Brief regering : Tussentijdse beleidsevaluatie Programma Noordzee 2022-2027
35 325 Structuurvisie Nationaal Water Programma
Nr. 12
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 maart 2026
Het huidige Programma Noordzee loopt van 2022 tot en met 20271. In voorbereiding op het volgende Programma Noordzee 2028–2033 is een evaluatie uitgevoerd.
Deze heeft als doel inzicht te krijgen in de doeltreffendheid en doelmatigheid van
het gevoerde Noordzeebeleid2.
Bijgaand ontvangt u deze evaluatie die is uitgevoerd in opdracht van het coördinerende
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en onder begeleiding van alle op de Noordzee
betrokken departementen. Ook is een rapport bijgevoegd over de beleidstheorie achter
het Programma Noordzee.
Kernpunten tussentijdse evaluatie planperiode 2022–2027
De druk op de ruimte op de Noordzee neemt toe. Tegelijk staan we voor grote opgaven
op het gebied van energie, voedsel en natuur. Het Programma Noordzee helpt om deze
verschillende belangen samen te brengen en in goede banen te leiden. Daarbij blijft
een integrale aanpak van de ruimtelijke indeling van de Noordzee belangrijk.
Uit de tussentijdse evaluatie blijkt dat de ingezette acties goed aansluiten bij de
doelen van het programma en dat de uitvoering grotendeels op koers ligt. Het Programma
Noordzee levert duidelijke meerwaarde voor de ontwikkeling van de Noordzee. Dat blijkt
onder meer uit de voortgang bij de uitrol van windenergie op zee, de verduurzaming
van de visserijvloot en het toepassen van natuurinclusieve maatregelen bij de bouw
van windparken. Ook is de onderbouwing van beleid verbeterd door monitoringprogramma’s
zoals MONS3 en WOZEP4.
Het blijkt lastiger om de doelmatigheid van het programma goed te beoordelen. Dat
komt onder meer doordat niet alle doelen in cijfers zijn uit te drukken, er beperkt
inzicht is in de inzet van middelen en de effecten van beleid vaak pas op langere
termijn zichtbaar worden.
De uitkomst van deze evaluatie kunnen betrokken partijen gebruiken in de verdere uitvoering
van het programma. Bij de voorbereiding van het nieuwe Programma Noordzee 2028–2033
zal ik bekijken hoe we de beoordeling van de doelmatigheid verder kunnen verbeteren.
Aandachtspunten voor de volgende planperiode
Het evaluatierapport bevat ook aanbevelingen voor de volgende planperiode. De onderzoekers
adviseren om de centrale opgave van het programma concreter te maken en duidelijker
te beschrijven hoe de verschillende beleidsopgaven samenhangen. Daarbij is het volgens
hen belangrijk om gezamenlijk vast te leggen wat we precies verstaan onder maatschappelijke
balans en ecologische draagkracht. Ook adviseren de onderzoekers om bij de uitvoering
van het programma flexibel te blijven en ruimte te houden om te leren en bij te sturen,
zeker nu de druk op de ruimte op de Noordzee verder toeneemt.
Deze aanbevelingen neem ik mee in de voorbereiding van het Programma Noordzee 2028–2033.
Ik zal de Kamer later dit voorjaar informeren over dat Programma.
Het kabinet herkent dat het vinden van een goede maatschappelijke balans binnen de
ecologische draagkracht extra aandacht vraagt, ook in relatie tot de voedseltransitie.
Daarom wordt gewerkt aan de uitvoering van de Natuurherstelverordening, de ruimtelijke
inpassing van de voedseltransitie en verdere kennisontwikkeling. Op initiatief van
het Noordzeeoverleg doet de Wetenschappelijke Klankbordcommissie momenteel onderzoek
naar het begrip ecologische draagkracht, vanuit wetenschappelijk, beleidsmatig en
juridisch perspectief. De resultaten worden voor de zomer verwacht. Deze inzichten
kunnen dan gebruikt worden bij het opstellen van het volgende Programma Noordzee.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.