Brief regering : Appreciatie van het nader gewijzigd amendement van het lid Abdi over het per collegejaar 2026-2027 bieden van toegankelijk vervolgonderwijs aan Oekraïense jongeren (Kamerstuk 36800-VIII-137) en het nader gewijzigd amendement van het lid Tseggai over het gelijktrekken van beleid omtrent restitutie van les-, cursus- en collegegeld (Kamerstuk 36800-VIII-138)
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 139
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 maart 2026
In deze brief deel ik mijn appreciatie van het amendement 137 – lid Abdi1 op de OCW-begroting 2026 (VIII) dat gewijzigd is ingediend na de begrotingsbehandeling
op woensdag 11 februari 2026 en donderdag 12 februari 2026.
Amendement 137 (voorheen amendement 75/126/172) – Lid Abdi
Vervolgonderwijs Oekraïense jongeren
Oordeel: ontraden
Het gewijzigde amendement beoogt om Oekraïners die reeds aan een hbo- of wo-instelling
studeren, vooruitlopend op een mogelijke introductie in 2027 van wettelijk collegegeld
voor deze groep als onderdeel van de nationale terugvaloptie2, in aanmerking te laten komen voor compensatie van het instellingscollegegeld tot
de hoogte van het wettelijke collegegeld. Het amendement stelt, in tegenstelling tot
de vorige versie, voor om de «niet-juridische verplichte budgetflexibiliteit» van
de artikelen 6 en 7 in te zetten als dekking.
Het amendement wordt ontraden vanwege ondeugdelijke dekking. Het amendement stelt
voor om de «niet-juridische verplichte budgetflexibiliteit» van de artikelen 6 en
7 in te zetten als dekking. Het gaat hier om in de begroting genoemde categorieën
«bestuurlijk verplicht» en «beleidsmatig gereserveerd». Deze middelen kunnen niet
pijnloos worden ingezet: hier zitten posten in die nog betaald moeten worden zoals
de lerarenagenda, beleidsonderzoeken en uitvoeringsproblematiek (bij instellingen).
Daarnaast constateer ik dat dit amendement evenals amendement 134 van Kamerlid Tseggai
deels een beroep doen op dezelfde dekking.
In de toelichting van het amendement wordt enerzijds gesproken over Oekraïense studenten
die thans aan een instelling voor hbo- en wo-onderwijs studeren en anderzijds alsnog
over financiële ruimte om 1.000 scholieren te laten starten met studeren. Het is onduidelijk
wat het lid Abdi beoogt met de nadere wijziging. In het geval dat het lid Abdi de
1.000 scholieren van compensatie wenst te voorzien, dan verwijs ik naar mijn appreciatie
van 20 maart 2026 waarin ik het amendement ontraad.3 In het geval het lid Abdi de reeds in het hbo- en wo-onderwijs studerende 714 ontheemden
uit Oekraïne van compensatie wenst te voorzien, dan ontraad ik alsnog het amendement
op bovengenoemde gronden.
Volgens ons beeld studeren op dit moment 714 Oekraïners aan een hbo- of wo-instelling;
onze beste inschatting is dat maximaal 496 daarvan het instellingscollegegeld betalen
en ontvangt de rest reeds een door de instelling zelf aangeboden verlaagd instellingscollegegeldtarief.
Dat maakt dat ongeveer € 5.000.000 nodig zou zijn exclusief uitvoeringskosten. In
dit amendement wordt € 10.000.000 vrijgemaakt. Bovendien kan dit amendement niet uitgevoerd
worden door de in de toelichting gesuggereerde stichting UAF. Dit zou hen namelijk
voor de uitvoering van de regeling een bestuursorgaan maken met bijkomende eisen.
Amendement 138 (voorheen amendement 134/85) – Lid Tseggai
Wijziging restitutie van het les- en cursusgeld
Oordeel: Ontraden
Voor de inhoudelijke appreciatie verwijs ik u naar de brief die ik u op 20 maart heb
doen toekomen. Het ingediende amendement dat nu voor ligt verlaagt de uitgaven in
2026 verder dan benodigd. In 2026 dient slechts een bedrag van € 4,5 miljoen aan verplichtingen
beschikbaar te zijn, zoals in het voorgaande amendement (nr. 134) was opgenomen.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
Indieners
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap