Brief regering : Positie van het kabinet ten aanzien van deelname aan het Europese AI-gigafabriekeninitiatief
26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Nr. 1499
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2026
Kunstmatige intelligentie (AI) ontwikkelt zich in hoog tempo en vormt een steeds belangrijkere
motor voor innovatie, economische groei en het versterken van het Europese concurrentievermogen.
Voor het trainen en toepassen van AI-modellen is rekeninfrastructuur noodzakelijk.
AI-rekeninfrastructuur is niet alleen een economisch vraagstuk. Het vermogen om in
Nederland en Europa zelfstandig AI-modellen te ontwikkelen en te hosten raakt aan
de bescherming van publieke waarden, aan de zeggenschap over data van burgers en overheden,
en aan de weerbaarheid bij geopolitieke verstoringen. In Europees verband wordt daarom
gewerkt aan het uitbouwen van rekeninfrastructuur, onder andere met AI-fabrieken en
AI-gigafabrieken1. De Kamer is op 19 december jl. geïnformeerd over de voortgang van de AI-fabriek
in Groningen en het AI-gigafabriekeninitiatief.2
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de positie van het kabinet ten aanzien van
het Europese AI-gigafabriekeninitiatief.
Hoofdlijn van het kabinetsstandpunt
Op korte termijn moeten lidstaten bij de Europese Commissie aangeven of zij zich financieel
zullen committeren aan een gezamenlijke aanbesteding van grootschalige rekencapaciteit
bij nog te selecteren en te ontwikkelen Europese AI-gigafabrieken. Het kabinet constateert
dat binnen de huidige begroting geen ruimte bestaat voor het aangaan van de vereiste
financiële verplichtingen ten behoeve van de aanbesteding van grootschalige rekencapaciteit
bij een AI-gigafabriek via EuroHPC. Hierdoor kan nu geen publieke rekencapaciteit
worden aanbesteed bij AI-gigafabrieken die mogelijk zullen worden gerealiseerd binnen
de kaders van EuroHPC.
Het kabinet is, in lijn met het rapport-Wennink, voorstander van AI-gigafabrieken
die volledig door de markt worden gefinancierd, waarbij voor het kabinet een taak
ligt om de randvoorwaarden daarvoor te versterken. Daarnaast investeert het kabinet
met € 71 miljoen in een AI-fabriek in Groningen, met een totaal van ruim € 200 miljoen
vanuit een samenwerking met regio Groningen en Noord-Drenthe en de Europese Commissie.
Private initiatieven en investeringen in AI-infrastructuur die het Nederlandse en
Europese AI-ecosysteem versterken, worden aangemoedigd. Voor bestaande plannen van
private initiatiefnemers voor grootschalige AI-rekenfaciliteiten (AI-gigafabrieken)
in Nederland geldt dat het huidige beleid hiervoor ruimte biedt, mits zij voldoen
aan de geldende wet- en regelgeving. De ambitie van het kabinet is om het vergunningsbeleid
voor datacenters te stroomlijnen. In dat verband is het kabinet in afwachting van
onder meer de nog te publiceren Europese Cloud & AI Development Act.
Het kabinet kiest daarmee voor een flexibele en duurzame doorontwikkeling van AI-infrastructuur,
die meegroeit met de marktvraag, zonder nu al een grootschalige voorreservering van
rekencapaciteit door de Rijksoverheid vast te gaan leggen bij eventuele toekomstige
AI-gigafabrieken (in het kader van EuroHPC).
Overwegingen van het kabinet
Het kabinet heeft kennisgenomen van het onderzoek naar de mogelijke meerwaarde van
een AI-gigafabriek in Nederland dat is uitgevoerd door Ecorys.3 Uit deze verkenning blijkt dat een AI-gigafabriek onder bepaalde voorwaarden kan
bijdragen aan het versterken van strategische autonomie en het vestigingsklimaat.
Tegelijkertijd concludeert het rapport dat de feitelijke meerwaarde sterk afhankelijk
is van het ontwerp en het gebruiksdoel van de infrastructuur. Een grootschalige en
centrale AI-gigafabriek is met name relevant voor het trainen van de meest geavanceerde
AI-modellen. Maar voor veel toepassingen, met name het draaien van reeds getrainde
AI-modellen (inferentie), volstaan kleinere rekenfaciliteiten.
Het rapport van Ecorys wijst daarnaast op verschillende randvoorwaarden en onzekerheden.
Zo vraagt een AI-gigafabriek om zeer omvangrijke investeringen en is het onzeker in
hoeverre Nederlandse partijen op korte termijn zelfstandig zeer geavanceerde AI-modellen
zullen ontwikkelen die dergelijke rekencapaciteit vereisen. Ook wordt gewezen op de
mogelijkheid van een gefaseerde ontwikkeling van rekeninfrastructuur, waarbij capaciteit
stapsgewijs kan worden uitgebreid naarmate de vraag toeneemt. De structurele behoefte
aan grootschalige AI-rekenkracht ontwikkelt zich mondiaal gezien dynamisch, is deels
nog een verwachting en is veelal nog niet scherp gearticuleerd. Ook wordt de vorm
van AI-infrastructuur in sterke mate bepaald door de aard van de AI-toepassingen en
de behoeften van gebruikers. Om die reden wordt momenteel de rekenbehoefte binnen
de overheid nader in kaart gebracht en wordt onderzocht hoe de coördinatie van AI-rekenkracht
voor de overheid georganiseerd kan worden.
Binnen het Europese programma European High Performance Computing Joint Undertaking
(EuroHPC JU), waar Nederland onderdeel van is, wordt gewerkt aan een netwerk van Europese
(AI-geoptimaliseerde) supercomputers, met meerdere AI-fabrieken en AI-gigafabrieken.
Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden kunnen al via dit programma
rekencapaciteit aanvragen en gebruikmaken van de beschikbare infrastructuur. Dat geldt
ook voor de AI-fabriek in Groningen, dat onderdeel zal zijn van dit netwerk. Bij de
toekomstige AI-gigafabrieken binnen EuroHPC geldt dat daar in een later stadium tegen
marktconforme prijzen rekencapaciteit ingekocht kan worden. Dit betekent dat Nederlandse
bedrijven, kennisinstellingen en overheden gebruik kunnen maken van de infrastructuur
die in de Europese Unie wordt ontwikkeld.
Ook spelen ruimtelijke- en energierandvoorwaarden een belangrijke rol. Grootschalige
AI-rekenfaciliteiten brengen aanzienlijke ruimtelijke claims met zich mee en vragen
om substantiële hoeveelheden elektriciteit. Nederland staat voor uitdagingen op het
gebied van netcongestie en ruimtelijke schaarste. Het kabinet vindt het noodzakelijk
dat nieuwe AI-infrastructuur zorgvuldig wordt ingepast binnen de nationale energie-
en ruimtelijke kaders, met aandacht voor energie-efficiëntie, duurzaamheid en de impact
op het elektriciteitsnet. De daadwerkelijke impact van een AI-gigafabriek is sterk
afhankelijk van onder meer het ontwerp, de schaal en de locatie.
Verdere ontwikkeling van AI-rekeninfrastructuur
Het kabinet kiest voor een gefaseerde ontwikkeling van AI-infrastructuur langs drie
sporen.
Ten eerste de versterking van publieke AI-rekeninfrastructuur. De publiek gefinancierde
AI-fabriek in Groningen, evenals AI-fabrieken in andere lidstaten, zullen onderzoekers,
bedrijven en overheden de mogelijkheid bieden om geavanceerde AI-toepassingen te kunnen
ontwikkelen.
Ten tweede de facilitering van private investeringen. Naast publieke infrastructuur
kunnen Nederlandse bedrijven en organisaties nu al gebruik maken van bestaande commerciële
AI-infrastructuur. Zowel Nederlandse als Europese aanbieders leveren reeds cloud-
en AI-diensten die geschikt zijn voor uiteenlopende toepassingen. Het kabinet werkt
aan het wegnemen van belemmeringen voor private partijen die willen investeren in
AI-infrastructuur in Nederland. Het kabinet stimuleert waar mogelijk het gebruik van
Europese cloud- en AI-diensten, mede in het licht van het versterken van strategische
autonomie. Zo streeft de overheid naar het gebruik van taalmodellen uit Nederland
en/of de EU.4 Er zijn in dat kader bijvoorbeeld een aantal AI-projecten bij Binnenlandse Zaken
die het Nederlandse taalmodel GPT-NL gaan beproeven in de praktijk, mede ten behoeve
van de doorontwikkeling van het model.5 Verder worden er pilots opgestart bij een aantal overheidspartijen met AI die processen
in de digitale werkomgeving ondersteunt, waarbij de AI-modellen gedraaid worden door
een Nederlandse partij op hardware in Nederland.6
Ook ziet het kabinet kansen voor innovatieve vormen van AI-rekeninfrastructuur. Hierbij
kan onder meer worden gedacht aan edge-computing voor toepassingen met minimale vertraging,
energie-efficiënte en gespecialiseerde AI- of fotonica chips voor het toepassen van
AI (inferentie), en neuromorphic computing voor autonome en sensorgebaseerde systemen.
Zo werd in november 2025 de innovatiemissie «Future of Compute» naar het Verenigd
Koninkrijk georganiseerd, mede ondersteund door Digital Holland en de AI Coalitie
voor Nederland (AIC4NL). Deze missie richtte zich op AI, geïntegreerde fotonica en/of
neuromorphic computing. Deze infrastructuurvormen zijn sterk in ontwikkeling en kunnen
relevant zijn voor toepassingen waarbij snelheid, energie-efficiëntie en lokale verwerking
cruciaal zijn, zoals robotica, industriële automatisering, medische toepassingen en
precisielandbouw. Focus op deze gebieden sluit aan bij bestaande Nederlandse kennis
en industriële sterktes en kan bijdragen aan zowel economische waarde als maatschappelijke
impact. Het integrale en data-gedreven Actieprogramma Duurzame Digitalisering7 brengt deze ontwikkelingen op het grensvlak van digitalisering en verduurzaming samen.
Ten derde het benutten van Europese samenwerking binnen de EuroHPC JU. Het kabinet
zet zich er actief voor in dat Nederlandse partijen optimaal toegang krijgen tot deze
bestaande en toekomstige Europese rekencapaciteit binnen de EuroHPC JU.
Tot slot
Nederland kiest voor een gefaseerde aanpak en strategische ontwikkeling van AI-infrastructuur:
de overheid koopt rekenkracht in aansluitend bij haar vraag, stimuleert waar nodig
het aanbod, behoudt flexibiliteit in een snel veranderend technologisch landschap
en zoekt actief aansluiting bij Europese samenwerking.
Hierdoor kan Nederland een sterke positie uitbouwen binnen het Europese AI-ecosysteem,
waarbij economische en maatschappelijke voordelen worden gemaximaliseerd en publieke
investeringen zorgvuldig en doelmatig worden ingezet.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
W.J.M. Aerdts
Indieners
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat