Brief regering : Ontwikkelingen rondom Wijkverplegingen
23 235 Thuiszorg en wijkverpleging
Nr. 261 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 maart 2026
Nederland heeft een sterke eerste lijn met zorgverleners die zich dagelijks met grote
betrokkenheid inzetten voor anderen. Om deze zorg ook in de toekomst toegankelijk
en betaalbaar te houden, zet dit kabinet in op het verder versterken van de eerstelijnszorg.
Voor veel mensen is het belangrijk om zorg te kunnen ontvangen in de eigen, vertrouwde
omgeving. De wijkverpleging is daarbij onmisbaar. Wijkverpleegkundigen komen achter
de voordeur, zien wat er werkelijk speelt en verbinden zorg en sociaal domein. Daarmee
zijn zij onmisbaar voor realiseren van passende zorg dicht bij mensen thuis.
Het kabinet wil investeren in een toekomstbestendig zorglandschap en zet daarbij in
op passende zorg als norm, ook in de wijkverpleging. Dit vraagt om blijvende aandacht
en anders kijken naar de zorg: meer sturen op zorg die bijdraagt aan gezondheid en
kwaliteit van leven. Het kabinet bouwt daarom verder op de afspraken uit de Visie
Eerstelijnszorg 20301, het Integraal Zorgakkoord (IZA)2, het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)3 en het Hoofdlijnenakkoord Ouderen (HLO)4. De wijkverpleging vervult hierin een sleutelrol en heeft de afgelopen jaren zelf
ook belangrijke stappen gezet om de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid
van de zorg te behouden. Daarbij is ingezet op onder andere het vergroten van zelfredzaamheid,
het verbeteren van de kwaliteit van de indicatiestelling, het toepassen van hulpmiddelen
en innovaties én op samenwerking. Deze ontwikkelingen dragen bij aan het bieden van
passende zorg en daar mag de sector trots op zijn.
Tegelijkertijd is goede toegang tot passende zorg geen vanzelfsprekendheid. Solidariteit
is een belangrijk uitgangspunt van het zorgstelsel en essentieel om de zorg ook in
de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden. Om die solidariteit te borgen, is
het kabinet voornemens een eigen bijdrage in de wijkverpleging in te voeren. De petitie
«Zet geen prijs op de wijkverpleging» laat zien dat het onderwerp zorgen en vragen
oproept. Middels deze brief geeft het kabinet gehoor aan het verzoek van de Kamer
om te reageren op deze petitie.
Daarnaast informeert het kabinet de Kamer met deze brief over de uitvoering van verschillende
moties en toezeggingen uit het commissiedebat wijkverpleging van september 2025.
Eigen bijdrage wijkverpleging: reactie op petitie
In de brief van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt het
kabinet om een reactie gevraagd op de petitie «Zet geen prijs op de wijkverpleging».
Het kabinet zet in op een toekomstbestendig zorglandschap. Ons zorgstelsel is gebouwd
op solidariteit: mensen die geen zorg nodig hebben, betalen mee aan de zorgkosten
van anderen. Gezonde mensen betalen mee aan de zorgkosten van burgers die ziek zijn.
Mensen met een hoog inkomen betalen meer dan mensen met een laag inkomen. En we ondersteunen
mensen met weinig geld die te maken hebben met een stapeling van zorgkosten. We betalen
veel samen, en als je daadwerkelijk zorg gebruikt, hoort daar een eigen financiële
bijdrage bij. Zo houden we de premies beheersbaar en zorgen we ervoor dat gezonde
mensen ook in de toekomst solidair willen blijven met mensen die zorg nodig hebben.
Als onderdeel hiervan zet het kabinet daarom in op het vragen van een eigen bijdrage
in de wijkverpleging. Tegelijkertijd begrijpt het kabinet dat deze maatregel zorgen
oproept, zoals die ook verwoord zijn in de petitie. De uitwerking van deze maatregel
vergt dus zorgvuldigheid, waarbij het kabinet de zorgen die in de petitie worden genoemd
meeweegt. Uiteraard zal ik de uitwerking van de maatregel bespreken met betrokken
partijen, waaronder wijkverpleegkundigen en (vertegenwoordigers van) cliënten.
Het Coalitieakkoord geeft aan dat we bij alle hervormingen van de zorg extra oog hebben
voor chronisch zieken en mensen met een beperking. Zowel financieel als in de dagelijkse
praktijk. Bij de invoering van de eigen bijdrage wijkverpleging wordt uiteraard rekening
gehouden met de draagkracht van mensen. De eigen bijdrage mag geen onoverkomelijke
financiële drempel worden voor mensen om noodzakelijke zorg te ontvangen. Ter uitvoering
van de motie Stoffer5 analyseert het kabinet daarom de effecten van het totaalpakket aan maatregelen, specifiek
op de gevolgen voor kwetsbare groepen. Ook de uitkomsten hiervan zal het kabinet meenemen
in de verdere vormgeving van deze maatregel. Over de uitvoering van deze motie wordt
de Kamer op korte termijn geïnformeerd.
Rond de zomer ontvangt de Kamer een brief met daarin de uitwerking van de maatregel.
Aan de hand van deze brief ga ik graag met de Kamer in gesprek. Uiteindelijk zal de
eigen bijdrage wijkverpleging moeten worden neergelegd in regelgeving, waarbij het
kabinet er naar streeft de benodigde regelgeving medio 2027 aan uw Kamer aan te bieden.
Moties en toezeggingen over een betere organisatie van wijkverpleging
Landelijke implementatie van herkenbare & aanspreekbare wijkverpleging
Het kabinet heeft de toezegging gedaan om de Kamer te informeren over de uitwerking
van de afspraken rondom herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging en de daarbij behorende
verantwoordelijkheden.
In de praktijk moeten verwijzers regelmatig meerdere zorgaanbieders benaderen om zorg
voor een cliënt te organiseren. Door de grote diversiteit aan aanbieders en de versnippering
in sommige regio’s is het niet altijd duidelijk bij wie cliënten en verwijzers terecht
kunnen. Dit kabinet werkt daarom aan een betere organisatie van zorg en neemt meer
regie op het zorglandschap van de toekomst. In de Visie Eerstelijnszorg 2030 is al
een extra impuls gegeven aan deze beweging voor de wijkverpleging. Hierin zijn afspraken
gemaakt om hechte samenwerking in de wijk tussen professionals te versterken, zodat
zorg en ondersteuning beter op elkaar aansluiten en zorg voor doelgroepen met meervoudige
problematiek en complexe zorgvragen verbetert. Een belangrijk onderdeel hiervan is
het realiseren van herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging. Hierdoor is het voor cliënten, verwijzers en gemeenten duidelijk wie ze kunnen benaderen
voor wijkverpleging.
Vorig jaar zijn uitgangspunten voor de landelijke implementatie van herkenbare en
aanspreekbare wijkverpleging bestuurlijk vastgesteld. In samenwerking met Zorgverzekeraars
Nederland (ZN), ActiZ en ZorgthuisNL en in afstemming met V&VN, LHV en Patiëntenfederatie Nederland is op basis
van interviews met voorbeelden uit het veld een gezamenlijke notitie «Uitgangspunten
herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging» opgesteld. De notitie beschrijft hoe regio’s,
binnen de vastgestelde uitgangspunten op diverse manieren invulling kunnen geven aan
herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging, passend binnen de regionale context. Deze
uitgangspunten richten zich op drie samenwerkingsniveaus: het niveau van de cliënt,
de wijk en de regio. Eén van de uitgangspunten is dat iedere regio een coördinerend
mechanisme voor de wijkverpleging inricht, zodat cliënten en verwijzers snel bij de
juiste aanbieder terechtkunnen. Daarbij maakt de markt leidend zorgverzekeraar in
de regio afspraken met zorgaanbieders om dit te organiseren. De notitie6 is in februari 2026 gepubliceerd, zodat het veld en zorgverzekeraars deze direct
kunnen toepassen, onder meer binnen het inkoopbeleid van zorgverzekeraars voor 2027.
Met deze bestuurlijke afspraken en de notitie is een belangrijke eerste stap gezet
in de uitvoering van de motie van het lid Dobbe7 over het zoveel mogelijk organiseren van wijkverpleging op buurt- of dorpsniveau
en de motie van de leden De Korte en Slagt-Tichelman8 over het actief inzetten op vermindering van versnippering in de wijkzorg. Daarnaast
bevat de notitie afspraken over de bereikbaarheid van wijkverpleging voor verwijzers.
Met deze afspraken en de reeds bestaande afspraken over onplanbare nachtzorg geeft
het kabinet ook uitvoering aan de motie van het lid Slagt- Tichelman9 om te borgen dat wijkverpleegkundige organisaties 24/7 bereikbaar zijn voor ziekenhuizen.
Deze motie beschouwt het kabinet hiermee als afgedaan.
Aanmeldportalen
In lijn met de motie van het lid Joseph10 ben ik met zorgprofessionals, brancheorganisaties en zorgverzekeraars in gesprek
gegaan over de effecten en meerwaarde van regionale aanmeldportalen. Aanmeldportalen
zijn nooit een doel op zich. Het coördinerend mechanisme is «meer is dan alleen een
telefoonnummer» (of een aanmeldportaal): voor een goede samenwerking is het belangrijk
dat kernpartners rond de huisartsenpraktijk in de wijk elkaar laagdrempelig kunnen
vinden en inzicht hebben in de capaciteit en verantwoordelijkheden. Naar aanleiding
van de motie Joseph heb ik over signalen uit een specifieke regio contact gehad met
zowel landelijke als lokale partijen. Deze regio heeft vervolgens zelf aanpassingen
gedaan in de werkwijze. Dit voorbeeld onderstreept het belang van regionaal maatwerk
en betrokkenheid van zorgverleners bij de inrichting binnen de landelijke uitgangspunten.
Het kabinet gunt regio’s en wijken ook tijd om met elkaar uit te vinden welke vorm
werkt voor zowel cliënten, verwijzers als zorgverleners in de wijkverpleging.
Indien naar aanleiding van de notitie nieuwe signalen binnenkomen bij branchepartijen,
kunnen zij besluiten om dit op de landelijke IZA-tafel te bespreken. Zo kunnen partijen
vinger aan de pols houden en leren van de implementatie van de uitgangspunten in de
praktijk. Hiermee geeft het kabinet ook uitvoering aan de eerdergenoemde motie Joseph11 en de toezegging12 om in het eerste kwartaal van 2026 in te gaan op regionale aanmeldportalen en de
ervaringen daarmee in de praktijk, inclusief wat wel en niet werkt. Deze motie en
toezegging beschouwt het kabinet hiermee als afgedaan.
Goede samenwerking vereist een eerlijk speelveld in de wijkverpleging
Met de hierboven beschreven stappen is de beweging in gang gezet om de samenwerking
op het niveau van dorp, buurt en wijk te versterken, zodat de wijkverpleging haar
rol in de wijk kan pakken. Tegelijkertijd constateert het kabinet dat er binnen de
sector nog altijd veel versnippering is en er in veel regio’s nog steeds sprake is
van een groot aantal aanbieders. Dit bemoeilijkt het om lokaal en regionaal tot goede
samenwerking te komen, waaraan elke zorgaanbieder een eerlijke bijdrage levert. In
het AZWA zijn daarom afspraken gemaakt over het borgen van een eerlijk speelveld en
een eerlijke bijdrage van alle aanbieders. Zoals aangekondigd in het Coalitieakkoord
zal het kabinet een meer sturende rol nemen bij de inrichting van het zorglandschap.
Het kabinet gaat hiermee aan de slag, door onder andere het verduidelijken van de
opdracht en opgaven van de zorgverzekeraar, mede in het licht van de zorgplicht, door
het afschaffen van de verplichte vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg en indien
nodig door strengere eisen aan vergunningsverlening. Door meer regie te nemen bij
de inrichting van het zorglandschap geeft het kabinet de komende periode verdere invulling
aan de eerdergenoemde moties over de organisatie en versnippering van de wijkverpleging.
Tot slot heeft het kabinet in het Coalitieakkoord aangekondigd de verplichte vergoeding
voor niet-gecontracteerde zorg af te gaan schaffen. Deze maatregel is breder dan de
wijkverpleging en gaat een stap verder dan de maatregel onafhankelijke indicatiestelling
voor niet-gecontracteerde aanbieders van wijkverpleging uit de budgettaire bijlage
van het regeerprogramma van het kabinet-Schoof. De maatregel uit het regeerprogramma
van het kabinet-Schoof heeft als doel via de indicatiestelling meer grip te krijgen
op de niet-gecontracteerde zorg in de wijkverpleging en kende een structurele taakstelling
van € 85 miljoen vanaf 2027. Het kabinet start met de uitwerking van de nieuwe, verdergaande
maatregel over niet-gecontracteerde zorg. In 2027 doet zich een besparingsverlies
van € 85 miljoen voor bij de wijkverpleging.
Verbeteren overgang Zvw naar Wlz
Naar aanleiding van de motie Slagt-Tichelman13 om te onderzoeken hoe de continuïteit van de wijkverpleging beter kan worden geborgd
bij overgang van de Zvw naar de Wlz ben ik met verschillende partijen binnen de wijkverpleging
in gesprek gegaan. Een deel van de betrokken partijen herkent dat de overgang van
de zorg knelpunten kan opleveren in de praktijk. Uit de gesprekken met partijen kwamen
ook oplossingsrichtingen voor de borging van de continuïteit van de wijkverpleging
bij overgang van de zorgwetten die binnen het bestaande stelsel verkend kunnen worden.
Deze oplossingsrichtingen hebben met name te maken met samenwerking en het proces
rondom de overdracht tussen betrokken zorgverleners. Het kabinet verkent samen met
betrokken partijen oplossingsrichtingen voor een zorgvuldige en continue overdracht.
De Kamer wordt hier eind 2026 over geïnformeerd.
In lijn met deze motie werkt het kabinet, zoals eerder in het HLO is afgesproken,
verder toe naar één nieuwe leveringsvorm voor Wlz-zorg thuis. Bij de uitvoering van
deze afspraak wordt ook aandacht besteed aan de verbinding tussen de Zvw wijkverpleging
en de nieuwe leveringsvorm voor Wlz-zorg thuis. Daarnaast wordt door VWS in afstemming
met het veld gewerkt aan een verkenning gericht op het beter afstemmen en, waar nodig,
samenvoegen van zorgwetten. Met bovenstaande stappen geeft het kabinet invulling aan
de motie van Slagt-Tichelman.
Moties en toezeggingen inzake bekostiging van de wijkverpleging
Integrale bekostiging die passende wijkverpleging mogelijk maakt
Het kabinet heeft toegezegd de Kamer te informeren over de uitkomsten van gesprekken
met betrokken partijen, experts en Buurtzorg over de bekostiging van de wijkverpleging.14
Het kabinet werkt aan passende wijkverpleging, waarbij het voorkomen van zorg en stimuleren
van zelfredzaamheid lonen. De bekostiging is daarbij een van de instrumenten. Het
kabinet is daarom voornemens om door te zetten op de weg die is ingezet om de integrale
bekostiging in de wijkverpleging na afloop van de experimentperiode in 2029 regulier
te maken. Dat betekent dat gecontracteerde aanbieders in de wijkverpleging ook na
afloop van de experimentperiode in principe gebruik kunnen blijven maken van integrale
prestaties met vrije tarieven en naast uurtarieven ook afspraken met zorgverzekeraars
kunnen maken over het gebruik van dag-, week- of maandtarieven. Deze integrale prestaties
geven zorgverzekeraars en zorgaanbieders de ruimte om passende contracten af te sluiten,
met aandacht voor bijvoorbeeld innovatie, preventie/reablement en werkplezier. Wel
onderzoekt het kabinet nog in hoeverre de invoering van de eigen bijdrage in de wijkverpleging
interacteert met de integrale bekostiging.
Ook zorgaanbieders zonder contract met een zorgverzekeraar of zorgaanbieders die nog
niet in staat zijn op een goede wijze met integrale prestaties te werken, moeten de
zorg kunnen blijven leveren en in rekening kunnen brengen. In lijn met het uitvoeringsadvies
van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)15 en de aangenomen motie Richardson16 over dit onderwerp, werkt het kabinet aan de expliciete mogelijkheid van duale regulering
voor een gehele zorgsector. Dit maakt het mogelijk om twee vormen van bekostiging
binnen dezelfde sector te hanteren (bijvoorbeeld: én afzonderlijke prestaties met
een maximumtarief én integrale prestaties met een vrij tarief -in combinatie met een
contractvereiste). Zoals eerder is aangekondigd zal de Wet marktordening gezondheidszorg
(Wmg) op (o.a.) dit punt worden aangepast. Naar verwachting kan dit wetsvoorstel in
Q2 van dit jaar in internetconsultatie.
Om te zorgen dat de integrale bekostiging er ook daadwerkelijk voor zorgt dat in de
praktijk de gewenste beweging ontstaat moeten zorgaanbieders en zorgverzekeraars stevige
inhoudelijke afspraken maken. Bijvoorbeeld over hoe de wijkverpleging – als onderdeel
van een sterke eerste lijn – wordt georganiseerd in wijken en regio’s. Er zijn verschillende
goede voorbeelden van zorgverzekeraars en zorgaanbieders die bijvoorbeeld al met maandtarieven
werken en daar goede resultaten van zien. Tegelijkertijd is deze wijze van contractering
in deze sector nog niet de standaard. In het najaar van 2025 is door VWS een eerste
bijeenkomst georganiseerd, met naast IZA-partijen uit de wijkverpleging ook o.a. Buurtzorg,
zorgverleners uit de praktijk en wetenschappers. Hierbij is gesproken over de vraag
hoe partijen via de contractering de komende jaren stappen kunnen zetten op het gebied
van werkplezier, innovatie, samenwerking en wijkgerichte preventie. De komende maanden
zet ik deze gesprekken voort. Voor de zomer informeert het kabinet de Kamer over de
uitkomsten. Hiermee werkt het kabinet aan de invulling van de eerder genoemde toezegging.
Moties inzake voldoende en goed opgeleid personeel
Voldoende goed opgeleide professionals zijn essentieel voor een toekomstbestendige
wijkverpleging. Daarom investeert het kabinet in opleiding en ontwikkeling van zorgprofessionals
in de eerste lijn.
Via de motie van het lid De Korte17 is verzocht het structurele (AZWA-) opleidingsgeld tussen de verschillende beroepsgroepen
in de eerste lijn eerlijk te verdelen. In het AZWA is afgesproken om te investeren
in opleiding en scholing. Hierbij ligt de focus op tekortberoepen en sectoren buiten
het ziekenhuis, zoals de eerstelijns zorg. Er is hiervoor per 2026 in het AZWA € 53 miljoen
beschikbaar, oplopend naar € 185 miljoen in 2029 tot en met 2035.
Voor 2026 is de subsidie strategisch opleiden in zorg en welzijn geopend. Met deze
subsidie worden strategische opleidingsactiviteiten in zorg en welzijn buiten de medisch-specialistische
zorg gestimuleerd. De uitvoering hiervan is belegd bij het samenwerkingsverband RegioPlus.
Hierbij doet het kabinet deze motie van het lid De Korte af.
Naast AZWA opleidingsmiddelen is specifiek voor de wijkverpleging per 2025 structureel
€ 60 miljoen beschikbaar op de VWS-begroting. Voor de jaren 2025 en 2026 wordt hiervoor
de subsidieregeling Werkgeverskosten Opleiden Wijkverpleging naar verwachting in het
eerste kwartaal van 2026 gepubliceerd.
Voor een toegankelijke wijze van besteding van deze middelen voor de wijkverpleging
én de AZWA middelen per 2027 ben ik in gesprek met de betrokken partijen van het AZWA.
Als hier een besluit over is genomen zal ik u hierover informeren. Dit is in lijn
met de motie van de leden Slagt-Tichelman18 en De Korte19 over toegankelijk maken van opleidingsmiddelen voor de wijkverpleging en AZWA-opleidingsmiddelen
per 2027.
Toezegging en motie Vijfminutenregistratie
Naar aanleiding van de toezegging van het kabinet in het Commissiedebat Wijkverpleging
op 3 september jl. om in gesprek te gaan met de AZWA partijen hoe we de vijfminutenregistratie
kunnen uitbannen, ben ik in gesprek gegaan met de betrokken partijen en de NZa. Hieruit
bleek dat zij dit signaal niet herkennen vanuit hun eigen achterbannen. Daarom wordt
geen aanleiding gezien om hier verdere acties op te ondernemen.
Daarnaast heeft het lid Dobbe20 een motie ingediend om de Wmg aan te passen om een verbod op de vijfminutenregistratie
mogelijk te maken. Wellicht ten overvloede merkt het kabinet op dat noch de Wmg, noch
de NZa de verplichting tot vijfminutenregistratie oplegt. Een andere methode om tijdsregistratie
invulling te geven is mogelijk gemaakt in het «convenant afschaffen minutenregistratie».
Sindsdien is er veel aandacht geweest voor de implementatie van deze alternatieve
registratiemethode; zorgplan=planning=realisatie, tenzij. Het kabinet vindt een wettelijk
verbod op de vijfminutenregistratie niet proportioneel gezien het feit dat de signalen
van het gebruik van de vijfminutenregistratie niet herkend worden. Daarnaast grijpt
een verbod ernstig in op de vrijheden van zorgaanbieders om zelf hun administratie
en bedrijfsvoering in te richten. Op het moment dat een zorgaanbieder het nodig acht
een vorm van registratie in tijdseenheden te gebruiken, voor bijvoorbeeld het inroosteren
van medewerkers, moet dit mogelijk zijn en blijven. De gevraagde aanpassing van de
Wmg is gezien bovenstaande niet proportioneel, realistisch en uitvoerbaar. Het kabinet
kan derhalve geen uitvoering aan deze motie geven.
Tot slot
Met de stappen die in deze brief zijn beschreven werkt het kabinet verder aan toekomstbestendige
wijkverpleging als onderdeel van een sterke eerstelijnszorg. De komende tijd werkt
het kabinet in goed overleg met de sector uit hoe we de afspraken in het coalitieakkoord
over passende zorg als norm vertalen naar de praktijk.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Indieners
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport