Brief regering : Appreciatie van de gewijzigde motie van het lid Hoogeveen over lidstaten die te weinig bilaterale steun aan Oekraïne leveren hierop aanspreken (t.v.v. Kamerstuk 36045-275)
36 045 Situatie in Oekraïne
Nr. 290
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 maart 2026
Hierbij ontvangt u mijn appreciatie op de aangepaste motie van het lid Hoogeveen,
Kamerstuk 36 045, nr. 291 (ter vervanging van die gedrukt onder 36 045 nr. 275) welke de regering verzoekt EU-lidstaten die achterblijven in hun bilaterale steun
daarop aan te spreken en nieuwe gezamenlijke Europese leningen niet als vervanging
daarvan te zien.
De strijd tegen Russische agressie in Oekraïne gaat over de veiligheid van heel Europa.
Europese en bredere internationale steun blijft voor Oekraïne van existentieel belang
om zich staande te houden op het slagveld en maatschappelijk overeind te blijven.
Het kabinet zet de eigen militaire en financiële steun aan Oekraïne meerjarig en onverminderd
voort. Hierbij blijft het kabinet zich ook inzetten voor eerlijke lastendeling tussen
EU-lidstaten onderling. De voorgestelde steunlening van EUR 90 mld. voor Oekraïne1, waarvoor deelnemende lidstaten naar rato garant staan en bijdragen aan financiering
van de rentekosten, draagt bij aan deze lastendeling. Tegelijkertijd is duidelijk
dat de EUR 90 mld. op zichzelf niet voldoende is om Oekraïne van de noodzakelijke
steun te voorzien en blijft het van belang dat EU-lidstaten die relatief achterblijven
in hun steun ook hun bilaterale militaire steun aan Oekraïne intensiveren. Nederland
brengt dit reeds in EU-verband en in bilaterale contacten regelmatig onder de aandacht
en spreekt lidstaten ook aan op het belang van het eerlijke lastendeling. Dit zal
het kabinet blijven doen. Het advies op deze motie is daarom «Oordeel Kamer».
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken