Brief regering : Adviesrapport van het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) over het UWV-project Bemiddelingsservice fase 1 (BMS)
26 488 Programma doorontwikkeling F-35
26 643
Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Nr. 480
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 maart 2026
Het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) heeft op verzoek van UWV onderzoek verricht
naar het UWV-project Bemiddelingsservice fase 1 (BMS). Het advies van het AcICT is
als bijlage bij deze brief bijgesloten. In deze brief wordt nader ingegaan op het
project BMS, de conclusies en adviezen van het AcICT en is per aanbeveling aangeven
op welke wijze UWV hier opvolging aan zal geven.
Project Bemiddelingsservice fase 1
Door steeds snellere ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en technologische innovaties
(o.a. AI), wordt het voor werkzoekenden steeds belangrijker om wendbaar te zijn om
succesvol te blijven op de arbeidsmarkt. Door de arbeidsmarktdienstverlening van UWV
te richten op vaardigheden, competenties en kennis (skills) kan gerichter ondersteuning
of opleiding worden geboden aan werkzoekenden, werkenden en werkgevers. Om het matchen
tussen vraag en aanbod op de krappe arbeidsmarkt te verbeteren zet UWV in op een nieuw
digitaal systeem dat, naast opleiding en ervaring, is gebaseerd op skills: de bemiddelingsservice
(BMS). Dit sluit aan bij de maatschappelijke opdracht van UWV om mensen duurzaam mee
te laten doen op de arbeidsmarkt en in de maatschappij.
Het project BMS vervangt gedeeltelijk de verouderde systemen WBS en SONAR, die nu
gebruikt worden voor de arbeidsbemiddeling. De BMS maakt gebruik van algoritmen om
met de input van skills een betere match mogelijk te maken voor cliënt en werkgever.
De bedoeling is dat een UWV-adviseur, op basis van het advies van de BMS, het gesprek
aangaat met de cliënt om de cliënt te begeleiden naar (duurzaam) werk. De applicatie
die UWV heeft aangeschaft is een standaardapplicatie en UWV heeft met de leverancier
contractueel vastgelegd dat alle wijzigingen die gewenst zijn in de standaardapplicatie
worden opgenomen. Daarnaast is UWV met de leverancier overeengekomen dat de BMS zal
gaan aansluiten op de in opdracht van de Rijksoverheid ontwikkelde taxonomie CompetentNL.
Hiermee wil UWV bijdragen aan het succesvol gebruik van CompetentNL bij arbeidsbemiddeling.
Tevens realiseert UWV in dit project een aantal vernieuwingen die UWV-breed van strategische
waarde zijn voor de verdere vernieuwing van het applicatielandschap en het behouden
van zijn digitale soevereiniteit.
Conclusie AcICT
Het AcICT concludeert dat de huidige aanpak van UWV resulteert in een onvoldoende
beheerst BMS-implementatieproces en werkt dit uit in de volgende punten:
A. De aanpak past niet bij het vernieuwende karakter van het project.
B. Het lukt UWV niet om grip te krijgen op de kwaliteit.
C. Het project loopt uit in tijd en geld.
Opvolging advies AcICT
Naar aanleiding van de bevindingen adviseert het AcICT het project aan te sturen als
een vernieuwing, in kleine stappen. Waarbij eerst moet worden vastgesteld dat de matchingsfunctionaliteit
voldoende toegevoegde waarde heeft, voordat wordt doorgegaan met de integratiewerkzaamheden
en het optimaliseren van de applicatie voor het gebruik door UWV. Het AcICT werkt
dit uit in 3 adviezen:
1. Stel experimenteel gebruik voor een beperkte groep niet langer uit, om eerst de
waarde voor UWV vast te stellen.
Het AcICT stelt dat experimenteel gebruik bij een dergelijk vernieuwingstraject van
belang is om snel te leren van ervaringen met betrekking tot kwaliteit en toegevoegde
waarde voor de adviseurs die ermee gaan werken. Daarom adviseert het AcICT het volgende:
• Neem BMS direct in gebruik met een kleine groep adviseurs in twee of drie rayons.
Zorg dat BMS een dagelijkse feed van vacatures krijgt en laat adviseurs de profielen
zelf invoeren. Zij kunnen zo de matches van BMS vergelijken met die van het oude systeem
en de voordelen ervaren van andersoortige matches voor lastige profielen. Deze adviseurs
gebruiken BMS naast de bestaande systemen en verzamelen data voor de evaluatie.
• Stel meetbaar vast of, en in welke mate, het matchen aan vaardigheden, competenties
en ambities de uitstroom van werkzoekenden verbetert, voor welke doelgroepen dit geldt
en hoe het de ondersteuning van de UWV-adviseurs verbetert. Gebruik daarvoor een onderzoeksopzet
die objectief en herhaalbaar is. Betrek de adviseurs en de leverancier erbij, en maak
gebruik van beschikbare standaard kwaliteitskenmerken van matchingsystemen die beschreven
zijn in de vakliteratuur. Investeer zo nodig in het automatiseren van de onderzoeksopzet
zodat deze standaard ingezet kan worden als onderdeel van de methode om de kwaliteit
van het bemiddelingsproces te beheersen.
Het advies van het AcICT om met een kleine groep UWV-adviseurs te starten sluit aan
bij de aanpak van UWV. UWV kiest voor een zorgvuldige gefaseerde opschaling en is
ondertussen gestart met een pilot met een beperkte groep van acht UWV-adviseurs die
de BMS gaat gebruiken. UWV neemt het advies van het AcICT ter harte en heeft in de
planning meer tijd ingeruimd om de eerste ervaringen zorgvuldig te evalueren en tot
besluitvorming te komen over gefaseerde opschaling naar volwaardige ingebruikname.
Conform het AcICT-advies zal UWV ter doorlopende verbetering van de BMS de kwaliteit
van de match en de toegevoegde waarde van de dienstverlening voor de UWV-adviseurs
en -cliënten onderzoeken. Dit onderzoek zal vanaf de eerste pilot worden opgestart
en worden doorontwikkeld gedurende de opschaling. UWV zal de doorontwikkelde onderzoeksopzet
extern laten toetsen en structureel borgen. De kwaliteit van de applicatie is vanaf
het begin vastgesteld door middel van gebruikersvalidaties en onderzoek. Voorafgaand
aan implementatie heeft UWV ook kwaliteitsonderzoek gedaan naar bias en uitlegbaarheid
van de matches die met de BMS worden gemaakt. De bevindingen die zijn gedaan worden
opgelost.
2. Zorg dat afspraken en ontwerpen gebaseerd zijn op diepgaande kennis van de applicatie.
Omdat gebruik wordt gemaakt van technologie die nieuw is voor UWV, adviseert het AcICT
dat UWV voldoende investeert in het begrijpen van de technische werking en de samenhang
van het geheel. Het AcICT adviseert daarover:
• Bouw kennis en expertise op over de technische werking van BMS, en zorg dat bekend
is hoe matching-algoritmen werken en welke variatie mogelijk is. Deel deze kennis
breed in de organisatie met beheerders, testers, ontwikkelaars en adviseurs.
• Neem indien nodig aanvullende eisen op in het contract over transparantie en meetbare
kwaliteitscriteria, en bepaal op basis hiervan opnieuw en in meer detail wat nodig
is om te voldoen aan de AI-verordening. Het is belangrijk dat burgers kunnen rekenen
op maximale transparantie, ook als dit wettelijk nog niet wordt gevraagd.
• Ontwikkel een integraal ontwerp van de keten waarmee data tussen BMS en andere UWV-systemen
worden uitgewisseld. Zorg daarin voor volledige interface-specificaties, inclusief
foutafhandeling en retry-mechanismen, en semantische eenduidigheid of transformatieregels.
Motiveer de functie en toegevoegde waarde van de geconsolideerde ABR-database in het
geheel. Communiceer dit actief richting alle teams en organiseer feedback op basis
waarvan bijstellingen kunnen plaatsvinden.
Ten aanzien van de kosten en doorlooptijd kan opgemerkt worden dat in het BMS-project
een aantal belangrijke vernieuwingen in de scope zijn opgenomen (integratieplatform,
geconsolideerde database van vacatures en profielen, containerplatform) die UWV-breed
meerwaarde geven. Het project BMS is er tegenaan gelopen dat een aantal vernieuwingen
die het project nodig heeft, binnen UWV nog niet aanwezig waren en daarom zijn deze
binnen de scope van het project opgeleverd. Dit levert voor UWV veel waarde op.
Het implementeren van de applicatie in de private cloud van UWV is een strategische
keuze geweest om de afhankelijkheid van een public cloud provider te voorkomen. Al
deze vernieuwende elementen leveren buiten de scope van het project op UWV-niveau
een belangrijke bijdrage aan zowel de vernieuwing van de legacy als de soevereiniteit.
UWV is bezig met het opbouwen van kennis en expertise over de (technische) werking
van de BMS. Door de verschillende (technische) disciplines intensief te laten samenwerken
in een dedicated, multidisciplinair team voor de BMS is UWV bezig de ontwikkelaars
en beheerders vertrouwd te maken met dit systeem. Om dit verder te verdiepen worden,
conform het AcICT-advies, specialisten met een focus op het doorgronden van de BMS-algoritmen
en de mogelijke uitkomsten daarvan aan dit team toegevoegd. Daarbij heeft UWV oog
voor de balans tussen de diepgang van de op te bouwen kennis en de verantwoordelijkheid
die de leverancier hierin heeft.
Gezien de toenemende toepassingsmogelijkheden van AI, in combinatie met aangescherpte
wettelijke en maatschappelijke eisen, waaronder de Europese AI-verordening, heeft
het voor UWV strategische prioriteit om AI verantwoordbaar, uitlegbaar en rechtmatig
in te zetten. UWV heeft begin 2026 een AI-visie en strategie vastgesteld en is bezig
met de inrichting van de bijbehorende governance. Voor de BMS is UWV samen met de
leverancier aan het werk om ervoor te zorgen dat dit systeem voldoet aan de vereisten
vanuit de AI-verordening. UWV onderschrijft het standpunt van het AcICT dat burgers
ervan uit mogen gaan dat transparantie zo snel mogelijk gerealiseerd wordt, ook als
dat wettelijk nog niet verplicht is onder de AI-verordening. Ook onderzoekt UWV of
het nodig is om aanvullende eisen op te nemen in het contract over transparantie en
meetbare kwaliteitscriteria.
UWV erkent dat er op het bestaande integrale ketenontwerp nog verbetering mogelijk
is. Hier is UWV-breed ook aandacht voor. Voor de start van het project BMS fase 2
zal op basis van een integraal ontwerp de keten worden aangepast aan de doelarchitectuur.
3. Verbeter de wijze van samenwerken binnen UWV en met de leverancier.
Het AcICT adviseert om de samenwerking tussen onderdelen van UWV, en tussen UWV en
de leverancier, zowel intensiever als zakelijker te maken door middel van de volgende
maatregelen:
• Organiseer een nauwere samenwerking met de leverancier zodat de oplossingssnelheid
van bevindingen toeneemt. De basis hiervoor is een geïntegreerd scrumteam waarin de
leverancier en UWV samenwerken aan de koppelingen. Het huidige contract biedt mogelijkheden
voor deze intensieve manier van samenwerking en kennisoverdracht. Idealiter werkt
dit team op één locatie en onder aansturing van één leider in een tweewekelijkse cyclus.
• Laat specialisten uit verschillende teams bij UWV die raakvlakken hebben met BMS intensiever
samenwerken. Het eerdergenoemde integrale ontwerp kan als startpunt dienen om te bepalen
welke specialisten samen in één team moeten werken.
• Test nieuwe functionaliteit samen met de testers in het ontwikkelteam. Werk met een
korte releasecyclus en eventueel met patches om de snelheid van feedback tussen ontwikkelen
en testen te versnellen tot één of enkele dagen.
• Maak binnen de bestaande juridische kaders contractafspraken die recht doen aan de
gewijzigde aanpak. Enerzijds betekent dit dat betalingen worden gerelateerd aan prestaties
en resultaat, anderzijds betekent dit dat beide partijen voordeel hebben van de innovatiemogelijkheden
die de samenwerking biedt.
• Maak meer gebruik van de auditmogelijkheden uit het contract om de kwaliteit van de
software te monitoren. Laat in de toekomst een onafhankelijke partij het solvabiliteitsonderzoek
naar de leverancier en aanverwante ondernemingen uitvoeren.
• Definieer in aanvulling op de contractverlengingsmomenten extra go/no-go momenten
in het komende halfjaar op basis van de vastgestelde kwaliteit in termen van de eerdergenoemde
kwaliteitskenmerken. Deze kwaliteitskenmerken moeten ook opgenomen worden in de dienstenniveau-overeenkomst
die nog moet worden gesloten.
Aan het advies van het AcICT om nauwere samenwerking tussen de diverse onderdelen
van UWV te organiseren heeft UWV reeds uitvoering gegeven door multidisciplinaire
teams samen te stellen die end-to-end verantwoordelijk zijn voor het beheer en de
doorontwikkeling van de gehele BMS-applicatie en de daarmee samenhangende IT-keten.
Het testen van nieuwe functionaliteiten is hier een belangrijk onderdeel van.
UWV investeert allereerst in het verhogen van de kwaliteit van het huidig releaseproces
én snellere wederzijdse opleveringen van ontwikkelingen en testresultaten tussen UWV
en leverancier. UWV onderzoekt op termijn ook of nauwere samenwerking in een geïntegreerd
team met de leverancier mogelijk en wenselijk is.
Wat betreft de adviezen van het AcICT die wijzigingen in het contract voorstellen,
gaat UWV onderzoeken of het mogelijk is om hier opvolging aan te geven en zo ja, op
welke wijze dat kan worden vastgelegd. De adviezen van het AcICT over het gebruikmaken
van de mogelijkheden die het contract biedt neemt UWV ter harte. UWV gaat binnen de
kaders van het contract in 2026 één of meerdere externe en onafhankelijke audits bij
de leverancier uit laten voeren.
In de komende go/no-go momenten zal UWV aandacht besteden aan de vastgestelde kwaliteit
van de match en van de applicatie. Over de meest kritische go/no-go momenten zal UWV
op RvB-niveau beslissen.
Naar de toekomst toe geeft het AcICT terecht aan dat de uitwerking van het project
Bemiddelingsservice fase 2 en de verdere uitfasering van WBS en SONAR afhangen van
het kwaliteitsoordeel en het go/no-go besluit.
Gelet op het brede belang van dit programma voor UWV, burgers en diverse onderdelen
binnen SZW, zullen UWV en SZW periodiek overleg voeren over de opvolging van de aanbevelingen
en het verdere verloop van het project.
Tot slot gaat bijzondere dank uit naar het onderzoeksteam van het AcICT voor hun inzet
en constructieve samenwerking. Het resultaat hiervan is een waardevol adviesrapport
voor UWV en in het bijzonder het Project Bemiddelingsservice fase 1.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid