Brief regering : Aanslagen op Joodse instellingen in Rotterdam en Amsterdam
28 684 Naar een veiliger samenleving
30 950 Racisme en Discriminatie
Nr. 848 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 maart 2026
In de afgelopen dagen is twee keer gericht geweld gebruikt richting de Joodse gemeenschap.
De aanslagen op een synagoge in Rotterdam en een Joodse school in Amsterdam zijn schokkend
en onacceptabel. Het kabinet verafschuwt deze aanslagen en leeft mee met de Joodse
gemeenschap. Antisemitisme, intimidatie en geweld hebben geen plaats in Nederland.
De afgelopen dagen heeft het kabinet op meerdere momenten gesproken met vertegenwoordigers
van de Joodse gemeenschap. Zaterdagavond was ik aanwezig bij een bijeenkomst van de
burgemeester van Amsterdam. Vandaag sprak ik samen met de Minister-President en de
Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) met een brede afvaardiging van
de Joodse gemeenschap. Hoewel bij beide aanslagen niemand gewond is geraakt en de
materiële schade beperkt is gebleven, is de emotionele impact van de gebeurtenissen
enorm. Deze gerichte acties tegen de Joodse gemeenschap brengen een enorm gevoel van
onveiligheid met zich mee. Helaas is het gevoel van onveiligheid voor veel Joden niet
nieuw, maar deze aanslagen wakkeren de angst, woede en verdriet onder de gemeenschap
aan. De aanvallen op de Joodse gemeenschap zijn volstrekt onacceptabel en we moeten
dit als samenleving hard veroordelen. We moeten niet toelaten dat conflicten elders
in de wereld impact hebben op de veiligheid van Joden in Nederland. Joden moeten zich
vrij en veilig voelen om Joods te zijn. De veiligheid van Joden en Joodse instellingen
heeft dan ook nadrukkelijk de aandacht van het kabinet en het bevoegd gezag. Het kabinet
staat zij aan zij met de Joodse gemeenschap en zet de strijd tegen antisemitisme voort.
Strafrechtelijk onderzoek
In Rotterdam werd in de nacht van 12 op 13 maart brand gesticht bij de ingang van
een synagoge. De volgende nacht werd in Amsterdam een brandbom aangestoken bij een
Joodse school. De politie was op beide plekken snel ter plaatse, waarbij in Rotterdam
vier verdachten zijn aangehouden. De vier verdachten zijn vandaag voorgeleid aan de
rechter-commissaris, die heeft besloten dat alle vier de verdachten langer in voorarrest
blijven. Zij worden verdacht van het veroorzaken van een explosie, brandstichting
en poging tot brandstichting, allemaal met een terroristisch oogmerk. Daarmee wordt
bedoeld dat de handelingen erop gericht zijn om een bevolkingsgroep, in dit geval
de Joodse gemeenschap, ernstige vrees aan te jagen. Onder leiding van het Openbaar
Ministerie doet de politie op dit moment onderzoek naar de aanslagen in Rotterdam
en Amsterdam. Daarin wordt ook gekeken naar eventuele samenhang van de aanslagen en
een eventuele link met de internationale ontwikkelingen. Ik zal uw Kamer nader informeren
zodra de uitkomsten bekend zijn.
Veiligheidsmaatregelen
Op nationaal, regionaal en lokaal niveau wordt samengewerkt om de dreiging tegen Joodse
instellingen tegen te gaan. Het kabinet staat in nauw contact met de burgemeesters
en de regio’s. De veiligheidspartners volgen de ontwikkelingen in het buitenland en
in Nederland nauwlettend. Bij de politie is naar aanleiding van de aanslagen een Nationale
Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (NSGBO) gestart. De NSGBO heeft als opdracht
landelijke coördinatie te voeren op het actuele dreigingsbeeld en overkoepelend inzicht
op Joodse instellingen in Nederland. Deze landelijke coördinatie is ondersteunend
aan het bevoegd gezag. De bevoegde gezagen nemen waar nodig aanvullende veiligheidsmaatregelen.
Vanwege veiligheidsoverwegingen kan ik geen uitspraken doen over de precieze invulling
van veiligheidsmaatregelen door het bevoegd gezag. Deze maatregelen worden zowel zichtbaar
als onzichtbaar genomen op basis van actuele dreigingsinformatie. Hoewel het afschuwelijk
is dat deze maatregelen in Nederland nodig zijn, worden deze inspanningen onverminderd
voortgezet zolang de situatie daarom vraagt.
Bestrijding van antisemitisme
Het kabinet blijft zich inzetten om de veiligheid van Joden in Nederland te bevorderen
en om antisemitisme tegen te gaan. Antisemitisme is een ernstige aantasting van de
democratische rechtsstaat. Het raakt niet alleen individuele burgers, maar ondermijnt
fundamentele waarden als menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid, vrijheid van godsdienst
en het recht om zonder angst deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Antisemitisme
is onaanvaardbaar.
Met de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 (hierna «Strategie») heeft het
kabinet een brede en samenhangende aanpak ingezet om antisemitisme tegen te gaan en
de gevolgen ervan te beperken.1 In deze strategie is ook aandacht voor de veiligheid van de Joodse gemeenschap. Zo
is er een Veiligheidsfonds opgezet. In 2025 is er 1,3 miljoen euro beschikbaar gesteld
en toegekend voor Joodse instellingen en evenementen. Middelen waren onder meer aanwendbaar
voor beveiliging (bewakers), bouwkundige aanpassingen en digitale veiligheidsmaatregelen.
In 2025 heeft daarnaast een aantal scholengemeenschappen eenmalig, los van de regeling,
ruim 1,1 miljoen euro toegekend gekregen voor beveiliging.
Naast het Veiligheidsfonds zijn andere maatregelen onverkort doorgezet. Dit betreft
onder meer de ondersteuning van slachtoffers van antisemitisme (nazorg door Joods
Maatschappelijk Werk). De Taskforce Antisemitisme heeft haar rapport opgeleverd, het
Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie (ECAD-P) functioneert, snelrecht kan
worden gehanteerd bij antisemitisme en de wet over discriminatoir motief als strafverzwaringsgrond
is op 1 juli 2025 in werking gegaan. In 2025 hebben de eerste veroordelingen op basis
van het verbod op Holocaustontkenning plaatsgevonden.
Los van de aanpak van de gevolgen van antisemitisme bevat de Strategie ook maatregelen
om antisemitisme aan de wortel tegen te gaan. Zo is er een Nationaal Plan Versterking
Holocausteducatie opgesteld door de Ministeries van OCW, SZW en VWS in samenwerking
met de NCAB. De strategie bevat ook de maatregelen dat scholieren authentieke locaties
bezoeken en een pilot voor inburgeringsplichtigen waarbij inburgeraars herdenkingslocaties
bezoeken. In aanvulling op de bestaande ambities binnen de Strategie, werkt de NCAB
samen met de Ministeries van OCW en SZW en de Joodse gemeenschap aan het versterken
en zichtbaar maken van Joods leven in Nederland. Uw Kamer ontvangt in april de voortgangsbrief
van de Strategie en de inhoudelijke reactie van het kabinet op de aanbevelingen van
de Taskforce Antisemitisme. Uiteraard zal het kabinet in deze voortgangsbrief bezien
welke aanpassingen nodig zijn op basis van de recente gebeurtenissen.
Antisemitisme is niet alleen een zorg voor de Joodse gemeenschap, maar voor de hele
samenleving. Het kabinet zal zich met alle betrokken organisaties blijven inspannen
om antisemitisme tegen te gaan.
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid