Brief regering : Verslag van de informele videoconferentie Raad Buitenlandse Zaken van 5 maart 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3362
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 maart 2026
Hierbij bied ik u het verslag van de informele videoconferentie Raad Buitenlandse
Zaken met landen van de GCC op 5 maart 2026 aan.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
VERSLAG VAN DE INFORMELE VIDEOCONFERENTIE RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 5 MAART 2025
Op 5 maart jl. vond via videoconferentie een extra vergadering van de Raad Buitenlandse
Zaken plaats met de landen van de Gulf Cooperation Council (GCC). De bijeenkomst werd
voorgezeten door de Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Kaja Kallas, en de Minister
van Buitenlandse Zaken van Bahrein als voorzitter van de GCC. Vrijwel alle lidstaten
van de EU, waaronder Nederland, en de GCC namen op ministerieel niveau deel.
De centrale boodschap van de vergadering was het uitspreken van solidariteit met de
landen van de GCC naar aanleiding van de Iraanse aanvallen. De Europese Ministers
veroordeelden deze aanvallen krachtig en benadrukten dat deze een schending vormen
van het internationaal recht en van de soevereiniteit van staten. Verschillende Europese
landen, waaronder Nederland, hebben naar aanleiding hiervan de Iraanse ambassadeur
ontboden. De EU en GCC spraken hun grote zorgen uit over de risico’s van verdere escalatie
en de mogelijke mondiale gevolgen, met name voor de energievoorziening, de vrijheid
van navigatie en de wereldhandel. Er werd gezamenlijk opgeroepen tot de-escalatie,
waarbij de Golfstaten benadrukten dat zij hun recht op zelfverdediging behouden. De
EU-lidstaten spraken waardering uit voor de terughoudendheid van de GCC-landen om
verdere escalatie te voorkomen.
De EU benadrukte waardering voor de steun van de GCC-landen aan Europese burgers die
in de regio verblijven. De GCC-landen benadrukten dat de bescherming van buitenlandse
burgers voor hen een prioriteit blijft. Tegelijkertijd gaven ze aan dat de huidige
intensiteit van de luchtverdediging tegen raketten en drones op termijn moeilijk vol
te houden is zonder aanvullende ondersteuning. Na afloop namen de EU en de GCC een
gezamenlijke verklaring aan.1
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken