Brief regering : Verslag van de Europese Raad van 19 maart 2026
21 501-20 Europese Raad
Nr. 2397 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 maart 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister-President, het verslag aan van de Europese
Raad van 19 maart 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen
Verslag Europese Raad 19 maart 2026
Op 19 maart jl. vond in Brussel de Europese Raad (ER) plaats. De Europese regeringsleiders
spraken over de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten,
concurrentievermogen en interne markt, energieprijzen en ETS, veiligheid en defensie
en migratie. Het agendapunt Meerjarig Financieel Kader (MFK) is niet meer aan bod
gekomen; het MFK zal nu worden besproken tijdens de informele Europese Raad van 23-24 april
op Cyprus. Tijdens de lunch werd met de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties
Guterres gesproken over multilateralisme. Verder vond en marge van de ER een Eurotop
plaats. In dit verslag wordt uw Kamer tevens geïnformeerd over de verplaatsing van
het personeel van de NAVO-missie in Irak (NMI) waaronder de Nederlandse missieleden.
Russische agressieoorlog tegen Oekraïne
Na een bijdrage via videoverbinding van President Zelensky sprak de ER over de nog
altijd voortdurende Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. Omdat twee lidstaten
de conclusies over Oekraïne niet steunden werden deze uiteindelijk door 25 lidstaten
onderschreven. In deze conclusies werd benadrukt dat Oekraïne van politieke, financiële,
economische, humanitaire, militaire en diplomatieke steun moet worden blijven voorzien
in coördinatie met gelijkgestemde partners en bondgenoten. Hierbij onderstreepte de
ER het belang van voldoende budgettaire en militaire middelen voor Oekraïne om zich
te kunnen blijven verweren tegen de Russische agressie. Regeringsleiders spraken lang
over het belang van snel formeel akkoord op de steunlening voor Oekraïne met het oog
op eerste uitbetaling in april. De president van de ER Costa en vrijwel alle regeringsleiders,
onder wie de Nederlandse, riepen met klem de blokkerende leider op zich aan de politieke
afspraken van december 2025 te houden – die met instemming van allen op basis van
versterkte samenwerking tot stand kwamen – en geen oneigenlijke blokkades op te werpen.
De 25 Europese leiders benadrukten het belang van coördinatie met derde landen om
het resterende financieringstekort van Oekraïne te dichten. Nederland wees daarbij
in het bijzonder op het urgente belang van het verzekeren van voldoende financiële
en militaire steun aan Oekraïne en riep op tot een spoedig akkoord op de steunlening
voor Oekraïne. Ook gaf Nederland aan dat de steunlening alleen niet voldoende is en
riep op tot het verhogen van de bilaterale steun aan Oekraïne door lidstaten. Daarnaast
gaven de leiders aan vastberaden te zijn om de druk op Rusland verder op te voeren,
in coördinatie met G7-partners, en uit te kijken naar de aanname van het twintigste
sanctiepakket. Ook riep de Raad op tot aanvullende maatregelen tegen de Russische
schaduwvloot; derde landen en actoren die de Russische agressieoorlog faciliteren,
werden veroordeeld.
De 25 Europese leiders spraken hun steun uit voor een duurzame en rechtvaardige vrede
in Oekraïne, in lijn met de principes van het VN Handvest en het internationaal recht,
onderbouwd met geloofwaardige veiligheidsgaranties voor Oekraïne. De EU en haar lidstaten
zullen constructief bijdragen aan inspanningen om tot duurzame vrede te komen, waarbij
de EU besluit over zaken die haar competenties of veiligheid aangaan. De ER verwelkomde
ook de voortdurende diplomatieke inspanningen hierin en benadrukte zijn actieve participatie
evenals steun voor Oekraïne hierbij. De leiders riepen Rusland hierbij op tot een
onmiddellijk en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren en betekenisvolle bijdragen aan
vredesonderhandelingen. De ER benadrukte bereid te zijn om bij te dragen aan robuuste
en geloofwaardige veiligheidsgaranties voor Oekraïne, onder meer middels de EU Advisory Mission (EUAM) en de EU Military Assistance Mission (EUMAM).
De Europese leiders benadrukten dat de toekomst van Oekraïne binnen de EU ligt, verwelkomde
de hervormingen die Oekraïne tot nu toe heeft doorgevoerd en moedigde verdere benodigde
hervormingen aan. De ER nodigde de Raad uit om, in lijn met het oordeel van de Europese
Commissie, de onderhandelingsclusters zonder vertraging te openen, te beginnen met
het fundamentals-cluster.
Tot slot onderstreepte de ER de potentiële dreiging voor de Europese interne veiligheid
door Russische veteranen van de oorlog tegen Oekraïne. De ER verzocht de Commissie
hierbij mogelijke maatregelen te onderzoeken om dit te adresseren.
Midden-Oosten
De Europese Raad besprak het gewapend conflict in het Midden-Oosten, voortbouwend
op de uitkomsten van de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart jl.1 De Raad riep op tot een gecoördineerde EU-aanpak om bij te dragen aan de-escalatie,
een diplomatieke oplossing te bevorderen, en de gevolgen van het conflict voor de
EU zoveel als mogelijk te beperken. De Raad veroordeelde de Iraanse aanvallen op civiele
infrastructuur in de Golfstaten, en benadrukte solidariteit met de landen die door
de Iraanse aanvallen worden geraakt. Voorts ging aandacht uit naar het belang om vrije
doorvaart in de Straat van Hormuz te waarborgen.2 Het kabinet vroeg in dat kader om steun voor het Nederlandse voorstel voor een nieuw
EU-sanctieregime om personen en entiteiten betrokken bij belemmering van vrije doorvaart
te kunnen sanctioneren. Het kabinet riep op tot een bemiddelende rol van de EU richting
de strijdende partijen met als doel snelle de-escalatie en hervatting van diplomatieke
onderhandelingen.3 Daarnaast benadrukte het kabinet het belang om als EU gezamenlijk op te treden om
de secundaire effecten van het conflict te mitigeren, aangezien deze ook Europese
belangen op het gebied van energie, maritieme veiligheid en in relatie tot andere
conflicten raken. Het kabinet verzocht de EU tevens om consequent het belang van documentatie
van mensenrechtenschendingen in Iran, en het voorkomen van straffeloosheid in dit
kader te bepleiten (conform motie van Baarle4).
De Raad besprak verder het belang van de veiligheid van EU-burgers in de regio. Nu
de zelfstandige vertrekopties vanuit de regio zijn toegenomen en het de meeste Nederlandse
reizigers en andere EU-burgers is gelukt om de regio te verlaten, via repatriëringsvluchten
van Nederland, van andere EU-landen, of zelfstandig, bevinden we ons in een nieuwe
fase van de consulaire crisisinzet in de regio. Via advies en maatwerk waar nodig,
blijft het kabinet Nederlandse reizigers die nog in de regio zijn, ondersteunen om
de regio zelfstandig te verlaten. Tijdens de Raad verwelkomde Nederland de EU-coördinatie
en onderlinge samenwerking bij de repatriëring van EU-burgers en pleitte voor aanvullende
stappen ten behoeve van versterkte EU-coördinatie op het gebied van de consulaire
crisisrespons in conflictgebieden. Het kabinet zal daarop blijven inzetten en waar
mogelijk actief aan bijdragen.5
De Raad besprak tevens de escalerende situatie in Libanon. Nederland sprak zorgen
uit over de verslechtering van de humanitaire situatie en de grootschalige ontheemding
die dit voor Libanon met zich meebrengt. Nederland heeft begrip voor de veiligheidszorgen
van Israël gezien de aanvallen van Hezbollah en riep met het oog op de impact van
de oorlog op Libanon tegelijkertijd op tot de-escalatie en terugkeer tot VNVR-resolutie
1701 conform de motie-Piri6 en de motie-Klaver.7 Nederland onderstreepte tevens het belang dat alle partijen het internationaal recht
naleven. Ook benadrukte Nederland het belang van ontwapening van Hezbollah en het
belang van steun aan de Libanese regering en de Lebanese Armed Forces.
Nederland benadrukte dat het gewapend conflict tussen Israël, de Verenigde Staten
en Iran de situatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever verder onder druk
zet. Nederland onderstreepte het belang om druk op Israël te houden om veilige, ongehinderde,
en onvoorwaardelijke humanitaire hulp toe te laten tot de Gazastrook en de iNGO-wetgeving
niet in deze vorm uit te voeren. De Raad onderstreepte zorgen over de situatie op
de Westelijke Jordaanoever en veroordeelde de eenzijdige maatregelen van Israël die
erop gericht zijn de controle op de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem,
uit te breiden. De Raad veroordeelde ook het geweld van kolonisten, evenals de Israëlische
besluiten die het mogelijk maken om de Israëlische controle op de Westelijke Jordaanoever
verder uit te breiden. Nederland riep in dat kader op tot aanname van het derde EU-sanctiepakket
tegen gewelddadige kolonisten.
Concurrentievermogen en interne markt
Voortbouwend op de uitkomsten van de informele Raad van 12 februari jl. sprak de Europese
Raad over het versterken van het Europese concurrentievermogen en de interne markt.
De Raad riep de Europese Commissie op spoedig de aangekondigde One Europe, One Market Roadmap te presenteren, en deze spoedig (uiterlijk eind 2027) te implementeren. Ook riep
de Raad de lidstaten en de Europese instellingen op om belemmeringen op de interne
markt weg te nemen en spoedig met concrete resultaten te komen. Voortgang op de volgende
dossiers wordt hierbij als prioriteit gezien: het 28e regime, e-declaraties, beroepskwalificaties, de EU business wallet, productstandaarden in het kader van consumentenbescherming, etikettering en verpakkingsvereisten,
inclusief territoriale leveringsbeperkingen. De aangekondigde herziening van de fusierichtlijnen
– met behoud van een effectief mededingingskader – moet bijdragen aan opschaling en
mondiaal concurrerende Europese bedrijven. Ook werd de Commissie opgeroepen interne
marktregels op een robuuste en tijdige manier te handhaven. Voortzetting van een ambitieuze
simplificatieagenda van de EU werd breed gesteund door de lidstaten, inclusief spoedige
afronding van de lopende omnibus-onderhandelingen. Daarbij werd opgemerkt dat dit
niet de Europese beleidsdoelstellingen, voorspelbaarheid, hoge standaarden en integriteit
van de interne markt moet ondermijnen. Ook moet met zorgvuldigheid gekeken worden
naar regeldruk bij de vormgeving van nieuwe regelgeving. Voorbeelden die hierbij werden
genoemd zijn o.a. het voorkeur verlenen aan verordeningen in plaats van richtlijnen
om harmonisatie van Europese regelgeving te versterken en te voorkomen dat nationale
regelgeving verder gaat dan Europese regelgeving («goldplating»). Het kabinet is hierbij, waar nodig, voorstander van het benutten van kopgroepen
om extra tempo te maken.
De Europese Raad benadrukte het belang van het verminderen van strategische afhankelijkheden
en het versterken van het geopolitieke en commerciële gewicht van de EU, als voorwaarde
voor weerbaarheid, groei en werkgelegenheid. Dit vergt investeringen in nieuwe technologieën,
versnelling van innovatie, vooruitgang op het gebied van digitale technologieën en
infrastructuur en een duurzame en productieve industriële basis, met aandacht voor
het MKB. Om dit te realiseren roept de Raad de Commissie en lidstaten op om strategische
afhankelijkheden in kaart te brengen (uiterlijk eind 2026) en gebruik te maken van
het handelsinstrumentarium om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Diversificatie
van partnerschappen is van belang om toegang tot essentiële grondstoffen, toeleveringsketens,
markten en technologieën te waarborgen. Ook wordt verwezen naar het technologische
soevereiniteitspakket dat de Commissie naar verwachting op korte termijn zal presenteren.
De meeste discussie vond plaats bij de inkadering van het Europese voorkeursinstrument
als onderdeel van het Commissievoorstel voor een Industrial Accelerator Act.8 Conform motie Hoogeveen9 heeft Nederland zich ingezet voor duidelijke inkadering van het Europese voorkeursprincipe,
mede vanwege het belang van open markten en een gelijk speelveld, en om onnodige protectionistische
eisen en nieuwe handelsbelemmeringen te voorkomen.
Voor het mobiliseren van de nodige investeringen werd het belang van de Europese Spaar-
en Investeringsunie (SIU) benadrukt. Hiertoe werd onder andere gepleit voor snelle
aanname van het kapitaalmarktintegratie- en toezichtscentralisatiepakket (KTP), het
spoedig afronden van de onderhandelingen over de digitale euro, het in kaart brengen
van het concurrentievermogen van de Europese bankensector en het vervolmaken van de
bankenunie. Nederland heeft met vijf grote lidstaten recent al opgeroepen tot ambitieuze
voortgang bij de SIU.10
Energieprijzen en ETS
Tijdens de vergadering kwamen de zorgen van verschillende lidstaten over de betaalbaarheid
van energie nadrukkelijk aan de orde. Deze zorgen zijn verder toegenomen door de huidige
geopolitieke ontwikkelingen. De Voorzitter van de Europese Commissie stuurde voorafgaand
aan de Europese Raad een brief met daarin een overzicht van maatregelen om de Europese
concurrentiekracht te vergroten en de weerbaarheid van de Unie te versterken.
Tijdens de Europese Raad werd dan ook lang gesproken over de gestegen energieprijzen,
mede in het licht van de crisis in het Midden-Oosten. Een aantal lidstaten ging in
op de koppeling tussen de hoge energieprijzen en het ETS-systeem en riep op tot herziening
hiervan. Andere lidstaten, waaronder Nederland, wezen expliciet op het belang van
het ETS-systeem als centraal instrument voor kosten efficiënte decarbonisatie en als
motor voor duurzame economische groei, conform de motie van de leden Bushoff en Oosterhout.11 Deze lidstaten wezen er tevens op dat de energietransitie, met name via versnelde
uitrol van hernieuwbare en koolstofarme energie en energieopslag, essentieel is om
de afhankelijkheid van volatiele fossiele energie te verminderen, energieprijzen structureel
te verlagen en daarmee de strategische autonomie en de weerbaarheid van de EU te vergroten.
Nederland benadrukte in dit licht het belang van investeringszekerheid en van voorspelbare
en stabiele randvoorwaarden voor de verduurzaming van de industrie.
Uiteindelijk heeft de Europese Raad de Commissie opgeroepen om op korte termijn met
een toolbox van tijdelijke, gerichte maatregelen te komen om prijspieken als gevolg
van de crisis in het Midden-Oosten te adresseren. Daarnaast heeft de Europese Raad
de Commissie verzocht om in juli 2026 met de reeds voorziene herziening van het ETS
te komen, gericht op het beperken van prijsvolatiliteit, en het verminderen van de
impact op elektriciteitsprijzen, waarbij de essentiële rol van het ETS in de klimaat-
en energietransitie gewaarborgd blijft. Daarnaast riep de Raad de Commissie op om,
op basis van de brief van de Voorzitter van de Europese Commissie, concrete aanvullende
maatregelen voor te stellen om elektriciteitsprijzen op korte termijn te verlagen,
ook voor energie-intensieve industrie. De Raad heeft de Commissie tevens gevraagd
om samen met lidstaten te werken aan gerichte, nationale maatregelen om kosten te
dempen. Belangrijke waarborg daarbij is dat investeringsprikkels voor duurzame energie
en een gelijk speelveld in de interne markt behouden moeten blijven. Ten aanzien van
energie-infrastructuur heeft de Europese Raad de co-wetgevers opgeroepen om in 2026
overeenstemming te bereiken over een ambitieus Grids package, gericht op het versneld realiseren van de benodigde netinfrastructuur, het versterken
van interconnecties en het stroomlijnen van vergunningprocedures. Ook heeft de Europese
Raad de lidstaten en de Commissie opgeroepen om de uitvoering van de Energy Union 2030-agenda te versnellen, teneinde verdere elektrificatie mogelijk te maken en bij te
dragen aan betaalbare energie.
Meerjarig Financieel Kader
Tijdens de Europese Raad heeft uiteindelijk geen gedachtenuitwisseling plaatsgevonden
over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (2028–2034). Dit agendaonderwerp is doorgeschoven
naar de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026.
Europese veiligheid en Defensie
De ER herbevestigde het streven om defensiegereedheid significant op te schalen richting
2030, strategische afhankelijkheden verder af te bouwen en kritieke capability gaps te adresseren. In deze context benadrukte de Raad het belang van het voortzetten
van het werk op de priority capability areas (PCA’s), en riep lidstaten op om concrete projecten te lanceren en daarbij volledig
gebruik te maken van het Security Action for Europe-instrument (SAFE) en het Europese defensie-industrie programma (EDIP). Dit moet ook
bijdragen aan de verdere versterking van de Europese technologische en industriële
defensiebasis (EDTIB). De Raad benadrukte het belang van de verdere integratie van
de gezamenlijke Europese defensiemarkt. Tegelijkertijd bepleitten meerdere lidstaten
waaronder Nederland het belang van samenwerking met derde landen. Tot slot verwelkomde
de Raad de voortgang op het militaire mobiliteitspakket, alsmede het werk van de Europese
Investeringsbank op het gebied van veiligheid en defensie.
Migratie
De ER nam kennis van de reguliere migratievoortgangsbrief van Commissievoorzitter
Von der Leyen. De ER riep op om het werk aan de verschillende wetgevende voorstellen
met prioriteit voort te zetten. Nederland heeft in het bijzonder aandacht gevraagd
voor de afronding van de implementatie van het Asiel- en Migratiepact uiterlijk op
12 juni 2026.
Voorafgaand aan de ER kwam een groep leiders, op uitnodiging van Nederland, Italië
en Denemarken, bijeen voor het inmiddels reguliere migratieoverleg. Hierbij werd aandacht
besteed aan de mogelijke impact van het conflict in het Midden-Oosten, de stand van
verschillende Europese wetgevingstrajecten, migratieknelpunten in relatie tot de Verdragen
en de EU-coördinatie op migratie in VN-verband.
Lunch met de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, deelde zijn zorgen
over de positie van de VN in de veranderende wereldorde, inclusief de nijpende financiële
situatie van multilaterale instellingen zoals de VN en ging specifiek in op de situatie
in onder andere Libanon, de straat van Hormuz, Gaza en Cuba. Guterres onderstreepte
het belang van vrije scheepvaart in de Straat van Hormuz, niet alleen voor Europa
maar ook voor het Mondiale Zuiden. Daarnaast deed Guterres een oproep aan de EU lidstaten
om in een multipolaire wereld te blijven zoeken naar een verdeling van evenwicht,
waarbij ook meer moet worden samengewerkt met landen zoals Japan en India. De Europese
Raad sprak unaniem zijn steun uit voor het beschermen van de VN Charter en de fundamentele
beginselen die hieraan ten grondslag liggen, waaronder soevereiniteit en territoriale
integriteit, en het recht op zelfbeschikking. Ook het belang van de internationale
hoven als hoeksteen hiervan werd expliciet benoemd. De Raad onderstreepte dat de EU
een voorspelbare en geloofwaardige partner wil blijven, en sprak daarbij zijn steun
uit voor de hervormingen die moeten bijdragen aan een effectief, efficiënt en responsief
multilateraal systeem.
Overige agendapunten
De Raad stond stil bij het versterken van de democratische weerbaarheid van de EU
en de verantwoordelijkheid van online platforms om desinformatie en illegale inhoud
tegen te gaan. De Europese Raad riep de Commissie op om de instrumenten onder de Digital Services Act die hiervoor dienen ten volle te benutten. De Raad riep de lidstaten en de Commissie
op om de weerbaarheid tegen hybride activiteiten te beschermen, met name in de vorm
van informatievervalsing en -ondermijning en pogingen om de democratie te ondermijnen.
Tot slot benadrukte de Raad het belang van het beschermen van jongeren online, onder
meer door het implementeren van de Digital Services Act en de bijbehorende richtlijnen inzake de bescherming van minderjarigen; en het aanmerken
van door kunstmatige intelligentie gegenereerde content en het verbieden van AI-systemen
die het maken van non-consensuele intieme beelden (waaronder kinderpornografisch materiaal)
mogelijk maken. Ook verwelkomt het kabinet dat de Europese Raad aandacht heeft gevraagd
voor een digitale meerderjarigheidsleeftijd voor toegang tot sociale media, met respect
voor nationale bevoegdheden.
Eurotop
Tijdens de Eurotop, de bijeenkomst van de regeringsleiders van de eurozone en marge
van de ER, werd gesproken over de huidige economische en financiële situatie, ook
in het kader van recente gebeurtenissen in het Midden-Oosten. De voorzitter van de
Europese Commissie, de president van de Europese Centrale Bank en de voorzitter van
de Eurogroep waren bij deze bespreking aanwezig. De aanwezigen constateerden dat de
eurozone tot nu weerbaar is gebleken, door een relatief hoog niveau van consumentenuitgaven
en investeringen door relatief gunstige financiële voorwaarden. Ook presteerde de
arbeidsmarkt goed. Tegelijkertijd zijn er aanzienlijke onzekerheden die zwaar kunnen
wegen op het vertrouwen en impact kunnen hebben op groei en inflatie, vooral door
stijgende energieprijzen als gevolg van geopolitieke onrust. De president van de ECB
en de voorzitter van de Europese Commissie onderstreepten dat eventuele steunmaatregelen
door overheden om de negatieve gevolgen van de geopolitieke ontwikkelingen te dempen
toegespitst, gericht en tijdelijk moeten zijn.
De voorzitter van de Eurogroep gaf een overzicht van het werk dat de Eurogroep heeft
verricht en van de prioriteiten voor de komende tijd.12 Hij gaf aan dat de Eurogroep zich onder andere richt op mondiale onevenwichtigheden,
de ontwikkelingen en risico’s voor de macro-financiële stabiliteit en het belang van
effectieve coördinatie van het economisch beleid en het begrotingsbeleid. De regeringsleiders
brachten na afloop van de Eurotop een gezamenlijke verklaring uit. Daarin onderstreepten
zij het belang van verdere voortgang op de Spaar- en Investeringsunie voor diepere
en meer geïntegreerde Europese kapitaalmarkten. Tevens werd het werk van de Commissie
voor het versterken van de internationale rol van de euro verwelkomd. Daarnaast riepen
regeringsleiders op tot het spoedig afronden van het wetgevingsproces rond de digitale
euro. Tot slot spraken regeringsleiders steun uit voor het bespreken van kansen en
risico’s in de ontwikkelingen van digital finance in de Eurogroep, waaronder het weerbaar maken van Europese betaalsystemen.
Overig: verplaatsing missiepersoneel NAVO-missie in Irak (NMI)
Naar aanleiding van het voortdurende conflict in het Midden-Oosten en de als gevolg
daarvan zorgelijke situatie in Irak, heeft de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR) van de NAVO op 13 maart jl. besloten de NAVO-missie in Irak (NMI) te pauzeren
en over te gaan tot een «non-emergency departure» van alle missieleden. Dit betreft ook de Nederlandse militairen en Nederlandse civiele
experts in de missie. Het kabinet acht deze maatregel noodzakelijk, omdat de missieleden
hun werkzaamheden niet langer effectief en veilig kunnen uitvoeren. De veiligheid
van het Nederlandse militaire en civiele personeel heeft voor het kabinet voortdurende
aandacht en prioriteit. Op uitdrukkelijk verzoek van de NAVO, informeert het kabinet
uw Kamer via dit verslag achteraf over het vertrek van de Nederlandse missieleden.
De NAVO geeft aan dat de missie voorlopig in afgeslankte vorm doorgaat met aansturing
vanuit het Joint Force Command in Napels. De komende periode wordt bezien hoe Nederland zal blijven bijdragen aan
NMI.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken