Brief regering : Reactie op de grondstoffenalliantie tussen VS, Japan en de EU
32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid
Nr. 400
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN
ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 maart 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft op
12 februari jl. verzocht om een reactie op de berichtgeving over een grondstoffenalliantie
tussen de VS, Japan en de EU (kenmerk 2026Z03158/2026D07217). Hierbij gaat u de reactie toe.
Critical Minerals Ministerial (CMM)
Op 4 februari jl. organiseerde de Verenigde Staten een Critical Minerals Ministerial (CMM), waar 55 landen bijeenkwamen om te bespreken hoe de leveringszekerheid van kritieke
grondstoffen vergroot kan worden. De vorige Minister van Buitenlandse Zaken was namens
Nederland aanwezig bij de CMM. Op 4 februari is ook een gezamenlijke persverklaring
uitgegaan van de VS, de EU en Japan.1
In deze persverklaring wordt ten eerste het streven aangekondigd dat de EU en de VS
binnen 30 dagen een Memorandum of Understanding (MoU) zullen ondertekenen. Dit zal een niet juridisch bindende afspraak zijn, die
een raamwerk vormt voor verdere samenwerking. Gedacht kan worden aan het gezamenlijk
stimuleren van vraag en het diversifiëren van het aanbod van kritieke grondstoffen
door projecten binnen en buiten de EU te identificeren en te ondersteunen. De EU heeft
al vijftien soortgelijke MoUs met andere landen.2
Daarnaast willen de EU, de VS en Japan hun bestaande grondstoffensamenwerking uitbreiden
met concrete actieplannen. In die plannen wordt onderzocht of samen met gelijkgezinde
landen een plurilateraal handelsinitiatief opgezet kan worden. Daarbij wordt verkend
of instrumenten zoals een minimumprijs, een op standaarden gebaseerde markt, subsidies
en mogelijk langetermijnafnamecontracten zouden kunnen worden ingezet om investeringen
in nieuwe waardeketens aan te trekken.
Reactie
Momenteel is er nog weinig bekend over de precieze invulling en vormgeving van de
actieplannen en het plurilaterale handelsinitiatief. Wel vindt regelmatig een gedachte-uitwisseling
plaats tussen de Commissie en de EU lidstaten over de voortgang en mogelijke vormgeving
van de grondstofinitiatieven. Nederland neemt actief deel aan deze discussies.
Middels de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS) en de EU Critical Raw Materials Act (CRMA) werkt het kabinet aan het verhogen van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen
en materialen. De Ministeries van Economische Zaken (coördinerend op de NGS en CRMA)
en Klimaat en Buitenlandse Zaken werken daarbij samen.
Over het algemeen is het kabinet van mening dat de afhankelijkheid en leveringszekerheidsrisico’s
voor kritieke grondstoffen en materialen een probleem kunnen vormen voor de EU. Het
kabinet is derhalve voorstander van samenwerking met gelijkgezinde niet-Europese landen
om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en materialen te vergroten. Het
kabinet kijkt in EU-verband nauwgezet naar de verdere uitwerking van de voorstellen
voor het MoU, de actieplannen en het plurilateraal handelsinitiatief. Voor het kabinet
staat daarbij voorop dat deze enerzijds daadwerkelijk bijdragen aan het versterken
van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en anderzijds dat de voorgenomen
maatregelen rekening houden met de gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
H.G. Herbert
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat