Brief regering : Prioriteiten Nederland voor de 15e Conferentie van Partijen voor het Verdrag inzake de bescherming van Migrerende Soorten
26 407 Biodiversiteit
Nr. 164
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 maart 2026
Van 23 tot en met 29 maart vindt de 15e vergadering van partijen (COP: Conference of the Parties) van CMS plaats in Campo
Grande, Brazilië. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de prioriteiten van de
Nederlandse delegatie naar deze COP. Vanaf november 2025 tot aan de COP is gewerkt
aan de Nederlandse en EU posities ten aanzien van de documenten geagendeerd voor CMS
COP15. Op 19 maart is een Raadsbesluit vastgesteld over de soortvoorstellen. Doordat
deze posities in de laatste week voor de COP pas definitief zijn vastgesteld, kan
ik deze Kamerbrief pas zeer laat aan u toesturen.
De status van soorten wereldwijd gaat in zeer hoog tempo achteruit1. Op 5 maart jl. werd een persbericht gepubliceerd over een update van het in 2024
gepubliceerde State of the World’s Migratory Species2 dat tijdens COP15 gepresenteerd zal worden. Dit rapport waarschuwt dat 49% van de
populaties van migrerende soorten die beschermd worden door CMS afnemen (5% meer dan
twee jaar geleden) en 24% van de soorten worden met uitsterven bedreigd. Dit onderstreept
het belang en urgentie van de implementatie van CMS, het enige verdrag ter wereld
dat specifiek gericht is op de bescherming migrerende wilde diersoorten.
Algemeen
Het Verdrag inzake de bescherming van migrerende wilde diersoorten (CMS) is het koepelverdrag
van een aantal internationale verdragen, overeenkomsten, actieplannen en acties met
betrekking tot migrerende soorten. Doordat de secretariaten hiervan in Bonn gevestigd
zijn en Duitsland de depositaris is van CMS worden deze verdragen vaak aangeduid als
de Bonn-verdragen. Nederland vertegenwoordigt in CMS Aruba, Curaçao en Sint-Maarten.
Waar «Nederland» staat vermeld in deze instructie dient in voorkomende gevallen «het
Koninkrijk» gelezen te worden.
Nederland is partij van CMS en de volgende dochterverdragen die gaan over migrerende
vogelsoorten, zeezoogdieren en vleermuizen:
African-Eurasian Waterbirds Agreement (AEWA); Agreement on the Conservation of Small
Cetaceans of the Baltic, North East Altlantic, Irish and North Sea (ASCOBANS); Eurobats;
Raptors MoU; MoU Sharks; Wadden Sea Seals Agreement en doet mee in het Actieplan Landbirds
overleg.
Het Verdrag bevat twee appendices met beschermde soorten, waarvan appendix I bedreigde
soorten bevat die derhalve strikt beschermd worden, wat direct doorwerkt in de Nederlandse
wet. Appendix II bevat soorten die kunnen profiteren van gecoördineerde internationale
samenwerking. Besluiten in CMS hebben ook raakvlakken met andere verdragen anders
dan de CMS-dochterverdragen. Zo wordt CMS gebruikt om soorten die op de Overeenkomst
inzake de handel in bedreigde dier- en plantensoorten (CITES) staan ook bescherming
te bieden langs hun natuurlijke trekroutes.
Vanaf november 2025 tot aan de COP is gewerkt aan de Nederlandse en EU-posities ten
aanzien van de documenten geagendeerd voor COP15. Er vindt EU-coördinatie plaats over
alle onderwerpen behalve het budget en diepzeemijnbouw. De EU-coördinatie voor COP15
wordt geleid door Cyprus als EU-voorzitter. EU-coördinatie heeft plaatsgevonden in
een drietal expertgroepen, twee informele Raadswerkgroepen en drie formele Raadswerkgroepen.
Omdat de bijlagen van dit verdrag een juridische doorwerking hebben voor EU-regelgeving,
wordt de positie van de EU ten aanzien van wijzigingen in de bijlagen middels een
Raadsbesluit vastgelegd. Op 19 maart is een Raadsbesluit vastgesteld waarin steun
wordt uitgesproken voor alle voorstellen, met uitzondering van een enkel voorstel
waarmee een soort van de lijst zou worden afgehaald.
In de paragrafen hieronder ga ik in op een aantal onderwerpen die op de agenda staan
en de Nederlandse inzet.
Voorstellen aanpassen appendices
Voor COP15 zijn in totaal 17 voorstellen ingediend om soorten, soortgroepen of ondersoorten
op appendix I en appendix II te plaatsen. Nederland is vanwege het Caribisch deel
van het Koninkrijk Range State voor de kleine geelpootruiter, de voshaaien en hamerhaaien.
In lijn met de EU-positie steunt Nederland de voorstellen om soorten op de appendices
te plaatsen.
Daarnaast is het eerste voorstel ooit ingediend om de status van een soort, het Bukhara
hert, te verlagen van appendix I naar appendix II. Het wetenschappelijke comité heeft
echter geoordeeld dat er niet voldoende wetenschappelijk bewijs is geleverd om de
beschermingsstatus te verlagen. In lijn met de EU-positie kan Nederland niet akkoord
gaan met dit voorstel, tenzij hier adequaat onderbouwde wetenschappelijke informatie
voor wordt geleverd.
Vissoorten
Nederland heeft sinds COP14 het initiatief opgepakt om een actieplan op te stellen
voor de ruwe haai in de Noordoost-Atlantische Oceaan en Middellandse Zee. Deze soort,
die ook in de Nederlandse Noordzee voorkomt, werd in 2020 op initiatief van de EU
op appendix II geplaatst en laat een zorgwekkende neerwaartse trend zien, met name
in die regio’s. Het plan is in naam van de EU en diens lidstaten ingediend voor COP15.
Nederland streeft ernaar dat dit plan met consensus wordt aangenomen en zal bilaterale
gesprekken voeren om ook steun en capaciteit voor de uitvoering van het plan in het
vervolg te verkrijgen.
Ook voor de Europese aal heeft CMS een actieplan opgesteld, welke al een aantal jaren
wordt voorbereid. In lijn met de EU-positie steunt Nederland dit actieplan en mocht
er discussie over het plan opkomen, zal de Nederlandse inzet gericht zijn op het in
lijn houden van het actieplan met de EU-aalverordening en aalbeheerplannen.
Vogelsoorten
Op de COP worden diverse onderwerpen behandeld met betrekking tot de internationale
bescherming van migrerende vogelsoorten. Nederland, en met name de Waddenzee, dient
als een belangrijke broed- overwinter- en/of pleisterplaats voor veel migrerende vogelsoorten,
waaronder de grutto, waarmee deze onderwerpen hoog op de beleidsagenda staan. Zo steunen
Nederland en de EU het voorstel voor het opstellen van een lijst van internationaal
erkende belangrijke gebieden voor migrerende roofvogels, om de bescherming van deze
soorten te ondersteunen. Daarbij wordt ingezet op het geografisch verbreden van het
voorstel zodat deze inzet op het creëren van een mondiale lijst. Ook zal Nederland
zich samen met de EU uitspreken voor het voortzetten van een actieplan voor Afrikaans
Euraziatisch migrerende landvogels, en de diverse actieplannen voor specifieke vogelsoorten
onder CMS en haar dochterverdragen.
Diepzeemijnbouw
Voor diepzeemijnbouw is tijdens de vorige COP een resolutie aangenomen die opriep
om geen exploitatie toe te staan of te steunen voordat er voldoende robuuste wetenschappelijke
informatie beschikbaar is die vaststelt dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor
migrerende soorten, hun prooi en hun ecosysteem. Er staat nu een document geagendeerd
met een rapport over de bevindingen in relatie tot deze impact met ook aanbevelingen
voor verdragspartijen. Het wetenschappelijke comité heeft geadviseerd om de aanbevelingen
in te korten en te veranderen, onder andere omdat zij van mening waren dat het te
voorbarig is om over mitigatie te spreken. De Nederlandse positie volgt de aanbevelingen
van het wetenschappelijke comité, met name omdat sommige punten niet in lijn zijn
met de mandaten van de verschillende organisaties. Voor het Kabinetsstandpunt ten
aanzien van diepzeemijnbouw wordt verwezen naar de Kamerbrief die op 4 juli 2023 is
gepubliceerd3.
Bijvangst beschermde soorten
Het onderwerp bijvangst van beschermde en bedreigde soorten is voor Nederland een
belangrijk onderwerp. Daarom heeft Nederland het initiatief genomen voor het EU LIFE
programma CIBBRINA4. Er wordt een nieuwe resolutie voorgesteld die al het werk van CMS samenbrengt. Nederland
steunt de EU-positie om de specifieke acties rondom bijvangst van haaien en roggen,
onder te brengen in de nieuwe resolutie. Nederland steunt het aannemen van een definitie
voor de doeleinden van CMS en zal in de discussies aandacht blijven vragen voor de
samenwerking met vissers en andere stakeholders.
Tevens heeft de Nederlandse ambassade in Brasilia het initiatief opgevat voor een
workshop om in Nederland opgedane ervaringen en geleerde lessen uit te wisselen rondom
het onderwerp bijvangst en het betrekken van vissers. Aanleiding is het door Brazilië,
Argentinië en Uruguay gezamenlijk opgestelde beschermingsplan voor de Franciscana
dolfijn. Hiervoor zal een voorbereidend overleg plaatsvinden tijdens de COP.
Ook andere onderwerpen als mariene vervuiling, onderwatergeluid, milieueffectbeoordelingen
en de achteruitgang van insecten zijn punten van aandacht. De Nederlandse inzet daarbij
is in lijn met de EU inzet en met name gericht op het vinden van synergiën met andere
verdragen, om dubbel werk te voorkomen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben
geïnformeerd.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Indieners
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur