Brief regering : Beleidsreactie marktonderzoek fysiotherapie
33 578 Eerstelijnszorg
Nr. 176 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 maart 2026
Op 4 februari jl. heeft het toenmalige kabinet het definitieve marktonderzoek naar
de sector fysiotherapie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ontvangen. Op 9 februari
jl. is het rapport, zonder beleidsreactie, met de Tweede Kamer gedeeld (Kamerstuk
33 578, nr. 170).
Met deze brief reageert het kabinet op het rapport van de NZa en wordt toegelicht
hoe het kabinet opvolging geeft aan de aanbevelingen uit het onderzoek. Hiermee wordt
invulling gegeven aan de toezegging om de Tweede Kamer in het voorjaar van 2026 te
informeren over het definitieve rapport van de NZa en de daaraan gerelateerde moties
en toezeggingen1. Ook geeft het kabinet hiermee invulling aan het verzoek van de vaste commissie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een reactie te geven op de brief van derden «reflectie
op NZa rapportage over marktonderzoek fysiotherapie»2.
Het kabinet zet in op het versterken van de eerstelijnszorg en passende zorg. Daarbij
werkt het kabinet aan een stelsel waarin passende zorg de norm is: zorg die aantoonbaar
waarde toevoegt voor de patiënt, bijdraagt aan het functioneren van mensen, het voorkomen
van zwaardere zorg en doelmatig wordt ingezet. Daarmee bouwt het kabinet voort op
de beweging die met het Integraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
in gang is gezet, waarin wordt ingezet op het verplaatsen, voorkomen en vervangen
van zorg en het versterken van de eerstelijn. Fysiotherapeuten spelen hierin een belangrijke
rol. Zij leveren zorg dichtbij huis, ontlasten de huisarts en nemen waar mogelijk
zorg over van ziekenhuizen en andere tweedelijnszorginstellingen. Daarmee dragen zij
bij aan het voorkomen van zwaardere en duurdere zorg.
Het is belangrijk dat fysiotherapeuten deze rol ook in de toekomst kunnen blijven
vervullen. Naar aanleiding van toenemende signalen over knelpunten is daarom de NZa
gevraagd onderzoek te doen naar het functioneren van de markt voor paramedische zorg.
De NZa voert dit onderzoek gefaseerd uit voor de verschillende paramedische beroepsgroepen.
Het eerste deelonderzoek richtte zich op de fysiotherapiesector.
Beleidsreactie op het marktonderzoek fysiotherapie
Het kabinet dankt de NZa voor het uitgevoerde onderzoek. Het rapport biedt een objectief
beeld van de ontwikkelingen in de sector fysiotherapie, met in het bijzonder aandacht
voor de toegankelijkheid van zorg. Op basis daarvan kan een afweging worden gemaakt
voor mogelijke maatregelen op de korte en langere termijn.
De NZa constateert dat er op dit moment geen acuut toegankelijkheidsprobleem is binnen
de fysiotherapie. Er zijn momenteel voldoende eerstelijnsfysiotherapeuten om aan de
huidige zorgvraag te voldoen. Tegelijkertijd voorziet de NZa wel risico’s die op middellange
termijn de sector onder druk kunnen zetten. De NZa concludeert dat duidelijke stelselkeuzes
nodig zijn om fysiotherapeuten een volwaardige rol te laten vervullen in de beweging
naar passende zorg en de Visie op de eerstelijnszorg 20303.
In de onderstaande paragrafen wordt toegelicht welke stappen dit kabinet zet. Hiermee
geeft het kabinet invulling aan de motie van het lid Krul (CDA) om in overleg met
de NZa en zorgverzekeraars een oplossing te presenteren voor de tarifering en daarbij
nadrukkelijk de optie van minimumtarieven mee te nemen4. Ook wordt invulling gegeven aan de motie van het lid Dijk (SP) om met een noodplan
fysiotherapie te komen om het aantal stoppende fysiotherapeuten terug te dringen,
waarbij in ieder geval ook het invoeren van een minimumtarief wordt betrokken5.
1. Overbruggen van uiteenlopende visies door inzet op professionalisering
De NZa constateert dat de sector wordt gekenmerkt door verdeeldheid. Het is volgens
de NZa essentieel dat het vertrouwen tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders verbetert.
Zij benadrukt daarbij dat veldpartijen primair zelf verantwoordelijk zijn voor het
overbruggen van verschillen in visie en voor het borgen van de toekomstbestendigheid
van de sector. Veldpartijen weten immers het best wat nodig is in iedere regio en
hoe daarbij kan worden samengewerkt met andere sectoren en domeinen. De NZa kan partijen
faciliteren bij het komen tot gezamenlijke oplossingen, bijvoorbeeld door het bieden
van inzicht en het stimuleren van het gesprek. Het kabinet volgt dit standpunt.
Het kabinet verwacht van veldpartijen dat zij gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen
voor het overbruggen van verschillen en het realiseren van een gedeelde visie op de
toekomst van de sector. Het kabinet vindt daarnaast dat verdere professionalisering
van de sector nodig is in de beweging naar passende zorg. In dat kader heeft het Zorginstituut
Nederland (hierna: het Zorginstituut) in juni 2025 besloten doorzettingsmacht in te
zetten bij de totstandkoming van het Kwaliteitskader fysiotherapie en oefentherapie. Dit Kwaliteitskader is in december 2025 definitief vastgesteld en opgenomen in het
Register van Zorginstituut6. Partijen zijn reeds met elkaar in gesprek over de implementatie en uitvoering van
het Kwaliteitskader. Deze gesprekken zullen de komende periode gecontinueerd worden.
Het kabinet juicht het toe dat partijen gezamenlijk werken aan de implementatie en
uitvoering van het kwaliteitskader en zal waar nodig partijen hierbij ondersteunen.
2. Structurele monitoring van marktomstandigheden
De NZa acht maatregelen zoals de invoering van minimumtarieven op dit moment niet
proportioneel en noodzakelijk. Er is geen sprake van een acuut probleem in het aanbod
van eerstelijnsfysiotherapeuten en de huidige omstandigheden in de sector geven daartoe
ook geen aanleiding. De NZa beschouwt minimumtarieven als een zwaar en uitzonderlijk
instrument, dat alleen in beeld komt bij aantoonbaar marktfalen en wanneer minder
ingrijpende maatregelen onvoldoende effectief blijken te zijn. Van aantoonbaar marktfalen
is volgens de NZa geen sprake. De NZa verwacht dat huidige omstandigheden ten goede
komen aan een betaalbare premie voor verzekerden en niet leiden tot structurele problemen
in de toegankelijkheid van fysiotherapie. Eventuele knelpunten in de toegankelijkheid
of de beloning kunnen volgens de NZa effectiever worden aangepakt via bestaande instrumenten.
Daarbij noemt zij bijvoorbeeld toezicht, contractering, en de totstandkoming van een
cao in de sector. Het kabinet volgt dit standpunt van de NZa. Ook onderschrijft het
kabinet dat het wel van belang is om de marktomstandigheden in de sector goed te blijven
monitoren.
Het kabinet zet daarom in op structurele monitoring van de sector, met gebruik van
bestaande gegevensbronnen en zo min mogelijk administratieve lasten. Het kabinet verwacht
daarbij van partijen dat zij investeren in dezelfde taal, bijvoorbeeld ten aanzien
van gegevens over wachttijden, in- en uitstroomcijfers en financiële bedrijfsvoering.
Discussies over de betrouwbaarheid van gegevens komen niet ten goede aan het vinden
van de juiste oplossingen.
3. Fundamentele keuzes in de toekomst
Tot slot wijst de NZa op een spanningsveld tussen de brede maatschappelijke verwachtingen
van fysiotherapie enerzijds en de huidige beperkingen om die rol volledig te kunnen
vervullen anderzijds. Beperkingen, bijvoorbeeld in de aanspraak, leiden volgens de
NZa momenteel niet tot een direct toegankelijkheidsprobleem, maar kunnen wel de beweging
naar passende zorg en het versterken van de eerstelijnszorg belemmeren.
De NZa adviseert daarom om duidelijke stelselkeuzes te maken die de sector toekomstbestendig
maken en de rol van fysiotherapie versterken met bijbehorende financiële middelen.
Dit omvat volgens de NZa onder meer het realiseren van een passende aanspraak in het
basispakket, bijvoorbeeld door de eerste twintig behandelingen voor aandoeningen op
de «chronische lijst»7 op te nemen in het basispakket. Voor deze wijziging is geen inhoudelijk advies van
het Zorginstituut nodig. Het Zorginstituut heeft aangegeven dat de oorspronkelijke
keuze om deze vergoeding uit te zonderen, was ingegeven door budgettaire overwegingen8. Het kabinet onderkent dat opname in het basispakket van de eerste twintig behandelingen
voor aandoeningen op de «chronische lijst» kan bijdragen aan een stevigere positie
van de fysiotherapie. Voor een dergelijke uitbreiding van de aanspraak zijn op dit
moment echter geen middelen beschikbaar op de VWS-begroting. Het kabinet maakt daarom
de keuze om deze uitbreiding nu niet door te voeren.
Meer in algemene zin geldt dat wijzigingen in het verzekerde pakket vragen om een
zorgvuldige beoordeling. Binnen een stelsel waarin passende zorg de norm is, ligt
de nadruk niet op het generiek uitbreiden van aanspraken, maar op het gericht inzetten
van zorg waar deze aantoonbaar meerwaarde heeft voor de patiënt, bijdraagt aan functioneren,
en zwaardere zorg kan voorkomen. Het onderbouwen van de effectiviteit en doelmatige
inzet van fysiotherapeutische zorg is daarbij primair een verantwoordelijkheid van
het veld zelf. De Handleiding paramedische zorg die het Zorginstituut naar verwachting uiterlijk zomer 2026 publiceert, geeft partijen
handvatten om tot die onderbouwing te komen9.
Daarnaast wijst de NZa op het ondersteunen van het kwaliteitskader en samenwerking
op regionaal niveau, zodat fysiotherapeuten een structurele positie krijgen in zorgpaden
en preventieve zorg. Het kabinet zal, zoals eerder benoemd, partijen ondersteunen
bij de implementatie en uitvoering van het Kwaliteitskader.
Tot slot
Het kabinet rekent erop dat partijen hun gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen en
voortvarend invulling geven aan de benodigde stappen richting een toekomstbestendige
sector. Met deze inzet kiest het kabinet voor een stapsgewijze versterking van de
fysiotherapiesector, passend binnen de bredere beweging van de Visie op de eerstelijnszorg
2030 en passende zorg als norm. Het kabinet blijft de voortgang actief volgen en zal
waar nodig aanvullende maatregelen treffen. De Tweede Kamer wordt hierover geïnformeerd.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport