Brief regering : Geannoteerde agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026
26 234 Vergaderingen Interim Committee en Development Committee
Nr. 316
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 maart 2026
Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Financiën, de geannoteerde agenda
over de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden voor de Voorjaarsvergadering van
de Wereldbank. Deze vindt van 13 tot en met 18 april 2026 plaats in Washington D.C.
Het centrale thema van de vergadering is de bevordering van werkgelegenheid en economische
kansen (Building Prosperity Through Policy), een prioriteit die nauw aansluit bij de inzet van het Koninkrijk op duurzame en
inclusieve groei. De Wereldbank zet hierbij vooral in op een voorspelbaar, transparant
en eerlijk regelgevingskader voor bedrijven, omdat de private sector de motor is voor
banen en groei.
In de bijeenkomst van het Development Committee zal ik namens het Koninkrijk specifiek aandacht vragen voor fragiele regio’s, klimaatadaptieve
programmering en versterking van de financiële fundamenten en schuldhoudbaarheid in
klantlanden. Daarbij zal ook het belangrijke werk van de Bank in wederopbouwvraagstukken
aan de orde worden gesteld. De Minister van Financiën neemt namens het Koninkrijk
deel aan een ministeriële rondetafel over de wederopbouw van Oekraïne.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Geannoteerde Agenda voor de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de vergadering
van het Development Committee (DC) van de Wereldbank
Voorjaarsvergadering 13–18 april 2026, Washington D.C.
Aanleiding
De Voorjaarsvergadering van de Wereldbankgroep vindt plaats van 13 tot 18 april 2026
in Washington D.C. De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
vertegenwoordigt het Koninkrijk in het Development Committee, het hoogste overlegorgaan van de Wereldbank. Het Koninkrijk benut deze gelegenheid
om het strategisch partnerschap met de Wereldbank te versterken.
De vergadering vindt plaats in een internationale context die wordt gekenmerkt door
geopolitieke spanningen, economische onzekerheid, hoge schuldenniveaus en snelle technologische
ontwikkelingen. Deze omstandigheden vergroten het belang van effectieve multilaterale
samenwerking om deze mondiale uitdagingen aan te pakken, waaronder binnen de Wereldbankgroep
en het IMF.
Het centrale thema van de voorjaarsvergadering is de rol van beleid bij het bevorderen
van werkgelegenheid en economische kansen (Building Prosperity Through Policy), een prioriteit die aansluit bij de inzet van het Koninkrijk op duurzame en inclusieve
groei. Daarnaast staan onder meer een ministeriële rondetafel over Oekraïne en een
evenement over de nieuwe waterstrategie van de Wereldbank op het programma.
Hieronder volgt een nadere toelichting op de agenda en de inzet van het Koninkrijk.
De Wereldbankgroep
De internationale financiële architectuur is de afgelopen tien jaar zichtbaar verschoven.
Waar multilaterale ontwikkelingsbanken een decennium geleden verantwoordelijk waren
voor minder dan 30% van de totale lange-termijn financiering aan lage en lagere middeninkomenslanden,
ligt dat aandeel inmiddels boven de 50%1. De Wereldbankgroep behoort met circa USD 120 miljard aan nieuwe financiële toezeggingen
in 2025 tot de grootste multilaterale ontwikkelingsfinanciers2 en ondersteunt meer dan 180 landen met leningen, garanties, beleidsadvies en technische
assistentie. De Wereldbank onderscheidt zich door de combinatie van middelen, kennis
en private kapitaalmobilisatie in landenprogramma’s op een schaal die weinig andere
instellingen kunnen evenaren.
Voor het Koninkrijk is de Wereldbank een strategische partner op stabiliteit, handel
en welvaart. Economische ontwikkeling vergroot kansen voor handelsrelaties, versterkt
regionale stabiliteit en kan migratiedruk verminderen door perspectief te bieden aan
burgers in herkomstlanden. Daarnaast speelt de Wereldbank voor het Koninkrijk – als
aandeelhouder en donor – een belangrijke rol in het versterken van de banden met het
mondiale Zuiden.
Het Koninkrijk heeft binnen de Wereldbank substantiële invloed via de kiesgroep van
13 landen3, waaronder Oekraïne, en levert als vaste vertegenwoordiger van de kiesgroep de bewindvoerder
in de Raad, en behartigt daarbij de belangen van de gehele kiesgroep.
Binnen deze institutionele context wordt periodiek gekeken naar de governance en vertegenwoordiging van aandeelhouders binnen de Wereldbankgroep.
Shareholding
Tijdens de Jaarvergadering in oktober 2025 presenteerde de Wereldbank een update over
het proces van stemrechtherziening, de zogenaamde Shareholding Review. Dit vijfjaarlijkse traject ziet op de verdeling van stemrechten tussen aandeelhouders.
Omdat een consensus tussen aandeelhouders ontbreekt, zal de Wereldbank naar verwachting
adviseren om de Review af te ronden zonder een stemrechtherziening. De onderdelen waarop wel consensus is,
zoals het zogenaamde Voice traject dat gericht is op het versterken van de positie, invloed en betrokkenheid
van lage-inkomenslanden binnen het bestuur en de besluitvorming van de Wereldbank,
zal wel worden voortgezet.
Deze institutionele ontwikkelingen vinden plaats in een context waarin de Wereldbankgroep
een steeds belangrijkere rol speelt bij het ondersteunen van landen en regio’s die
worden geconfronteerd met conflict, economische schokken en wederopbouw.
Regionale context, stabiliteit en wederopbouw
De Wereldbankgroep draagt in dergelijke situaties bij door schade- en behoefteanalyses
uit te voeren, beleidsdialogen met overheden te ondersteunen, en financiering te mobiliseren
voor herstel en wederopbouw. Daarbij kan de Wereldbank verschillende instrumenten
inzetten, zoals leningen, garanties en trustfondsen. In contexten waar overheden beperkt
functioneren of waar de institutionele randvoorwaarden onvoldoende zijn, kan de Wereldbank
werken via alternatieve uitvoeringskanalen, zoals VN-organisaties. Dankzij haar ervaring
met aanbestedingen en programmamanagement kan de Wereldbank daarnaast bijdragen aan
een doelmatige en transparante uitvoering van wederopbouwactiviteiten.
Oekraïne
De strijd in Oekraïne gaat over de veiligheid van heel Europa. Daarom zet Nederland
de militaire en financiële steun aan Oekraïne meerjarig en onverminderd voort. Sinds
de Russische invasie in 2022 is de Wereldbankgroep een centrale partner in de ondersteuning
van Oekraïne via financiering, technische assistentie en coördinatie met internationale
partners. Volgens de meest recente Rapid Damage and Needs Assessment worden de wederopbouwkosten voor de komende tien jaar geschat op USD 588 miljard.
Dit is een toename van 12 procent ten opzichte van de vorige Rapid Damage Needs Assessment in februari 2024, toen de kosten van de wederopbouw in Oekraïne werden ingeschat
op USD 524 miljard.
Nederland heeft via verschillende financiële kanalen bijgedragen aan noodhulp, herstel
en wederopbouw. De Nederlandse inzet richt zich op bescherming en herstel van energie-infrastructuur,
versterking van publieke financiële systemen en institutionele capaciteit, en bevordering
van transparantie en anticorruptie-maatregelen. Deze steun is cruciaal voor Oekraïne
om de economie overeind te houden en de moraal onder de bevolking op peil te houden.
De Wereldbank is nauw betrokken bij het doorvoeren van hervormingen in Oekraïne, in
lijn met de EU-toetredingseisen. Bovendien levert de Wereldbank grote meerwaarde doordat
zij diepgaande studies uitvoert om de economische situatie van Oekraïne voortdurend
te monitoren. Het Koninkrijk zal blijven benadrukken dat effectieve monitoring en
donorcoördinatie essentieel zijn om middelen doelmatig, transparant en in lijn met
hervormingsdoelen in te zetten.
Naast Oekraïne speelt de Wereldbank ook een belangrijke rol in de stabilisering van
Moldavië, onder meer via de Global Concessional Financing Facility (GCFF). Deze faciliteit verlaagt de financieringskosten van Wereldbankleningen voor
middeninkomenslanden die grote aantallen vluchtelingen opvangen, zodat zij kunnen
investeren in publieke diensten en economische stabiliteit.
Gaza
De humanitaire, maatschappelijke en infrastructurele schade in Gaza is groot en de
wederopbouwopgave omvangrijk. Volgens de meest recente Interim Rapid Damage and Needs Assessment van de Wereldbank, de EU en de VN wordt de totale herstel- en wederopbouwbehoefte
geraamd op meer dan USD 67 miljard. Het Koninkrijk acht een rol voor de Wereldbankgroep
wenselijk gezien haar ruime ervaring met wederopbouwprogramma’s en fiduciaire waarborgen,
en spreekt waardering uit voor de lopende programma’s voor de Westelijke Jordaanoever
en Gaza.
Op 20 november 2025 richtte de Wereldbank – op basis van de resolutie van VN-Veiligheidsraadresolutie
2803 inzake het Gaza-vredesplan – het Gaza Reconstruction and Development Fund (GRAD) op. Het GRAD-fonds zal zich richten op herstel van basisdiensten, infrastructuur
en instituties, met een nadrukkelijke rol voor de private sector, gezien de omvang
van de noden en de beperkte overheidscapaciteit. De Wereldbank fungeert hierbij als
trustee van het fonds: zij ontvangt bijdragen van donoren, beheert deze middelen en
draagt ze op verzoek over aan de op 19 februari geïnaugureerde Board of Peace. Deze board zal naar verwachting een rol spelen bij het prioriteren van wederopbouwinspanningen
en de inzet van internationale steun. Het Koninkrijk volgt de verdere operationalisering
van het GRAD-fonds met belangstelling.
Syrië
Ook in Syrië zijn de wederopbouwbehoeften groot. De herstelkosten voor schade en infrastructuur
worden geraamd op USD 140–345 miljard. Circa USD 75 miljard is nodig voor woongebouwen;
USD 59 miljard voor publieke infrastructuur zoals scholen en ziekenhuizen; en USD
82 miljard voor vitale infrastructuur zoals transport- en energiesystemen. Het Koninkrijk
ondersteunt internationale inspanningen gericht op herstel en stabilisatie en benadrukt
het belang van duidelijke politieke en institutionele randvoorwaarden voor wederopbouw
en duurzame economische ontwikkeling.
De Nederlandse wederopbouwinzet richt zich momenteel onder meer op ontmijning, transitional justice, hervorming van de veiligheidssector en steun aan het Syria Recovery Trust Fund. Het Koninkrijk is van mening dat internationale wederopbouwsteun alleen effectief
en verantwoord kan zijn wanneer middelen transparant, controleerbaar en niet-ondermijnend
voor hervormingsprocessen worden ingezet en ondersteunend zijn aan een inclusieve
transitie. Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan de Wereldbankgroep een betekenisvolle
rol spelen bij herstel van publieke diensten en institutionele capaciteit.
Parallel aan deze regionale inzet bespreekt het Development Committee tijdens de Voorjaarsvergadering een aantal thematische prioriteiten van de Wereldbankgroep.
Thematische prioriteiten
Agenda voor het vergroten van werkgelegenheid
Tijdens de Voorjaarsvergadering van 2025 is ingestemd met de langetermijnagenda van
de Wereldbank voor het vergroten van werkgelegenheid in lage- en middeninkomenslanden.
Naar verwachting zullen in de komende tien tot vijftien jaar in lage-inkomenslanden
circa 1,2 miljard jongeren de arbeidsmarkt betreden, terwijl naar schatting slechts
400 miljoen banen worden gecreëerd. Deze kloof onderstreept de noodzaak van productiviteits-gedreven
groei die zich vertaalt in een toename van werkgelegenheid.
Ter ondersteuning van de lange-termijn banenagenda heeft de Wereldbank een driepijlerstrategie
ontwikkeld. De eerste pijler, gericht op het versterken van menselijk kapitaal, stond
centraal tijdens de Jaarvergadering van oktober 2025. Tijdens de komende Voorjaarsvergadering
staat de tweede pijler centraal: Building Prosperity through Policy. Deze pijler richt zich op de kwaliteit van beleid en regelgeving als randvoorwaarde
voor duurzame economische ontwikkeling. De derde pijler van de strategie betreft mobilisatie
van privaat kapitaal, waarin de private sector takken van de Wereldbankgroep, International Finance Corporation (IFC) en de Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA), een belangrijke rol spelen.
Het Koninkrijk steunt de inclusieve groei-agenda van de Wereldbank langs bovengenoemde
drie pijlers. Het Koninkrijk onderschrijft de noodzaak dat naast productiviteitsgroei
in arbeidsintensieve sectoren ook naar bredere institutionele hervormingen in klantlanden
moet worden gekeken. Immers om private investeringen aan te trekken dienen landen
te beschikken over duidelijke wetgeving, voorspelbare belastinginning, effectief bestuur
en transparante instituties. Waar deze fundamenten aanwezig zijn, nemen investeringen
toe, groeien economieën en verbeteren kansen op werkgelegenheid, in het bijzonder
voor jongeren. Het Koninkrijk stimuleert in het bijzonder initiatieven van de Wereldbank
in klantlanden zoals het verbeteren van wet- en regelgeving, goed bestuur, kwalitatief
hoogwaardig beleidsontwikkeling en modernisering van rechtspraak via digitalisering
etc.
Het Koninkrijk verwelkomt deze focus en zal benadrukken dat ondersteuning van de Wereldbank
zich primair moet richten op het versterken van beleidsfundamenten, waaronder instituties,
rechtszekerheid en uitvoeringscapaciteit.
Klimaat en water
Klimaatverandering vormt een systemisch risico voor economische ontwikkeling en mondiale
stabiliteit. Extreme weersomstandigheden, droogte en zeespiegelstijging ondermijnen
bestaanszekerheid, vergroten armoede en kunnen conflicten, ontheemding en migratie
aanjagen, ook rondom Europa. Ook speelt duurzame energievoorziening een belangrijke
rol in het stimuleren van economische groei en werkgelegenheid. Het Koninkrijk acht
het daarom van belang dat klimaatadaptatie en -mitigatie integraal onderdeel blijven
van het werk van de Wereldbank, in lijn met haar missie. De Wereldbankgroep verstrekte
in 2024 circa USD 44 miljard aan klimaatfinanciering. Gezien deze schaal zal het Koninkrijk
aandringen op tijdige duidelijkheid over een volwaardige en ambitieuze opvolger van
het Climate Change Action Plan (CCAP), inclusief voortzetting van de afspraak dat 45% van de totale financiering
van de Wereldbank klimaatrelevant is. Het Koninkrijk benadrukt dat klimaatfinanciering
effectief, meetbaar en additioneel moet zijn en moet bijdragen aan structurele weerbaarheid,
onder meer via duurzame energie, klimaatresistente infrastructuur en institutionele
versterking.
De Wereldbank organiseert tijdens de vergadering een groot evenement over water. De
nieuwe waterstrategie (Water Sector Implementation Program) van de Wereldbank vormt hierbij het uitgangspunt. De Wereldbank beoogt hiermee de
waterzekerheid van 400 miljoen mensen richting 2030 te bevorderen, onder meer via
betere toegang tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen, sterker waterbeheer
in de landbouw, en vergroting van weerbaarheid tegen overstromingen en droogte. Voor
het Koninkrijk is water een strategische prioriteit. Als deltaland beschikt Nederland
over internationaal erkende expertise op het gebied van waterbeheer, klimaatadaptatie
en geïntegreerde gebiedsontwikkeling. Versterking van waterbeheer draagt bij aan voedselzekerheid,
gezondheidsbescherming, armoedevermindering en stabiliteit in kwetsbare regio’s en
kan migratiedruk verminderen door perspectief te versterken, ook in de contexten van
langdurige vluchtelingencrises. Het Koninkrijk verwelkomt de waterstrategie en zal
met de Wereldbank verkennen hoe de samenwerking op water en deltatechnologie verder
kan worden verdiept, onder meer door betere positionering van Nederlandse waterbedrijven
bij aanbestedingen en door te bezien of een kennis- en samenwerkingsorgaan, zoals
een Center of Excellence voor water(management) in Nederland, toegevoegde waarde kan hebben.
Financiële fundamenten en mondiale schuldenproblematiek
De Wereldbank concludeerde onlangs dat tussen 2022 en 2024 ongeveer USD 741 miljard
méér uit ontwikkelingslanden wegvloeide via rente en aflossingen dan er binnenkwam
aan nieuwe financiering – de grootste netto-uitstroom in meer dan vijftig jaar.4
In dit kader is het positief dat de schuldhoudbaarheidsanalyses van de Wereldbank
en het IMF de afgelopen jaren zijn gestabiliseerd, zij het op een hoog niveau, mede
door prudent macro-economisch beleid in een aantal klantlanden. Hoewel schuldenniveaus
zijn gestabiliseerd, verkeren veel lage-inkomenslanden nog steeds in financieel benarde
posities waardoor noodzakelijk investeringen in scholing of gezondheid worden uitgesteld.
Ter ondersteuning van landen die een acute liquiditeitsdruk ervaren, steunt het Koninkrijk
de strategie van de Wereldbank en het IMF (Three-Pillar Approach to Address Debt Vulnerabilities). Deze strategie heeft als doel structurele hervormingen te bevorderen, aanvullende
financiering zeker te stellen en lagere financieringskosten te bewerkstelligen. Nederland
ondersteunt landen hierbij actief via technische assistentie, en heeft hierbij bijzondere
aandacht voor het belang van schuldentransparantie, onder meer via het Data for Decisions (D4D)-programma van het IMF (versterking statistiekdiensten) en via de Debt Management Facility (DMF) van de Wereldbank (bevordering schuldtransparantie wereldwijd). Daarnaast bepleit
het Koninkrijk dat met de herziening van het schuldenraamwerk, de Wereldbank en het
IMF meer aandacht moeten hebben voor schuldentransparantie, klimaatrisico’s en binnenlandse
schulden.
Fragiliteit, conflict en geweld
Ongeveer een derde van de financiering van de Wereldbank gaat naar landen en regio’s
die worden geconfronteerd met fragiliteit, conflict en geweld door de spillovereffecten
van langdurige vluchtelingencrises. Om deze problematiek zo effectief mogelijk te
adresseren heeft de Wereldbank haar strategie recent herzien, na afloop van de vorige
periode (2020–2025). De nieuwe aanpak bouwt voort op geleerde lessen en legt meer
nadruk op risicopreventie, versterkte samenwerking met partners en gerichte inzet
op landen met politieke wil of beleidsmomentum. Ook in fragiele situaties richt de
Wereldbank haar programmering nadrukkelijk op het bevorderen van werkgelegenheid.
Het Koninkrijk ondersteunt deze strategie en acht het essentieel dat het werk van
de Wereldbank bijdraagt aan stabiliteit en veerkracht. Daarbij zijn toepassing van
een fragiliteitslens (het monitoren van spanningen maar ook de impact die programma’s
mogelijk hebben op een (ontluikende) lokale conflictdynamiek) en betrokkenheid van
nationale en lokale actoren van groot belang. Voor duurzame economische perspectieven
is bovendien een verbeterd ondernemings- en investeringsklimaat cruciaal. Daarbij
speelt regelgeving die voorspelbaar is en wordt gehandhaafd een centrale rol, evenals
fysieke veiligheid en een aan regels gebonden professionele veiligheidssector.
Ook de regionale dimensie verdient aandacht, onder meer door beter inzicht in vluchtelingenstromen
en integratie daarvan in nationale systemen, om destabiliserende spillovereffecten
te beperken.
IDA
Tijdens de Voorjaarsvergadering wordt een update verwacht over de implementatie van
IDA21, waaronder de voortgang van de besteding van middelen uit de eenentwintigste
aanvulling die per 1 juli 2025 beschikbaar zijn gesteld. Het Koninkrijk hecht eraan
dat het programma conform de afspraken in het Replenishment Report uit 2025 wordt uitgevoerd. Voor het Koninkrijk zijn prioritaire afspraken uit dit
rapport de focus op wereldwijde stabiliteit en economische activiteit, de samenhang
tussen water, voedsel en klimaatadaptatie, en het bevorderen van beter schuldbeleid
en efficiëntere belastinginning.
IDA is voor het Koninkrijk een belangrijk instrument om lage-inkomenslanden te ondersteunen in perioden van crisis en transitie, bijvoorbeeld bij klimaatimpact
en conflicten, en tegelijk economische activiteit en stabiliteit te bevorderen. De
resultaten van de twintigste IDA-ronde (IDA20), die in juni 2025 afliep, onderstrepen
dit. Met USD 23,5 miljard aan donorbijdragen realiseerde de Wereldbank een financieringsenvelop
van USD 97,4 miljard. Door leningen op de kapitaalmarkt aan te trekken genereert IDA
voor elke donoreuro daarmee circa vier euro aan ontwikkelingsfinanciering. De resultaten
zijn aanzienlijk: 54 miljoen mensen kregen toegang tot elektriciteit, 36 miljoen mensen
werden ondersteund bij het vinden van werk, 122 miljoen mensen bereikten sociale beschermingsprogramma’s
en 138 miljoen mensen kregen toegang tot internet. Daarnaast werd in 60 landen de
rampenparaatheid versterkt en kregen 200 miljoen mensen in fragiele en conflictgevoelige
gebieden toegang tot essentiële diensten zoals gezondheidszorg en onderwijs. Dit zijn
essentiële voorwaarden om een beter bestaan op te bouwen en economische groei en sociale
ontwikkeling te realiseren, wat doorwerkt in internationale economische activiteit,
waar donorlanden, zoals Nederland van profiteren.
Het Koninkrijk verwelkomt deze resultaten en is tevredenheid over de impact die onder
IDA20 is bereikt. Tegelijkertijd blijft het Koninkrijk bijzondere aandacht vragen
voor thema’s zoals private-sectorontwikkeling en werkgelegenheid, schuldbeheer en
belastinginning, waterbeheer en voedselzekerheid, migratie en opvang in de regio,
en het versterken van stabiliteit en veiligheid. Daarnaast hecht het Koninkrijk waarde
aan de financiële prikkels die IDA-financiering biedt aan landen om beleidshervormingen
door te voeren. De koppeling van financiering aan beleidshervormingen vergroot de
ontwikkelingsimpact van IDA. De speciale thematische inzet via separate loketten is
een efficiënt middel om IDA-activiteiten in lijn te brengen met de belangen van het
Koninkrijk. Prioritair is het IDA-loket dat ondersteuning biedt aan gastgemeenschappen
en de opvang van vluchtelingen financiert. Hiermee draagt IDA bij aan opvang in de
regio en stabiliteit.
Indieners
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.