Brief regering : Reactie op het NOS-bericht RIVM over onderzoeken staalslak
30 015 Bodembeleid
Nr. 143
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2026
Op 1 april jl. is er een NOS nieuwsbericht verschenen met als kop «beloofde onderzoeken
naar schadelijke staalslakken nog altijd niet gestart». Op verzoek van de vaste commissie
voor Infrastructuur en Waterstaat geef ik met deze brief een schriftelijke reactie
op genoemd bericht (2026Z06745/2026D15364).
Voorop staat dat ik de zorgen rond staalslak begrijp en deel. Op dit moment geldt
de tijdelijke regeling staalslak op grond van de wet milieubeheer. Er lopen sinds
vorig jaar 8 actielijnen waarover ik de Kamer eerder heb geïnformeerd, waaronder die
van de aanvullende onderzoeken. Deze actielijnen zet ik voort. De tijdelijke regeling
loopt conform de wettelijke grondslag 1 jaar tot 23 juli van dit jaar. Deze kan en
zal ik verlengen met de maximaal toegestane termijn van een half jaar.
Het RIVM is begin 2025 op verzoek van het Ministerie gestart met een onderzoek naar
de effecten van bouwstoffen met een pH effect, waaronder staalslak en bodemas. Zoals
in de brief van 21 juli 2025 aan Uw Kamer is aangegeven (Kamerstuk 30 015, nr. 136), onderzoekt het RIVM welke eigenschappen van secundaire bouwstoffen het pH effect
kunnen verklaren en voorspellen, in combinatie met de omstandigheden van de toepassing.
Na het instellen van de tijdelijke regeling in juli 2025 is aan het RIVM gevraagd
binnen het onderzoek prioriteit te geven aan staalslak. Daarnaast is RIVM gevraagd
om binnen dit onderzoek aanvullend te bekijken wat de risico’s zijn van dit pH effect.
Verder is gevraagd naar de exacte gezondheidsrisico’s van direct contact met staalslak
en om te onderzoeken of soortgelijke risico’s die zich voordoen bij toepassingen in
lagen van meer dan een halve meter dikte en op locaties waar direct contact mogelijk
is, zich ook voordoen in andersoortige toepassingen van staalslak.
De gesprekken hierover met RIVM zijn zo snel mogelijk na afkondiging van de tijdelijke
regeling van start gegaan. Eind september 2025 heeft het RIVM op hoofdlijnen gepresenteerd
wat er nodig is en wat zij zouden kunnen betekenen, en ook wat zij niet kunnen doen.
Vervolgens is dit verder uitgewerkt en in dialoog nader geconcretiseerd, hetgeen niet
ongebruikelijk is voor dit soort complexe onderzoekstrajecten. Een juiste vraagstelling
en gedegen aanpak zijn essentieel, en vragen om tijd en zorgvuldigheid.
Dit heeft geleid tot een aanpak in 3 etappes zoals in de – met het RIVM afgestemde
– kamerbrief van 18 december 20251 geformuleerd:
1. De eerste etappe betreft het verder ontsluiten van bestaande kennis over staalslak
middels een onderzoek naar parameters en randvoorwaarden bij toepassing die het optreden
van pH effecten in de praktijk kunnen verklaren. Dit onderzoek sluit aan bij het lopende
onderzoek dat wordt uitgevoerd binnen de herijking van de bodemregelgeving. In dit
onderzoek wordt bestaande wetenschappelijke literatuur geraadpleegd en worden gebruikers
en beheerders bevraagd zoals bevoegd gezag, omgevingsdiensten, RWS en ILT.
2. De tweede etappe van het onderzoek richt zich op bestaande kennis over risico’s door
direct contact van mensen met staalslak en risico’s voor milieu als gevolg van uitloging
van metalen en percolaat met een hoge pH. Richttijd voor de resultaten is eind 2026.
3. De derde etappe heeft een langere doorlooptijd en is een aanvulling op, en verbijzondering
van, lopend onderzoek (etappe 1) in het kader van de bredere actualisering van het
(milieuhygiënische) normenkader voor alkalische bouwstoffen (ook wel het pH onderzoek
genoemd). Om de kennisbasis te vergroten over de effecten en milieu- en gezondheidsrisico’s
van de toepassing van staalslak en andere alkalische bouwstoffen is veld- en laboratorium
onderzoek nodig, in samenwerking met TNO. Dit heeft een doorlooptijd van enkele jaren.
Etappe 1 loopt. Het RIVM heeft laten weten dat tussentijdse resultaten zina jn voorzien
in de zomer van dit jaar. De bevindingen daaruit worden betrokken bij de opvolging
van de tijdelijke regeling.
Het RIVM heeft aangegeven dat rekening moet worden gehouden met een looptijd van het
onderzoek van etappe 2 van ongeveer een jaar. Omdat de uitkomsten van etappe 1 en
etappe 2 van belang zijn voor de onderbouwing van het vervolg op de tijdelijke regeling
vanaf 23 januari 2027 ga ik met RIVM in gesprek om te bekijken hoe we dit proces alsnog
kunnen versnellen om de in de brief van 18 december genoemde termijnen te kunnen halen,
zodat er na afloop van de tijdelijke regeling tijdig een nieuwe regeling van kracht
kan gaan.
In samenhang met de bovengenoemde onderzoeken loopt het REACH traject in Europa. Na
eventuele goedkeuring door de Europese Commissie van de tijdelijke regeling staalslak
zal door RIVM een restrictiedossier moeten worden opgesteld. Momenteel is de verwachting
dat het besluit eind april/begin mei wordt genomen. Hierover zijn we in nauw contact
met de Europese Commissie. Op 25 maart heeft de Commissie medegedeeld meer tijd nodig
te hebben om tot een besluit te komen. Zoals in de brief van 18 december aangegeven
zal het onderzoek dat RIVM momenteel uitvoert hierin betrokken worden.
Voorgaande aanpak is de afgelopen maanden verder gedetailleerd uitgewerkt en inmiddels
afgerond. Dit heeft geleid tot een concreet en geoperationaliseerd beeld van de onderzoeksaanpak
die is vastgelegd in een definitieve aanvraag. Deze is recent aan RIVM gestuurd. Inmiddels
is de opdracht aan het RIVM gegeven.
Met de verlenging van de tijdelijke regeling staalslak tot 23 januari 2027 en de opvolging
daarvan werk ik aan een toekomstige situatie waarin de veiligheid van mens en milieu
geborgd zijn en tegelijkertijd een nuttige en verantwoorde toepassing van staalslak
mogelijk is.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat