Brief regering : Uitkomsten CO2 onderzoek visserij
32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
29 675
Zee- en kustvisserij
Nr. 1557
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2026
Via deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van het onderzoek «Klimaatimpact-
en voedingswaarde van in Nederland geproduceerd en geconsumeerd voedsel uit zee».
Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van vragen van uw Kamer uit 2021 (TK 2021
nr. 2021Z04799 en 2021Z05822) en een actie die, mede naar aanleiding hiervan, is opgenomen in de Visie op Voedsel
uit Zee en Grote Wateren (hierna: Visie) (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1624).
Het onderzoek naar de CO2uitstoot van visserij dat in 2024 is uitgezet bestaat uit drie delen. Deel 1 was gericht
op de CO2-uitstoot door bodemberoering en is begin 2025 gepubliceerd1. Uit dit rapport blijkt dat er door verschillende onzekerheden geen definitieve conclusies
te trekken zijn over in hoeverre bodemberoering door vistuigen bijdraagt aan CO2-uitstoot in de atmosfeer. Het onderhavige onderzoek Klimaatimpact en voedingswaarde
van in Nederland geproduceerd en geconsumeerd voedsel uit zee, bevat delen 2 en 3.
Deel 2 is specifiek gericht op de CO2-uitstoot door de Nederlandse visserij, uitgesplitst in métier (vismethode) en doelsoort. Deel 3 richt zich op de vergelijking tussen de resultaten van
deel 2 en de bekende CO2-uitstoot van landproducten zoals biefstuk, noten en peulvruchten. Daarnaast geeft
deel 3 een beschrijving van de voedingswaarde ten opzichte van verschillende landproducten.
Met deze brief stuur ik u de uitkomst van deel 2 en deel 3 van het onderzoek.
Uit het onderzoek blijkt dat voor pelagische soorten zoals haring en makreel de CO2-uitstoot vergelijkbaar is met de gegevens zoals deze zijn opgenomen in de Visie.
De gemiddelde uitstoot voor deze soorten is vergelijkbaar met de uitstoot voor de
productie van plantaardig voedsel zoals een vegetarische burger of walnoten. Andere
soorten zoals mosselen en oesters zitten qua uitstoot in een vergelijkbare range als
kipfilet of varkenshaas. De CO2-uitstoot van de visserij op platvis toont een ander, minder positief, beeld dan voorgaande
studies. Soorten zoals tong en schol komen qua uitstoot in de buurt van biefstuk.
De CO2-uitstoot voor deze soorten is het hoogste van de onderzochte visserijproducten.
De verschillen in resultaten tussen dit onderzoek en eerdere onderzoeken vloeien voort
uit het feit dat in dit onderzoek is gerekend met «eetbaar product» in tegenstelling
tot «aangeland product». De CO2-uitstoot van een scholfilet is groter dat dat van een gehele schol omdat tenminste
de helft van de vis niet wordt gebruikt voor humane consumptie. Dat gewicht van de
vis telt dan niet mee in de berekening. Mosselen bestaan qua grootte en gewicht voor
het grootste deel uit een schelp die niet gegeten wordt, waardoor ook hiervoor de
CO2-uitstoot voor het te eten deel hoger uitpakt dan eerder berekend. Hiermee wordt aangesloten
op systematiek die ook voor andere voedingsproducten wordt toegepast. Daarnaast is
in dit nieuwe rapport uitsluitend gerekend met specifieke Nederlandse data terwijl
in andere onderzoeken wordt gewerkt met internationale data.
Zoals aangegeven scoort vooral bodemvisserij qua uitstoot minder positief dan in eerdere
onderzoeken. Op verzoek van LVVN heeft WSER beschreven waar de CO2-uitstoot geproduceerd wordt. Tot de aanlanding van de vis wordt de CO2-uitstoot voor meer dan 90% veroorzaakt door brandstofverbruik, over de gehele productieketen
neemt dit af tot 48%. Van platvisvisserij is bekend dat het brandstofgebruik hoog
is. Al jaren wordt gewerkt aan innovaties om dit naar beneden te brengen. Met name
sinds het wegvallen van de pulsvisserij, wordt gewerkt aan andere innovaties die bijdragen
aan het verminderen van brandstofgebruik. De in 2023 opengestelde energie-efficiëntieregeling
heeft voor meerdere schepen gezorgd voor een vermindering van het brandstofgebruik
door aanpassingen van deze schepen. Deze vermindering is niet verwerkt in het bijgevoegde
rapport, omdat de aangepaste schepen niet in de voor dit rapport gebruikte data zaten.
Een evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling zal na afloop
van de uitvoering van de regeling, naar verwachting in 2027, worden voorbereid. Meerdere
openstellingen en onderzoekstrajecten, zoals onderzoek naar een zero-emissie garnalenkotter
en slimme brandstofbesparing door efficiënter te vissen, zullen eraan bijdragen dat
het brandstofgebruik in de toekomst verder kan dalen. Zo zal er in 2026 een energie-efficiëntieregeling opengesteld worden voor de schelpdiervisserij. Met deze regeling kunnen schelpdiervissers
vaartuigen aanpassen zodat deze minder brandstof verbruiken en zo minder broeikasgassen
uitstoten. De transitie in de zeevaart naar klimaatneutraal varen in 2050 zou voor
de bodemvisserij eveneens een grote kans kunnen bieden om de CO2-uitstoot te minimaliseren. Naast dat het kansen biedt voor het verminderen van CO2-uitstoot neemt het brandstofgebruik door verduurzaming van de schepen ook af. Ongeveer
37% van de totale kosten van een boomkorkotter bestaat uit brandstofkosten, een significantie
reductie van deze kosten draagt daarmee direct bij aan de economische duurzaamheid
van deze visserijbedrijven.
De potentie om de CO2-uitstoot aanzienlijk te reduceren wil ik samen met de sector optimaal benutten zodat
de Nederlandse vissers in de toekomst met een nog duurzamer product bijdragen aan
de voedselzekerheid van ons land. Want voedsel uit zee is van grote waarde voor een
gezond dieet. Het onderzoek bevestigt dat vis, en met name vette vis zoals makreel
en haring, een unieke bron zijn van meervoudig onverzadigde omega-3-vetzuren. Vis,
schaal en schelpdieren vormen daarnaast onder meer een goede bron voor jodium en selenium.
Deze rapporten laten zien hoe divers de visserijsector is en dat het verschil in technieken
en soorten ook grote verschillen laten zien in de CO2-voetafdruk van de producten die hieruit voortkomen. Het benadrukt ook het belang,
zeker voor een deel van de sector, om de komende tijd stappen te zetten op het gebied
innovaties die bijdragen aan verduurzaming. Daarmee borgen we dat ook in de toekomst
deze voedselproducten uit zee duurzaam gewonnen kunnen blijven worden.
Het verminderen van brandstofgebruik draagt direct bij aan het verminderen van de
impact op het ecosysteem en op het vergroten van de economische duurzaamheid. Dit
zijn belangrijke stappen voor een toekomstbestendige visserij die zorgt voor voedselzekerheid
en een gevarieerd dieet mogelijk maakt.
Zoals aangegeven sluit dit onderzoek aan bij de Visie voedsel uit zee en grote wateren.
Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de uitvoeringsagenda, waarin diverse stakeholders
samenwerken om de visie te realiseren. Ik zie deze onderzoeken ook als input voor
de trajecten die hierin zijn opgenomen. Ik zet mij in om u de uitvoeringsagenda dit
voorjaar toe te sturen.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Indieners
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur