Brief regering : Voortgang ontwikkeling inkeerregeling geldezels
29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit
Nr. 501 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 maart 2026
In het commissiedebat online fraude van 17 december 2025 heeft mijn ambtsvoorganger
toegezegd de Kamer nader te informeren over de ontwikkeling van een inkeerregeling
voor jonge geldezels, ter uitvoering van de motie Mutluer.1 In de Kamerbrief over de doorontwikkeling van de aanpak online fraude van 9 december
2025 is de Kamer geïnformeerd over de invulling van deze motie.2 Deze brief biedt een meer uitgebreid beeld van de (preventieve) aanpak van gelezels
en de te ontwikkelen inkeerregeling.
Bestaande aanpak
Een geldezel is een katvanger die zijn of haar bankrekening laat misbruiken voor criminele
activiteiten. Hierbij wordt, al dan niet bewust, frauduleus verkregen geld naar criminelen
overgemaakt. Daarbij komt het voor dat geldezels worden geronseld om hun rekening
te laten misbruiken, al dan niet onder dwang. Hiermee maakt een geldezel zich – vaak
onbewust – schuldig aan het witwassen van illegaal geld en blijft de crimineel erachter
anoniem.
Er zijn tal van organisaties die een belangrijke rol hebben in het tegengaan van geldezelproblematiek,
zoals het Centrum Kinderhandel & Mensenhandel (CKM), Keerpunt, jongerenwerk en scholen.
Sinds 2022 ontwikkelt het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)
een lokale (preventieve) aanpak voor geldezels van 8 tot 27 jaar. De gemeenten Almere,
Enschede, Leeuwarden en Vlaardingen hebben in dit kader eind 2025 pilots afgerond.
Deze pilots hebben onder meer een leidraad opgeleverd met handvatten voor gemeenten
die hun eigen geldezelaanpak willen opzetten. Deze handvatten bestaan bijvoorbeeld
uit:
• Samenwerking tussen politie, OM, veiligheidshuis, onderwijs, jongerenwerk en andere
lokale partijen, inclusief een convenant voor gegevensdeling;
• algemene preventiemaatregelen, bijvoorbeeld structurele voorlichtingsplannen en communicatiestrategieën
die zich richten op gedragsverandering;
• een first offender-aanpak waarbij wordt nagegaan wat ertoe leidde voor de jongere
om als geldezel op te treden en die oorzaak proberen weg te nemen, en;
• een aanpak voor geldezels met meerdere antecedenten om de geldezel te laten stoppen
met zijn criminele gedrag en in de zorgbehoefte te voorzien.
De invulling van de aangenomen motie Mutluer wordt vormgegeven door voort te bouwen
op deze aanpak. In 2025 en 2026 zijn aanvullende middelen vrijgemaakt vanuit de aanpak
Preventie met Gezag om in een doorontwikkeling te voorzien, met inbegrip van de inkeerregeling.
Het CCV ontvangt subsidie om dit te realiseren.
Inkeerregeling voor jonge geldezels
Geldezels kunnen geconfronteerd worden met verschillende impactvolle gevolgen, zeker
wanneer ook sprake is van identiteitsfraude of criminele uitbuiting. Zo kan bijvoorbeeld
hun toegang tot bankdiensten worden ontnomen, kunnen schulden ontstaan omdat zij aansprakelijk
zijn voor het gestolen geld en worden zij mogelijk strafrechtelijk vervolgd.
Het doel van de inkeerregeling is te voorkomen dat jongeren opnieuw als geldezel worden
misbruikt, verder afglijden in criminaliteit of door bestaande maatregelen juist extra
in de knel komen. Daarbij is het van belang dat er zowel aandacht is voor de bekende
risico- en beschermende factoren voor de preventie van jeugdcriminaliteit,3 alsook de aanvullende factoren die specifiek bij geldezelproblematiek spelen. De
inzet richt zich daarom op het wegnemen van deze risicofactoren en het vinden van
passende hulp voor kwetsbare jongeren.
Afwegingskader voor deelname inkeerregeling
Het is bekend dat geldezels in sommige gevallen hun bankrekening ter beschikbaar stellen
door manipulatie of onder dwang. Zo kan er sprake zijn van criminele uitbuiting, bijvoorbeeld
van jongeren in een kwetsbare positie. Deze jongeren kunnen als slachtoffer worden
gezien. Echter zijn er ook gevallen waarin geldezels bewust hun bankrekening beschikbaar
stellen voor criminelen met de intentie hier gewin uit te halen. Dit kenmerkt daderschap.
In de inkeerregeling wordt er een onderscheid gemaakt tussen deze twee groepen.
In samenwerking met het Openbaar Ministerie, politie, en de Zorg- en Veiligheidshuizen
zal een kader tot stand komen waarin de voorwaarden gesteld worden waaraan een jongere
moet voldoen om deel te nemen aan de inkeerregeling. Met dit kader, dat bij aanvang
van nieuwe pilots dit voorjaar gereed is, wordt beoogd de kwetsbare, hulpbehoevende
jongeren de juiste hulp te bieden en perverse prikkels voor opportunistische daders
tegen te gaan. De inkeerregeling is niet beschikbaar voor daders voor wie het strafrecht
een meer passende keuze is. Deze afweging, die in de praktijk vaak in een grijs gebied
plaatsvindt, zal binnen de gestelde kaders in de lokale context worden gemaakt door
de professionals die dichtbij de jongere staan.
Kwetsbare geldezels en het bieden van de juiste zorg
Doel is om vanuit verschillende lokale contexten tot een effectieve werkwijze te komen
om de gevolgen voor kwetsbare geldezels te beperken en ondersteuning te bieden waar
de jongere dat nodig heeft. In dat proces staat de jongere centraal. Daarom wordt
beoogd te werken met een procesregisseur die het primaire aanspreekpunt voor de jongere
is. Het is aan de procesregisseur om de jongere van de juiste hulp te voorzien of
de jongere hier aan te koppelen.
Het op orde hebben van hun financiële situatie is voor geldezels een belangrijke voorwaarde
om hun leven weer op te kunnen pakken. Met de Nederlandse Vereniging van Banken en
Betaalvereniging Nederland lopen gesprekken over de procedure rond het sluiten van
rekeningen en de basisbankrekening, zodat hulpverlening hier beter op kan steunen.
Ook het treffen van betalingsregelingen met schuldeisers is onderdeel van de hulpverlening.
Daarnaast wordt naar de persoonlijke situatie van de jongere gekeken, en waarom hij
of zij geldezel is geweest. Afhankelijk van de behoefte kan de lokale hulpverlening
de situatie van de geldezel verbeteren en zo de aanleiding die tot het optreden als
geldezel heeft geleid, wegnemen en recidive voorkomen. Daarnaast wordt ondersteuning
geboden bij het doen van aangifte tegen het criminele netwerk dat misbruik van de
jongere heeft gemaakt.
Evaluatie en verdere verspreiding
Bij de inzet op criminaliteitspreventie is het van groot belang om te monitoren in
hoeverre deze inzet effectief is. Daarom worden de eind 2025 afgeronde pilots op proces
geëvalueerd. De inzichten die hieruit voortkomen, worden verwerkt in de nieuwe pilots.
In april starten de nieuwe pilots om tot een werkzame inkeerregeling te komen. Deze
pilots worden naar verwachting in de zomer van 2027 afgerond en worden geëvalueerd
op effect. Het doel is om te komen tot een effectieve aanpak voor kwetsbare jongeren
die zijn ingezet als geldezel. De ontwikkelde werkwijze wordt door het CCV vastgelegd
in een geüpdatete lokale aanpak die voor alle gemeenten beschikbaar wordt gesteld
en landelijk onder de aandacht wordt gebracht. De Kamer wordt over de voortgang geïnformeerd
via de reguliere voortgangsbrief Preventie met gezag.
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid