Brief regering : Ontwerpbesluit, houdende wijziging van lijst I en IA, behorende bij de Opiumwet in verband met de plaatsing van een middel op lijst I en de toevoeging van een stofgroep aan lijst IA
24 077 Drugbeleid
A/ Nr. 559
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op
31 maart 2026.
De wens dat het in het ontwerp van de maatregel geregelde onderwerp bij wet wordt
geregeld kan door of namens een van beide Kamers te kennen worden gegeven uiterlijk
op 28 april 2026.
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2026
Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit, houdende wijziging van lijst I en IA, behorende
bij de Opiumwet in verband met de plaatsing van een middel op lijst I en de toevoeging
van een stofgroep aan lijst IA. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u
naar de ontwerp-nota van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure
(de artikelen 3a, vierde lid, en 3aa, vierde lid, van de Opiumwet) en biedt uw Kamer
de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling
advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.
Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging
van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit
niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal
is overgelegd.
Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.Th.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport