Brief regering : Uitvoering moties nationale veiligheidsrisico's van slimme (elektrische) voertuigen
30 821 Nationale Veiligheid
31 305 Mobiliteitsbeleid
Nr. 331 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 maart 2026
Op 19 maart 2025 bent u geïnformeerd1 over de voortgang van de afhandeling van de moties Boswijk c.s. Middels deze brief
wordt u geïnformeerd over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan deze moties. Daarbij
wordt opgemerkt dat de betreffende onderzoeken en uitkomsten inzicht geven in nationale
veiligheidsrisico’s en daarom voor een groot deel niet geschikt zijn voor openbaarmaking.
De analyses en de uitkomsten kunnen in een vertrouwelijke technische briefing nader
worden toegelicht.
Proces
Op 16 april 2024 heeft het lid Boswijk c.s. een motie2 ingediend die de regering verzoekt om een analyse te doen van de risico’s van elektrische
auto’s voor de nationale veiligheid en indien zulke risico’s geconstateerd worden
opties aan te dragen om deze te mitigeren. Op 21 november 20243 en 9 april 20254 heeft het lid Boswijk c.s. aanvullende moties ingediend die respectievelijk de regering
verzoekt in het onderzoek naar elektrische auto’s ook de economische risico’s van
overige mobiliteitsproducten uit China te onderzoeken; en die de regering verzoekt
om het vervolgonderzoek naar de vraag welke verstrekkende beveiligingsmaatregelen
genomen moeten worden rond bijvoorbeeld vitale infrastructuur met spoed uit te voeren
en de Kamer voor de zomer van 2025 over de uitkomsten te informeren.
Zoals reeds aan de Kamer is gemeld5 is de uitvoering van de eerste motie opgepakt door het uitvoeren van een risicoanalyse.
Deze risicoanalyse bestond uit een dreigingsanalyse en een impactanalyse van de risico’s
van slimme (elektrische) voertuigen voor de nationale veiligheid. Hier zijn verschillende
scenario’s voor opgesteld waarin een slim (elektrisch) voertuig de nationale veiligheid
zou kunnen schaden. Uit deze risicoanalyse was op te maken dat er een bepaalde mate
van risico’s bestaat op het gebied van spionage en sabotage. De Taskforce Economische
Veiligheid (TFEV) heeft naar aanleiding van deze analyses en conform de aanvullende
moties de opdracht gegeven om vervolgonderzoek te doen. Voor de uitvoering van de
eerste aanvullende motie zijn bussen en vrachtwagens meegenomen. Voor de uitvoering
van de tweede aanvullende motie is in een appreciatie6 aangegeven dat het niet haalbaar was om dit onderzoek voor de zomer van 2025 uit
te voeren vanwege de complexiteit van het vraagstuk, maar dat de gevraagde maatregelen
wel onderdeel zijn van het vervolgonderzoek. Dit vervolgonderzoek heeft naar de technische
haalbaarheid van de scenario’s gekeken en naar de mogelijke te nemen maatregelen om
o.a. kritieke infrastructuur te beschermen tegen de gevonden risico’s. Dit onderzoek
is uitgevoerd door TNO.
Net als bij de uitvoering van de eerdere risicoanalyse zijn voor het vervolgonderzoek
de volgende partijen betrokken geweest: de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat,
Defensie, Economische Zaken en Klimaat, Buitenlandse Zaken, Financiën, Justitie en
Veiligheid, NCSC, alsmede voertuigenautoriteit RDW, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
(AIVD), de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) en de Autoriteit Persoonsgegevens
(AP).
Uitkomsten
Uit de risicoanalyse is eerder al gebleken dat er risico’s bestaan rondom spionage
en sabotage in relatie tot slimme (elektrische) voertuigen. Het vervolgonderzoek van
TNO bestendigt deze uitkomsten. Het vervolgonderzoek bevat net als de risicoanalyse
veel informatie over nationale veiligheidsrisico’s en is daarom voor een groot deel
niet geschikt voor openbaarmaking.
Een van de conclusies uit het vervolgonderzoek is dat het huidige Europese stelsel
van voertuigtoelating risico’s kent ten aanzien van de cybersecurity. Om sommige van
deze gevonden cyberrisico’s van slimme voertuigen te mitigeren, zal ik samen met relevante
partnerorganisaties onderzoeken in hoeverre veranderingen in het Europese stelsel
van goedkeuring van voertuigen de cybersecurity van voertuigen kan verbeteren en mij
daar in Europees verband voor inzetten.
Enkele ander door TNO geïdentificeerde risico’s vragen om maatregelen in het kader
van de nationale veiligheid. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zal de
gevonden risico’s delen binnen haar vitale sectoren en de partijen verzoeken om passende
en evenredige maatregelen te nemen om hun vitale infrastructuur te beschermen. Hierbij
zoek ik afstemming met de overige leden van het kabinet, zodat ook in de andere vitale
sectoren de partijen verzocht kunnen worden om passende en evenredige maatregelen
te nemen om hun vitale infrastructuur te beschermen.
Hieronder vallen ook maatregelen die het mogelijk maken om deze voertuigen van defensieterreinen
te weren wanneer het dreigingsniveau daarom vraagt, zoals u hier eerder over bent
geïnformeerd7.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat