Brief regering : Reactie op verzoek commissie inzake testimonials PostCovid patiënten
25 295 Infectieziektenbestrijding
Nr. 2266 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 maart 2026
Met deze brief reageert het kabinet op het verzoek van de Kamer van 23 februari 2026
om een reactie op een petitie van de Stichting Long Covid Recovery.
Ik wil beginnen met (nogmaals) mijn medeleven uit te spreken en de erkenning dat de
situatie voor patiënten met post-covid zeer ingrijpend is. Zeker gezien veel van hen
al jaren kampen met aanhoudende en ernstig invaliderende gezondheidsklachten en er
(nog) geen effectieve behandeling beschikbaar is voor deze aandoening. Het kabinet
heeft alle ook begrip voor de uitzichtloosheid en wanhoop die deze patiënten kunnen
ervaren, en snapt ook goed de hoop die een nieuwe behandeling kan bieden. De schrijvers
van de testimonials, die aan leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn
en Sport (VWS) zijn aangeboden, wijzen erop dat hun eigen ervaring met subcutane injecties
met het geneesmiddel lidocaïne positief is. Ook voegen zij een artikel toe uit het
medisch-wetenschappelijke tijdschrift eClinical Medicine over een observationele studie
naar deze toepassing met positieve resultaten. In afwachting van een verdere studie
pleiten zij en de Stichting Long Covid Recovery voor een «snelle erkenning, toegankelijkheid
en vergoeding van deze herstelgerichte zorg».
Zoals eerder is aangegeven, in reactie op Kamervragen1, is het niet aan de Minister van VWS om (resultaten van) onderzoeken inhoudelijk
te beoordelen; dat is aan de instanties die daarvoor bevoegd zijn. De meest geëigende
route daarbij is de indiening van een registratiedossier bij het College ter Beoordeling
van Geneesmiddelen (CBG) of het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA).
Omdat deze toepassing van lidocaïne een apotheekbereiding betreft, en er dus geen
sprake is van een geregistreerd geneesmiddel, moeten zorgverzekeraars de vraag beantwoorden
of deze behandeling vergoed kan worden. Zij beoordelen gezamenlijk – binnen Zorgverzekeraars
Nederland (ZN) – of sprake is van rationele farmacotherapie. Rationele farmacotherapie
is een behandeling met een geneesmiddel in een voor de patiënt geschikte vorm, waarvan
de werkzaamheid en effectiviteit door wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld en
die ook het meest economisch is voor de zorgverzekering. Dit is een voorwaarde om
in het basispakket opgenomen te kunnen worden.
Inmiddels is de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een onderzoek gestart, onder
meer naar de vraag of het onderzoek waarover gepubliceerd is in eClinical Medicine
vooraf had moeten worden beoordeeld door een erkende Medisch Ethische Toetsingscommissie
(METC) op grond van de Wet Medischwetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO). In
afwachting van de uitkomsten van dit onderzoek hebben de onderzoekers besloten het
artikel terug te trekken.
Op 15 maart 2026 heeft ZN bericht dat zij besloten heeft om deze toepassing van lidocaïne
niet te vergoeden. Het multidisciplinair post-covid expertiseteam, dat het artikel
nog heeft beoordeeld voordat het werd teruggetrokken, concludeerde dat er onvoldoende
wetenschappelijke onderbouwing is om een uitspraak te doen over de klinische waarde,
effectiviteit en veiligheid van de toepassing van lidocaïne bij post-covid. Het expertiseteam
geeft aan dat voor een adequate beoordeling er aanvullend, methodologisch robuust
onderzoek noodzakelijk is. Door de terugtrekking van het artikel is er daarnaast momenteel
geen gepubliceerd medisch-wetenschappelijk onderzoek meer naar deze toepassing van
lidocaïne. Dit betekent niet dat lidocaïne niet kan helpen bij deze aandoening, alleen
dat dat nog niet is onderbouwd door gedegen onderzoek.
Het kabinet begrijpt dat dit voor de ondertekenaars van de petitie een teleurstellende
uitkomst is. Tegelijk benadrukt de gang van zaken het belang van het doorlopen van
zorgvuldige registratie en vergoedingsprocedures. Juist in het belang van patiënten
moet geen valse hoop worden gewekt en moeten de geldende richtlijnen voor medisch-wetenschappelijk
onderzoek worden gevolgd. Dat voorkomt bias en een subjectieve oordeelsvorming, beschermt
patiënten en deelnemers aan klinisch onderzoek en draagt bij aan de kwaliteit en effectiviteit
van behandelingen. De geldende procedures en criteria voor registratie en vergoeding
maken dat patiënten erop kunnen vertrouwen dat nieuwe geneesmiddelen alleen op de
markt komen en vergoed worden als ze effectief zijn. Daarmee zijn patiënten uiteindelijk
het beste geholpen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport