Brief regering : Kabinetsreactie WODC onderzoek Politievrijwilligerswerk gewaardeerd Kosten en baten van politievrijwilligers
29 628 Politie
Nr. 1320
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 maart 2026
In 2023 stelde de politie, in samenwerking met het Ministerie van Justitie en Veiligheid
en de politievakbonden, het «Werkplan groeimodel politievrijwilligers. Instroom en
inzet borgen vergroten en verbreden» op. Mede naar aanleiding van de motie Bisschop1, waarin de regering werd verzocht met een plan van aanpak te komen om de norm van
10% politievrijwilligers voor eind 2027 te behalen.2 In dit werkplan zijn per type politievrijwilliger verschillende maatregelen en acties
opgenomen die kunnen leiden tot extra groei van het aantal politievrijwilligers. De
politie kent verschillende typen politievrijwilligers, namelijk politievrijwilligers
met een ATH aanstelling (voor de uitvoering van administratieve, technische of andere
taken voor de politie), executieve politievrijwilligers met generieke inzetbaarheid,
executieve politievrijwilligers met specifieke inzetbaarheid en politievrijwilligers
met een ATH aanstelling die worden aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar
(ATH-boa). Bij het opstellen van dit werkplan werd rekening gehouden met de noodzaak
om voorrang te geven aan het opleiden van beroepskrachten vanwege de onderbezetting
in de basisteams.
Aangezien het werkplan veel maatregelen en acties bevat is prioritering noodzakelijk.
Hiervoor is richting en commitment van belang. Over de kosten en baten van het opleiden
en inzetten van de verschillende typen politievrijwilligers was nog weinig bekend.
Om tot onderbouwde keuzes te komen is het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
(WODC) gevraagd het volgende te onderzoeken:
1. Hoe verhouden de investeringen en de opbrengsten van de inzet van politievrijwilligers
met verschillende aanstellingsvormen (typen) zich tot elkaar?
2. Welk onderscheid is er naar de directe kosten en baten en de maatschappelijke kosten
en baten die uit de verschillende typen aanstellingen volgen?
3. Welke randvoorwaarden gelden bij een grotere inzet van politievrijwilligers binnen
de verschillende aanstellingsvormen?
De uitkomsten van het onderzoek moesten inzicht geven in de kosten en baten van politievrijwilligers
per aanstellingsvorm voor de politie, de politievrijwilligers, de overheid en de maatschappij.
Uitkomsten WODC-onderzoek
In opdracht van het WODC voerde het onderzoeksbureau Atlas research het onderzoek
uit middels een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). Naast het analyseren
van kwantitatieve gegevens hield dit onderzoeksbureau ook interviews met beleidsmakers,
bestuurders en deskundigen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Nationale
Politie, de politievakbonden (ACP, NPB en Equipe), de Landelijke Organisatie Politievrijwilligers
(LOPV),de Politieacademie en de politievrijwilligers.
De onderzoekers concluderen dat het saldo van de kosten en baten over de gehele verwachte
aanstellingsduur (van circa tien jaar) van een extra politievrijwilliger, zonder voorafgaande
politieloopbaan, voor elk van de vier typen politievrijwilligers ruimschoots positief
is. Het positieve saldo loopt uiteen van ruim 33 duizend euro voor elke extra ATH-politievrijwilliger tot ruim 95 duizend euro voor elke extra generiek executieve politievrijwilliger.
Dit effect is groter bij de inzet van politievrijwilligers met een politieloopbaan,
zoals gepensioneerden.
Op basis van het berekende grote, positieve saldo van de inzet en instroom van nieuwe
politievrijwilligers, stellen de onderzoekers als handelingsperspectief voor om verder
in te zetten op het vergroten van zowel de opleidingscapaciteit bij de Politieacademie
als de begeleidingscapaciteit van praktijkbegeleiders in de eenheden. De kosten van
het aantrekken van nieuwe docenten en praktijkbegeleiders om extra politievrijwilligers
op te leiden en te begeleiden, wegen op tegen de baten. Als kanttekening geven de
onderzoekers aan dat bij de huidige onderbezetting van de formatie de opleiding van
executieve beroepskrachten voorrang krijgt boven die van politievrijwilligers. Beroepskrachten
zijn in verhouding tot de kosten van de opleiding veel meer uren inzetbaar dan politievrijwilligers.
Ondanks dat benadrukken de onderzoekers het belang om de diversiteit van de verschillende
typen politievrijwilligers te borgen.
Tot slot stellen de onderzoekers voor om te komen tot een betere interne behoefteraming,
zodat politievrijwilligers kunnen worden ingezet op de plekken en voor de doelen waar
zij het meest kunnen ondersteunen.
Beleidsreactie
Ik ben de onderzoekers erkentelijk voor de grondige maatschappelijke kosten-batenanalyse
die zij hebben uitgevoerd. In het rapport dat het onderzoeksbureau Atlas research
heeft opgeleverd komt duidelijk naar voren dat het opleiden en inzetten van politievrijwilligers
leidt tot een positief baten en lasten saldo. Dit geldt voor elk van de vier typen
politievrijwilligers. Mede op basis van dit onderzoek heb ik, samen met de politie,
politievakbonden en de Landelijke Organisatie van Politievrijwilligers geconcludeerd
dat politievrijwilligers een waardevolle aanvulling zijn op de politieorganisatie,
nu en in de toekomst.
In januari 2026 stelde de politie een herijkte visie op politievrijwilligers vast
waarin de uitkomsten van dit WODC-onderzoek zijn betrokken. In deze visie is de kwalitatieve
en kwantitatieve meerwaarde van de inzet van politievrijwilligers opgenomen. Hierin
wordt onderstreept dat politievrijwilligers een onmiskenbare verbindende schakel vormen
tussen de politie en de burger, aangezien zij midden in de maatschappij staan, actief
signaleren wat er bij de burger leeft en als ambassadeur optreden voor de politie
in de samenleving. Daarnaast nemen politievrijwilligers professionele achtergronden,
specialismes en ervaringen mee waarmee zij de wendbaarheid en slagvaardigheid van
de politie in veiligheidsvraagstukken vergroten en de politieprofessie versterken.
Dit geldt zowel voor politievrijwilligers op straat als in de ondersteuning en bedrijfsvoering.
Naast deze kwalitatieve meerwaarde hebben de politievrijwilligers ook een kwantitatieve
meerwaarde. Politievrijwilligers bieden ondersteuning aan beroepsmedewerkers. Relevant
hierbij is dat politievrijwilligers altijd aanvullende capaciteit zijn. Het is een
bewuste keuze om politievrijwilligers geen onderdeel te maken van de formatie en bezetting.
De inzet van politievrijwilligers is geen terugvaloptie om meer personele capaciteit
te hebben voor reguliere taken.
Met en op basis van deze herijkte visie op politievrijwilligers wordt er momenteel
gewerkt aan een bedrijfsplan politievrijwilligers. Hierin staat de inbedding van de
politievrijwilliger in de politieorganisatie voorop. Daarnaast worden, op basis van
deze visie, de maatregelen en acties in het werkplan «Groeimodel politievrijwilligers»
geprioriteerd. Een aantal van deze maatregelen zijn al tot uitvoering gebracht, zoals
het werven van politiemedewerkers onder vertrekkende en pensioengerechtigden beroepskrachten.
Ook is recent de regelgeving aangepast zodat politievrijwilligers ook met een boa-aanwijzing
kunnen worden ingezet. Dit nieuw type politievrijwilligers wordt sinds eind 2025 geworven
en opgeleid. In 2026 worden vier klassen ATH-boa politievrijwilligers opgeleid voor
inzet in de arrestantenzorg, op de meldkamer of voor intake en service in de basisteams.
Voor de bekostiging van deze klassen is onder andere de incidentele bijdrage van 0,6
miljoen ingezet naar aanleiding van motie Bikker c.s..3 Deze ATH-boa opleiding wordt grotendeels door de Politieacademie uitbesteed aan een
externe partij.4 Daarnaast worden er ook vier klassen executieve politievrijwilligers met specifieke
inzetbaarheid opgeleid in 2026. In het opleidingsbehoeftestellingsproces voor 2027
worden politievrijwilligers expliciet meegenomen. Middels deze maatregelen blijft
de politie investeren in het aantrekken van nieuwe politievrijwilligers in navolging
van het WODC-onderzoek.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.