiseren. Ook
wordt er ingegaan op randvoorwaarden die hiervoor op orde moeten zijn en de acties
die het Rijk en sectorpartijen uitvoeren om deze randvoorwaarden te realiseren. In
lijn met de genoemde toezegging zal de routekaart daarnaast de acties benoemen die
worden ondernomen m.b.t. dubbele energiebelasting die op dit moment nog wordt geheven
bij bi-directioneel laden.
Netbewust renoveren en elektrificeren
Bij deze brief wordt het rapport «Netbewust renoveren en elektrificeren» met de Kamer
gedeeld. Dit rapport is opgesteld om woningcorporaties en netbeheerders handelingsperspectief
te bieden bij verduurzaming van bestaande huurwoningen in een context van toenemende
netcongestie. De reikwijdte van het rapport betreft woningen die worden verduurzaamd
door middel van elektrificatie, dus in gebieden waar geen warmtenet komt, waar de
grootste impact van netcongestie bestaat.20 Het doel van deze handreiking is, zoals vastgelegd in de Nationale Prestatieafspraken
2025–2035, «een leidraad (op te stellen) om woningcorporaties te helpen met netbewust
verduurzamen». Het rapport geeft inzicht in de netbelasting van technische maatregelen
die de woningcorporatie kan toepassen in renovatie en verduurzamingsprojecten. Het
idee is dat bij het kiezen van de verduurzamingsstrategie rekening kan worden gehouden
met de netimpact van verschillende keuzes. De auteurs van het rapport hebben hiervoor
een prestatiekader opgesteld. Nu start een vervolgtraject, samen met de woningcorporaties
en de netbeheerders, voor de verdere toepassing van de adviezen uit het rapport in
de praktijk.
Sneller Bouwen
Het versnellen van de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur brengt de oplossing
van netcongestie dichterbij. Op 25 april 2025 is een versnellingsaanpak21 voor de uitbreiding van het hoogspanningsnet gestart, met verschillende sporen waaronder
een wetgevingsprogramma, een beleidsaanpak en een projectenaanpak. Deze aanpak wordt
in lijn met het coalitieakkoord versterkt. Hieronder volgt de stand van zaken van
de versnellingsaanpak en een update over de aanpak van de stikstofproblematiek bij
energie-infrastructuurprojecten.
Wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten
In het Coalitieakkoord is een crisiswet netcongestie aangekondigd. Ik geef hier invulling
aan met het wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten, waarbinnen ik ook de
reeds lopende aanpassingen van wet- en regelgeving onderbreng. Hierbij pas ik wet-
en regelgeving in tranches aan om de realisatie van energieprojecten te stroomlijnen
en te versnellen. Ik werk hierbij nauw samen met de Minister van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening binnen haar verantwoordelijkheid voor de Omgevingswet en voor
de woningbouwopgave. Door wet- en regelgeving in meerdere tranches aan te passen,
wordt voorkomen dat snel op te pakken maatregelen moeten wachten op maatregelen die
meer uitwerkingstijd vergen.
Maatregelen binnen het wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten zijn onder
meer gericht op de verbetering van wet- en regelgeving om procedures te versnellen,
grondbeleid effectiever in te zetten, het vrijmaken van ruimte voor energie-infrastructuurprojecten
en de betere benutting van het bestaande net. Waar mogelijk worden deze aanpassingen
zo vormgegeven dat ook projecten op midden- en laagspanning en andere energiemodaliteiten
(waterstof, warmte en CCS) hiervan profiteren. Dit maakt dat projecten die noodzakelijk
zijn voor het verminderen van netcongestie zo snel mogelijk kunnen worden gerealiseerd.
De eerste tranche maatregelen gaat in april in consultatie als onderdeel van de Vereenvoudigingswet
die het kabinet in het coalitieakkoord heeft aangekondigd. In deze tranche zit een
maatregel die het Rijk en provincies een wettelijke basis geeft om leges te kunnen
heffen waarmee met de projectprocedure gemoeide ambtelijke kosten worden vergoed.
Na advies van de Raad van State, zal het wetsvoorstel in het najaar aan de Kamer worden
aangeboden. In samenwerking met de Eerste en Tweede Kamer werk ik graag aan een snelle
behandeling van deze en volgende wetsvoorstellen, gezien de urgentie van de netcongestieproblematiek.
Binnen het wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten wordt ook een verkenning
gestart naar mogelijke project-specifieke maatregelen, gericht op extra versnelling
van de procedures voor een specifieke groep netcongestie-verlichtende projecten. Deze
versnellingen moeten passen binnen Europese kaders en vragen een afweging met andere
ruimtelijke belangen, zoals de Omgevingswet dat ook vraagt. Ook wordt onderzocht of
er wettelijke aanpassingen noodzakelijk zijn om het net beter te benutten. Voor de
zomer zal ik uw Kamer nader informeren over het resultaat van deze verkenningen en
de vervolgstappen.
Beleidsaanpak
Aanvullend en vooruitlopend op het wetgevingsprogramma werkt het kabinet samen met
provincies, gemeenten en netbeheerders aan versnellingsmaatregelen zoals het beschikbaar
stellen van expertise, effectiever toepassen van grond- en ruimtelijk beleid, snellere
procedures en kennisdeling. De bijgevoegde voortgangsrapportage LAN laat zien dat
een deel van deze maatregelen inmiddels is geïmplementeerd en wordt toegepast zoals
medewerkers uit de Expertpool energie-infrastructuur die de provincie Utrecht helpen
bij de procedures voor de aanleg van station Utrecht Noord. Verder wordt dit jaar
onder meer ingezet op het voorkomen van vertraging en op een zorgvuldige inpassing
bij hoogspanningsprojecten in de nabijheid van werelderfgoed en het ontwikkelen van
een uniforme taxatieaanpak om sneller grond te verwerven. Daarnaast worden waar mogelijk
maatregelen toepasbaar gemaakt voor midden- en laagspanning.
Maatregelen TenneT
Een belangrijk onderdeel van de versnellingsaanpak is een herziening van de werkwijzen
van TenneT. TenneT neemt meerdere maatregelen in zowel de planfase als de realisatie
om projecten te versnellen. Deze maatregelen zijn gericht op een betere aansluiting
van de verkenningsfase op de (juridische) besluitvorming, het eerder starten met grondverwerving
en onteigening en het loskoppelen van onder meer EMC-studies en landschappelijke inpassing
van het kritieke pad van de projectbesluitvorming. Daarnaast neemt TenneT meer risico
door zo vroeg mogelijk te starten met bouwen, zet in op standaardisatie van netcomponenten
en organiseert de inkoop portfolio-breed in plaats van per project. Een deel van deze
maatregelen gestart in pilots, worden deels nu doorgevoerd of later in 2026 afgerond.
Projectenaanpak
In de zomer van 2025 is het kabinet met TenneT gestart met een projectenaanpak voor
26 doorbraakprojecten die cruciaal zijn voor het oplossen van netcongestie. Op 4 december
is uw Kamer geïnformeerd over de aanpak en de projectateliers die hiervoor in het
najaar zijn georganiseerd met netbeheerders, gemeenten en provincies22. Deze projectateliers hebben geleid tot eerste afspraken over het toepassen van versnellingsmaatregelen
en versterking van de samenwerking. Er is echter meer nodig voor een succesvolle projectenaanpak.
Om meer concretere projectafspraken te maken over zowel bestaande versnellingsmaatregelen
als extra versnellingsopties is in de maanden februari tot en met april een tweede
ronde projectateliers georganiseerd. Bij de projecten waar dit al heeft plaatsgevonden
zijn zoals is beoogd meer concrete afspraken gemaakt. Het versnellingspotentieel van
projecten verschilt en is afhankelijk van de omvang en de fase waarin het project
zich bevindt. Enkele projecten zijn al vergevorderd, waardoor de maatregelen zich
voornamelijk richten op het beperken van uitlooprisico's. In het vervolg gaan betrokken
partijen per project in taskforces sturen op voortgang en nakomen van de projectafspraken.
Het is van belang de inzet van het kabinet doelgericht en met maximale effectiviteit
te organiseren in de projectenaanpak. Hoewel alle projecten van TenneT maatschappelijke
relevantie hebben, verschilt per project in de projectenaanpak de inzet die nodig
is vanuit het Rijk. Structurele inzet van het Rijk is noodzakelijk op projecten met
een groot en urgent maatschappelijk belang, zoals de hoogspanningsstations Utrecht-Noord
en Einighausen. Bij andere projecten dragen juist incidentele interventies bij aan
doorbraken in het project.
Stikstof
De aanleg van energie-infrastructuurprojecten wordt door stikstofbeperkingen 3 tot
12 maanden vertraagd23, terwijl deze projecten juist randvoorwaardelijk zijn voor verduurzaming en daarmee
bijdragen aan stikstofreductie en een snellere aanpak van netcongestie. De Europese
Commissie biedt met het voorstel van het Grids Package een oplossing voor deze problematiek24. Door het voorstel zouden de gevolgen van stikstofdeposities door de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur
niet mee hoeven te worden genomen in een beoordeling van natuureffecten. Om deze potentiële
versnelling te verzilveren zet het kabinet, gesteund door de motie-Klos25, in op spoedige onderhandelingen en werkt het vooruitlopend op een akkoord aan de
implementatie van deze wetgeving. Ook zet ik er in de onderhandelingen in Brussel
op in dat deze oplossing ook voor alle type hernieuwbare energieprojecten gaan gelden
zoals waterstof26. Als onderhandelingen voorspoedig verlopen kunnen vanaf begin 2028 alle elektriciteits-infrastructuurprojecten
gebruik kunnen maken van deze oplossing voor stikstof. De bepaling over stikstof in
het Grids Package is mede tot stand gekomen door de inzet van het Nederlandse kabinet27. Hiervoor is gebruik gemaakt van de resultaten van onderzoeken die zijn uitgevoerd
als onderdeel van een verkenning van potentiële juridisch haalbare nationale routes
(waaronder de ADC toets) voor stikstofvergunningverlening voor energie-infrastructuurprojecten
en verduurzaming van industrie28. Als bijlage bij deze brief wordt een ecologische beoordeling verstuurd. Dit onderzoek
bevestigt dat ook ecologisch gezien de verduurzaming van de industrie met daarvoor
noodzakelijke aanleg van energie-infrastructuur bijdraagt aan stikstofreductie en
daarmee aan het tegengaan van verslechtering van de natuur. Uit de verkenning die
het kabinet heeft gedaan naar een mogelijke nationale route is gebleken dat deze nationale
route dusdanig complex is dat deze niet of nauwelijks praktisch uitvoerbaar is. Daarom
richt het kabinet zich nu volledig op het onderhandelingstraject van het Europese
Grids Package om de vertraging van de aanleg van energie-infrastructuur weg te nemen.29
Slimmer Inzicht en risicobereidheid
Voor een gerichte aanpak van netcongestie door middel van betere benutting en uitbreiding
van het net is scherp inzicht in de belasting, capaciteit en inrichting van het elektriciteitsnet
essentieel, evenals betrouwbare prognoses van hoe zich dit in de toekomst ontwikkelt.
Uit bijgevoegde voortgangsrapportage LAN komt naar voren dat de actielijn Slimmer
Inzicht nuttige dataproducten oplevert en dat de interactieve capaciteitskaart30 steeds meer informatie bevat. Er is echter nog veel ruimte voor verbetering van het
inzicht in het elektriciteitsnet. De netbeheerders zijn hiervoor inhoudelijk aan zet.
Het kabinet pakt hierbij de regie, in lijn met de motie-Jumelet31. Alleen zo kunnen we stappen zetten om het net structureel efficiënter te benutten
en acties gericht te prioriteren.
Met het Aansluitoffensief zijn de eerste stappen gezet; met de doorbraak «optimalisatie
van prognoses» kan naar verwachting regionaal snel ruimte worden vrijgespeeld en de
doorbraak «inzicht in flexverwachtingen» is een essentiële randvoorwaarde om tot grootschalige
uitrol van flexibele contracten te komen. Verder is een start gemaakt met concrete
voorstellen om meer risico te nemen. In hoeverre het wenselijk is om een nieuwe adviesraad
in te richten om de risico’s maatschappelijk te wegen, zoals geadviseerd in het Aansluitoffensief,
zal op basis van de eerste ervaringen nader worden bezien. Uitgangspunt is dat de
maatschappelijke waarden betaalbaarheid, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van toegang
tot elektriciteit met elkaar in evenwicht zijn.
Tot slot
De aanpak van netcongestie vergt de komende jaren de volle inzet van kabinet en parlement,
samen met netbeheerders, medeoverheden, betrokken marktpartijen en ook burgers. Alleen
door samen alle mogelijkheden maximaal te benutten kunnen we wachtrijen terugdringen
en netcongestie structureel aanpakken. We zullen in goede samenwerking scherpe maar
zorgvuldige afwegingen moeten maken tussen toegang tot het elektriciteitsnet en andere
maatschappelijke belangen en prioriteiten. Zo werken we toe naar een nieuw energiesysteem
waarin schaarse transportcapaciteit van elektriciteit eerlijk wordt verdeeld en optimaal
benut, en scheppen we de noodzakelijke randvoorwaarden voor het bouwen van woningen,
het stimuleren van de economie en toegroeien naar een duurzaam, weerbaar en robuust
energiesysteem.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, J. de Bat
Indieners
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat