Brief regering : WODC-rapport 'Schatting van het aantal onrechtmatig verblijvende vreemdelingen medio 2018-2019 tot medio 2022- 2023’
19 637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3526
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2026
Hierbij bied ik u het rapport «Schattingen onrechtmatig in Nederland verblijvende
vreemdelingen medio 2018–2019 tot medio 2022- 2023» aan uitgevoerd door de Universiteit
Utrecht in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam, in opdracht van het
WODC. Deze schatting is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 18 juni
2024 aan uw Kamer toegezegd. Tevens is destijds aangegeven dat uw Kamer een beleidsreactie
zou ontvangen naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek. Het kabinet acht
het, gezien de vertraging bij de oplevering van het rapport en de relevantie voor
de vragen van de Eerste Kamer over de novelle strafbaarstelling illegaliteit, van
belang het rapport zo spoedig mogelijk openbaar te maken. De beleidsreactie, waarin
het kabinet nader zal ingaan op de deze bevindingen, zal uw Kamer zodra gereed worden
toegezonden.
Vooruitlopend op deze beleidsreactie breng ik een aantal bevindingen uit het onderzoek
onder de aandacht:
• Voor de periode medio 2022- medio 2023 wordt het aantal onrechtmatig verblijvende
vreemdelingen geschat tussen de circa 16.955 en 23.175 personen. Deze schatting is
vergelijkbaar met de eerdere schatting, met dezelfde methodiek, voor 2017–2018 (18.000
tot 27.000).1
• De onderzoekers concluderen dat de nieuwe schattingen wijzen op een relatief stabiele
omvang van de populatie onrechtmatig verblijvende vreemdelingen in Nederland gedurende
de onderzochte periode.
• Daarnaast blijkt dat deze populatie hoofdzakelijk bestaat uit arbeidsmigranten uit
de nieuwe wervingslanden buiten de Europese Unie en vreemdelingen waarvan de asielaanvraag
is afgewezen.
• Voorts stellen de onderzoekers dat de vraag naar arbeid een belangrijke stimulerende
factor vormt voor de instroom van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen, terwijl
restrictief migratiebeleid en de uitbreiding van de EU de ontwikkeling afremmen.
Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.