Brief regering : Uitvoering moties over Soedan
29 237 Afrika-beleid
Nr. 257
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2026
Met deze brief informeren wij uw Kamer over de situatie in Soedan en over de uitvoering
van meerdere toezeggingen, moties en een amendement, in lijn met de uitwisseling tussen
de toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken en de Tweede Kamer tijdens het commissiedebat
Raad Buitenlandse Zaken van 13 januari 2026. De moties zijn aangenomen naar aanleiding
van het commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken van 19 november 2025, het plenaire
debat over Soedan van 10 december 2025, het tweeminutendebat Wapenexportbeleid van
14 januari jl. en de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken van 28 januari jl.
Huidige situatie
Op 15 april 2023 brak in Soedan een gewapend conflict uit tussen het leger, de Sudanese Armed Forces (SAF) en de paramilitaire groepering Rapid Support Forces (RSF). Het conflict, dat in april zijn vierde jaar ingaat, heeft geleid tot de grootste
humanitaire en ontheemdingscrisis ter wereld.
Naar schatting zullen dit jaar 33,7 miljoen mensen dringend humanitaire hulp nodig
hebben. Bijna de helft van de bevolking – circa 21,2 miljoen mensen – kampt met voedselonzekerheid.
De Integrated Food Security Phase Classification (IPC), het internationale systeem voor voedselzekerheid, stelde eerder hongersnood
vast in delen van Darfoer en Kordofan en waarschuwde in een recent bericht dat acute
ondervoeding zich verder heeft verspreid naar andere gebieden in Darfoer, waaronder
Um Baru en Kernoi.1
Eind oktober 2025 nam de RSF de stad El Fasher in Darfoer op gewelddadige wijze in.
Volgens het meest recente rapport van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde
Naties voor de Mensenrechten (OHCHR) kwamen in de eerste drie dagen van het offensief
door de RSF en geallieerde milities meer dan 6.000 burgers om het leven.
Daarnaast worden nog altijd vele duizenden personen vermist.2 Het recente rapport van de onafhankelijke VN Fact-Finding Mission
for Sudan (FFM) concludeert op basis van het verzamelde bewijs van de handelingen en de intenties
van de RSF in en rond El-Fasher, dat er indicaties zijn die wijzen op genocide. Hierbij
is meegewogen dat de gewelddadige inname van de stad volgde op een achttien maanden
durende belegering, waarbij doelbewust leefomstandigheden werden gecreëerd die waren
gericht op de (gedeeltelijke) vernietiging van niet-Arabische bevolkingsgroepen, met
name de Zaghawa en de Fur.3
De afgelopen maanden heeft de frontlinie zich verplaatst naar de regio’s Blauwe Nijl,
en Noord-, Zuid- en West-Kordofan, waar zware gevechten en luchtaanvallen plaatsvinden.
Door beide strijdende partijen worden hierbij drones ingezet en worden burgerobjecten
getroffen. De olierijke Kordofan-regio ligt tussen de westelijke gebieden onder controle
van de RSF en de oostelijke gebieden onder controle van de SAF. De Blauwe Nijl regio
ligt op de grens met Zuid-Soedan en Ethiopië. Deze regio’s zijn vanwege hun grondstoffen
en strategische ligging voor de aanvoer van goederen uit buurlanden van groot militair
belang.
Ondanks internationale bemiddelingspogingen, is er tot op heden geen sprake van een
staakt-het-vuren. In juni 2025 richtten de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische
Emiraten, Egypte en Saoedi Arabië de Quad-groep op. Op 3 februari 2026 kondigde de
VS-gezant voor Arabische en Afrikaanse zaken, Massad Boulos, aan dat de Quad een vredesplan
voor Soedan heeft opgesteld. Tot dusver hebben de strijdende partijen geen vredesplan
aanvaard.
Eind 2025 werd daarnaast de Quintet-groep opgericht bestaande uit de Afrikaanse Unie
(AU), de Intergovernmental Authority on Development (IGAD), Liga van Arabische Staten (LAS), Europese Unie (EU) en de Verenigde Naties
(VN). Het Quintet neemt de leiding bij het mobiliseren van civiele groepen, politieke
actoren, het maatschappelijk middenveld, grassroots organisaties en diaspora. Het werk van de Quintet-groep zal van belang zijn om een
tijdelijk staakt-het-vuren te laten overgaan in een inclusief politiek proces met
blijvende vrede als doel.
Nederlandse inzet
Diplomatie
Nederland spant zich in voor een duurzame oplossing van het conflict en treedt bij
voorkeur op in Europees verband, om zo veel mogelijk slagkracht te hebben in een complex
speelveld. In oktober 2025 zijn, mede dankzij Nederlandse inzet, nieuwe Raadsconclusies
over Soedan aangenomen waarin de EU de strijdende partijen oproept om 1) te komen
tot een staakt-het-vuren; 2) humanitaire toegang te verlenen en burgers te beschermen;
3) een geloofwaardige transitie naar civiel bestuur te ondersteunen; en 4) rechtsstatelijkheid,
accountability en respect voor internationaal recht te waarborgen. Als initiatiefnemer van de EU
Kerngroep voor Soedan, opgericht eind 2024, pleit Nederland er daarnaast voor dat
de EU actief deelneemt aan het vredesproces in Soedan en het conflict structureel
op de agenda houdt van de Raad Buitenlandse Zaken, zoals toegezegd aan het lid Bamenga
tijdens het plenair debat Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp op 15 januari
2026.4
Nederland ondersteunt het werk van het Quintet door nauw contact met de EU, VN, AU
en het Soedanese maatschappelijk middenveld te onderhouden en door diverse NGO’s gericht
op conflictbemiddeling te ondersteunen conform motie Teunissen.5 In een recente ontmoeting met de EU Speciaal Vertegenwoordiger voor de Hoorn van
Afrika sprak de Minister van Buitenlandse Zaken over de manier waarop Nederland kan
een grotere bijdrage kan leveren aan de doelstellingen van de EU en het Quintet. Ook
steunt Nederland het kantoor van de VN gezant voor Soedan.
Op 15 april 2026 – drie jaar na het uitbreken van de oorlog – organiseert de EU met
Duitsland, AU, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk een conferentie
in Berlijn ter ondersteuning van het vredesproces in Soedan.
Tijdens de conferentie, waaraan ook Nederland deelneemt, zullen landen aangeven hoeveel
geld zij beschikbaar stellen in 2026 voor hulp aan Soedan en buurlanden. Daarnaast
zal gesproken worden over naleving van het humanitair oorlogsrecht, waarbij Nederland
specifiek aandacht zal vragen voor de veiligheid en bescherming van hulpverleners.
Ook zal Nederland wijzen op de rol van lokale organisaties, inclusief gemeenschapsorganisaties
zoals de Emergency Response Rooms.
Tot slot zet Nederland zich in diverse multilaterale fora actief en zichtbaar in om
de crisis in Soedan te agenderen en bij te dragen aan gerechtigheid voor slachtoffers.
In augustus 2025 is Nederland toegetreden tot de kerngroep van de Soedan-resolutie
in de Mensenrechtenraad. Deze resolutie mandateert de onafhankelijke FFM, die rapporteert
over mensenrechtenschendingen die in het kader van het conflict worden gepleegd. Naar
aanleiding van het meest recente FFM rapport over El Fasher is Nederland in februari
jl. onderdeel geworden van een coalitie voor de preventie van wreedheden en voor gerechtigheid
in Soedan opgericht op initiatief van het Verenigd Koninkrijk, genaamd Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan.
Sancties
Nederland zet zich onverminderd in voor uitbreiding van EU-sancties tegen entiteiten
en individuen met betrokkenheid bij het gewapend conflict en grove mensenrechten schendingen.
In lijn met de motie Van den Burg c.s.6 over het in Europees verband opvoeren van de druk op alle betrokken partijen bij
het conflict, de moties Kröger c.s. over van het koppelen van EU-sancties aan sanctielijsten
van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk7 en over het uitbreiden van de sanctielijst met netwerken die de RSF ondersteunen,8 is in de Raad Buitenlandse Zaken van 29 januari jl. een nieuw sanctiepakket aangenomen.
Daarbij zijn vijf RSF- en twee SAF-gelieerde individuen op de EU-sanctielijst geplaatst.
Ook in de komende periode blijft Nederland zich inzetten voor verdere uitbreiding
van EU-sancties, met als doel het tegengaan van de oorlogseconomie, waarvan goudsmokkel
uit Soedan een belangrijk onderdeel uitmaakt. Met deze inzet geeft het kabinet uitvoering
aan de motie Kröger c.s.9 motie Ceder.10 Het is hierbij van belang om te komen tot een combinatie van maatregelen die enerzijds
de oorlogseconomie effectief tegengaat en anderzijds niet tot ongewenste effecten
voor de kwetsbare Soedanese bevolking leidt. Bovendien moet worden benadrukt dat EU-sancties
tot stand komen op basis van een juridisch houdbaar voorstel en dat besluitvorming
plaatsvindt op basis van unanimiteit.
Wapenexportcontrole
Op 16 december 2025 is naar aanleiding van het plenaire debat over de situatie in
Soedan de motie Teunissen c.s.11 aangenomen waarin de regering wordt verzocht te borgen dat in Nederland geproduceerde
robotvoertuigen die als wapens kunnen worden ingezet of onderdelen daarvan, niet via
de Verenigde Arabische Emiraten bij strijdende partijen in Soedan terechtkomen.
Daarnaast zijn op 20 januari 2026, naar aanleiding van het tweeminutendebat over het
wapenexportbeleid, de motie Van Baarle en Dobbe12 en de motie Dobbe c.s.13 aangenomen. In de motie Van Baarle en Dobbe wordt de regering verzocht zich binnen
de bestaande mogelijkheden in te spannen om het risico op doorlevering van vanuit
Nederland geëxporteerde militaire goederen en dual-use goederen naar Soedan verder te beperken. In de motie Dobbe c.s. wordt de regering
verzocht zich in te zetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen
in Soedan te stoppen en daarbij ook expliciet te kijken naar het wapenexportbeleid,
om te voorkomen dat wapens via Nederland in handen komen van strijdende partijen in
Soedan.
Het kabinet toetst alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen
en dual-use goederen met militair eindgebruik per geval en zorgvuldig. Daarbij is specifieke
aandacht voor het omleidingsrisico naar Soedan. Als een duidelijk risico bestaat op
ongewenst eindgebruik, zoals een bijdrage aan ernstige mensenrechtenschendingen of
omleiding, dan wordt een vergunningaanvraag afgewezen. Daarmee volstaat het staande
beleid om ongewenste transacties te voorkomen en wordt middels dat beleid invulling
gegeven aan de motie Dobbe, de motie Teunissen c.s., de motie Dobbe c.s. en de motie
Van Baarle en Dobbe. Nederland heeft voorts in de relevante EU-raadswerkgroep COARM
andere lidstaten gewezen op de risico’s van omleiding van wapens naar Soedan.
Naast deze inzet heeft Nederland zich onverminderd ingezet voor uitbreiding van EU-sancties
tegen entiteiten en individuen. Onderdeel van deze inzet is het sanctioneren van individuen
en entiteiten die een belangrijke rol spelen bij wapenstromen naar Soedan.
Daarnaast zijn op 16 december 2025 twee moties aangenomen (Dobbe c.s.14 en Van der Werf c.s.15) met het verzoek aan de regering zich te blijven inspannen voor uitbreiding van het
VN-wapenembargo naar geheel Soedan. Nederland zet zich reeds in EU-verband in voor
een dergelijke uitbreiding en heeft ook in bilaterale contacten de wens uitgesproken
om het VN-embargo te verbreden. Vooralsnog is hiervoor in de VN-Veiligheidsraad echter
onvoldoende steun.
Humanitaire hulp
In Soedan zijn gemeenschapsorganisaties zoals de Emergency Response Rooms (ERR’s) cruciaal bij hulpverlening in moeilijk bereikbare gebieden. Daarom blijft
Nederland organisaties die op lokaal niveau werken ondersteunen, conform motie Van
Baarle en Dobbe.16 Nederland doet dit via de Rode Kruis beweging en de Dutch Relief Alliance (DRA), maar ook door het financieren van het VN-Sudan Humanitarian Fund. Dit fonds ondersteunt mede de Emergency Response Rooms maar ook andere organisaties in gebieden waar momenteel zwaar wordt gevochten, zoals
Darfoer en Kordofan. De EUR 15 miljoen die in de laatste maanden van 2025 extra beschikbaar
kwam voor Soedan is mede daarom aan het Sudan Humanitarian Fund toegekend.
Bescherming en humanitaire toegang
Bescherming en psychosociale noden vormen een integraal onderdeel van de humanitaire
respons en zijn opgenomen in humanitaire responsplannen. Dit geldt ook voor zorg voor
slachtoffers van seksueel- en gendergerelateerd geweld. Humanitaire organisaties die
door Nederland worden gefinancierd, zoals de Dutch Relief Alliance, de Rode Kruis
beweging, VN-organisaties en hun lokale partners, hebben bescherming van burgers in
hun programmering opgenomen. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de motie Dobbe
c.s.17 over voldoende bescherming en psychosociale hulp voor slachtoffers van seksueel geweld
in Soedan. In gesprekken met partners blijft Nederland het belang van bescherming
en psychosociale ondersteuning benadrukken. Bescherming is daarnaast een onderwerp
dat in alle onderdelen van een humanitaire respons terugkomt, zoals gezondheidszorg,
voedselhulp en onderdak.
Nederland pleit samen met andere landen waaronder EU-lidstaten voor naleving van het
humanitair oorlogsrecht en voor ongehinderde humanitaire toegang. Conform de motie
Van der Burg c.s18 en de motie Ceder/Kröger19 heeft Nederland daartoe een aantal gezamenlijke verklaringen ondertekend en brengt
Nederland dit ook in bilaterale contacten op, bijvoorbeeld in gesprekken met landen
die invloed hebben op of contact hebben met de strijdende partijen.
Ondanks deze diplomatieke inzet blijven aanzienlijke problemen bestaan met humanitaire
toegang onder meer door onveiligheid en praktische en administratieve belemmeringen,
met name bij grenzen en frontlinies. Mede dankzij diplomatieke druk blijft de belangrijke
grensovergang met Tsjaad bij Adré echter open voor humanitaire transporten naar Darfoer.
Overig
Op 28 januari jl. is tijdens de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken een amendement
ingediend door de leden Dobbe en Ceder20 over financiering voor Rabia Dabanga. Nederland biedt steun aan verschillende onafhankelijke
media wereldwijd om hiermee persvrijheid en toegang tot informatie te vergroten, ook
in Soedan. Zo is Radio Dabanga in 2025 met EUR 750.000 ondersteund en wordt de mogelijkheid
voor een nieuwe bijdrage voor 2026 momenteel bezien conform het amendement van Dobbe
en Ceder. Daarover zullen de betreffende partners t.z.t. geïnformeerd worden.
Naar aanleiding van het Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB)-rapport
over mensenrechten heeft het kabinet toegezegd te werken aan het in kaart brengen
van een do-no-harm raamwerk binnen het internationale migratiebeleid. Hiermee wordt tevens uitvoering
gegeven aan de motie-Ceder.21
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Indieners
-
Indiener
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Medeindiener
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking