Brief regering : Verslag Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 maart 2026
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2176
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 maart 2026
Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 9 en 10 maart
2026 in Brussel.
In het verslag ga ik daarnaast in op een aantal andere zaken. Ten eerste geef ik een
toelichting bij de voortgang ten aanzien van het initiatief van de Ministers van Financiën
van Duitsland en Frankrijk, om met een groep van zes lidstaten te bespreken hoe er
voortgang kan worden gemaakt met belangrijke EU-dossiers. Ten tweede kom ik met dit
verslag tegemoet aan een toezegging die ik aan uw Kamer heb gedaan tijdens het Commissiedebat
Eurogroep/Ecofin van 4 maart jl. Het lid Hoogeveen heeft verzocht om een zo concreet
mogelijk inzicht in het Europese krachtenveld ten aanzien van de kapitaalmarktunie
te krijgen. Ook vroeg hij naar de Nederlandse prioriteiten. Ik voldoe bij dezen aan
deze toezegging, met de kanttekening dat er geen uitspraken kunnen worden gedaan over
individuele lidstaten. Ten derde geef ik inzicht in de ontwikkelingen op het Multilateraal
Defensiemechanisme (MDM), ook in navolging van de motie Van der Werff/Paternotte van
23 april 2025.1 Verder voorzie ik uw Kamer van drie updates, te weten: het versimpelingspakket zoals
voorgesteld door de Europese Commissie d.d. november 2025, de ontwikkelingen inzake
de digitale euro en verordening inzake contact geld en de indiening van het derde
Nederlandse betaalverzoek onder de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit.
Tot slot informeer ik u over het uitstel van de informele Ecofinraad, welke was voorzien
voor 27-28 maart. Door de onrust in het Midden-Oosten en de gevolgen voor de regio
zag het Cypriotische voorzitterschap zich genoodzaakt de informele Ecofinraad uit
te stellen naar 22-23 mei. Op 27 maart zal er wel een informele Eurogroep plaatsvinden
per videoconferentie.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Verslag Eurogroep en Ecofinraad 9 en 10 maart 2026
Eurogroep in regulier format
Macro-economische ontwikkelingen in de Eurozone
In de Eurogroep is gesproken over de macro-economische ontwikkelingen in de Eurozone.
Het zwaartepunt van de discussie lag bij de impact van de recente ontwikkelingen in
het Midden-Oosten. De Europese Commissie (hierna: Commissie) lichtte de impact van
de gestegen energieprijzen op het eurozone bbp toe, waarbij langdurige onzekerheid
als extra risico werd genoemd. Zowel het aanwezige directielid van de Europese Centrale
Bank (ECB) als de directeur van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) benadrukten
de neerwaartse risico’s en wezen op de grotere beursvolatiliteit in Europa en Azië
vergeleken met andere regio’s in de wereld.
Ontwerpbegroting 2026 van België
De Eurogroep sprak over de ontwerpbegroting (Draft Budgetary Plan; DBP) voor 2026 van België, besprak daarnaast de opinie daarover van de Commissie
en nam tevens een verklaring aan2. De bespreking van het Belgische DBP vond nu plaats, omdat België deze pas recent
heeft ingediend. Andere lidstaten hadden medio oktober hun DBP reeds ingediend. De
late aanlevering van het Belgische DBP hing samen met recente totstandkoming van het
begrotingsakkoord.
Het DBP van België wordt door de Commissie als «compliant» beschouwd, omdat zowel
de cumulatieve groei van de netto-uitgaven als de in 2026 voorziene netto-uitgavengroei
lager zijn dan het door de Raad maximale aanbevolen uitgavengroei. Wel wees de Commissie
op het risico van de hoge schuldenlast (België bevindt zich in een buitensporige tekortprocedure)
en riep België op het buitensporige tekort te corrigeren.
Eurogroep in inclusief format
Voorbereiding van de Eurotop in maart
De voorzitter van de Eurogroep heeft een korte toelichting gegeven op zijn brief aan
de voorzitter van de Europese Raad ter voorbereiding van de Eurotop, en marge van
de Europese Raad, op 19 maart 2026.3 Hierin wordt de nadruk gelegd op het economische fundament van de eurozone, al zijn
er aandachtspunten op het gebied van vergrijzing en productiviteitsgroei. Ook wordt
er aandacht besteed aan de onrust op de energiemarkten en wereldwijde onevenwichtigheden
en het belang van internationale samenwerking. Verder gaat de brief in op het versterken
van de internationale rol van de euro, het versnellen van de voortgang op de spaar-
en investeringsunie, de noodzaak van solide overheidsfinanciën en weerbaarheid.
Digital finance
In de Eurogroep is gesproken over ontwikkelingen op het gebied van digitale financiën.
De bespreking werd ingeleid door de CEO van Qivalis, Jan-Oliver Sell. De Commissie
gaf aan dat verschillende initiatieven in het kader van digitale financiën kunnen
bijdragen aan de versterking van het financiële stelsel en de strategische autonomie
van de Unie, o.a. als stablecoins in euro worden uitgegeven. Stablecoins hebben bij uitstek een rol bij grensoverschrijdende betalingen, aldus de Commissie.
De ECB stelde dat digitale innovatie van belang is voor de EU, waarbij samenwerking
tussen publieke en private partijen essentieel is. Een 28e regime werd als mogelijke
oplossing aangedragen om het ecosysteem te versterken. De Eurogroepvoorzitter gaf
aan de ambitie te hebben om gerelateerde onderwerpen in de aankomende maanden te agenderen.
Concurrentievermogen: energieprijzen en de impact daarvan op de economie van de eurozone
De Eurogroep besprak de ontwikkeling van de energieprijzen en de impact daarvan op
de economie van de eurozone. De bespreking werd ingeleid door Christian Zinglersen,
voormalig directeur van ACER, het EU-agentschap voor de samenwerking tussen toezichthouders
op de energiemarkt, en Damian Cortinas, voorzitter van de raad van bestuur van het
Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit. De Commissie
gaf aan dat de situatie nu anders is dan in 2022, mede dankzij verdere diversificatie
en investeringen in hernieuwbare energie op Europees niveau. Meerdere lidstaten, waaronder
Nederland, onderstreepten het belang van structurele maatregelen om diversificatie
te vergroten en interconnecties te versterken. Dit is onder andere belangrijk om concurrentiekracht
te bevorderen en economische afhankelijkheid van fossiele energie te verminderen.
Daarbij gaven lidstaten aan dat investeringen in energie nodig zijn, met name in hernieuwbare
capaciteit. Ook kwam aan de orde dat het eventueel ingrijpen in de marktstructuur
beperkt dient te blijven en tot tijdelijke en gerichte maatregelen. Verder werd aangegeven
dat vergunningverlening een knelpunt blijft: het realiseren van projecten duurt aanzienlijk
langer dan in andere delen van de wereld. Ook gaven lidstaten aan dat private investeringen
essentieel zijn.
Overig
Nederland heeft kort het woord gekregen om een toelichting te geven op de nieuwe Nederlandse
regering en het coalitieakkoord. Dit is gebruikelijk in de Eurogroep bij de start
van een nieuwe regering.
Ecofinraad
Spaar- en Investeringsunie – Kapitaalmarktintegratie- en Toezichtscentralisatie Pakket
(Market Integration and supervision package, MISP)
Een meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, sprak steun uit voor de hoge
mate van ambitie van het MISP-pakket en het streven van het voorzitterschap naar snelle
voortgang. Veel lidstaten riepen op tot een Raadsakkoord voor de zomer. Inhoudelijk
was er brede overeenstemming over het belang van het wegnemen van marktbarrières en
het vergroten van de concurrentie.
Over het vraagstuk van centralisatie van het toezicht liepen de standpunten uiteen.
Een paar lidstaten spraken zich duidelijk uit als voorstander van het beleggen van
het toezicht bij een Europese toezichthouder. Andere uitten daarentegen twijfels over
de effectiviteit en wezen op potentiële extra kosten en risico’s op complexiteit.
Ook werd er door enkele lidstaten gesuggereerd om alternatieve modellen voor toezicht
verder te verkennen.
Er klonk enige steun om elementen uit het pakket waarover sneller consensus mogelijk
is, versneld in te voeren, waaronder de voorstellen rondom distributed ledger technologie
(DLT). Tot slot noemden een paar lidstaten specifieke elementen uit het pakket in
dit verband, zoals het toezicht op cryptoactivadienstverleners (CASPs) en de uitbreiding
van de consolidated tape (centrale database voor handelsdata).
Implementatie van het Europees begrotingsraamwerk: Raadsaanbeveling budgettair-structurele
plan van Ierland
In het kader van het herziene Europese begrotingsraamwerk hebben lidstaten budgettair-structurele
plannen (hierna: plannen) voor de middellange termijn ingediend, met daarin hun voorgenomen
begrotingsbeleid, hervormingen en investeringen. Alle lidstaten hebben hun eerste
plan ingediend. Ierland is de eerste lidstaat die een herzien plan indient wegens
het aantreden van een nieuwe regering. De Commissie heeft een aanbeveling aan de Raad
gedaan om het (herziene) uitgavenpad vast te stellen; hierin geeft de Commissie aan
dat het uitgavenpad zoals voorgesteld door Ierland voldoet aan de vereisten van verordening
2024/1263. De Ecofinraad heeft de Raadsaanbeveling voor Ierland aangenomen.
Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne
Het ongedekte financieringstekort van Oekraïne wordt door de Commissie geschat op
EUR 135 mld. voor de periode 2026–2027, voor zowel militaire als macro-financiële
noden. De Commissie verwees naar de recente goedkeuring van het IMF-programma met
een omvang van USD 8,1 mld. Een belangrijke voorwaarde voor goedkeuring was dat het
financieringstekort voor het eerste jaar van het programma gedekt moest zijn.
Tijdens de Europese Raad op 18 december jl. is een akkoord bereikt om Oekraïne in
de komende twee jaar te ondersteunen met 90 miljard euro aan leningen. Om daadwerkelijk
over te kunnen gaan tot uitbetaling is formele aanname van het pakket vereist. Hongarije
heeft echter op 20 februari jl. een blokkade opgeworpen t.a.v. de aanpassing van de
MFK-verordening; en die aanpassing is een vereiste om de steun in de vorm van een
lening aan Oekraïne ter beschikking te kunnen stellen. De Commissie heeft de Raad
daarom opgeroepen om het pakket zo snel mogelijk aan te nemen om over te kunnen gaan
tot betaling. Een grote groep lidstaten, waaronder Nederland, sloot zich hierbij aan.
Ze onderstreepten het belang van snelle aanname omdat Oekraïne urgent steun nodig
heeft, en ook om als Unie daadkracht te tonen en om de gedane beloften na te komen.
Een deel van de lidstaten voegden daar nog aan toe dat ze ook klaar staan om het 20e sanctiepakket aan te nemen en riepen andere lidstaten op dit ook te doen.
Uitvoeringsbesluiten van de Raad onder de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF)
In de Ecofinraad lag een uitvoeringsbesluit ter formele goedkeuring van wijzigingen
van het herstel- en veerkrachtplan (HVP) van Estland. Lidstaten kunnen, op basis van
artikel 21 van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF)-verordening, gebruik maken
van de mogelijkheid om hun HVP aan te passen op grond van objectieve omstandigheden
die relevant zijn voor de eerder overeengekomen mijlpalen en doelstellingen of wanneer
daar een beter alternatief wordt voorgesteld waarbij het oorspronkelijke ambitieniveau
van de maatregel onveranderd blijft. De Commissie oordeelde al eerder dat de redenen
die Estland heeft aangedragen voor de wijziging gerechtvaardigd zijn en voldoen aan
de eisen van de HVF-verordening. Vanuit de lidstaten kwam er geen bezwaar en hiermee
is het uitvoeringsbesluit aangenomen.
De Commissie stond ook nog kort stil bij de stand van zaken ten aanzien van de HVF.
Zij gaf aan dat er bijna 70 procent van de HVF gealloceerd is. In april zal de Commissie
richtlijnen publiceren waarin zij de tijdslijn tot eind 2026 (de deadline voor uitbetaling
is 31-12-2026) uiteenzet. De Commissie verwacht veel extra betalingsverzoeken tot
eind van het jaar en riep lidstaten op eventuele aanpassingen en uitbetalingsverzoeken
tijdig aan te leveren.
Voorbereiding van de G20-bijeenkomst voor Ministers van Financiën en centrale bank
gouverneurs en van de IMF Voorjaarsvergadering
De Ecofinraad wisselde van gedachten over de inzet van de Unie tijdens de Voorjaarsvergadering
van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), welke van 13 t/m 18 april plaatsvindt
in Washington D.C. En marge van deze Voorjaarsvergadering vindt ook de G20-bijeenkomst
voor Ministers van Financiën en centrale bank gouverneurs (FMCBG) plaats.
De Commissie gaf aan dat de vergaderingen plaatsvinden in een periode van grote onzekerheid,
met name door het conflict in het Midden-Oosten. Verder wees de Commissie op het belang
van coördinatie op de EU-inzet voor deze vergaderingen. Daarnaast benadrukte de Commissie
het belang van investeren, in eerste plaats gericht aan de lidstaten, en op de onafhankelijkheid
van het IMF. Meerdere lidstaten bevestigden deze belangen.
De Ecofinraad heeft het Economisch en Financieel Comité (EFC) gemandateerd om de EU-inzet
verder af te stemmen in aanloop naar de vergadering in april.
Overig
Initiatief voor samenkomst van zes lidstaten
Zoals gemeld in het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 16-17 februari jl.4 hebben de Ministers van Financiën van Duitsland en Frankrijk het initiatief genomen
om in een verband van zes lidstaten, bestaande uit de Ministers van Financiën van
Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland en Polen, samen te komen om te bespreken
hoe voortgang gemaakt kan worden met belangrijke en urgente EU-dossiers, mede in het
licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen. De thema’s die worden besproken
zijn de spaar- en investeringsunie, de weerbaarheid van toeleveringsketens van kritieke
grondstoffen, investeringen in defensie en de internationale rol van de euro. En marge
van de Eurogroep op 9 maart jl. vond een bijeenkomst plaats van de Ministers van Financiën
van deze landen, waarbij werd gesproken over de vier genoemde thema’s. De Ministers
zijn een brief over de spaar -en investeringsunie overeengekomen. Die brief dient
als input voor de Europese Raad op 19 maart, waar dit onderwerp besproken zal worden
als onderdeel van de discussie over het Europese concurrentievermogen. De Kamer is
hierover op 12 maart nader geïnformeerd.5
Toezegging Commissiedebat 4 maart 2026 – krachtenveld en prioriteiten kapitaalmarktunie
Het kabinet staat voor een ambitieuze inzet op de ontwikkeling van de Europese kapitaalmarktunie
vanwege het Nederlandse belang dat hiermee gemoeid is. Dit geldt zowel voor acties
op Europees niveau als maatregelen die nationaal genomen moeten worden. Het kabinet
wil daarbij vergaande stappen zetten. De basis van de inzet ten aanzien van deze voorstellen
staat in de Kamerbrief over de kabinetsinzet voor de kapitaalmarktunie en zoals ook
verwoord in het BNC-fiche mededeling spaar- en investeringsunie.6 Deze inzet bevat drie pijlers;
1. Sterker toezicht,
2. Meer en divers kapitaalaanbod,
3. Eenduidigere regels.
Op basis van deze inzet verwelkomt het kabinet de voorstellen van de Europese Commissie.
De voorstellen van de Commissie dragen bij aan de drie pijlers. Voor elk van deze
pijlers geldt dat zij elkaar onderling versterken. Met andere woorden, des te meer
stappen gezet worden op elk van deze pijlers, des te groter de impact en hoe sterker
de Europese kapitaalmarktunie wordt.
Op 4 december jl. heeft de Europese Commissie het Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie
Pakket (KTP) gepresenteerd met als doel om de kapitaalmarkten in de EU verder te integreren.
Dit pakket bestaat uit verschillende elkaar complementerende maatregelen die als doel
hebben om de kapitaalmarkten in de EU verder te integreren. De Commissie doet in dit
pakket voorstellen ter aanpassing van verschillende verordeningen en richtlijnen op
het gebied van de financiële markten om deze integratie tot stand te brengen door.
Dit doet zij door:
• structurele barrières voor grensoverschrijdende activiteiten weg te nemen,
• een geïntegreerde markt te creëren voor de afwikkeling van financiële transacties,
• het toezicht op financiële instellingen te versterken en waar nodig te centraliseren,
• de kapitaalmarkten eerlijker en transparanter te maken, en
• belemmeringen voor het gebruik van distributed ledger technologie weg te nemen.
Overkoepelend hebben deze voorstellen ook als doel het regelgevend kader te versimpelen
en zodoende de lasten voor financiële instellingen te verlichten. Over de inhoud van
de voorstellen, de verordeningen en richtlijnen die hiervoor aangepast dienen te worden
en de uitgebreide beoordeling en de inzet van het kabinet ten aanzien van de verschillende
onderdelen van dit voorstel heb ik uw Kamer zoals gebruikelijk per BNC-fiche geïnformeerd.7
De onderhandelingen over de voorstellen van het KTP zijn afgelopen januari gestart.
Het kabinet hecht veel waarde aan het maken van voortgang op alle onderdelen van dit
pakket. Alle elementen in dit pakket versterken elkaar en daarom is het niet wenselijk
om specifieke onderdelen te prioriteren boven andere onderdelen. Nederland heeft een
goed ontwikkelde kapitaalmarkt en veel sterke marktpartijen. Dit maakt dat het verder
ontwikkelen van de kapitaalmarkt op EU-niveau veel kansen biedt voor Nederland. Het
kabinet is dan ook positief over de ambitieuze voorstellen van de Commissie.
Hoewel er lidstaten zijn die aarzelingen hebben bij het hoge ambitieniveau van de
Commissie, zet het kabinet zich er in de onderhandelingen voor in dat een meerderheid
van de Raad zich kan scharen achter deze voorstellen. De aarzeling van lidstaten komt
vaak voort uit zorgen over de positie van hun eigen financiële instellingen die in
hun lidstaat aanwezig zijn en waarvan men bang is dat die worden overgenomen of zich
in een andere lidstaat zullen vestigen als kapitaal zich makkelijker over landsgrenzen
zal verplaatsen. Het kabinet blijft in zijn gesprekken met deze lidstaten benadrukken
dat een beter geïntegreerde kapitaalmarkt juist ook zorgt voor meer financiering van
bedrijven in die lidstaten.
De aarzeling tegen het centraliseren van toezicht zit voornamelijk bij de lidstaten
met een minder ontwikkelde kapitaalmarkt of kleine lidstaten met zeer ontwikkelde
financiële sector. Deze lidstaten vrezen dat met centralisatie van het toezicht bij
ESMA in Parijs, ook de financiële instellingen zelf zich daar zullen gaan concentreren.
Wij zien echter dat financiële instellingen uit verschillende landen aangeven dat
de verschillen in hoe er toezicht wordt gehouden een belemmering vormen voor hun mogelijkheden
om grensoverschrijdend diensten aan te bieden. Lidstaten met een meer ontwikkelde
kapitaalmarkt zijn over het algemeen positiever over toezichtcentralisatie en werken
daarop ook met elkaar samen. Dit valt ook te lezen in de brief die Frankrijk, Duitsland,
Italië, Spanje, Polen en Nederland samen hebben opgesteld in het kader van de E6 en
die ik recent met uw Kamer gedeeld heb.8 Met deze 6 lidstaten hebben we duidelijke afspraken gemaakt over ambitieuze voortgang
op de verdere integratie van de kapitaalmarkten en centralisatie van het toezicht.
Zonder ambitieuze stappen richting een meer geïntegreerde kapitaalmarkt zal het voor
Europa moeilijk worden om concurrerend te blijven. Europese bedrijven en met name
scale-ups moeten toegang krijgen tot financiering zodat ze in Europa blijven. Dit kan alleen
bereikt worden als we schaalgrootte mogelijk maken. Daar wint uiteindelijk iedereen
mee, ook de landen met een minder ontwikkelde kapitaalmarkt. Door in te zetten op
ambitie op dit pakket in de raadsvergaderingen, tijdens bilaterale overleggen en in
de verschillende kopgroepen hoopt het kabinet voldoende lidstaten mee te krijgen om
deze noodzakelijke stappen te nemen.
Multilateraal Defensiemechanisme (MDM)
In lijn met het coalitieakkoord verkent het kabinet de mogelijkheid voor het oprichten
van een intergouvernementeel defensiemechanisme (Multilateraal Defensiemechanisme,
MDM) ten behoeve van gezamenlijke financiering van aanbestedingen van defensiematerieel,
vraagbundeling en harmonisatie van productstandaarden. Hierbij wordt nauw opgetrokken
met NAVO-partners binnen en buiten de Europese Unie. Hiermee geeft het kabinet tevens
invulling aan de motie Van der Werf/Paternotte over een actieve rol in de discussie
over een intergouvernementeel Europees defensiemechanisme.9 Het doel van een MDM is het bieden van financiering ter stimulering van vraagbundeling
en gezamenlijke aanbestedingen van defensieprojecten. Gezamenlijke aanschaf en vraagbundeling
kan bijdragen aan efficiëntere defensiesamenwerking en schaalvoordelen. Het MDM kan
daarnaast financiering bieden aan het midden- en kleinbedrijf in de toeleveringsketen,
waar momenteel een knelpunt ligt voor verdere opschaling van de Europese defensie-industrie.
De verkenning van het MDM richt zich op de vormgeving van een internationale financiële
instelling, waarbij de betrokken landen naar rato (een percentage van het bruto binnenlands
product) kapitaal inleggen op basis waarvan privaat kapitaal wordt opgehaald. Landen
kunnen vervolgens financiering uit het MDM ontvangen in de vorm van een niet-concessionele
lening. Deelnemende landen kunnen niet meer lenen dan hun relatieve kapitaalaandeel.
Het uitgangspunt is dat het MDM een prudent risico- en financieringsbeleid voert,
gericht op het verkrijgen en behouden van de hoogste kredietwaardigheid (AAA). Financiële
deelname aan het MDM wordt op basis van het uiteindelijke instrument beoordeeld. Voor
het kabinet is het randvoorwaardelijk dat een MDM meerwaarde biedt t.o.v. bestaande
instrumenten voor gezamenlijke inkoop en vraagbundeling. Uw Kamer wordt op de hoogte
gehouden zodra er relevante stappen worden gezet richting besluitvorming.
Update Voorstel van de Commissie om verordeningen 1173/201115, 473/201316, 472/201317
en 332/200218 in lijn te brengen met herziene Europese begrotingsregels.
De Commissie heeft in november 2025 een voorstel uitgebracht om enkele – nog ongewijzigde
– onderdelen van het Europese begrotingsraamwerk die toezien op de coördinatie van
het begrotingsbeleid in de eurozone in lijn te brengen met het in 2024 herziene Europese
begrotingsraamwerk. Uw Kamer is hierover geïnformeerd in de geannoteerde agenda van
de Eurogroep en Ecofinraad van 12-13 november 2025.10
Het voorstel betrof wijzigingen in vier verordeningen: verordening 1173/2011 inzake
de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (de sancties
verordening); verordening 473/2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor
het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van
de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (de zogenaamde
DBP-verordening); verordening 472/2013 betreffende de versterking van het economische
en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden
of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (de begrotingsmonitoring
verordening) en verordening 332/2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële
ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (verordening
financiële ondersteuning betalingsbalansen ofwel de Balance of Payments assistance
facility (BoP-faciliteit)). Het voorstel bevat technische aanpassingen en vereenvoudigingen
om de bestaande regelgeving beter af te stemmen op de nieuwe kaders. Nederland kan
zich vinden in de voorgestelde aanpassingen en vereenvoudigingen.
In december zijn in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (Coreper) voor drie
van deze verordeningen, namelijk de sancties verordening, de DBP-verordening en de
begrotingsmonitoring verordening mandaten van de Raad vastgesteld voor de onderhandelingen
met het Europees Parlement. Deze mandaten van de Raad wijken inhoudelijk nauwelijks
af van het Commissievoorstel en zijn in lijn met de Nederlandse inzet zoals verwoord
in bovengenoemde geannoteerde agenda. Voor de verordening financiële ondersteuning
betalingsbalansen wordt het Raadsmandaat naar verwachting eind deze maand vastgesteld.
Ook hier volgt het Raadsmandaat het Commissievoorstel.
Voor de drie verordeningen waarvoor al een Raadspositie is vastgesteld geldt de gewone
wetgevingsprocedure. Dit betekent dat de Raad en het Europees Parlement (EP) samen
beslissen over de wetgeving. De vaststelling van de positie van het EP staat gepland
voor april of mei. De triloogonderhandelingen zullen, voor zover nodig, naar verwachting
in mei en juni plaatsvinden, waarbij het streven is om met het EP tot overeenstemming
te komen op basis van louter technische aanpassingen. Voor de BoP-faciliteit geldt
een andere procedure, namelijk unanimiteit in de Raad na instemming van het Europees
Parlement. Om het wetgevingspakket bij elkaar te houden is de verwachting dat het
parlement voor de BoP-faciliteit dezelfde tijdslijnen zal hanteren.
Digitale euro – Voortgang pakket voor de gemeenschappelijke munt
Conform de wens van de Kamer inzake de digitale euro en de toezegging ten aanzien
van de verordening inzake contant geld (LTCR)11, wordt de Kamer maandelijks geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen op deze onderwerpen.
Beide onderwerpen vormen samen het pakket voor de gemeenschappelijke munt.
In december 2025 heeft de Raad een akkoord bereikt over het pakket voor de gemeenschappelijke
munt. Het Europees Parlement is bezig met de behandeling van de stukken. Het is nog
onduidelijk wanneer het Europees Parlement tot een gedeelde positie komt, maar de
rapporteur heeft de ambitie uitgesproken om het onderhandeltraject voor het pakket
voor de gemeenschappelijke munt in mei af te ronden. Zodra het Europees Parlement
een positie heeft bepaald, zullen de triloogonderhandelingen tussen de Raad van de
Europese Unie en het Europees Parlement van start gaan. Als deze fase van start gaat,
zal de Kamer hierover worden geïnformeerd.
Als er een politiek akkoord komt op het pakket van de gemeenschappelijke munt, zal
het Eurosysteem in de tweede helft van 2027 beginnen met een pilot voor de digitale
euro. In een gecontroleerde testomgeving zullen centrale banken, betaaldienstverleners
en winkeliers samenwerken aan de techniek en de werking van de digitale euro. Het
Eurosysteem inventariseert alvast welke sectorpartijen bereid zijn deel te nemen aan
de pilot.
Derde Nederlandse betaalverzoek Herstel- en Veerkrachtfaciliteit
Op 4 februari heeft de Europese Commissie het derde Nederlandse betaalverzoek positief
beoordeeld en dit heeft geleid tot de definitieve goedkeuring op 5 maart. Naar verwachting
ontvangt Nederland de Europese middelen t.w.v. € 551 miljoen op 20 maart. Na dit 3e betaalverzoek is Nederland nog voornemens om in 2026 nog twee betaalverzoeken t.w.v.
in totaal ruim € 2,3 miljard in te dienen.
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.