Brief regering : Appreciatie gewijzigd amendement van de leden Westerveld en Dassen over gezinshereniging ook mogelijk maken voor pleegkinderen en voor mensen die in het land van herkomst niet mogen trouwen (Kamerstuk 36871-62) en amendement van het lid Ceder over het laten vervallen van de aanvullende voorwaarden voor nareis voor minderjarige kinderen (Kamerstuk 36871-63)
36 871 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Nr. 65
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2026
Gisteren stuurde ik uw Kamer een brief over de appreciaties van de moties en amendementen
die zijn ingediend met betrekking tot de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en
migratiepact 2026 tot en met (Kamerstuk 36 871, nr. 64). Na verzending van die brief zijn er nog twee amendementen ingediend, te weten:
het gewijzigd amendement Westerveld/Dassen (Kamerstuk 36 871, nr. 62), ter vervanging van nummer 26 en het amendement Ceder (Kamerstuk 36 871, nr. 63). Met deze brief apprecieer ik beide amendementen.
Amendement Westerveld/Dassen (Kamerstuk 36 871, nr. 62)
Het amendement Westerveld/Dassen beoogt te regelen dat gezinshereniging ook mogelijk
is voor pleegkinderen en voor mensen die in het land van herkomst niet mogen trouwen
omdat zij bijvoorbeeld LHBTIQ+ persoon zijn. Tijdens het wetgevingsoverleg hebben
wij uitvoerig gesproken over deze groep nareizigers. Daarbij heb ik het amendement
ontraden vanwege de keuze die is gemaakt ten aanzien van de beperking tot het kerngezin,
maar ook gewezen op de ruimte voor gezinshereniging die blijft bestaan via toetsing
aan artikel 8 van het EVRM.
De wijziging in het amendement Westerveld/Dassen leidt niet tot een wijziging van
de eerder gegeven appreciatie. Om die reden ontraad ik ook het gewijzigd amendement met Kamerstuk 36 871, nr. 62.
Amendement Ceder (Kamerstuk 36 871, nr. 63)
Het amendement Ceder beoogt voor minderjarige kinderen van subsidiair beschermden
de aanvullende voorwaarden voor nareis te schrappen. Eerder heb ik toegelicht dat
de regering met de Uitvoerings- en implementatiewet de ruimte wil gebruiken die het
EU-recht laat om grip te krijgen op migratie. Daartoe behoren ook de aangescherpte
regels voor nareis van subsidiair beschermden. Er bestaat geen reden om van dit uitgangspunt
af te wijken. Tegelijkertijd geldt ook hier dat er in individuele gevallen toetsing
aan artikel 8 EVRM plaatsvindt. Om deze redenen ontraad ik het amendement Ceder met Kamerstuk 36 871, nr. 63.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie