Brief regering : Opvolging van de motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over de maximale juridische ruimte opzoeken om binnenlands te kunnen oefenen met drones (Kamerstuk 36600-X-58)
30 806 Onbemande vliegtuigen (UAV)
Nr. 60
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 maart 2026
Tijdens de vaststelling van de begrotingsstaten van Defensie voor 2025 op 4 december
2024 is een motie ingediend door het lid Diederik van Dijk (SGP) c.s. waarin de regering
wordt verzocht een analyse te maken over de knelpunten voor het oefenen met drones.
Daarnaast wordt de regering verzocht om de maximale juridische ruimte op te zoeken
om binnenlands te kunnen testen met drones in samenwerking met civiele partners. Dit
voor opleidings- en trainingsdoeleinden.1 Uw Kamer heeft deze motie aangenomen.
Het gebruik van onbemande voer-, vaar- en luchtvaartuigen – oftewel onbemenste systemen
– wordt voor alle onderdelen van de krijgsmacht belangrijker. Eén van de belangrijkste
lessen die we trekken uit de oorlog in Oekraïne is de cruciale rol die onbemenste
systemen spelen in hedendaagse conflicten. De recente ontwikkelingen in Oost-Europa
waarbij het NAVO-luchtruim meerdere malen is geschonden door onbemenste systemen en
recente incidenten bij Nederlandse defensielocaties, onderstrepen de urgentie om te
zijn voorbereid op dreigingen van deze vijandige onbemenste systemen. Ik onderschrijf
de noodzaak die uw Kamer heeft genoemd in uw motie om zowel fysiek als juridisch de
ruimte te zoeken om te kunnen testen, opleiden, trainen en oefenen met en tegen onbemenste
systemen in Nederland.
In deze brief informeer ik uw Kamer over de acties die Defensie onderneemt om door
middel van samenwerking de mogelijkheden om te testen met onbemenste systemen in Nederland
te vergroten en over de knelpunten en op welke manier Defensie met andere partijen
de maximale (juridische) ruimte zoekt voor opleiden, trainen en oefenen.
Samenwerking met civiele partners
De dronesector ontwikkelt zich met een enorme snelheid waardoor samenwerking met civiele
partners om onderling ervaring te delen essentieel is.
Een recent voorbeeld van een dergelijke samenwerking is het test- en experimenteergebied
«Unmanned Valley» op het voormalige marinevliegkamp Valkenburg. Boven de Noordzee
komt een testgebied voor onbemenste systemen die buiten het zicht van de piloot vliegen,
zogenaamde BVLOS-vluchten (Beyond Visual Line of Sight-vluchten) gericht op innovatie
en doorontwikkeling van onbemenste systemen in Nederland.2 In dit kader is op 8 oktober 2025 een samenwerkingsovereenkomst getekend door de
provincie Zuid-Holland met de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Defensie.
Met dit soort samenwerkingen geeft de regering gevolg aan de urgentie en het belang
om met partners op te trekken om onze capaciteiten op het gebied van onbemenste systemen
te versterken.
Een ander voorbeeld van samenwerking met civiele partners is de Quick Response Drone
Facility (QRDF) gevestigd bij het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum
(NLR) in Marknesse. Op deze locatie is een speciaal onderdeel van het luchtruim gereserveerd
waar veilig kan worden gevlogen met experimentele onbemenste systemen. De nieuwe QRDF
is een samenwerking tussen Defensie, de provincie Flevoland en het Mobiliteit & Infrastructuur
Test Centrum (MITC) als test- en ontwikkelpartner. Ook biedt het QRDF de mogelijkheid
om samen te werken met bedrijven, onderzoekers en kennisinstellingen voor de ontwikkeling
en innovatie van onbemenste systemen.3
Knelpunten en (juridische) ruimte
De krijgsmacht moet door te testen, opleiden, trainen en oefenen genoeg ervaring opdoen
voor het afschrikken en paraat zijn om het territorium en de belangen van Nederland
en haar NAVO-bondgenoten te kunnen verdedigen. De belangrijkste knelpunten zijn:
– De huidige wet- en regelgeving, waaronder de Omgevingswet met de onderliggende uitvoeringsregelgeving
en de Telecommunicatiewet, zorgt voor complexe en lange procedures, zoals;
• Het verkrijgen van frequentieruimte voor zowel het oefenen met de besturing van onbemenste
systemen als het oefenen met de bestrijding ervan;
• Het voldoen aan verschillende aspecten van natuurwetgeving;
• Het wijzigen van bestaande vergunningen/meldingen voor milieubelastende activiteiten.
– De huidige wet- en regelgeving biedt onvoldoende grondslag voor het verwerken van
persoonsgegevens. Onbemenste systemen bevatten vaak sensoren die zowel zijn gericht
op de veiligheid (bijvoorbeeld doordat een onbemenste systeem met een camera op afstand
wordt aangestuurd) als sensoren die van operationele waarde zijn (gericht op het verzamelen
van gegevens over bijvoorbeeld een (oefen)vijand of het terrein).
– Voor civiele onbemenste luchtvaartuigen gelden Europese verordeningen. Deze Europese
regelgeving is niet van toepassing op militaire onbemenste luchtvaartuigen, waardoor
de Nederlandse militaire luchtvaartwet- en regelgeving van toepassing is. De huidige
militaire luchtvaartwet- en regelgeving is gebaseerd op bemenste luchtvaartuigen of grotere meer complexe onbemenste luchtvaartuigen en houdt onvoldoende
rekening met kleinere en minder complexe onbemenste luchtvaartuigen;
– Er is momenteel onvoldoende (lucht)ruimte.
Om deze knelpunten aan te pakken, werkt Defensie gelijktijdig aan verschillende oplossingsrichtingen:
Oplossingsrichting 1: Verruimen van juridische mogelijkheden en verminderen van regeldruk
Het wetsvoorstel Wodg waarborgt het tijdig gereedstellen van de krijgsmacht en biedt
een kader om, omgeven door passende waarborgen, de daarvoor benodigde gereedstellingsactiviteiten
te kunnen uitvoeren en waar nodig te laten prevaleren boven andere zaken. Dit wordt
vastgelegd in de Wodg door complexe procedures te vereenvoudigen of versnellen, en
mogelijkheden op te nemen om af te wijken van bestaande wet- en regelgeving (zoals
het verkrijgen van vrijstellingen van natuurwetgeving).
Procedures in de fysieke leefomgeving worden verkort en vereenvoudigd
Met het wetsvoorstel Wodg is de inzet om juridische ruimte te creëren voor de volgende
activiteiten ten aanzien van onbemenste systemen:
• Het testen, opleiden, trainen en oefenen in het gebruik en de bestrijding van onbemenste
elektrisch aangedreven voer- en luchtvaartuigen op of boven militaire terreinen;
• Schieten of werpen vanuit bemenste of onbemenste militaire luchtvaartuigen op de bestaande
schietrange Vliehors, binnen de totale vergunde geluidsruimte op basis van een flexibel
schietmodel;
• Testen en oefenen met schieten op vliegende oefendoelen alsmede het werpen van explosieve
voorwerpen op Artillerie Schietkamp, Infanterie Schietkamp, Springterrein Reek, binnen
de totale vergunde geluidsruimte op basis van een flexibel schietmodel.
Grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens
Met het wetsvoorstel Wodg wordt voorzien in een verwerkingsgrondslag voor persoonsgegevens
voor zover dit noodzakelijk is voor het verrichten van gereedstellingsactiviteiten
door Defensie. Ook wordt voorzien in passende waarborgen waardoor de te verwachten
inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beperkt blijft. Zo mogen persoonsgegevens enkel
worden verwerkt op grond van de doeleinden genoemd in het wetsvoorstel en alleen voor
zover zij strikt noodzakelijk zijn (anders worden de persoonsgegevens verwijderd).
De Wodg voorziet verder in bewaartermijnen en bevat regels met het oog op proportionaliteit
en subsidiariteit. Door deze passende waarborgen blijft de inbreuk op de persoonlijke
levenssfeer beperkt, maar wordt het voor de krijgsmacht wel mogelijk om te testen,
opleiden, trainen en oefenen in gebruik en bestrijding van onbemenste systemen.
Wijziging van andere wetten
De Telecommunicatiewet inclusief de memorie van toelichting wordt met het wetsvoorstel
Wodg gewijzigd. De gereedheid van Defensie krijgt een duidelijk zichtbare positie
in het afwegingskader en een eigen zelfstandige ontheffingsgrond als het gaat om de
toewijzing/verdeling van frequentieruimte. Het (afwijkend) gebruik van frequentieruimte
is onderdeel van het testen, opleiden, trainen en oefenen in gebruik en bestrijding
van onbemenste systemen.
In het wetsvoorstel Wodg zijn de afgelopen maanden door Defensie de reacties vanuit
de internetconsultatie en de toetsen beoordeeld en – waar nodig – verwerkt. De aangepaste
versie van het wetsvoorstel is na besluit van de ministerraad, op 18 december 2025
voor advies aanhangig gemaakt bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Daarnaast wordt gewerkt aan een wijzigingsregeling tot aanpassing van een aantal ministeriële
regelingen op het gebied van luchtvaartveiligheid. Ik verwacht deze wijzigingen op
korte termijn te kunnen formaliseren.
Oplossingsrichting 2: Het creëren van nieuwe fysieke en milieuruimte door middel van
het NPRD
Naast het creëren van juridische ruimte is Defensie ook bezig met het realiseren van
meer fysieke en milieuruimte. Het NPRD beschrijft de ruimtelijke uitbreidingsbehoefte
van Defensie in Nederland die voortkomt uit de groei van de krijgsmacht die nodig
is om te kunnen voldoen aan hoofdtaak 1.
De behoeften in het NPRD ten aanzien van onbemenste systemen betreffen de behoefte
om met maritieme onbemenste systemen te kunnen oefenen in de bestaande maritieme oefengebieden
en de behoefte aan cargodrones voor het vervoeren van vracht. Ook zijn corridors nodig
van en naar de in de NPRD genoemde oefengebieden in Nederland. Verder heeft Defensie
behoefte aan uitbreiding van de maritieme oefengebieden op de Noordzee voor grotere
en veelzijdigere oefeningen. Tevens is in het NPRD de behoefte opgenomen om vanuit
de haven van Den Helder naar het bestaande maritieme oefengebied in de Noordzee te
kunnen varen met onbemenste vaartuigen.
Om deze ruimtelijke behoeften te kunnen realiseren zijn in het NPRD voorkeurslocaties
aangewezen. In de uitwerking van het NPRD worden de benodigde ruimtelijke procedures
gestart zodat de fysieke en milieuruimte wordt gecreëerd om aan de genoemde behoeften
te voldoen.
Het ontwerp NPRD heeft van 28 mei 2025 tot en met 9 juli 2025 ter inzage gelegen voor
inspraak. In die periode zijn ruim 1.750 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn
meegenomen bij de vaststelling van het NPRD en beantwoord in een Nota van Antwoord.
Het NPRD is op 19 december 2025 vastgesteld in de minsterraad.
De ruimtelijke behoeften ten aanzien van onbemenste systemen zoals genoemd in het
NPRD zijn niet uitputtend. De ontwikkeling van onbemenste systemen gaat met enorme
snelheid. Ook de dreiging van vijandige onbemenste systemen blijft toenemen en kan
met de tijd veranderen. Daardoor zal de behoefte om te testen, opleiden, trainen en
oefenen in gebruik en bestrijding van onbemenste systemen samen met deze ontwikkeling
in beweging blijven. Aanvullend op en los van het NPRD wordt daarom gekeken naar de
ontwikkeling van deze behoeften en hoe daar het beste invulling aan kan worden gegeven.
Oplossingsrichting 3: Intensivering samenwerking met de sector door het Actieplan
Productiezekerheid Onbemenste Systemen (APOS)
Het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen (APOS) combineert twee belangrijke
doelen: samenwerken met de industrie en het gebruik van onbemenste systemen door militaire
eenheden vergroten. Het doel van APOS is om in Nederland een sterk ecosysteem te creëren
van bedrijven en organisaties die onbemenste systemen ontwikkelen en maken, zodat
Nederland wereldwijd voorop loopt op dit gebied. Met dit ecosysteem kunnen Defensie
en samenwerkingspartners op grote schaal gebruikmaken van onbemenste systemen en ervoor
zorgen dat de krijgsmacht op lange termijn toegang heeft tot de nieuwste technologie.
Het eerder in deze brief genoemde BVLOS-testgebied in Valkenburg komt voort uit het
APOS.
Naast de sporen die worden gevolgd om adequaat te reageren op de huidige dreigingen
van vijandige onbemenste systemen, blijft het van belang om goede risicobeheersmaatregelen
te hebben. Een belangrijk integraal onderdeel van deze risicobeheersmaatregelen zijn
de normstellingen – regels, eisen en criteria – voor het gebruik van onbemenste systemen,
documentatie en technische specificaties van deze systemen en testplannen en het adequaat
testen van onbemenste systemen. Op die manier borgt Defensie de veiligheid voor de
omgeving en voor de gebruikers van de onbemenste systemen.
Afsluitend
Zoals ik in de inleiding van deze brief heb aangegeven, kan het belang van onbemenste
systemen in moderne conflicten nauwelijks worden overschat. Gezien de snelle technologische
ontwikkelingen op dit terrein en de doorslagggevende rol die deze systemen kunnen
spelen, is het voor de gereedstelling in het kader van hoofdtaak 1 essentieel dat
onze krijgsmacht over voldoende ruimte beschikt om met alle in gebruik zijnde onbemenste
systemen te testen, op te leiden, te trainen en te oefenen. De inzet van deze onbemenste
systemen heeft dan ook prioriteit binnen mijn portefeuille.
De Staatssecretaris van Defensie,
D.G. Boswijk
Indieners
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie