Brief regering : Opname COA-doelgroep in het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht
24 587 Justitiële Inrichtingen
19 637
Vreemdelingenbeleid
Nr. 1092
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE
EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 maart 2026
Middels deze brief informeren wij uw Kamer over de actuele stand van zaken omtrent
de samenwerking tussen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en het Centrum
voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht (hierna Veldzicht) over het opnemen van
COA-bewoners. Sinds 2014 behandelt Veldzicht tbs patiënten, vreemdelingen met een
tbs-maatregel, vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS), bestuursrechtelijke vreemdelingen
en daarnaast ook COA-bewoners en ongedocumenteerde vreemdelingen die (acute) psychiatrische
zorg nodig hebben. Voor deze laatste twee doelgroepen geldt dat zij op basis van samenwerkingsafspraken
in Veldzicht geplaatst kunnen worden. Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant
tussen DJI, COA en andere belanghebbende partijen. Het convenant werd in 2017 afgesloten
voor de duur van 5 jaar en is nadien enkele malen verlengd met een kortere geldigheidsduur.
Het voorgaande convenant liep tot 1 december 2024 en is na afloop herzien voor de
COA-doelgroep middels een overgangsperiode tot 1 april 2026. Deze overgangsperiode
voor het vinden van alternatieve zorg voor COA-bewoners komt bijna ten einde. Hierbij
wordt u geïnformeerd over de eerste stap in afbouw van de COA-doelgroep in Veldzicht
zodat tbs-plekken gerealiseerd kunnen worden en COA-bewoners passerende zorg ontvangen.
Hier is het afgelopen jaar hard aan gewerkt door de betrokken ketenpartners. Ook wordt
u geïnformeerd over het verlengen van de overgangsperiode tot 1 januari 2027.
Op 19 december 2024 heeft uw Kamer de moties van het lid Lahlah en de leden Podt enLahlah
inzake Veldzicht aangenomen.1 De eerste motie verzoekt de regering een overgangsperiode van een jaar te hanterenwaarin
de ggz-sector, gemeenten en financiers in samenspraak met de Ministeries vanJenV,
AenM en VWS een plan kunnen opstellen om de nodige kennis en expertise over dezedoelgroep
voldoende over te kunnen dragen. De tweede motie verzoekt de regering deovergangsperiode
voor het plaatsen van COA-bewoners met een lagere beveiligingsbehoeftedan niveau 3,
of geen beveiligingsbehoefte, bij reguliere zorgaanbieders pas te beëindigenen de
noodbedden in Veldzicht pas af te bouwen nadat er met de sector een volwaardigalternatief
is gerealiseerd. Op 19 maart 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de wijze waarop uitvoering
wordt gegeven aan de moties.2
Op 19 december jongstleden is uw Kamer geïnformeerd over Veldzicht en de laatste ontwikkelingen
per 1 december 2025.3 Aanleiding hiervoor was dat per 1 december vanwege personeel verloop het besluit
moest worden genomen om tijdelijk capaciteit af te bouwen. Door dit besluit bleef
het mogelijk om de continuïteit en kwaliteit van zorg te waarborgen. Dit heeft tot
gevolg gehad dat er per 1 december 2025 12 bedden minder beschikbaar zijn. Zoals aangekondigd
zijn de effecten van deze ontwikkeling gemonitord, met de betrokken ketenpartners
besproken en geëvalueerd.
Dankzij de inzet en constructieve samenwerking tussen de ketenpartners is deze afbouw
zorgvuldig verlopen. Uit de evaluatie blijkt dat de afbouw van de twaalf bedden op
verantwoorde wijze is uitgevoerd en niet tot onoverkomelijke knelpunten heeft geleid.
Zo lag de bezetting rond het aantal beschikbare bedden. Bovendien is het relevant
dat de instroom van Wet verplichte ggz-aanmeldingen van COA-patiënten en plaatsingen
bij Veldzicht sinds het begin van de overgangsperiode op 1 april 2025 al structureel
lager ligt. Uit de evaluatie komt het beeld naar voren dat de daling van de instroom
het effect is van de consultatiefunctie die Veldzicht vervult voor de regio’s. In
de aanloop naar een (volledige) aanmelding vindt altijd overleg plaats waarin met
de aanmeldende partij wordt besproken of plaatsing in Veldzicht noodzakelijk is of
dat er andere, mogelijkheden voor opname in de regio zijn. Dit overleg heeft altijd
al plaatsgevonden, maar wordt intensiever gevoerd vanaf 1 april 2025. Sinds de overgangsperiode
zetten ggz-aanbieders zich daarbij sterker in om cliënten, waar mogelijk, binnen de
ggz in zorg te nemen. Daarmee spant de sector zich in om tijdig zorg te bieden en
onnodige opschaling naar zwaardere zorgvormen te voorkomen.
Gelet op het beoogde doel om bedden voor vreemdelingen op verantwoorde wijze om te
zetten naar tbs-plekken kiezen wij ervoor de twaalf afgebouwde bedden niet opnieuw
in te zetten voor deze doelgroep. Wij vinden dit verantwoord gelet op de evaluatie,
de zichtbare afname van het aantal bezette bedden gedurende de overgangsperiode en
de gesprekken die momenteel lopen over alternatief zorgaanbod. Met deze maatregel
voorzien wij in een eerste stap van de afgesproken afbouw. Daarbij blijft het belangrijk
dat de continuering van zorg voor de COA-bewoners ook na 1 april gewaarborgd blijft.
Daarom blijven we conform de uitvoering van de moties monitoren of COA-bewoners die
beveiligde psychiatrische zorg nodig hebben een passende plek krijgen. Hierover houden
de ketenpartners en de departementen gezamenlijk een vinger aan de pols. De betrokken
partijen blijven zich ervoor inzetten om de beschikbare bedden in Veldzicht te benutten
voor COA-patiënten waarvoor opschaling naar Veldzicht noodzakelijk is. Bij aanmeldingen
waarbij opname in Veldzicht noodzakelijk is, stelt Veldzicht zich flexibel op om binnen
de mogelijkheden van hun kunnen opname mogelijk te maken. Daarnaast blijft Veldzicht
zijn expertisefunctie vervullen om ggz-aanbieders inhoudelijke ondersteuning te bieden
waar nodig.
Het afgelopen jaar is hard gewerkt door de betrokken ketenpartners om concrete stappen
te zetten in het afbouwen van de COA-doelgroep in Veldzicht. Met het afbouwen van
deze twaalf plekken zetten we nu een eerste stap in de afbouw zodat plaatsen gerealiseerd
kunnen worden voor tbs-gestelden.
Zo wachten op dit moment circa 270 passanten in het gevangeniswezen op een plek in
een kliniek. Daarbij geven we met deze stap het personeel van Veldzicht duidelijkheid
over hun werkzaamheden. Deze duidelijkheid is belangrijk voor verder behoud van personeel.
Bovendien past het nemen van deze stap bij de behandelinhoudelijke kritiek over het
feit dat plaatsing in een hoog beveiligde behandelsetting disproportioneel is en een
inperking inhoudt van vrijheden voor deze doelgroep. Eind 2023 gaf de geneesheer-directeur
van Veldzicht al vanuit zijn bevoegdheden een aanwijzing aan de kliniek dat de COA-doelgroep
niet langer geplaatst dient te worden. Recent heeft hij deze oproep nogmaals herhaald.
Veldzicht verwacht de twaalf vrijgekomen plekken op korte termijn in te kunnen zetten
voor tbs-gestelden. De kliniek treft hier aankomende tijd voorbereidingen voor.
Tegelijkertijd zien we dat volledige afbouw van de bedden voor de COA-doelgroep per
1 april 2026 niet haalbaar en realistisch is. De tijdige toegang tot specialistische
en beveiligde GGZ plekken voor asielzoekers met psychiatrische problematiek is van
groot belang. Dit geldt voor betrokkenen zelf maar ook voor andere bewoners op COA-locaties.
Bijvoorbeeld in het kader van de leefbaarheid en veiligheid, inclusief de veiligheid
van personeel. Er zijn voor asielzoekers met een psychiatrische zorg- en veiligheidsbehoefte
momenteel beperkt passende opname- en behandelplekken beschikbaar in de ggz. Dit beeld
past in een breder tekort aan beveiligde bedden en specialistische zorg. Daarnaast
is meer tijd nodig om samenwerkingsafspraken te maken met andere zorgaanbieders en
wordt gewerkt aan het verbeteren van door- en uitstroom uit Veldzicht. Wij hebben
daarom besloten om de overgangsperiode van 1 april 2026 te verlengen tot 1 januari
2027. In die periode bouwen we de bedden in Veldzicht weloverwogen af om de tbs-capaciteit
verder op te kunnen bouwen.
Hierover houden we nauw contact en overleg met de betrokken ketenpartijen. Wanneer
er relevante ontwikkelingen zijn informeren we uw Kamer hierover.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Indieners
-
Indiener
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Medeindiener
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid