Brief regering : Versterking toezicht e-commerce ter uitvoering van de-minimis en Europese Handling Fee Douane – CW3.1 kader
36 915 IX Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 3
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer omtrent de begrotingswijziging in de 1e suppletoire begroting van IX Financiën en Nationale Schuld waarin middelen aan de
Douane beschikbaar worden gesteld voor de versterking van het toezicht op e-commerce
ter uitvoering van de afschaffing van de de-minimisvrijstelling en de invoering van
de Europese handling fee (UHF). Daarnaast bied ik u in bijlage 1 een toelichting op
de beleidskeuzes aan, conform het kader uit artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet
2026.
Toezicht op e-commercezendingen
E-commercezendingen zijn individuele geadresseerde zendingen onder de € 150 die rechtstreeks
van niet in de EU gevestigde leveranciers aan de Europese consument worden verzonden.
Sinds de opkomst en wijdverbreide adoptie van onlineplatformen afkomstig uit derde
landen is een significante groei waarneembaar in het volume van e-commercezendingen. Nederland is een lidstaat waar veel e-commercezendingen de Unie binnenkomen.
Deze zendingen zijn voor de Douane lastig te controleren. Dit komt doordat controlebevindingen
van individuele producten niet te extrapoleren zijn naar een groter geheel zoals dit
wel bij bulkzendingen (een veelvoud van hetzelfde goed) het geval is. Tevens ontbreekt
het de Douane aan degelijke risico informatie door de vereenvoudigde douaneaangifte.
Dit leidt ertoe dat de Douane aanzienlijk meer handelingskosten maakt om de e-commercestroom
te controleren dan bij andere productstromen die onder douanetoezicht staan.
Tegelijkertijd is de non-conformiteit aan Europese productregelgeving bij deze stroom
zeer hoog. Hier kan gedacht worden aan goedkoop kinderspeelgoed waar gifstoffen in
aanwezig zijn of brandgevaarlijke kleine elektronica. Wanneer er niet adequaat in
de e-commercestroom gecontroleerd wordt, leidt dit tot een toestroom van non-conforme
producten op de Europese markt, een oneerlijke concurrentie voor ondernemers die zich
wel aan de Europese productregelgeving houden en een groot risico op fiscale fraude.
Hier is door de Tweede Kamer al vaker aandacht voor gevraagd en hier is in november
2025 een motie (Kamerstuk 36 812, nr. 94) over aangenomen.1
Invoering Europese handling fee en afschaffing de-minimis
De Europese Commissie (CIE) gaat, om deze goederenstroom onder controle te krijgen,
een tweetal verordeningen invoeren 1) de de-minimisvrijstelling wordt per 1 juli 2026
afgeschaft en 2) het nieuwe Douanewetboek van de Unie (nDWU) introduceert een UHF.
De afschaffing van de de-minimisvrijstelling houdt in dat op pakketten met een waarde
tot € 150 tot het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) in 2028 een fixed rate van
€ 3 invoerrechten per aangifteregel moet worden betaald. Vanaf 1 juli 2028 geldt het
werkelijke tarief voor invoerrechten op pakketten met een waarde tot € 150. De UHF
wordt specifiek in het leven geroepen om controles op de e-commercestroom te vergoeden,
de verwachte ingangsdatum is 1 november 2026. De voorziene hoogte is € 2 per aangifteregel
voor individuele zendingen. Vanaf 1 juli 2028 is voor bulkzendingen een tarief voorzien
van € 0,50 per aangifteregel. Dat betekent dat zodra beide verordeningen tot 2028
van kracht zijn er in totaal € 5 per aangifteregel moet worden betaald voor de invoerrechten
en UHF.
Met de afschaffing van de de-minimisvrijstelling en invoering van de UHF ontstaat
ook een nieuwe verplichting aan fiscale taken die in ieder geval uitgevoerd moeten
worden door de Douane.
Ontwerp en juridische grondslag
De afschaffing van de vrijstelling van invoerrechten van lage waarde goederen (tot
en met € 150,–) is vastgelegd in verordening EG1186/2009. Titel II, hfst V. Dit hoofdstuk
vervalt per 1 juli 2026. Vanaf dit moment wordt er tijdelijk gewerkt met een vaste
invoerheffing van € 3,– per e-commerce aangifteregel. De Europese verordening die
dit vaststelt is op de Ecofinraad van december 2025 aangenomen. Momenteel werkt de
Europese Commissie de lagere wetgeving uit die de technische specificaties (omtrent
bijvoorbeeld IT systemen) vaststelt. De daadwerkelijke impact hiervan op de IT-systemen
is in een vergevorderd stadium, gelet op de aanstaande invoering. Op dit moment is
het nog onduidelijk op welke wijze de CIE samen met de lidstaten de UHF wil gaan vormgeven.
Het precieze ontwerp van de UHF is afhankelijk van de vormgeving en reikwijdte van
de fixed rate. Dit zal in een later stadium in de lagere regelging worden opgenomen.
Gevolgen invoering EU handling fee en de-minimis
De afschaffing van de de-minimisvrijstelling en de invoering van de UHF zal geen grote
impact hebben op het vestigingsklimaat. Aangezien de UHF voor alle landen gelijktijdig
wordt ingevoerd, zal het voor bedrijven een gelijk speelveld creëren waar dit nu niet
het geval is. Zij moeten zich immers aan Europese regelgeving houden, maar concurreren
met platforms uit derde landen, producenten en retailers die dit in sommige gevallen
maar beperkt doen. Mogelijk gaat de markt haar bedrijfsvoering aanpassen van los geadresseerde
e-commercezendingen naar invoer in bulk. Vervolgens worden de producten dan in de
EU los verzonden naar de consument. Vanuit controle perspectief heeft dit bulkmodel
zoals al eerder aangegeven, de voorkeur boven miljoenen individuele pakketjes per
dag.
Belang van het Rijk
De CIE heeft herhaaldelijk en via een formele brief aangegeven voornemens te zijn
een infractieprocedure te starten als NLD niet op korte termijn een verbetering in
het toezicht aan de buitengrens laat zien. De grootste tekortkomingen doen zich voor
in de e-commercestroom. Op dit moment realiseert de Douane een lager controlepercentage
op de e-commercestroom dan het EU-gemiddelde. De afschaffing van de de-minimisvrijstelling,
de invoering van de UHF en de nDWU-wettekst geven de Douane de gelegenheid om het
toezicht zowel in absolute als relatieve zin te versterken en in de toekomst een significant
hoger controlepercentage op in het bijzonder deze e-commerce goederenstroom te verwezenlijken.
Dit helpt Douane tevens om meer in de pas te lopen met het toezichtsniveau van de
andere EU-landen. Daarnaast heeft de CIE reeds aangekondigd dat zij markttoezicht
een topprioriteit gaat maken in 2027.
Budgettaire consequenties
Uitgaven
Voor de extra taken als gevolg van de afschaffing van de-minimisvrijstelling en de invoering van de UHF wordt in totaal structureel 100 miljoen euro
per jaar beschikbaar gesteld voor extra controle op de e-commercestroom. Deze kosten
bevatten onder andere een formatieve uitbreiding en de uitbreiding en aanpassing van
IT-systemen en scanplatforms.
Door de intensivering kan de Douane meer pakketten in de e-commercestroom controleren. Dit leidt ook tot extra werkzaamheden voor de markttoezichthouders.
Een deel van dit budget wordt daarom ingezet bij de vijf markttoezichthouders die
in Nederland verantwoordelijk zijn voor marktverordeningen met toezicht aan de grens.
Dat zijn: 1) Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), 2) Nederlandse Voedsel- en
Warenautoriteit (NVWA), 3) Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), 4) Nederlandse
Arbeidsinspectie (NLA) en 5) Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
Ontvangsten
De afschaffing van de de-minimisvrijstelling zal ertoe leiden dat Nederland aanzienlijk
meer invoerrechten gaat heffen. De invoerrechten die Nederland heft worden afgedragen
aan de Europese begroting en worden verantwoord op de Buitenlandse Zaken-begroting.
Dit resulteert tevens in extra generale inkomsten voor Nederland via de perceptiekostenvergoeding.
De perceptiekostenvergoeding bedraagt 25% van de geïnde invoerrechten. De verwachte
structurele ontvangsten zijn € 183 miljoen. Het kabinet zal voor het nieuwe MFK inzetten
op behoud van de perceptiekostenvergoeding op het huidige niveau van 25%.
De Europese Commissie heeft in het voorstel voor het nieuwe eigenmiddelenbesluit (EMB,
uitgekomen op 16 juli 2025) opgenomen dat de UHF onderdeel is van de nu reeds bestaande
definitie van de traditionele eigen middelen (TEM). Dan ontvangt Nederland hier, net
als bij de invoerrechten, de perceptiekostenvergoeding over. In het nieuwe EMB voorstel
is tevens een clausule opgenomen dat de ontvangsten in 2026 en 2027 volledig aan de
lidstaten toekomen. Zodra duidelijk is op welke manier de UHF onderdeel is van het
nieuwe MFK wordt dit op de Rijksbegroting verwerkt. Voor 2026 en 2027 wordt aangenomen
dat de volledige UHF-ontvangsten aan de lidstaten toekomen. De verwachte totale ontvangsten
uit de UHF (exclusief de perceptiekostenvergoeding) zijn in 2026 en 2027 in totaal
€ 597 miljoen. Deze ontvangsten worden over de periode 2026–2031 ingezet ter dekking
van de uitvoeringskosten, het overige gedeelte wordt gedekt vanuit de Financiënbegroting.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
BIJLAGE 1 – INVULLING ARTIKEL 3.1 VAN DE COMPTABILITEITSWET (CW 3.1): VERSTERKING
TOEZICHT E-COMMERCE TER UITVOERING VAN DE-MINIMIS EN EUROPESE HANDLING FEE DOUANE
Beleidskeuzes uitgelegd
Onderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)
Doel(en)
Vanaf 2026 verandert de EU-regelgeving voor de Douane omtrent e-commerce: de de-minimisvrijstelling komt te vervallen (per 1 juli 2026) en er wordt een Europese («Union») handling fee
(UHF) ingevoerd (naar verwachting 1 november 2026). Deze maatregelen zullen het volume
van de e-commercestroom remmen en leiden tegelijkertijd tot extra generale inkomsten
voor NLD. Tegelijkertijd zal de Douane in samenwerking met de markttoezichthouders
aan de grens ook in haar toezicht moeten investeren.
Wanneer er niet voldoende op de e-commercestroom gecontroleerd wordt, leidt dit tot
een toestroom van non-conforme producten op de Europese markt, het niet afdragen van
invoerrechten en BTW en daarmee oneerlijke concurrentie ten opzichte van ondernemers
die zich wel aan de Europese productregelgeving houden.
De invoering van de de-minimis en de UHF zorgen voor nieuwe taken bij de Douane. Dit
komt bovenop het tekortschietende handhavingsniveau op het markttoezicht. Ten behoeve
hiervan zullen er extra controles worden ingezet op zowel het fiscale deel van de
wetgeving als het niet-fiscale deel van de wetgeving. Hiermee worden de benodigde
controles voor de invoering van beide verordeningen uitgevoerd alsmede het door de
EU gewenste handhavingsniveau verbeterd.
Beleidsinstrument(en)
De intensivering bestaat uit meerdere delen en zal gedurende meerdere jaren opgebouwd
worden. De Douane zet allereerst in op extra toezicht op de stroom door extra controles.
De inzet van de Douane is om significant meer van de e-commerce goederen te controleren.
Deze controles worden gedaan door ca. 430 nog te werven fte. De overige ca. 130 fte
worden geworven t.b.v. aansturende en ondersteunende onderdelen (bijv. IT, laboratorium,
bedrijfsvoering).
Tevens wordt er extra scan- en detectieapparatuur aangeschaft en een nieuw scanplatform
gebouwd. Hierdoor kan de Douane meer zendingen scannen en daarmee het toezicht versterken.
Hiernaast wordt er gewerkt aan innovaties (o.a. door in te zetten op slimme algoritmiek)
om de controles op deze stroom efficiënter en sneller te maken zodat er in de toekomst
met dezelfde middelen nog meer controle mogelijk is en er minder fte’s nodig zijn.
Door de intensivering kan de Douane meer pakketten in de e-commercestroom controleren.
Dit leidt tot extra werkzaamheden voor de markttoezichthouders. Er zijn in Nederland
vijf markttoezichthouders die verantwoordelijk zijn voor marktverordeningen met toezicht
aan de grens. Dat zijn: 1) Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), 2) Nederlandse
Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), 3) Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI),
4) Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) en 5) Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
Deze markttoezichthouders worden, voor werkzaamheden die voortvloeien uit de extra
controles die de Douane moet doen, ook gecompenseerd.
Financiële gevolgen voor het Rijk
Uitgaven
In 2026 zijn de verwachte uitgaven voor Douane ca. € 28 miljoen, in de periode 2027–2031
bedragen de uitvoeringskosten variërend van ca. € 90 tot ca. € 110 miljoen per jaar.
De kosten bestaan met name uit de formatieve uitbreiding van 560 fte bij Douane om
het toezicht op deze stroom uit te breiden (€ 68 miljoen). De resterende middelen
zijn benodigd voor o.a. IT middelen, extra scan- en detectieapparatuur en innovatiemiddelen.
Voor de markttoezichthouders (ILT, NVWA, RDI, NLA en IGJ) bedragen de uitvoeringskosten
in 2026 ca. € 15 miljoen en in de periode 2027–2031 ca. € 25 miljoen.
In de uitgavenreeks zitten ook een incidentele component, die tijdens de opstartfase
nodig is voor het aanschaffen van extra scan- en detectieapparatuur, personele uitrustingen
en IT-aanpassingen. Hierdoor zijn de kosten in de periode 2027–2029 hoger. Na 2029
nemen de middelen verder af omdat wordt verwacht dat Douane door de inzet van innovatiemiddelen
in de toekomst slimmer en efficiënter kan gaan werken. Structureel bedragen de uitvoeringskosten
voor Douane en markttoezichthouders € 100 miljoen per jaar.
Ontvangsten
De afschaffing van de de-minimisvrijstelling zal ertoe leiden dat Nederland aanzienlijk
meer invoerrechten gaat heffen. De ontvangsten via de perceptiekostenvergoeding bedragen
structureel € 183 miljoen per jaar.
De niet-belastingontvangsten exclusief de perceptiekostenvergoeding uit de UHF in
2026 en 2027, voorafgaand aan het nieuwe MFK, worden geraamd op € 597 miljoen cumulatief.
Naar verwachting zal de UHF vanaf 2028 onderdeel worden van het nieuwe MFK, waarbij
de inzet van de Europese Commissie is om dit onderdeel te maken van de invoerrechten
(ook bekend als de traditionele eigen middelen). Zodra duidelijk is op welke manier
de UHF onderdeel is van het nieuwe MFK wordt dit op de Rijksbegroting verwerkt.
Financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren
Voor de de-minimis en UHF worden uitnodigingen tot betaling (UTB’s) gestuurd aan indieners
van aangiftes.
Het gaat specifiek om ongeveer 30 e-commerce- en logistieke dienstverleners, koeriers-
en postbedrijven.
De communicatie met de bedrijven is hierover gestart zodat zij zich kunnen voorbereiden.
De aanpassing van de IT-systemen van bijv. koeriers en post lijkt haalbaar voor de
expresdienstverleners, maar kan een knelpunt vormen voor andere schakels in de keten.
Koeriers en postbedrijven hebben systemen om kosten in rekening te brengen aan consumenten.
Bedrijven die alleen de e-commerceaangiften indienen beschikken daar niet over.
Nagestreefde doeltreffendheid
Doordat de Douane het toezicht intensiveert op de e-commercestroom komen er minder
non-conforme producten de Europese markt op. Dit verbetert de concurrentiepositie
van interne marktdeelnemers die wel compliant zijn. Door zijn toezicht te intensiveren
gaat de Douane beter voldoen aan het door de CIE nagestreefde handhavingsniveau.
Tevens zullen er door de introductie van de verordeningen twee gedragseffecten optreden.
1. Exporteurs in derde landen zullen vaker in bulk verzenden en pas na import producten
naar consumenten verzenden om de fee te ontwijken. De mate waarin dit plaats zal vinden
is onzeker (+-50%). Dit is voordelig voor de Douane, want het is eenvoudiger om pakketten
in bulk te controleren dan losse zendingen (een beheersbaardere stroom).
2. Consumenten zijn prijsgevoelig. Als een bepaald product duurder wordt, zal men
er minder van kopen. Dit betekent dat het importvolume van individuele zendingen ook
af zal nemen.
Dit is in kaart gebracht op basis van bestaande modellen en constateringen die lopend
het jaar gemaakt worden over bewegingen in de aangiftestromen.
Nagestreefde doelmatigheid
De berekening van de formatieve groei is gebaseerd op de normtijden van de Douane.
Door te innoveren kan de Douane in de toekomst met minder middelen zijn toezicht efficiënter
uitvoeren en meer controles uitvoeren.
Evaluatieparagraaf
De Douane streeft ernaar op korte termijn zijn aantal controles sterk te verhogen
en op lange termijn de e-commercestroom meer compliant te maken. Voor de sturing wordt
door de Douane een dashboard gebouwd. De precieze KPI’s moeten nog ingevuld worden,
onderdelen als aantal controles, controlepercentage, hit-rate en ingezette capaciteit
zullen hier onderdeel van zijn. Dit dashboard wordt voor Q3 2026 opgeleverd.
Hiermee wordt de stroom en het beleid gemonitord. Als er beleidswijzingen nodig zijn
of exogene ontwikkelingen in de stroom zijn die leiden tot wijzigingen. Dan zal de
Douane hierop inspelen en zijn toezicht aanpassen.
De versterking toezicht e-commerce zal jaarlijks worden gemonitord. Daarvoor zal in
2026 een nulmeting worden opgesteld en zullen jaarlijks de werving van extra fte’s,
investeringen in apparatuur en innovatie en het aantal controles worden gemonitord.
In 2029 vindt een eerste evaluatie plaats van de effecten van het versterkt toezicht
op de naleving en beheersing van de e-commerce stromen.
Ondertekenaars
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën