Brief regering : Appreciaties van nieuwe en gewijzigde amendementen op de OCW-begroting na de begrotingsbehandeling
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 136
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 maart 2026
In deze brief delen wij onze appreciaties van amendementen op de OCW-begroting 2026
(VIII) die zijn ingediend of zijn gewijzigd na de begrotingsbehandeling op woensdag
11 februari 2026 en donderdag 12 februari 2026.
Amendement met Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 88 – Lid Ergin
Landelijk kennis- en expertisecentrum voor thuiszitters
Oordeel: Ontraden
Wij zijn het met het lid Ergin eens dat de stijging van het schoolverzuim zeer zorgelijk
is en een aanpak verdient. Juist dit jaar start een meerjarig traject voor het tegengaan
van verzuim en voorkomen van schooluitval. Nu extra geld vrijmaken voor een kennis-
en expertisecentrum is overbodig. Er is voor het traject nu genoeg geld op de OCW-begroting
gereserveerd. Het Ministerie van OCW werkt hiervoor samen met onder andere de sectorraden,
het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) en Ingrado. Hiermee wordt kennis en expertise
beschikbaar voor scholen en andere betrokkenen. Zo worden er e-learnings ontwikkeld
en worden scholen in de praktijk ondersteund door experts, om scholen te helpen verzuim
realistisch in te schatten en/of te monitoren. Binnen kennisorganisaties zoals het
NJI, alsook het Steunpunt Passend Onderwijs en de Onderwijsinspectie bestaat veel
kennis over het vraagstuk schoolverzuim en we blijven die kennis ook de komende tijd
verder uitbouwen. Een losstaand ander initiatief zou voorbijgaan aan de aangewezen
sleutelpartijen, zoals scholen en samenwerkingsverbanden, om hun rol te pakken in
het tegengaan van verzuim.
Ook is de dekking ondeugdelijk: er is geen sprake van voldoende niet juridische verplichte
vrije ruimte.
Amendement met Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 127 (voorheen amendement Kamerstuk 36 800 VIII, nrs. 75 en 126) – Lid Abdi
Vervolgonderwijs Oekraïense jongeren
Oordeel: Ontraden
In het amendement staat dat ontheemden uit Oekraïne per 1 september 2027 recht op
wettelijk collegegeld krijgen. Dit is niet helemaal volledig. Het vorige kabinet heeft
in de Kamerbrief opvang Oekraïne van 28 november 2025 (Kamerstukken II 2025/2026,
19 637, nr. 3451) aangegeven dat het (onder meer) voornemens is om deze groep toegang tot het vervolgonderwijs
te geven tegen betaling van het wettelijk collegegeld. Het streven is om uw Kamer
in de Voorjaarsnota van 2026 te informeren over het ontwerp, de inhoud van het pakket,
het tempo, de kosten en de uitvoerbaarheid van de onderscheiden transitiepaden op
de verschillende domeinen in hun onderlinge samenhang en u te voorzien van een weging
over de haalbaarheid. Het amendement is bedoeld als overbrugging, maar houdt geen
rekening met het feit dat de structurele situatie nog niet geregeld is.
De huidige raming van ontheemden uit Oekraïne die in aanmerking zouden komen voor
hbo- en wo-onderwijs komt uit op 9.908 personen. Om al deze personen te kunnen voorzien
van een instellingstarief ter hoogte van het wettelijke collegegeld is € 100.253.100
exclusief uitvoeringskosten nodig. Het amendement maakt een verlaagd instellingstarief
voor maximaal 1.000 personen mogelijk. Dit is exclusief uitvoeringskosten. Dit maakt
de dekking verre van toereikend.
Daarnaast ontbreekt bij dit amendement een deugdelijke dekking. Er is contact geweest
met het Ministerie van Asiel en Migratie.
De middelen die daar voor Oekraïne staan gereserveerd, zijn reeds volledig bestemd
voor huisvesting (via gemeenten) en de inkoop van zorg. Bij de uitvoering van dit
amendement zal er een ingrijpende selectie moeten plaatsvinden om het verlaagd instellingstarief
voor 1.000 van de 9.908 ontheemden mogelijk te maken. Deze selectiecriteria moeten
(onder meer) objectief toepasbaar, non-discriminatoir, voldoende onderscheidend, voldoende
duidelijk en op korte termijn uitvoerbaar zijn. Daarbij kan er geen onderscheid worden
gemaakt in bijvoorbeeld het examenjaar, daar dit mogelijk leidt tot ongelijke behandeling
van twee groepen van andere ontheemden uit Oekraïne. Studenten die nu al studeren
en een hoog instellingscollegegeld betalen vallen met het beoogde voorstel buiten
de boot. Daarnaast ontbreekt het aan een motivering voor het onderscheid met andere
ontheemden uit Oekraïne die al voldoen aan de toelatingscriteria voor het hbo- en
wo-onderwijs, maar nog niet studeren.
Amendement met Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 128 (voorheen amendement Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 71) – Lid Ergin
LBVSO
Oordeel: Ontraden
Lid Ergin heeft de bedragen uit amendement 71 gewijzigd. De appreciatie van het aangepaste
amendement (128) is niet veranderd ten opzichte van hoe voormalig Staatssecretaris
Becking amendement 71 gedurende de begrotingsbehandeling heeft geapprecieerd.
Amendement met Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 134 (voorheen amendement Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 85) – Lid Tseggai
Wijziging restitutie van het les- en cursusgeld
Oordeel: Ontraden
Met Kamerlid Tseggai delen wij de gedachte die achter dit amendement ligt. Het mogelijk
maken van automatische restitutie van les- en cursusgeld voor mbo-studenten draagt
immers bij aan een meer gelijkwaardige behandeling van mbo-studenten. Uw Kamer heeft
op verschillende momenten aandacht gevraagd en wensen geuit over een meer gelijkwaardige
positie en gelijke studiefinancieringsrechten voor alle studenten. Onze voorgangers
hebben de Kamer op verschillende momenten hierover geïnformeerd. Binnenkort zullen
wij uw Kamer informeren over de wijze waarop het kabinet invulling wenst te geven
aan haar voornemen om de financiële positie van studenten te verbeteren. Wij gaan
daarover graag met uw Kamer in gesprek en het doel van dit amendement wordt daarbij
betrokken.
Voorts ontraden wij dit amendement vanwege het ontbreken van een deugdelijke dekking.
Het amendement stelt voor om «beleidsmatige reserve» van artikel 4, 6 en 7 in te zetten
als dekking. De indiener doelt hierbij waarschijnlijk op de term «beleidsmatig gereserveerd»
in de tabellen over de budgetflexibiliteit van de genoemde artikelen. Deze middelen
kunnen niet structureel pijnloos ingezet worden, hier zitten posten in die nog meerjarig
betaald moeten worden zoals de lerarenagenda, beleidsonderzoeken en uitvoeringsproblematiek
(bij instellingen).
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Indieners
-
Indiener
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Medeindiener
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap