Brief regering : Divers en Inclusief bestuur
29 614 Grondrechten in een pluriforme samenleving
35 165
Verkiezingen
Nr. 188
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 maart 2026
Op 8 maart was het internationale vrouwendag. Een dag waarop de strijd voor gendergelijkheid
wordt gevierd en wordt stilgestaan bij het belang van gelijke rechten voor mannen
en vrouwen. Dat dit een strijd is van de lange adem, bewijst het feit dat Aletta Jacobs
al in 1901 sprak over internationale vrouwendag. Ondanks dat er sinds die tijd veel
is bereikt, blijft er ook vandaag nog veel over om voor te vechten. In 2019 bij de
viering van 100 jaar vrouwenkiesrecht werd voor het laatst een Kamerbrief over het
belang van diversiteit in het decentraal bestuur verstuurd.1 Als streefdoel werd daarin opgenomen dat de man/vrouw-verhouding in het openbaar
bestuur zich in de toekomst stabiliseert tussen de 40–60 procent. Dat is in het decentraal
bestuur helaas nog altijd niet het geval. Inzet voor goede en gelijke representatie
blijft dus nodig.
Mijn ambtsvoorganger heeft tijdens het commissiedebat Versterking lokaal bestuur van
10 september 2025 toegezegd te zullen komen met een Kamerbrief met cijfers over diversiteit
in de samenstelling van het decentraal bestuur.2 Daarnaast is in het commissiedebat van 14 januari jl. toegezegd in te gaan op het
fenomeen dat ondervertegenwoordigde groepen in het decentraal bestuur – zoals vrouwen
– vaker slachtoffer zijn van bedreigingen en intimidaties.3 In deze Kamerbrief ga ik op beide toezeggingen in en sta ik ook stil bij het belang
van een goede gelijkwaardige vertegenwoordiging. Daarnaast licht ik enkele initiatieven
van mijn ministerie toe die bijdragen aan het vergroten van de diversiteit binnen
het decentraal bestuur. Tot slot doe ik een oproep aan alle betrokkenen om in mijn
voorliggende ambtstermijn samen met mij werk te maken van dit belangrijke onderwerp.
Juist nu de democratie wereldwijd steeds meer onder druk komt te staan, is het van
belang om te investeren in een zo goed en sterk mogelijk volksvertegenwoordiging en
bestuur. Een representatieve samenstelling is daarvoor essentieel.
Belang van representatie
De essentie van democratie is voor mij dat conflicterende opvattingen en belangen
over de inrichting van onze samenleving via een open en vrij debat met elkaar uitgewisseld
worden door verkozen volksvertegenwoordigers. Zo komen we tot gedragen besluiten.
De bescherming van ondervertegenwoordigde groepen moet daarbij in acht worden genomen.
Democratie is immers meer dan de helft plus één, maar gaat ook over oog hebben voor
en recht doen aan minderheden. De uitkomsten van dit debat, dienen het algemeen belang.
Wanneer bepaalde (groeps)belangen echter structureel onder- of oververtegenwoordigd
raken, komt dit idee onder druk te staan.
Je kunt als burger ook op andere manieren politiek actief zijn. Zo kun je een burgerinitiatief
starten, een demonstratie organiseren of deelnemen aan studenten- of patiëntenraden.
Op deze wijze oefen je ook invloed uit op hoe wij Nederland vormgeven. In deze brief
richt ik mij echter alleen op politieke ambtsdragers op gemeentelijk, provinciaal
en waterschapsniveau. Zij vervullen een cruciale rol in onze representatieve democratie,
maar leunen ook op al die andere vormen van democratische betrokkenheid. Waar het
de algemeen bestuurders, dagelijks bestuurders en dijkgraven van de waterschappen
betreft, werk ik samen met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat als stelselverantwoordelijke
voor de waterschappen.
Er zijn vanouds twee manieren om representatie te benaderen. Bij de eerste benadering
gaat het om descriptieve vertegenwoordiging. In hoeverre lijken vertegenwoordigers op degenen die zij vertegenwoordigen, bijvoorbeeld wat betreft
leeftijd, geslacht, etniciteit, opleiding, beroepsmatige achtergrond? Bij de tweede
gaat het om de vraag in hoeverre vertegenwoordigers handelen conform de opvattingen en belangen van degenen die zij vertegenwoordigen, dus om
inhoudelijke vertegenwoordiging. Een derde manier om naar dit vraagstuk te kijken
is via symbolische vertegenwoordiging. Daarbij gaat het uiteindelijk om de herkenbaarheid
van politiek en bestuur voor alle burgers en daarmee ook om de legitimiteit van het
stelsel. Als de afstand tussen (groepen) burgers en politiek en bestuur groeit doordat
zij zich er te weinig in herkennen, tast dit op den duur de legitimiteit van het systeem
aan.4
Uit onderzoeken blijkt dat er een veelheid aan oorzaken is voor de ondervertegenwoordiging
van diverse categorieën burgers in de politiek. In het verleden werden die oorzaken
vooral gezocht in de kenmerken van deze groepen zelf, zoals bijvoorbeeld verschillen
in opleidingsniveau of -richting. Meer en meer is men echter gaan kijken naar de kenmerken
van politieke en maatschappelijke organisaties zelf: de onevenwichtige samenstelling
van ledenbestanden en, vooral, het rekruteren uit een beperkte kring, de voorsprong
van zittende politici en bestuurders boven nieuwkomers, een gebrekkige doorstroming
en onvoldoende heldere en toetsbare selectiecriteria.
In deze Kamerbrief richt ik mij op een aantal groepen die systematisch ondervertegenwoordigd
zijn in het decentraal bestuur. Hierbij bestaan er zorgen of zij voldoende descriptief,
inhoudelijk en/of symbolisch gepresenteerd zijn. Naast de genderdimensie kijken we
daarbij ook naar politici met een niet-Westerse migratieachtergrond, mensen met een
beperking, jongeren en mensen met een praktische opleidingsachtergrond.
Feiten en cijfers
In alle verschillende gremia van het decentraal bestuur blijft de diversiteit nog
achter. Zo is de meerderheid van bestuurders en volksvertegenwoordigers man en met
een gevorderde leeftijd. In het door BZK mogelijk gemaakte dashboard «Staat van het
Bestuur» zijn alle actuele gegevens over alle decentrale bestuurslagen terug te vinden.
Ik beperk me hieronder tot de gegevens over de gemeenteraad en het college van burgemeester
en wethouders.
Uit dit dashboard blijkt dat op 1 januari 2026 32 procent van de raadsleden vrouw
is.5 Onder wethouders ligt dat aandeel op 27 procent en onder burgemeesters op 31 procent.
De gemiddelde leeftijd van raadsleden in Nederland was op 1 januari van dit jaar 55
jaar. Wethouders zijn gemiddeld 53,5 jaar oud en burgemeesters 55,5 jaar. Het merendeel
van de lokale volksvertegenwoordigers en bestuurders heeft een hbo- of universitaire
opleiding. Dat geldt voor 81 procent van de raadsleden, 83 procent van de wethouders
en 97 procent van de burgemeesters.
De publicatie «Staat van het Bestuur 2024» geeft de volgende schattingen van mensen
met een migratieachtergrond in het decentraal bestuur: 6 procent van alle raadsleden
heeft een migratieachtergrond, 3 procent van alle wethouders heeft een migratieachtergrond
en 4 procent van alle burgemeesters heeft een migratieachtergrond. Deze cijfers zijn
ongeveer gelijk aan die van vijf jaar daarvoor. Dat is weinig afgezet tegen het totaal
aantal Nederlanders met een migratieachtergrond van 25,2 procent.6
Ook is er sprake van een ondervertegenwoordiging van mensen met een beperking in de
politiek en het bestuur. Op basis van een al wat oudere inventarisatie is de schatting
dat nog geen 0,5 procent van alle decentrale politieke ambtsdragers een structurele
functionele beperking heeft.7 Hier zijn geen precieze cijfers over beschikbaar, maar de grove schatting wijst wel
in de richting van ondervertegenwoordiging. Uit de Gezondheidsenquête van het CBS
blijkt dat in 2023 6 procent van de personen tussen de 15 en 65 jaar zich ernstig
beperkt voelt in de activiteiten die mensen gewoonlijk doen. Nog eens 24 procent voelt
zich daarin beperkt, maar niet ernstig.
Ik blijf monitoren op diversiteit binnen het decentraal bestuur om over een langere
periode te kunnen bezien hoe dit zich ontwikkelt. Hierover rapporteer ik tweejaarlijks
in de publicatie «Staat van het Bestuur». In de tussentijd worden actuele cijfers
gepubliceerd op www.staatvanhetbestuurdashboard.nl
Vormen van real time monitoring zoals dit dashboard die ontsluit zijn alleen te verantwoorden
voor de meer generieke achtergrondkenmerken van politieke ambtsdragers, zoals leeftijd
en geslacht, die geaggregeerd worden weergegeven voor groepen van grotere omvang.
Migratieachtergrond en beperking worden niet actief bijgehouden en geregistreerd,
in het licht van privacyoverwegingen en complexiteit van definities. Schattingen van
de omvang van deze groepen zijn gebaseerd op zelfrapportage in enquêteonderzoek.
Vergroten van de instroom
Er bestaan zorgen of, zeker op de lange termijn, nog voldoende mensen politiek actief
willen worden op lokaal niveau. Een deel van de partijen heeft moeite met het vinden
van voldoende en geschikte kandidaten voor de kieslijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen,
blijkt uit periodieke onderzoeken naar de rekrutering van raadsleden8. Daarom heeft mijn ambtsvoorganger met de Kamerbrief Waardevol politiek ambt aangegeven
wat in algemene zin kan worden gedaan om de instroom in het ambt te vergroten en de
aantrekkelijkheid van het ambt te verbeteren.9 In het najaar kom ik met een Kamerbrief over de voortgang van de in gang gezette
acties uit die brief. Hieronder richt ik me specifiek op een aantal projecten waarmee
we in het bijzonder ondervertegenwoordigde groepen proberen te stimuleren om politiek
actief te worden.
Vergroten instroom volksvertegenwoordigers
In opdracht van mijn ministerie organiseren we dit jaar rondom de gemeenteraadsverkiezingen
de eerste editie van de Next Step Academy.10 Hierin worden jongeren met een praktische opleidingsachtergrond actief begeleid om
zo hun politieke ambities te ontwikkelen en te realiseren. Stichting Voor Democratie
ontvangt subsidie van BZK om kraamkamers voor jong politiek talent met een praktische
opleidingsachtergrond te ontwikkelen.11 Beide projecten zijn pilots die, mits goed geëvalueerd, structureel aangeboden kunnen
worden.
Stem op een Vrouw ontvangt al een aantal jaar subsidie van BZK voor het organiseren
van een mentornetwerk waarbij vrouwelijke aspirant-politici gekoppeld worden aan ervaren
vrouwelijke politici.12 Het mentorschap kan functioneren als een klankbord, verschaft de deelnemers toegang
tot netwerken die anders gesloten blijven en kan kandidaten steunen wanneer dat nodig
is. Op deze manier draagt het mentornetwerk bij aan het realiseren van politieke ambities
van vrouwelijke aspirant-politici. Bovendien ontstaat er een alumni-netwerk van vrouwen
die hebben deelgenomen aan het mentornetwerk. Zij vormen een inspiratiebron voor de
vrouwelijke politici van de toekomst en verstevigen tegelijkertijd de positie van
vrouwen in het ambt.
Het Ministerie van OCW levert ook een bijdrage met steun aan alliantie Politica, bestaande
uit vier organisaties (WO=MEN Dutch Gender Platform, Stem op een Vrouw, Nederlandse
Vrouwen Raad en Emancipator). Politica zet zich in voor meer vrouwen in de politiek.
Via mentorschap en training ondersteunt de alliantie nieuw politiek talent. Afgelopen
jaar heeft de Nederlandse Vrouwenraad (NVR) in het kader van Prinsessendag – hét evenement
voorafgaand aan Prinsjesdag, om de aandacht te richten op de positie van vrouwen in
de politiek – wederom een bijeenkomst georganiseerd, die deze keer in het teken stond
van de framing van vrouwelijke politici in de media.
Stichting Stem op een Vrouw leidt binnen de alliantie ook een werkgroep met landelijke
politieke partijen om de politieke werkomgeving veiliger en meer inclusief te maken.13
Mijn ministerie verstrekt daarnaast subsidie aan Zorgbelang Inclusief om het project
Politiek Actief met een beperking te organiseren. Daarbij worden twintig kandidaten
met een fysieke beperking begeleid om hun politieke drijfveren en ambities te ontwikkelen.
Ze nemen daarbij onder andere deel aan op maat gesneden activiteiten van ProDemos.
Enkele eerdere kandidaten uit dit programma zijn bij de aankomende gemeenteraadsverkiezingen
op een kieslijst terechtgekomen. Ook hier bouwt zich weer een groep alumni op die
kennis vergaart over de belemmeringen voor deelname van deze specifieke groep aan
politiek en bestuur. Dat levert waardevolle inzichten op voor het wegnemen van deze
belemmeringen en kan de weg naar politieke deelname voor deze groep vergemakkelijken.
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen ging ik op werkbezoek bij LFB waar ik
ook sprak met mensen met een licht verstandelijke beperking. Het is ook van belang
dat deze doelgroep zich vertegenwoordigd weet in politiek en bestuur. Ik ga daarom
graag in gesprek met LFB en andere belangenorganisaties om te onderzoeken hoe we daar
op een passende manier werk van kunnen maken.
Tot slot heeft BZK het samenstellen van een essaybundel over het bestaan van 40 jaar
kiesrecht voor niet-ingezeten op gemeentelijk niveau gesubsidieerd.14 Het invoeren van dit kiesrecht is belangrijk gebleken voor de politieke integratie
van mensen met een niet-Westerse migratieachtergrond. In veertig jaar tijd is er veel
veranderd voor deze groep, maar aandacht blijft nodig om ook de participatie en deelname
van deze groepen te garanderen. Op 30 maart staat een kennisbijeenkomst gepland waarin
deze bundel centraal staat. Daar hopen we met de aanwezige betrokkenen volgende stappen
te kunnen zetten om ook deze groep structureler bij het decentraal bestuur te betrekken.
Instroom bestuurders
Voor het wethouderschap en het burgemeestersambt mag verwacht worden dat er vanuit
de doorstroom van bovengenoemde groepen uiteindelijk ook daar meer diversiteit zal
komen. Maar ik zet me daarnaast ook voor die ambten specifiek in om een meer diverse
instroom te bevorderen. In 2025 is in opdracht van mijn ministerie het rapport «Wie
wil nog burgemeester worden» met daarin onder andere aanbevelingen voor de toegankelijkheid
en aantrekkelijkheid van het ambt verschenen.15 In samenwerking met de provincies organiseert BZK in 2026 expertmeetings om de aanbevelingen
uit dit rapport uit te werken tot concrete handelingsperspectieven. De expertmeetings
betreffen onder andere de vraag hoe ondervertegenwoordigde groepen beter kunnen worden
geïnteresseerd voor het burgemeestersambt. Mijn ministerie zet daarnaast in op een
intensivering van het oriëntatieprogramma van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters,
dat van start gaat in 2026. In het nieuwe programma wordt een «trechtermodel» gehanteerd,
waarbij in verschillende oriëntatiefasen beter wordt aangesloten bij de informatiebehoefte
van kandidaten. Ook is er specifieke aandacht voor «zij-instromers», serieus geïnteresseerden
uit groepen die op dit moment ondervertegenwoordigd zijn in het burgemeesterscorps.
Daarnaast is er in de nieuwe subsidieregeling voor de beroeps- en belangenverenigingen
in het decentraal bestuur opgenomen dat de subsidie gebruikt mag worden voor het organiseren
van oriëntatieprogramma’s. Ook de Wethoudersvereniging kan hier gebruik van maken.
Om bij de aanstaande formaties na afloop van de gemeenteraadsverkiezingen ook aandacht
te besteden aan het belang van diversiteit, bied ik vanuit BZK aan betrokkenen bij
de formatie tien maal de training Selecteren zonder vooroordelen aan. Deze training
richt zich op het verbeteren van de selectieprocedure om zo de beste kandidaat op
de beste plek te krijgen.
Rol politieke partijen
Politieke partijen spelen een cruciale rol in het bevorderen van de toegankelijkheid
van de politiek. Zij vormen een brug tussen de overheid en de samenleving door onder
andere ideeën en opvattingen op te halen en te vertolken, kandidaten te werven en
te selecteren en kiezers te mobiliseren. Hoe politieke partijen mensen werven en selecteren
voor politieke functies, is gezien hun onafhankelijke positie aan politieke partijen
zelf. Wel doe ik in het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen een voorstel om
de subsidiedoelen uit te breiden, zodat politieke partijen voortaan subsidie kunnen
aanvragen voor activiteiten ter bevordering van de participatie van ondervertegenwoordigde
groepen. Daarnaast ben ik van plan om samen met de politieke jongerenorganisaties
en diversiteitsnetwerken van partijen op te trekken om interventies te ontwikkelen
die de toegankelijkheid van de politiek verder kunnen bevorderen. Daar betrek ik ook
mijn toezegging aan belangenorganisaties van mensen met een licht verstandelijke beperking
bij om te onderzoeken hoe zij beter bij politiek en bestuur betrokken kunnen worden.
Tijdens het ambt
Hieronder ga ik in op hoe de rechtspositie van politieke ambtsdragers bijdraagt aan
het vergroten van de diversiteit en inclusiviteit en mijn inzet op weerbaar bestuur
in relatie tot dit thema.
Rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers
Volksvertegenwoordigers hebben een aparte rechtpositie, onder andere vanwege het ontbreken
van een formele werkgever. Via onder meer het Rechtspositiebesluit decentrale politieke
ambtsdragers is er toch voorzien in een specifieke rechtspositie voor lokale bestuurders.
Daarnaast is in de Kieswet in een afzonderlijke regeling voor volksvertegenwoordigers
voorzien, die rekening houdt met het bijzondere karakter van hun politieke ambt. In
het geval van zwangerschap van vrouwelijke volksvertegenwoordigers is gebleken dat
de huidige regeling, zoals neergelegd in de Grondwet en Kieswet, niet in alle gevallen
recht kan doen aan de situatie waarin zij zich bevinden. Door het vorige kabinet is
daarom een wetsvoorstel aangekondigd tot modernisering en flexibilisering van de regeling.16 Dit wetsvoorstel is in voorbereiding en recent is de consultatie daarvan afgerond.
Met het wetsvoorstel worden de termijnen waarvoor volksvertegenwoordigers en dagelijks
bestuurders zich kunnen laten vervangen geflexibiliseerd. Na een eerste initiële periode
van 16 weken, zoals nu ook bestaat, wordt het mogelijk deze periode te verlengen met
aanvullende blokken van 4 weken. Als 16 weken vervanging niet voldoende blijkt om
genoeg hersteld te zijn om het ambt weer te kunnen oppakken, wordt het dus mogelijk
om de vervanging te verlengen, zonder dat daarvoor weer een volledige vervangingsperiode
van 16 weken nodig is. Hiernaast wordt de wettelijke belemmering voor vrouwelijke
volksvertegenwoordigers om zich bij aanvang van hun ambtsperiode wegens zwangerschap
en bevalling direct te laten vervangen, weggenomen.
Een andere belangrijke voorgestelde wijziging, is dat niet langer gesproken zal worden
over het tijdelijk ontslag van volksvertegenwoordigers in verband met zwangerschap
en bevalling dan wel ziekte. In plaats daarvan zal worden gesproken over het tijdelijk
van hun ambt ontheffen. Daarbij blijft overigens gelden dat de tijdelijke ontheffing
slechts plaats kan vinden op verzoek van degene die het betreft. Het begrip tijdelijk
ontslag heeft maatschappelijk weerstand opgeroepen, omdat het doet denken aan vroegere
tijden waarbij gehuwde vrouwen ontslag werd aangezegd. Er heerst ook onbegrip over
het feit dat er voor vrouwelijke volksvertegenwoordigers, anders dan voor vrouwelijke
werknemers, geen sprake is van verlof.
Ik heb begrip voor de weerstand tegen deze term. Verlof van het lidmaatschap van een
vertegenwoordigend orgaan terwijl het lid wordt vervangen, is echter niet mogelijk.
Dit hangt samen met het feit dat in dat geval het (grond)wettelijk aantal volksvertegenwoordigers
zou worden overschreden. Door verlof wordt het lidmaatschap namelijk niet tenietgedaan.
Er is daarom gekozen voor modernisering van de regeling binnen de ruimte die de Grondwet
biedt. Dit heeft geleid tot het voorstel de term tijdelijk ontslag te vervangen door
tijdelijke ontheffing van het ambt. Die term heeft geen ongewenste connotaties én
blijft duidelijk maken dat de volksvertegenwoordiger tijdelijk het ambt niet vervult.17
Verder worden voor dagelijks bestuurders, waarvan het ambt anders dan voor (decentrale)
volksvertegenwoordigers geen nevenfunctie behelst en wel sprake is van verlof, de
verlofgronden uitgebreid met geboorte-, adoptie- en (mantel)zorgverlof. Voor deze
nieuwe kortdurende verlofvormen wordt geen vervanger benoemd, maar wordt de afwezigheid
binnen het college opgelost door tijdelijke aanpassing van de portefeuilleverdeling.
Verruiming van de vervangingsgronden van volksvertegenwoordigers wordt niet voorgesteld,
aangezien dat een wijziging van de Grondwet vergt en het kabinet nog steeds achter
de eerdere principiële argumenten van de Grondwetgever staat om vervanging vanwege
het bijzondere karakter van het ambt en het kiezersmandaat te beperken tot zwangerschap
en bevalling en ziekte.
Deze maatregelen vergroten de aantrekkelijkheid van het ambt. In het bijzonder voor
vrouwelijke aspirant politici, maar ook voor de bredere bevolking die politieke aspiraties
heeft. De voorgenomen wetswijziging is daarmee een voorbeeld van het wegnemen van
structurele barrières in de vormgeving van het decentraal bestuur die bepaalde groepen
weerhoudt hier in gelijke mate aan te participeren.
Tot slot wil ik ook kort ingaan op de rechtspositie voor politieke ambtsdragers met
een beperking. Mijn ambtsvoorganger heeft daar Kamervragen over beantwoord.18 Hier volsta ik door te zeggen dat dit onderwerp mijn volledige aandacht heeft en
dat er via diversiteitsplein.nl ook aan kennisopbouw wordt gewerkt om ook mensen met
een beperking zo gelijkwaardig mogelijk mee te laten doen aan het decentraal bestuur.
Weerbaar bestuur
Het is zorgwekkend hoeveel (kandidaat-)raadsleden, wethouders en burgemeesters te
maken krijgen met bedreigingen. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen werd
dat nog weer eens extra duidelijk. Bestuurders en politici zetten zich met hart en
ziel in voor de publieke zaak, vaak naast een andere baan. Dit moeten zij veilig kunnen
doen. De democratische besluitvorming mag onder geen beding onder druk komen te staan.
De landelijke politiek moet hen daarin steunen.
Helaas zien wij dat vrouwelijke politieke ambtsdragers in hogere mate te maken krijgen
met agressie en intimidatie. Zo blijkt uit de Monitor Integriteit en Veiligheid 2024
dat 55 procent van de vrouwelijke politieke ambtsdragers werd geconfronteerd met agressie,
tegenover 37 procent van hun mannelijke collega-ambtsdragers. Ook is bij vrouwelijke
politieke ambtsdragers de impact van de agressie groter dan bij mannen: 74 procent
van de vrouwen ervaart hiervan negatieve gevolgen tegenover 57 procent van de mannen.
De verschillen tussen mannen en vrouwen worden op uiteenlopende vlakken zichtbaar:
naast een groter effect op het werkplezier is er bij vrouwen ook een grotere invloed
op het sociale mediagebruik, de manier van werken, de geestelijke gezondheid en het
privégedrag. In het najaar van 2026 volgt een nieuwe versie van deze tweejaarlijkse
Monitor.
Deze verschillen tussen mannen en vrouwen zijn zorgelijk en hebben mijn aandacht.
Binnen de inzet en acties van het programma weerbaar bestuur wordt rekening gehouden
met de onevenredige mate waarin vrouwelijke politieke ambtsdragers geraakt worden
door bedreiging en intimidatie. Zo wordt er samengewerkt met stichting Stem op een
Vrouw die een training «omgaan met agressie en intimidatie» heeft ontwikkeld specifiek
voor vrouwelijke ambtsdragers. Ook wordt er door hen een mentornetwerk onderhouden
en is er recent door de leden van de werkgroep «(on)veilig in de politiek» van Stem
op een Vrouw een Protocol voor Online Haat ontwikkeld, een initiatief dat ik van harte
steun.
Ook benoemt het Ondersteuningsteam weerbaar bestuur dit onevenredige effect als zij
bij gemeenten te gast zijn en roept het de aanwezige burgemeester, wethouders, raadsleden
en ambtenaren op hier extra oog voor te hebben en nazorg te bieden. Via het Centrum
voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, een partner van het Netwerk Weerbaar Bestuur,
kunnen decentrale bestuurders en volksvertegenwoordigers op kosten van mijn ministerie
een veiligheidsscan krijgen. Een veiligheidsadviseur komt dan bij de politieke ambtsdragers
thuis en geeft concrete adviezen waarmee ze hun veiligheid en weerbaarheid kunnen
vergroten. In deze adviezen is er ruimte voor maatwerk. Bij alle politieke ambtsdragers
wordt gekeken naar hun behoefte en waar zij het meest mee geholpen zijn. De adviseurs
bekijken zorgvuldig en volgens uniforme standaarden welke maatregelen noodzakelijk
en passend zijn voor het vergroten van de preventieve veiligheid. Hierbij wordt bijvoorbeeld
naar de aard van (mogelijke) dreigingen gekeken.
Voor effectief beleid is inzicht noodzakelijk. Daarom verken ik de mogelijkheden naar
een grootschalig onderzoek naar online agressie richting politici, waar met name vrouwelijke
politici mee te maken krijgen. Tot slot is het goed om naast de acties die ik als
Minister neem aan te geven dat dit een probleem is van ons allemaal. Agressie en intimidatie
zijn een onacceptabele normvervaging waartegen wij ons allemaal uit moeten (blijven)
spreken.
Conclusie
De inzet om onze decentrale volksvertegenwoordigingen en besturen een goede afspiegeling
te laten zijn van onze samenleving is er één van de lange adem. Zoals de lange traditie
van internationale vrouwendag bewijst is niet aflatende inzet nodig om gelijke rechten
en kansen voor iedereen te bewerkstelligen. Via de inzet op divers en inclusief bestuur
hoopt mijn ministerie een bijdrage te leveren aan de kansen van alle Nederlanders
om politiek actief te worden.
Op alle ondervertegenwoordigde groepen wordt ingezet. Tegelijkertijd zou het goed
zijn als deze inzet structureler van aard wordt en een groter bereik krijgt. Ook de
aansluiting op (lokale) politieke partijen is daarbij van belang. Hierin valt nog
veel winst te boeken. In mijn rol als Minister van BZK voel ik de verantwoordelijkheid
om een gelijk speelveld te creëren voor deelname aan politiek en bestuur. Daartoe
kan ik mensen aan het begin van hun politieke carrière begeleiden in het ontwikkelen
van hun ambities en toegang verschaffen tot de juiste netwerken en inzetten op een
inclusieve politieke cultuur als mensen zijn verkozen.
Ik ben dankbaar voor de mensen die zich momenteel al inzetten voor de decentrale democratie.
De berichtgeving dat veel raadsleden ondanks toegenomen haat en bedreiging door willen
gaan voor een volgende periode in de gemeenteraad stemt mij dan ook hoopvol.19 Mijn waardering voor het belangrijke werk dat zij doen is groot. Samen met hen, politieke
partijen, maatschappelijke organisaties en de wetenschap wil ik werk maken van een
nog diverser en inclusiever bestuur. Dit komt de kwaliteit van de besluitvorming ten
goede en vergroot de herkenbaarheid en daarmee hopelijk ook de betrokkenheid van mensen
bij politiek en bestuur.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Indieners
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties