Brief regering : Toezegging gedaan tijdens de begrotingsbehandeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 maart 2026, over garantiebedrag Wajong
26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Nr. 870
BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 maart 2026
Inleiding
Tijdens het begrotingsdebat van 19 maart jl. kwam de beëindiging van een groot aantal
Wajong-uitkeringen per 1 januari 2026 en de gevolgen daarvan voor de betrokken Wajonggerechtigden
ter sprake. Per die datum doet zich een samenloop voor van een piek aan beëindigingen
van Wajong-uitkeringen en tegelijkertijd het eerste moment waarop er garantiebedragen
vervallen. Ik heb toegezegd uw Kamer te informeren over de omvang en samenstelling
van de groep mensen om wie het gaat. Hoewel de beëindiging van de Wajong-uitkeringen
in deze gevallen conform de wet is, realiseer ik mij dat dit impact kan hebben op
de inkomenspositie van Wajonggerechtigden. In het debat gaf ik aan dat dat zwaar valt
en dat ik hier een dilemma in zie: tot wanneer loopt een uitkering door bij samenloop
met inkomen uit werk en welke financiële gevolgen bij een uitkeringsbeëindiging redelijkerwijs
hebben. In deze brief ga ik hier nader op in. Ik gaf in het debat aan dat er bij dit
dilemma geen makkelijke of snelle oplossingen zijn. Dit maakt dat ik op dit moment
nog goed kijk wat er in deze gevallen kan en wat passend is.
Piek aan beëindigingen van Wajong-uitkeringen
Wie vijf jaar onafgebroken heeft gewerkt en inmiddels zelfstandig – dus zonder extra
ondersteuning of voorzieningen – ten minste 75% van het maatmaninkomen verdient, heeft
geen recht meer op een Wajong-uitkering. Het maatmaninkomen is meestal gelijk aan
het wettelijk minimumloon (circa € 2.300 bruto per maand). De wet bepaalt dat de uitkering
in deze situatie stopt.1 Dit betekent dat UWV na een beoordeling de uitkering stopt bij een inkomen van meer
dan circa € 1.725 bruto per maand. Op dat moment heeft iemand voldoende arbeidsvermogen
om duurzaam en zelfstandig een inkomen te verdienen van meer dan een Wajong-uitkering.
Als iemand werkt met extra ondersteuning of een voorziening, bijvoorbeeld een jobcoach,
vervoersvoorziening of in beschut werk, dan blijft de uitkering doorlopen. De Wajonggerechtigde
kan dan immers niet zelfstandig in een inkomen voorzien.
Dit is geen nieuwe regel. Wel speelt dat vanwege de invoering van de Wet vereenvoudiging
Wajong op 1 januari 2021 het UWV de beoordelingen op de beëindiging van Wajong-rechten
op basis van inkomsten tijdelijk heeft stilgelegd. Om uitvoeringstechnische reden
heeft UWV de teller voor de termijn van vijf jaar voor iedere werkende Wajonggerechtigde
op dat moment 0 gezet. Hoewel dit gunstig was voor Wajonggerechtigden, zij behielden
daardoor langer hun uitkering naast het loon dan de wet voorschreef, zorgt dit begin
2026 voor een piek in het aantal beëindigingen. U bent hierover geïnformeerd in de
Stand van de uitvoering van 3 juni 20252, in de antwoorden op de Kamervragen van het Kamerlid Patijn d.d. 24 oktober 20253 en bij de brief van 10 december 2025.4 Naast de hervatting van de toetsing op inkomen speelt mee dat de Wajonggerechtigden
van wie de uitkering nu waarschijnlijk wordt gestopt sinds 1 januari 2021 meer uren
zijn gaan werken of meer zijn gaan verdienen, waardoor zij nu voldoen aan de criteria
voor beëindiging van de uitkering. Dit is een gunstig maar een onvoorzien effect wat
tot meer beëindigingen leidt. Deze Wajonggerechtigden hebben laten zien meer te kunnen
dan eerder verondersteld.
Zoals ik tijdens het begrotingsdebat heb aangegeven, hebben ze daarmee echter ook
gedaan wat wij van hen verwachten: werken, meedoen en op eigen benen staan. Tegelijkertijd
is het rechtvaardig om de uitkering te beëindigen nu het hoofddoel – een duurzame
baan met een eigen inkomen – is bereikt. Het laten doorlopen van de uitkering zou
bovendien onrechtvaardig zijn tegenover mensen met vergelijkbare werkzaamheden en
verdiensten maar zonder Wajong-uitkering. De wet bepaalt daarom dat het recht op Wajong
in deze situatie stopt.5
Het garantiebedrag
Bij een deel van de groep mensen bij wie de Wajong-uitkering stopt om bovengenoemde
redenen stopt hierdoor de uitkering ter hoogte van het «garantiebedrag». Het garantiebedrag
is ingevoerd bij en in verband met de Wet vereenvoudiging Wajong, die op 1 januari
2021 de rekenregels voor inkomstenverrekening voor alle drie de Wajong-regelingen6 gelijktrok. Voor 2021 kende de Wajong drie Wajong regimes met meerdere inkomensregelingen.
Dit maakte de Wajong erg complex. Daarnaast was het niet altijd lonend om (meer) te
gaan werken voor mensen in de Wajong. Om de Wajong te vereenvoudigen en werken lonend
te maken is daarom besloten om te komen tot een eenvoudige inkomensregeling, waarbij
het bruto totaalinkomen van mensen die (meer) gaan werken altijd toeneemt. De uitkomst
van deze inkomensregeling leverde echter niet in alle gevallen een hogere uitkering
op.
Om te voorkomen dat mensen vanwege de wijziging van de inkomensregeling erop achteruit
zouden gaan is het garantiebedrag als tijdelijke overgangsmaatregel ingevoerd. Het
garantiebedrag bepaalt de minimale hoogte van een uitkering voor mensen die op het
moment van inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging Wajong aan het werk waren.
Voor iedereen die in december 2020 én januari 2021 aan het werk waren heeft UWV op
basis van het individuele inkomen en de oude rekenregels dit garantiebedrag vastgesteld.
Mensen met een laag inkomen op het moment van inwerkingtreding kregen daarmee een
hoog garantiebedrag. Mensen met een hoog inkomen kregen recht op een laag garantiebedrag.
Wajonggerechtigden ontvangen het garantiebedrag volledig naast het verdiende inkomen,
zelfs als ze sindsdien veel meer zijn gaan verdienen, dus ook als ze meer dan 75%
van het wettelijk minimumloon (wml) verdienen en zelfs meer dan 100% wml. Hierdoor
kunnen zij een hoog totaalinkomen hebben (uitkering en inkomen). Soms hebben zij hierdoor
een totaalinkomen dat veel hoger ligt dan dat van directe collega’s die geen garantiebedrag
krijgen.
Gevolgen voor de Wajonggerechtigden
Het beëindigen van het Wajong-recht en dus ook van de Wajong-uitkering heeft de volgende
impact.7
– De meeste van de 11.500 personen die mogelijk hun Wajong-recht verliezen per 1 januari
2026, ongeveer 7.200 mensen, hebben een zogenoemde
– nul-uitkering. Bij deze groep blijft de financiële impact beperkt. Zij hebben zoveel
inkomen dat zij nu al geen Wajong-uitkering meer ontvangen, omdat zij meer dan het
wml verdienen.
– Circa 3.400 personen verliezen hun garantiebedrag als de Wajong-uitkering eindigt.
Het gemiddelde inkomensverlies bij deze groep is ongeveer
– € 750 bruto per maand. De meerderheid heeft een inkomen boven 100% wml.
– Circa 900 personen hebben geen garantiebedrag maar wel een aanvullende Wajong-uitkering.
Circa 450 van hen verdienen tussen de 75% en 100% wml en circa 450 verdient 100% wml
of meer.8 Het gemiddelde inkomensverlies bij deze groep is ongeveer € 250 bruto per maand.
– Alle drie de groepen verliezen de fiscale jonggehandicaptenkorting (ruim € 900 netto
per jaar).
In onderstaande tabellen is een uitsplitsing gemaakt van de hoogte van de lonen en
de hoogte van de garantiebedragen. Het gaat hier om indicatieve getallen.
Tabel 1: Loon van de groep van 11.500
Loon
Totaal
Met garantiebedrag
N=3.400
> 75% – 100% WML
1.650
900 (26%)
> 100% WML en < 150% WML
5.350
1.800 (53%)
> 150%
4.500
700 (21%)
Stand maart 2026
De hoogte van de garantiebedragen varieert van € 10 bruto per maand tot € 2.100 bruto
per maand. Het gemiddelde garantiedrag bedraagt € 750 bruto per maand.
Tabel 2: hoogte van garantiebedragen1
< € 250
12%
€ 250 – € 750
46%
€ 750 – € 1.250
27%
€ 1.250 – € 1.750
14%
> € 1.750
1%
X Noot
1
Verdeling hoogte garantiebedrag bruto per maand op basis van data juni 2025
De meerderheid van de circa 11.500 betrokkenen lijkt de inkomensgevolgen van de beëindiging
van de Wajong-uitkering goed te kunnen opvangen, al dan niet met compensatie door
hogere inkomensafhankelijke regelingen zoals fiscale toeslagen en gemeentelijk minimabeleid.
De telefoongesprekken die UWV met de doelgroep heeft gevoerd, lijken dit beeld te
bevestigen. Ruim 52% van de groep Wajonggerechtigden met een garantiebedrag dat potentieel
eindigt, verdient tussen de 100% en 150% van het wettelijk minimumloon (wml), en 21%
verdient zelfs meer dan 150% wml.
Dilemma
De toepassing van de huidige wettelijke kaders brengt een dilemma met zich mee. Enerzijds
is het een positief signaal dat een aanzienlijke groep Wajonggerechtigden reeds vijf
jaar onafgebroken participeert op de arbeidsmarkt en daarmee voldoet aan de criteria
voor beëindiging van het uitkeringsrecht. Het uitgangspunt van de Wajong blijft immers
dat de uitkering vervalt wanneer iemand duurzaam in staat is zelfstandig in het levensonderhoud
te voorzien. Het past niet om hen voor lange tijd een uitkering te blijven geven en
daarnaast het minimumloon te laten verdienen. Dit is niet uit te leggen aan de directe
collega’s die hetzelfde werk doen zonder Wajong-uitkering. Aan de andere kant houden
deze Wajonggerechtigden mogelijk rekening met het garantiebedrag. Zij kunnen dan financiële
verplichtingen hebben zoals huurovereenkomsten of hypotheken die sommigen van hen
zonder dit bedrag mogelijk niet meer kunnen nakomen. Of de inkomensgevolgen kunnen
worden opgevangen, hangt af van de verhouding tussen de te verliezen uitkering, het
eigen inkomen en onvermijdelijke kosten zoals wonen, levensonderhoud en zorg. De precieze
gevolgen verschillen per persoon, afhankelijk van de individuele situatie. In het
ene geval kan iemand het verlies van een lage uitkering/garantiebedrag moeilijker
opvangen wanneer de kosten voor wonen, zorg en levensonderhoud hoog zijn. Omgekeerd
wordt het verlies van een hoog garantiebedrag soms juist als minder problematisch
ervaren omdat het eigen salaris hoog genoeg is om alle kosten te dekken of omdat er
ook een partner is met een inkomen.
Wajonggerechtigden die moeite hebben het verlies van het Wajong-recht op te vangen,
wordt ondersteuning aangeboden en er zijn aanvullende maatregelen genomen om hen te
ondersteunen. UWV heeft daartoe in juni en september vorig jaar aan werkende Wajonggerechtigden
die mogelijk te maken krijgen met een beëindiging per 1 januari 2026 een brief gestuurd
om hen hierover te informeren. UWV heeft vervolgens al deze mensen nog een keer gebeld.
Wajonggerechtigden die zich zorgen maken, kunnen de hulp van een casemanager van UWV
krijgen, als blijkt dat hun Wajong-uitkering wordt beëindigd. UWV heeft hiervoor een
proces rondom zorgvuldige dienstverlening ingericht.
Samen kan dan worden gekeken of de inkomensachteruitgang (deels) kan worden opgevangen
door het aanvragen van inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen of het gemeentelijke
minimabeleid.
Naast de impact op Wajonggerechtigden vormt de piek aan beëindigingen ook een knelpunt
voor de uitvoering. UWV heeft aangegeven dat het niet lukt om alle gevallen in één
maand te beoordelen, maar hiervoor meer tijd heeft nodig om een overhaaste uitvoering
en/of rechtsongelijkheid te voorkomen.
De Staatssecretaris van Participatie en Integratie van het vorige kabinet heeft daarom
besloten de beëindiging van de Wajong-uitkeringen uit te stellen. Voor alle Wajonggerechtigden
die in 2026 aan de voorwaarden voor stopzetting voldoen, wordt de daadwerkelijke einddatum
van de uitbetaling van de uitkering verschoven naar 1 januari 2027, ook al stopt het
Wajong-recht officieel eerder. Dit is tegen de wet, maar begunstigend voor de betrokkenen,
en geeft UWV de kans alle beëindigingen zorgvuldig te doen en mensen goed te begeleiden.
U bent hierover geïnformeerd bij voornoemde brief van 10 december 2025.
Uitstel van de beëindigingen tot 1 januari 2027 zal voor de meeste Wajonggerechtigden
naar verwachting een passende en doelmatige maatregel zijn. Deze maatregel geeft UWV
de ruimte voor een zorgvuldige uitvoering en begeleiding, terwijl betrokkenen tegelijkertijd
de tijd krijgen om hun uitgavenpatroon geleidelijk aan te passen of tijdig aanvullende
regelingen aan te vragen.
Dit laat onverlet dat er mensen zijn bij wie het vervallen van de Wajong-uitkering
zeer ingrijpende gevolgen kan hebben. Zoals ik al in het begrotingsdebat aangaf, ga
ik samen met UWV kijken hoe de beëindiging voor hen op een goede, zorgvuldige en menswaardige
manier kan plaatsvinden. Zoals u zult begrijpen is de tijd tussen het begrotingsdebat
en het versturen van deze brief kort geweest. Ik kom hier daarom op een later moment
bij uw Kamer op terug. Daarnaast bied ik uw Kamer een technische briefing aan voor
een gedetailleerde feitelijke uitleg over dit complexe dossier.
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
Indieners
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie