Brief regering : Reactie verslag Europese Commissie evaluatie Europol
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4295
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 maart 2026
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft mij verzocht te reageren op het
verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ter evaluatie en beoordeling
van de operationele impact van de uitvoering van de taken waarin in Verordening (EU)
2022/991 wordt voorzien, [...] met betrekking tot de doelstellingen van Europol, en
de impact van die taken op de grondrechten en fundamentele vrijheden, zoals die zijn
vastgelegd in het Handvest, overeenkomstig artikel 68, lid 3, van Verordening (EU)
2016/794 (COM(2025)752). Hieronder ga ik in op de verschillende aanbevelingen.
Evaluatie Europol
De Commissie heeft in de ProtectEU-strategie een ingrijpende herziening van het Europol-mandaat
aangekondigd. Daartoe bereidt zij een evaluatie van de Europol-verordening en werkmethoden
voor, ondersteund door een consultatie en externe studie, met als doel in 2026 een
voorstel te doen om Europol operationeler te maken. De evaluatie van de Europol-verordening
met het oog op het opstellen van dit verslag is bedoeld om aan die evaluatie bij te
dragen.
Mandaat Europol
Sinds 1999 speelt Europol een sleutelrol in de bestrijding van zware grensoverschrijdende
criminaliteit en terrorisme. Door veranderende veiligheidsdreigingen en nieuwe operationele
behoeften van de lidstaten is het mandaat van Europol herhaaldelijk aangepast om relevant
en effectief te blijven.
Het mandaat van Europol, zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2016/794 («de Europol-verordening»),
werd voor het laatst in 2022 gewijzigd bij Verordening (EU) 2022/991 om nieuwe veiligheidsdreigingen
aan te pakken. De Europol-verordening was niet langer geschikt voor het beoogde doel
in een nieuwe realiteit waarin criminelen de voordelen van digitale transformatie,
nieuwe technologieën, globalisering en mobiliteit uitbuiten.
De specifieke doelstellingen van Verordening (EU) 2022/991 waren:
• een doeltreffende samenwerking tussen particuliere partijen en rechtshandhavingsautoriteiten
mogelijk maken om misbruik van grensoverschrijdende diensten door criminelen tegen
te gaan;
• rechtshandhavingsautoriteiten in staat stellen grote en complexe datasets te analyseren
om grensoverschrijdende verbanden op te sporen, met volledige inachtneming van de
grondrechten;
• lidstaten in staat stellen nieuwe technologieën te gebruiken voor rechtshandhaving.
Daarnaast zijn bij Verordening (EU) 2022/991 de op Europol van toepassing zijnde gegevensbeschermingsvoorschriften
gewijzigd om een hoog niveau van gegevensbescherming te behouden.
Om de informatiestroom te vergemakkelijken, zijn bij deze verordening de op Europol
van toepassing zijnde gegevensbeschermingsvoorschriften grotendeels in overeenstemming
gebracht met die welke op andere EU-agentschappen en -organen op het gebied van justitie
en binnenlandse zaken van toepassing zijn krachtens hoofdstuk IX van Verordening (EU)
2018/1725 («de gegevensbeschermingsverordening van de EU» of «EUVG») en die welke
op de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten («bevoegde autoriteiten») van
toepassing zijn krachtens hun nationale wetgeving tot omzetting van Richtlijn (EU)
2016/680 («de richtlijn rechtshandhaving»).
Overeenkomstig het mandaat van de medewetgevers (Europees Parlement en Raad van de
Europese Unie) heeft de Commissie ten eerste de operationele impact van enkele van
de nieuwe regels voor de verwerking van persoonsgegevens geëvalueerd en beoordeeld,
ten opzichte van de doelstellingen van Europol, krachtens artikel 3 van de Europol-verordening
(namelijk het ondersteunen en versterken van het optreden van de bevoegde autoriteiten
van de lidstaten en hun wederzijdse samenwerking bij de voorkoming en bestrijding
van strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen), ten tweede de impact
van die regels op de in het Handvest vastgelegde grondrechten en fundamentele vrijheden
(«grondrechten») beoordeeld, en ten derde een kosten-batenanalyse van de daarmee verband
houdende gegevensverwerkingstaken uitgevoerd.
Overeenkomstig artikel 68, lid 3, van de Europol-verordening heeft dit verslag van
de Commissie betrekking op een aantal bepalingen van Verordening (EU) 2022/991, waarbij
de nadruk ligt op vijf belangrijke aspecten van de werkzaamheden van Europol.
(1) Externe dimensie: artikel 4, lid 1, punt t), van de Europol-verordening over informatiesignaleringen
van onderdanen van derde landen in het Schengeninformatiesysteem (SIS) op voorstel
van Europol
(2) Innovatie: artikel 18, lid 2, punt e), en artikel 33 bis van de Europol-verordening
over de verwerking van persoonsgegevens door Europol voor onderzoeks- en innovatieprojecten
(3) Strafrechtelijke onderzoeken: artikel 18, lid 6 bis, en artikel 18 bis van de Europol-verordening
over de voorwaarden voor de verwerking van persoonsgegevens die zijn ontvangen zonder
indeling van de betrokkenen in categorieën
(4) Samenwerking met derden: artikel 26, 26 bis en 26 ter van de Europol-verordening over
de uitwisseling van persoonsgegevens tussen Europol en particuliere partijen
(5) Intern en extern toezicht op de naleving van de grondrechten door Europol.
Belangrijkste bevindingen van de evaluatie
De Commissie concludeert dat er draagvlak bij de lidstaten bestaat voor de rol van
Europol, ook bij de nieuwe taken rond gegevensverwerking. Wel moeten inefficiënties,
juridische complexiteit en versnippering (met name aangaande gegevensverwerking) worden
aangepakt om het gebruik van deze bevoegdheden te verbeteren. Er zijn geen aanwijzingen
voor negatieve effecten op grondrechten dankzij sterke gegevensbeschermingswaarborgen.
Voor sommige lidstaten kan Europol beter gebruik maken van de door de medewetgevers
geboden flexibiliteit wat betreft de indeling van de betrokkenen in categorieën, de
gegevensbeschermingseffectbeoordeling, de voorafgaande raadpleging van de toezichthouder
voor gegevensbescherming van Europol, en de behandeling van verzoeken om toegangsrechten.
Het verminderen van de complexiteit en versnippering van het rechtskader, waardoor
professionals kunnen worden ontmoedigd om gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden,
dient te worden verminderd.
Gezien het vroege stadium van uitvoering van de bij Verordening (EU) 2022/991 ingevoerde
bepalingen en de beperkte ervaring daarmee, is het voor de Commissie nog te vroeg
om uit een kosten-batenanalyse zinvolle conclusies over de nieuwe bepalingen te trekken.
Volgens Europol en vijftien lidstaten zullen de voordelen van de nieuwe taken en bevoegdheden
op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens, met name het analyseren van
grote en complexe datasets, alsook het samenwerken met particuliere partijen, naar
verwachting echter aanzienlijk zijn, en groter dan de daarmee verband houdende kosten.
Reactie op de aanbevelingen
In de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en terrorisme is de gezamenlijke Europese
aanpak van groot belang. Europol speelt hierin een onmiskenbare en waardevolle rol.
Door intensief samen te werken binnen de EU kunnen we grensoverschrijdende misdaad
effectief bestrijden, wat bijdraagt aan een veiligere EU.
Nederland ziet in positieve zin volop mogelijkheden om de rol van Europol binnen het
bestaande mandaat te versterken. Door Europol verder te optimaliseren, kan de samenwerking
worden vergroot en kan er nog beter worden ingespeeld op de dynamiek van de georganiseerde
criminaliteit. Essentieel is dat Europol altijd in goed overleg met de nationale politiediensten
en vooral met behoud van nationale zeggenschap over de onderzoeken blijft werken.
Ik ben het eens met de bevindingen dat inefficiënties, juridische complexiteit en
versnippering moet worden aangepakt om het gebruik van deze bevoegdheden te verbeteren,
dit draagt Nederland dan ook consequent uit.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid