Brief regering : Stand van zaken Energieprestatie van Gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD IV)
32 847 Integrale visie op de woningmarkt
32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
Nr. 1405 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 maart 2026
In uw brief van 28 januari 2026 heeft u verzocht om geïnformeerd te worden over de
stand van zaken ten aanzien van de implementatie van de verschillende onderdelen van
de herziene richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (Energy Performance of Buildings
Directive, EPBD IV) in wet- en regelgeving. Met deze brief informeer ik u graag over
de voortgang en de planning.
De verduurzaming van de gebouwde omgeving is een prioriteit van de coalitie: minder
energiegebruik in de gebouwde omgeving en ook minder maar uiteindelijk vermijden van
CO2-emissies vanuit fossiele bronnen. Deze verduurzaming moet versnellen om de energierekening
blijvend betaalbaar te houden, om de geopolitieke afhankelijkheid te verkleinen in
deze roerige tijden en om een bijdrage te leveren aan de vermindering van de opwarming
van de aarde. De baten zijn ook breder. Onderzoek laat zien dat goed geïsoleerde en
geventileerde woningen leiden tot minder luchtwegklachten (zoals astma) en minder
reumatische klachten.1
De herziene EPBD is onderdeel van het Fit-for-55 pakket waarin de Europese ambities
rond de klimaatdoelen zijn vastgelegd en geoperationaliseerd. In EPBD zijn afspraken
gemaakt over de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dit betreft nog duurzamere
nieuwe bouwwerken, maar vooral ook de miljoenen bestaande gebouwen, die klaargemaakt
moeten worden voor een duurzame en fossielvrije toekomst.
We gaan met volle kracht aan het werk om de klimaatdoelen te halen. Het klimaatdoel
van 2030 wordt lastig, zoals uit de Klimaat- en Energieverkenning van het PBL blijkt.
Het is noodzakelijk om additionele beleidsmaatregelen te treffen om de kans te vergroten
dat Nederland de gestelde doelen ook daadwerkelijk gaat halen. Op dit moment loopt
het Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar de Energietransitie van de woningvoorraad
richting 2050. Hierin worden scenario’s, effecten en beleidsopties verkend. Het IBO zal rond de
zomer met een eindrapport komen. Ik wacht de opties in dit IBO af om te bepalen welke
additionele beleidsvoornemens ik zal uitwerken. Ik zal uw Kamer hier na het zomerreces
nader over informeren.
Want we houden de ambitie vast. We gaan vol door met de implementatie en realisatie
van maatregelen die reeds zijn afgesproken, lossen knelpunten in de uitvoering op
en versnellen doorbraken waar mogelijk. Door vol in te zetten op lange termijnbeleid
en een slimme Europese aanpak doen we alles wat nodig is om het klimaatdoel voor 2050
te halen.
Vooruitlopend op de opties in het IBO zijn in het coalitieakkoord al enkele maatregelen
afgesproken: er komt een Nationaal Isolatie Offensief. In de jaren tot 2030 helpen
we via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid de wijken met de grootste
energiearmoede. Verhuurders worden verplicht energielabels E, F en G voor huurwoningen
per 2029 uit te faseren; en labels C en D per 2040. Naast de inzet op verlaging van
de energievraag van gebouwen zetten we vol in op de omschakeling van de energievoorziening
naar hernieuwbare bronnen. Zo blijven we inzetten op warmtenetten, ook om netcongestie
te verminderen. Op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is
stimuleren en normeren we, per 2029, de uitrol van hybride, slimme warmtepompen. Dit
is een gemeenschappelijke uitdaging van het kabinet, die hierbij nadrukkelijk de samenwerking
zoekt met provincies, gemeenten, woningcorporaties, bedrijfsleven en maatschappelijke
initiatieven.
Alvorens in te gaan op de planning van de wijzigingen in wet- en regelgeving, conform
uw verzoek, wil ik hieronder eerst toelichten hoe de beleidsmaateregelen mensen in
Nederland zal bereiken en welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn. Ook hierover
zijn in de EPBD-herziening afspraken gemaakt, maar deze leiden niet tot aanpassing
van nationale wetgeving. Het betreft het éénloketsysteem (het Energiehuis), het Renovatiepaspoort
en de financiële stimulansen. Tevens maak ik van de gelegenheid gebruik om de laatste
stand van zaken over het Nationaal Renovatieplan voor gebouwen (NBRP) en de ontwikkelingen
rond de Standaard voor woningisolatie met u te delen.
Het Energiehuis (éénloketsysteem)
Gebouweigenaren, gebruikers en bewoners staan als eerste aan de lat om verduurzamingsmaatregelen
te treffen. Dit kunnen ze niet alleen. Er is duidelijkheid, ondersteuning en ontzorging
nodig. In de EPBD is daarom afgesproken dat in iedere lidstaat een éénloketsysteem
wordt ingericht voor integrale, onafhankelijke, betrouwbare informatie en ondersteuning
voor bewoners en gebouweigenaren voor de verduurzaming van hun gebouw.
De afgelopen jaren is in Nederland een grote variëteit aan ondersteuningsaanbod ingericht
via bijvoorbeeld gemeentelijke energieloketten, voor (kwetsbare) huishoudens, kleine
ondernemers en maatschappelijk vastgoedeigenaren. Maar daardoor is ook een enorm breed
palet en versnippering van instrumenten en informatie ontstaan. Er is behoefte aan
integrale ontzorging en eenduidige, betrouwbare informatie. Dit wordt vormgegeven
via het Energiehuis. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan het éénloketsysteem
zoals gevraagd in de EPBD.
Het Energiehuis gaat nadrukkelijk over de verbetering van de bestaande dienstverlening
voor eigenaren en gebruikers van woningen en andere gebouwen. Die verbetering is vooral
te bereiken door het bestaande aanbod te continueren, beter met elkaar te verbinden
en enkel waar nodig uit te breiden. Ook wordt er gewerkt aan een handreiking Energiehuizen
samen met verschillende stakeholders. De behoeften van mensen zullen over tijd veranderen.
Daarom worden de behoeften bij hun verduurzamingsreis en de aangeboden diensten van
het energiehuis regelmatig onderzocht en geactualiseerd. Op dit moment loopt er een
monitoringsonderzoek om de stand van zaken rondom alle ondersteuningsinstrumenten
in kaart te brengen. Zo ontstaat overzicht en de mogelijkheid om bij te sturen waar
dat nodig is. Er is een community of practice waar gemeenten die kennis en ervaringen
delen over hoe zij aan de slag zijn met Energiehuizen.
Het Energiehuis is bedoeld als de centrale plek waar mensen digitaal en fysiek, op
locatie in het land geholpen worden met informatie en advies over het energiezuiniger
maken van woningen en gebouwen. De basis voor de digitale ondersteuning door het Energiehuis
is verbeterjehuis.nl. Hoe de andere diensten van het Energiehuis precies ingevuld worden en door welke
partijen zal afhankelijk zijn van de lokale behoeften. Hierover lopen nog gesprekken
met medeoverheden en andere stakeholders. Voor het zomerreces zal ik de Kamer via
een Kamerbrief informeren over de meer gedetailleerde invulling.
De ondersteuning van huishoudens in een kwetsbare positie wordt, als onderdeel van
het Energiehuis, deels gefinancierd via middelen van het sociaal klimaatfonds (SCF).
Deze energiehulp via energiecoaches en -fixers ondersteunt bewoners met het energiezuiniger
en comfortabeler maken van hun woning. Daarnaast wordt een deel van de SCF-middelen
besteed aan ondersteuning van de uitvoering van Energiehuizen op nationaal niveau.
Renovatiepaspoort
De EPBD IV stelt dat lidstaten een renovatiepaspoort voor gebouwen kunnen ontwikkelen
voor kosteneffectieve renovaties van bestaande gebouwen naar emissievrije gebouwen
(ZEB). Het renovatiepaspoort is een routekaart die de stappen schetst voor een gefaseerde
grondige renovatie naar een emissievrij gebouw volgens het «energy efficiency first»
principe.
Het Renovatiepaspoort wordt gekoppeld aan de in Nederland al bestaande Maatwerkadviezen
(MWA), een optionele dienst waarbij een vakbekwaam energieprestatie adviseur (EP-adviseur)
voor een gebouw een specifiek advies opstelt op basis van de wensen van de opdrachtgever.
Het Renovatiepaspoort is in feite een Maatwerkadvies waarbij de aanbevelingen voldoen
aan de eisen van een «emissievrij gebouw». Een Renovatiepaspoort wordt net als een
energielabel in EP-online geregistreerd, en is dan te allen tijde beschikbaar voor
gebouweigenaren in Mijnoverheid (woningen) of EP-online (utiliteitsbouw).
Financiële stimulansen
In Nederland zijn op dit moment voor bijna alle doelgroepen verschillende financieringsmogelijkheden
en is er ondersteuning om substantiële energiebesparende maatregelen te nemen in hun
woning of gebouw. Het aanbod is enorm en gedifferentieerd. Het is belangrijk om richting
2050 een duidelijk en stabiel ondersteuningspakket te behouden. In sommige gevallen
vereist dat aanvullende middelen vanuit het Rijk. Tegelijk kan ook nagedacht worden
over stroomlijning van het instrumentarium, zodat de consument sneller zijn weg weet
te vinden naar het juiste instrument en de uitvoeringslasten beperkt worden. En er
kan nagedacht worden over andere instrumenten dan financiële stimulansen om mensen
te bewegen tot het treffen van verduurzamingsmaatregelen. Ik ga er van uit dat het
IBO ook hierover met suggesties zal komen en zal uw Kamer op een later moment informeren
over de beleidskeuzes die ik hierin ga maken.
National Building Renovation Plan (NBRP)
De EPBD-IV stelt dat iedere EU-lidstaat een National Building Renovation Plan (NBRP) moet opstellen. In dat plan wordt beschreven hoe Nederland ervoor gaat zorgen
dat de gebouwde omgeving in 2050 aan het afgesproken einddoel van de EPBD voldoet
(een emissievrije en zeer energiezuinige gebouwde omgeving), en welke tussendoelen
en streefcijfers voor 2030 en 2040 daarbij worden gehanteerd. Het NBRP bevat dus in
essentie de langetermijnstrategie hoe Nederland in 2050 het afgesproken einddoel van
de EPBD gaat realiseren.
Tot nu toe was de opgave voor de gebouwde omgeving niet veel verder geconcretiseerd
dan tot en met 2030. Voor het opstellen van het NBRP is de opgave nu voor het eerst
ook concreet becijferd voor 2040 en 2050: hoeveel gebouwen moeten er nog aangepakt
worden om te voldoen aan het ZEB-einddoel in 2050? Wat voor soort gebouwen zijn dit
(woningen, utiliteitsbouw, voor-oorlogs, na-oorlogs, eengezins, meergezins, etc.)
en hoeveel maatregelen (isoleren van vloer, dak, gevel of raam en aanpassen van de
installatie) moeten er dan nog genomen worden? Welk tempo is nodig en uitvoerbaar?
En met wat voor soort beleid wil Nederland dat gaan bevorderen: subsidiëren, normeren,
of beprijzen?
Het concept-NBRP werkt dit aan de hand van streefcijfers, beleidsmaatregelen en financiële
ramingen uit. Het concept-NBRP is in de tweede helft van maart 2026 beschikbaar op
de website Internetconsultatie.nl. Tegelijkertijd wordt het concept-NBRP ingediend
bij de Europese Commissie ter toetsing. Eind december 2026 moet Nederland zijn definitieve
plan indienen bij de Europese Commissie. Ik teken hierbij aan dat de beleidsmaatregelen
in dit concept nog niet volledig zijn: zoals ik aan het begin van deze brief toelichtte
wacht ik op de adviezen van het IBO alvorens met additionele maatregelen te komen
die in het definitieve NBRP een plek zullen vinden.
De Standaard voor woningisolatie
In het kader van de EPBD IV moet voor bestaande bouw, ook voor woningen, een ZEB-norm
worden vastgesteld. In de brief van 14 juli 2025 aan uw Kamer is aangegeven dat de
Standaard voor woningisolatie (hierna: de Standaard) gebruikt zal worden als een belangrijke
basis om te bepalen of een gebouw aan de ZEB-vereisten voldoet.
De Standaard is een vrijwillige norm voor de warmtebehoefte van woningen. Met isolatie-,
ventilatie- en kierdichtingsmaatregelen kan deze norm wordt bereikt. De Standaard
is ontwikkeld en vastgesteld in 2021, om duidelijk te maken wanneer de woning qua
isolatie klaar is voor een duurzame warmteoplossing, vooruitlopend op de keuze welke
duurzame warmteoplossing voor een bepaalde woning in het verschiet ligt. Een duurzaam
verwarmingssysteem werkt meestal met een lagere watertemperatuur in de radiatoren
dan een traditionele CV-ketel. Een woning wordt dan langzamer warm. Afdoende isolatie
verlaagt de warmtebehoefte, wat ervoor zorgt dat woningen ook in een koude winter
voldoende warm zijn. Of een woning voldoet aan de Standaard staat op het energielabel.
Via verbeterjehuis.nl kan een eigenaar of bewoner zien welke maatregelen nodig zijn
om aan de Standaard te voldoen.
Bij het bepalen van de Standaard in de brief van 18 maart 20212 is aan uw Kamer toegezegd de Standaard voor woningisolatie in 2025 te evalueren.
De evaluatie wordt momenteel geapprecieerd. In de volgende Kamerbrief over de EPBD
IV, die wij uw Kamer voor het zomerreces zullen sturen, zullen de evaluatie en de
vervolgstappen nader toegelicht worden, ook in relatie tot de vast te stellen ZEB-norm.
Planning aanpassing wet- en regelgeving EPBD IV, in tranches
De aanpassingen van de EPBD IV in wet- en regelgeving worden, zoals in de brief van
14 juli 20253 is aangegeven, geïmplementeerd in een aantal tranches. Niet alle wijzigingen moeten
immers al dit jaar zijn geïmplementeerd. De tranches zijn in lijn met de uiterste
implementatiedatum van 29 mei 2026 en met de diverse startdata van deelonderdelen
uit de richtlijn. Op deze wijze wordt de beschikbare tijd benut om ingewikkelde keuzes
voor te bereiden en uit te werken, voorbereidingstijd te geven voor de uitvoering,
en tegelijkertijd te zorgen voor tijdige vastlegging in de regelgeving.
De 1e tranche is gericht op de EPBD IV onderdelen die per 29 mei 2026 in werking moeten
treden. Deze tranche bevat een aantal wijzigingen in de bepalingsmethode van de energieprestatie,
extra zonne-energie op gebouwen, technische bouwsystemen, duurzame mobiliteit, laadinfrastructuur
voor elektrisch vervoer en (fiets-)parkeerplaatsen, uitwisseling van gegevens en databanken
over energieprestatie gebouwen, verbeterde en uitgebreidere informatie op het energielabel,
uitbreiding van de labelplicht naar en (verslagen van) keuringen van systemen voor
verwarming, ventilatie en airconditioning.
Voor de 1e tranche zijn een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), van het
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit en twee wijzigingen van
de Omgevingsregeling uitgewerkt. Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Bbl, het
Bkl en het Omgevingsbesluit is op 14 januari jongstleden voor advies aan de Raad van
State voorgelegd.4
Een van de twee wijzigingen van de Omgevingsregeling betreft het aanwijzen van een
nieuwe bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen. Die wijziging is van
4 juni tot en met 2 juli 2025 in internetconsultatie geweest. De tweede wijziging
bevat de overige aanpassingen van de Omgevingsregeling die nodig zijn om de hiervoor
genoemde onderwerpen te implementeren. Deze wijziging is op 20 februari 2026 in internetconsultatie
gebracht5. Beide wijzigingen van de Omgevingsregeling treden naar verwachting op 29 mei 2026
in werking.
De 2e tranche van de regelgeving die de implementatie van de EPBD IV vormgeeft heeft betrekking
op de aanpassing van de huidige BENG-eisen naar tijdelijke ZEB-eisen6 voor nieuwe gebouwen van overheidsinstanties en de rekenplicht wlc-gwp7 voor nieuwe gebouwen die groter zijn dan 1.000 m2. Deze verplichtingen gaan beide gelden per 1 januari 2028. Het betreffende ontwerpbesluit
tot wijziging van het Bbl is in december 2025 besproken met de stakeholders en zal
in de tweede helft van deze maand in internetconsultatie worden gebracht. De bepalingsmethode
wlc-gwp zal via een wijziging van de Omgevingsregeling worden aangewezen; die wijziging
zal in het najaar in consultatie gaan. Deze onderdelen zullen per 1 januari 2027 in
werking treden.
De 3e tranche van de implementatie regelgeving heeft betrekking op de minimum energieprestatie-eisen
voor utiliteitsgebouwen die per 2030 en 2033 gaan gelden en het ZEB-niveau voor de
bestaande gebouwen. Deze onderdelen zullen onder andere via een wijziging van het
Bbl per 1 juli 2027 in werking treden. In maart en april van dit jaar worden de eerste
concepten hiervan besproken met de stakeholders.
De 4e en laatste tranche van de implementatie regelgeving heeft betrekking op het moderniseren
van de bepalingsmethode energieprestatie en het aanpassen van de systematiek voor
energielabels, omdat per 2030 een nieuw energielabel van kracht zal worden, gebaseerd
op totaal primair energiegebruik en met een indeling van A tot en met G. De modernisering
betekent dat de uitkomsten van de bepalingsmethode anders zullen worden dan ze nu
zijn. Dit kan gevolgen hebben voor gebouweigenaren en huurders. De inzet is om deze
gevolgen minimaal te laten zijn. In de komende jaren zullen de effecten bepaald worden.
Ook zullen met de nieuwe bepalingsmethode in 2028 twee eisen worden herijkt, zoals
de ZEB-eisen voor nieuwbouw en de wlc-gwp per 2030. De voorbereidingen voor de 4e tranche zijn al in gang gezet en zullen naar verwachting uiterlijk op 1 juli 2029
in werking treden.
Naast deze tranches, die voornamelijk betrekking hebben op de bouwregelgeving (Bbl
en Hoofdstuk 5 Omgevingsregeling), is voor de artikelen 3 en 14, achtste lid, van
de EPBD IV een wetswijziging vereist. Met het Wetsvoorstel implementatie EPBD IV zal
het Burgerlijk Wetboek worden aangepast om het voor appartementseigenaren in een Vereniging
van eigenaren (VvE) eenvoudiger te maken een oplaadpunt voor een elektrische auto
op een parkeerplaats binnen het beheer van de VvE te plaatsen. Ook wordt een initiatiefrecht
voor huurders opgenomen met betrekking tot oplaadpunten. In het wetsvoorstel wordt
tevens het Nationaal gebouw renovatieplan (NBRP) als verplicht programma in de Omgevingswet
opgenomen. Het wetsvoorstel wordt op korte termijn aangeboden aan de Raad van State
ter advisering. In 2021 is een eerdere versie van het wetsvoorstel met een notificatieregeling
voor oplaadpunten in VvE’s in internetconsultatie geweest. Aangezien het wetsvoorstel
een implementatie van een Europese richtlijn betreft is internetconsultatie optioneel.
Ten behoeve van de voortgang van het dossier in verband met de implementatie deadline
wordt het uitgebreide wetsvoorstel dan ook niet hernieuwd in consultatie gebracht.
Na de adviesaanvraag bij de Raad van State zal het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk
openbaar worden gemaakt via de wetgevingskalender.
Meer informatie voor de verschillende doelgroepen over de inhoudelijke wijzigingen
van de vier tranches is te vinden op volkshuisvestingnederland.nl, RVO.nl en IPLO.nl. Deze informatie wordt regelmatig bijgewerkt naarmate de datum van inwerkingtreding
dichterbij komt en de details van de wijzigingen meer zijn uitgewerkt.
Tot slot
Voor het zomerreces 2026 zal ik u informeren over de eindkeuzen van de 1e tranche EPBD IV die per 29 mei aanstaande in werking gaat treden. Ook verwacht ik
u dan te kunnen informeren over een aantal beleidskeuzes rond emissievrije gebouwen
en de minimum energieprestatie van gebouwen, die met de latere tranches worden geïmplementeerd.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan
Bijlage A – Planning regelgeving tranches EPBD IV
Planning 1e tranche EPBD wijzigingen
– Bepalingsmethode energieprestatie
– Zonne-energie
– Technische bouwsystemen (incl GACS)
– Duurzame mobiliteit -Laadinfrastructuur en (fiets-)parkeerplaatsen
– Uitwisseling van gegevens en databanken energieprestatie gebouwen
– Informatie op energielabel en uitbreiding labelplicht
– Keuringen en verslagen van keuringen
jan–mrt 2026
Advisering Raad van State (Bbl)
feb–apr 2026
Consultatie 1e tranche EPBD wijzigingen Or
mei 2026
Bekendmaking Bbl en Or
29-mei-2026
Inwerkingtreding wijzigingen Bbl en Or
Planning 2e tranche EPBD wijzigingen
– ZEB nieuwbouw overheidsgebouwen (2028)
– Rekenplicht wlc-gwp gebouwen 1.000m2 (2028)
mrt–mei 2026
Consultatie 2e tranche EPBD wijzigingen Bbl
aug–okt 2026
Advisering Raad van State (Bbl)
aug–okt 2026
Consultatie 2e tranche EPBD wijzigingen Or
dec 2026
Bekendmaking Bbl en Or
1-jan-2027
Inwerkingtreding wijzigingen Bbl en Or
Planning 3e tranche EPBD wijzigingen
– ZEB bestaande bouw (20?)
– MEPS Ubouw (2030 en 2033)
mrt–apr 2026
Agendering Bbl in JTC en OPB
aug–okt 2026
Consultatie 3e tranche EPBD wijzigingen Bbl
feb–mei 2027
Advisering Raad van State (Bbl)
feb–mrt 2027
Consultatie 3e tranche EPBD wijzigingen Or
jun 2027
Bekendmaking Bbl en Or
1-jul-27
Inwerkingtreding wijzigingen Bbl en Or
NB Voor de 4e tranche, met daarin o.a. de ZEB-eis voor alle nieuwbouw per 2030 en de nieuwe labelsystematiek
op basis van de gemoderniseerde bepalingsmethode, is nog geen detailplanning van de
regelgeving beschikbaar.
Indieners
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening