Brief regering : Aanpak E-fase Verwerving F-35
26 488 Programma doorontwikkeling F-35
Nr. 481
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE EN VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 maart 2026
In juni 2025 hebben de Ministeries van Defensie en Economische Zaken en Klimaat (EZK)
uw Kamer de 25ste en tevens laatste «Voortgangsrapportage Verwerving F-35» (VF-35) gestuurd, met daarbij
het verzoek om het project VF-35 niet meer aan te merken als Groot Project cf. de
Regeling Grote Projecten (RGP) en te starten met de evaluatie (E-fase). In reactie
daarop heeft uw Kamer verzocht om de evaluatie aan te vangen zoals bedoeld in artikel
15 van de RGP en ter voorbereiding een Plan van Aanpak te delen.1 Met deze brief willen wij uw Kamer informeren over de voorgenomen aanpak van de E-fase
van het project VF-35.
Doelstelling
De evaluatie heeft als doel een antwoord te formuleren op deze centrale onderzoeksvraag:
«In hoeverre is het project VF-35 in de periode 2000 tot en met 2024 doeltreffend
en doelmatig gebleken en welke lessen kunnen worden getrokken voor toekomstige grote
projecten?».
Deze centrale onderzoeksvraag is uitgewerkt in sub-onderzoeksvragen, conform artikel
16 van de RGP. In de bijlage vindt u deze onderzoeksvragen. Er is ook een overkoepelende
onderzoeksvraag geformuleerd die specifiek is gericht op de lessen die uit de evaluatieresultaten
kunnen worden getrokken.
Met deze aanpak voorziet Defensie in de voorwaarden om te komen tot een grondige en
transparante evaluatie van het project VF-35.
Reikwijdte en afbakening
De evaluatie bestrijkt de periode vanaf het basisdocument ter referentie voor de projectvoortgang
uit 20002 tot en met het bereiken van de Full Operational Capability (FOC) van de F-35 op 26 september 2024 en de laatste voortgangsrapportage3 van 4 juni 2025. De evaluatie gaat over de 52 geleverde dan wel reeds bestelde F-35
toestellen.
De evaluatie betreft een projectevaluatie en is daarom uitsluitend gericht op het
voorzien-in proces, met de aspecten product, tijd en geld in ogenschouw. Daarnaast
wordt aandacht besteed aan industriële participatie, aangezien deze vanaf de start
van het project onderdeel was van de businesscase.
De volgende onderwerpen vallen expliciet buiten de reikwijdte van de evaluatie:
• Een gebruikersanalyse van de F-35;
• Analyse van het politieke besluitvormingsproces;
• Programma doorontwikkeling F-35;
• Transitie van F-16 naar F-35;
• Operationele testfase;
• Overige projecten in relatie tot F-35 (waaronder innovatieve/onbemenste variant);
• Flankerende beleidsmatige onderwerpen als exportvergunningen;
• Aspecten die betrekking hebben op de onderlinge contractuele afspraken in de industriële
keten en de realisatie van productie en kwaliteit bij de betrokken partijen.
Methodiek
Artikel 16 RGP vormt de leidraad voor een grondige en transparante evaluatie van het
project VF-35. In dit artikel zijn de aanwijzingen opgenomen voor een eindevaluatie,
zoals de doelstellingen, activiteiten, kosten en publiek-private samenwerkingsverbanden.
Om te borgen dat alle relevante onderdelen van artikel 16 van de RGP worden geadresseerd,
wordt, zoals hierboven beschreven, gewerkt met onderzoeksvragen. De beantwoording
van deze onderzoeksvragen zal gebeuren op basis van een analyse van schriftelijke
documentatie, waaronder vijfentwintig voortgangsrapportages, Kamerbrieven, het basisdocument
en eerdere onderzoeken van de Auditdienst Rijk (ADR) en de Algemene Rekenkamer. Deze
documentanalyse vormt de grondslag voor zowel de beantwoording van de onderzoeksvragen
als het trekken van conclusies. De getrokken lessen worden gebruikt voor toekomstige
Grote Projecten.
Organisatie en verantwoordelijkheden
Defensie is primair verantwoordelijk voor de evaluatie, die met EZK wordt uitgevoerd.
Deze samenwerking vindt haar oorsprong in de businesscase die ten grondslag lag aan
de besluitvorming over de vervanging van de F-16, in het bijzonder de keuze voor deelname
aan de ontwikkelfase in plaats van een «van de plank»-aankoop. De vroege deelname
aan de ontwikkelfase heeft bijgedragen aan een sterke uitgangspositie voor de Nederlandse
industrie bij de invulling van de industriële participatiedoelstellingen. In dat licht
is EZK verantwoordelijk voor de evaluatie van de industriële participatie en de bijbehorende
productieovereenkomsten binnen het F-35-programma.
Planning
De evaluatie start na instemming van uw Kamer met de in deze brief geschetste aanpak.
Daarom verzoeken wij uw Kamer om deze brief te behandelen in de procedurevergadering
van uw Vaste Commissie voor Defensie van 9 april 2026. Defensie en EZK zijn voornemens
om de E-brief met de conclusies eind 2026 met uw Kamer te delen.
Het aanvullende onderzoeksrapport van de ADR, dat zowel het proces van totstandkoming
van de evaluatie behandelt als de controleerbaarheid, volledigheid en deugdelijkheid
van de informatie in het E-document, zal waar mogelijk gelijktijdig met de E-brief
aan uw Kamer worden aangeboden.
De Staatssecretaris van Defensie,
D.G. Boswijk
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
H.G. Herbert
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie -
Mede ondertekenaar
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat