Brief regering : Wijziging in de financiële dekking van proactieve dienstverlening SZW (Kamerstuk 36799)
36 799 Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW)
Nr. 8
BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2026
Voorafgaand aan de plenaire behandeling van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening
SZW (Kamerstukken II 36 799, nrs. 2 en 3) wil ik u mede namens de Minister van SZW informeren over een wijziging in de financiële
dekking van proactieve dienstverlening. Verder wil ik voldoen aan mijn toezegging
tijdens het commissiedebat over de Participatiewet op 24 maart jl. om vragen van het
lid Ceder (CU) schriftelijk te beantwoorden over het gebruik van gegevens van de Belastingdienst
voor proactieve dienstverlening door gemeenten.
Wijziging financiële dekking
In de Nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 36 799, nr. 6) is de Kamer naar aanleiding van vragen van de fracties GroenLinks-PvdA, D66 en BBB
geïnformeerd over de geraamde kosten en dekking. Op dat moment is gemeld dat de gehele
dekking van het wetsvoorstel is gereserveerd en dat de dekking voor het conceptbesluit
ontbrak voor het gebruik van bijzondere bijstand.
Vanwege een verwachte toename van het aantal WIA-instroomgevallen ten tijde van de
voorjaarsbesluitvorming is er minder financiële ruimte voor proactieve dienstverlening.
Conform de begrotingsregels moeten tegenvallers binnen het eigen departement worden
opgevangen. Het kabinet heeft ervoor gekozen om dekking te vinden in middelen die
nog niet zijn uitgegeven, zoals de gereserveerde middelen voor proactieve dienstverlening.
Hierdoor zijn op dit moment geen financiële middelen beschikbaar voor gegevensuitwisseling
ten behoeve van het extra gebruik van de algemene bijstand. Dit heeft geen gevolgen
voor de toekenning van de Participatiewet. Wel betekent het dat gemeenten dit onderdeel
van proactieve dienstverlening voorlopig niet kunnen inzetten om mensen actief te
benaderen die mogelijk recht hebben op ondersteuning.
Het kabinet gaat gewoon door met proactieve dienstverlening. Echter betekenen de financiële
tegenvallers dat het kabinet genoodzaakt is onderdelen meer gefaseerd in te voeren
dan gepland. Graag wijs ik uw Kamer erop dat het wetstraject zodanig wordt ingericht
dat de grondslag voor gegevensdeling voor de algemene bijstand in zowel het wetsvoorstel
als de conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW wordt opgenomen. Aan het wetsvoorstel
verandert niets. Op het moment dat er weer financiële middelen beschikbaar zijn, is
het mogelijk om het onderdeel in het conceptbesluit over de Participatiewet via koninklijk
besluit alsnog in werking te laten treden.
In bijlage 1 is een geactualiseerd overzicht gevoegd van de geraamde en beschikbare
middelen voor proactieve dienstverlening en ook van de geraamde en ontbrekende middelen.
Deze informatie actualiseert de antwoorden op de vragen 48 tot en met 53 in het eerder
verstuurde Nota naar aanleiding van het verslag.
Vervolg
• Het wetsvoorstel blijft onveranderd.
• Afhankelijk van de parlementaire behandeling is de gewenste inwerkingtreding van het
wetsvoorstel 1 juli 2026.
• Daarna volgt het Besluit proactieve dienstverlening SZW waarin de samenwerking tussen
de dienstverleners en de gegevensuitwisseling wordt uitgewerkt. Het conceptbesluit
is al in internetconsultatie geweest en moet naar de Raad van State voor advies na
aanname van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer.
Welke dienstverlening doen we proactief
Ondanks de financiële beperkingen van dit moment blijft het kabinet inzetten op proactieve
dienstverlening en richten we ons in eerste instantie op mensen buiten de Participatiewet.
We kunnen het volgende wel doen met de inwerkingtreding van de wet:
• Gecombineerde aanvraag bij UWV van WW en Toeslagenwet, zodat zoeken naar werk niet
belemmerd wordt door een grote inkomensterugval.
• UWV kan mensen, die bijvoorbeeld niet aanmerking komen voor Wajong of WIA, actief
wijzen op de mogelijkheid om ondersteuning te krijgen van de gemeente.
• Gemeenten mogen straks eigen gegevens gebruiken om inwoners te bereiken en ondersteunen
bij werk en inkomen. Ook mogen zij voor een aantal uitkeringen en voorzieningen gegevens
van UWV en de SVB ontvangen over inwoners die mogelijk recht hebben op hulp, bijvoorbeeld
voor schuldhulpverlening en kwijtschelding van lokale belastingen.
• Met de dienstverleners en cliënten doen we komende tijd ervaringen op voor een volgende
stap, zoals het beter bereiken van mensen met recht op bijstand, zodra hiervoor ook
middelen beschikbaar zijn.
Gegevens Belastingdienst voor proactieve dienstverlening
Tijdens het commissiedebat over de Participatiewet op 24 maart 2026 heeft het lid
Ceder (CU) gevraagd waarom het wetsvoorstel niet mogelijk maakt dat gegevens van de
Belastingdienst voor proactieve dienstverlening worden gebruikt en of te grote financiële
consequenties een reden zijn. In het wetsvoorstel wordt onder andere door gebruik
te maken van gegevens van de Belangdienst voorgesteld relatief eenvoudig en op een
snelle manier invulling te geven aan proactieve dienstverlening. Zo stelt het wetsvoorstel
voor de polisadministratie te gebruiken voor proactieve dienstverlening. Het UWV beheert
de polisadministratie en die bevat ook inkomensgegevens van de Belastingdienst. Daarmee
is de belangrijkste stap gezet, namelijk het kunnen delen van inkomensgegevens voor
proactieve dienstverlening.
In een volgende fase kunnen uitbreidingen worden overwogen. Een voorbeeld betreft
gegevens van de Belastingdienst over vermogen die bij de aangifte inkomstenbelasting
worden verzameld en inkomensgegevens van mensen die niet in loondienst zijn en die
onder meer in de basisregistratie inkomen (BRI) zijn opgenomen. Met deze gegevens
kan nauwkeuriger worden ingeschat of iemand voldoet aan de inkomens- en vermogensgrenzen
voor een uitkering of voorziening. De Wet SUWI moet worden aangepast om de ontvangst
door gemeenten van deze gegevens mogelijk te maken. Voor de SVB en UWV bestaat deze
mogelijkheid al, na uitwerking in het conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW.
Om zeker te zijn dat deze uitbreiding van de gegevensuitwisseling uitvoerbaar is,
is het raadzaam eerst een pilot uit te voeren. Dit zou juridisch geregeld kunnen worden
met een ministeriële regeling. In paragraaf 3.3.2 van de memorie van toelichting wordt
dit verder toegelicht (Kamerstukken II 36 799, nr. 3).
De verwachting is niet dat door extra gegevens van de Belastingdienst meer uitkeringen
verstrekt zouden worden. Wel kan gedeeltelijk worden voorkomen dat mensen ten onrechte
worden benaderd in het kader van proactieve dienstverlening, omdat zij een te hoog
inkomen of te veel vermogen blijken te hebben om in aanmerking te komen voor ondersteuning.
Financiële consequenties zijn daarom vooralsnog geen overweging.
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
BIJLAGE 1: MIDDELEN WETSVOORSTEL EN CONCEPTBESLUIT PROACTIEVE DIENSTVERLENING SZW
Tabel 1: Geraamde en beschikbare middelen proactieve dienstverlening SZW
Financiële middelen (x mln.)
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Struc.
Uitkeringslasten
TW
2,4
7,3
12,1
17,0
19,4
19,4
19,4
AIO
0,2
0,6
0,9
1,3
1,5
1,5
1,5
Uitvoeringskosten
TW
0,0
1,5
2,5
3,5
4,0
4,0
5,0
AIO
3,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
Studietoeslag
0,0
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Ondersteuning BIDN/BKWI
1,3
2,9
2,1
2,1
2,1
2,1
2,1
Schuldhulpverlening
2,6
5,2
5,2
5,2
5,2
5,2
5,2
Monitoring & evaluatie
0,0
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Totaal
9,5
18,9
24,4
30,7
33,9
33,9
34,9
w.v. wetsvoorstel
2,4
8,8
14,6
20,5
23,4
23,4
24,4
w.v. besluit
7,1
10,2
9,8
10,2
10,4
10,4
10,4
Tabel 2: Geraamde en ontbrekende middelen proactieve dienstverlening SZW
Financiële middelen (x mln.)
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Struc.
Uitkeringslasten
Algemene bijstand
3,3
10,1
17,2
54,5
28,4
28,4
28,4
Bijzondere bijstand
0,8
4,8
8,1
11,3
12,9
12,9
12,9
Studietoeslag
0,2
0,5
0,9
1,2
1,4
1,4
1,4
Uitvoeringskosten
Algemene bijstand
1,6
1,6
1,7
1,7
1,7
1,7
1,7
Bijzondere bijstand
0,2
1,0
1,6
2,3
2,6
2,6
2,6
Studietoeslag (aanvullend door bijstellen raming)
0,0
0,0
0,0
0,1
0,1
0,1
0,1
Ondersteuning VNG
2,0
2,1
2,0
Totaal voor besluit
8,0
20,1
31,5
71,1
47,1
47,1
47,1
Indieners
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie