Brief regering : Joint Letter of Intent Alco Energy Rotterdam
29 826 Industriebeleid
Nr. 280
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI EN VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN
ECONOMISCHE ZAKEN EN VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 maart 2026
Met de maatwerkaanpak verduurzaming industrie wil het kabinet de grootste industriële
uitstoters die ambitieuze plannen hebben, faciliteren om te verduurzamen in Nederland.
In dat kader informeren de Minister van Klimaat en Groene Groei en Staatssecretarissen
van Klimaat en Groene Groei en van Infrastructuur en Waterstaat u over de Joint Letter
of Intent (JLoI) die op 11 maart jl. met Alco Energy Rotterdam (hierna: AER) en de
provincie Zuid-Holland is getekend. Dit is de vijfde JLoI die is gesloten met een
maatwerkbedrijf, na Nobian, Cosun, AnQore en Tata Steel Nederland.
In het coalitieakkoord is opgenomen dat bestaande maatwerktrajecten1 worden voortgezet. Op 10 oktober 2024 is met AER de Expression of Principles (EoP)
overeengekomen. Deze JLoI is voor alle betrokken partijen een belangrijke vervolgstap
op weg naar bindende maatwerkafspraken.
Ambitie JLoI
De JLoI met AER is ambitieus en betreft de verduurzaming van zijn productielocatie
in Rotterdam. AER gaat 65–75% CO2 reduceren in 2030 ten opzichte van 2021. Dit betreft een CO2-reductie tussen de 224 en 263 kton per jaar, waarvan zo’n 67 kton additioneel aan
wat AER volgens de benchmark van de CO2heffing zou moeten doen. Hiermee levert dit maatwerktraject een aanzienlijke extra
bijdrage aan de klimaatdoelstellingen voor 2030.
De beoogde verduurzamingsprojecten leiden ook tot een belangrijke positieve bijdrage
voor de leefomgeving. Op het gebied van stikstof (NOx) gaat het om een reductie van minimaal 10% (17 ton) per jaar. De verduurzamingsprojecten
kunnen mogelijk tot 40% (70 ton) stikstofreductie bewerkstelligen. Bovendien wordt
door deze projecten het waterverbruik met 200.000 m3 per jaar gereduceerd.
De verduurzamingsprojecten van AER betreffen vergaande energiebesparing en elektrificatie.
AER wordt daardoor veel minder afhankelijk van aardgas. Het jaarlijkse aardgasverbruik
daalt met ca. 100 mln. m3. Dat staat gelijk aan het gasverbruik van ca. 75.000 huishoudens. Ook kan AER met
de verduurzamings-projecten bijdragen aan de flexibilisering van het elektriciteitsnet
met de eigen warmtekrachtkoppeling (WKK-installatie). Deze kan eenvoudig worden af-
of bijgeschakeld om in korte tijd het stroomnet te ontlasten of te voorzien van elektriciteit.
AER bevestigt met de JLoI haar intentie om in 2050 alle fossiele emissies op de productielocatie
te elimineren en zet hiertoe met de JLoI een grote stap.
AER verkent buiten de scope van de JLoI de mogelijkheden voor uitbreiding van de biogene
CO2-afvang en de mogelijkheden voor alternatieve toepassingen van de bio-ethanol, waaronder
in de chemie.
De overeengekomen CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 2021 is 67 kton CO2-reductie meer dan het reductiepad volgens de Nederlandse CO2-heffing in 2024, zoals vastgesteld bij het ondertekenen van de EoP. In het coalitieakkoord
is het voornemen opgenomen om de Nederlandse CO2-heffing af te schaffen. In dat geval zal gekeken worden, voor zover nodig, naar andere
mogelijkheden om de additionele CO2-reductie te berekenen, zoals het vertalen van de additionaliteits-vereiste naar een
EU ETS-uitstootrechten equivalent.
Adviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie
Om de kwaliteit van de voorgenomen maatwerkafspraken te borgen, is de onafhankelijke
adviescommissie maatwerkafspraken verduurzaming industrie (AMVI) ingesteld.2 Hiermee is invulling gegeven aan de wens van de Kamer om de maatwerkafspraken te
laten toetsen op onder andere haalbaarheid, doelmatigheid en ambitieniveau. De AMVI
adviseert over een concept-JLoI. Dit is het moment dat de beoogde maatwerkaanpak voldoende
gedetailleerd is uitgewerkt, maar er tegelijkertijd nog ruimte is om de overwegingen
van de AMVI mee te nemen in de uitwerking van de definitieve JLoI en/of bindende maatwerkafspraken.
Op 17 december jl. is de concept-JLoI met AER voorgelegd aan de AMVI. De AMVI heeft
ten behoeve van de advisering relevante achtergronddocumentatie ontvangen, zoals de
vertrouwelijke business case. De AMVI heeft vervolgens meerdere gesprekken gevoerd
met het overheidsteam en met het AER team. Daarnaast is de AMVI op werkbezoek geweest
bij AER. Op 30 januari jl. heeft de AMVI haar advies aangeboden. Het advies van de
AMVI is bij deze brief gevoegd.
Het advies over de concept-JLoI is positief. De AMVI geeft in haar advies een positief
oordeel over de haalbaarheid van de plannen en over de doelmatigheid van de mogelijke
maatwerkondersteuning. De AMVI onderschrijft het grote belang van AER voor zowel de
Nederlandse industrie als duurzame mobiliteit. De AMVI oordeelt dat de beoogde bijdrage
aan CO2- en stikstof reductie en de vermindering van gebruik van aardgas significant is.
Het adviesrapport van de AMVI bevat één advies en twee overwegingen. Het advies gaat
over het opnemen van een pragmatische terugsluisregeling in geval van oversubsidiëring.
Dit advies vraagt om een zorgvuldige uitwerking en wordt betrokken bij het tot stand
brengen van de subsidiebeschikking(en) als onderdeel van de definitieve maatwerkafspraken
met AER.
De AMVI geeft ook een tweetal overwegingen mee, die betrokken zullen worden bij de
verdere uitwerking van de JLoI in een bindende maatwerkafpraak en bij de bredere beleidsvorming.
− Ondanks de goede intenties en ambities van alle betrokken partijen signaleert de AMVI
dat de samenwerking met netbeheerders (in dit geval TenneT) geoptimaliseerd kan worden
en dat de tijdlijnen van het tot stand brengen van de netaansluiting en het maatwerkproces
mogelijk beter op elkaar afgestemd kunnen worden.
− Verder geeft de AMVI de overweging om buiten het kader van maatwerk de toepassing
van biogene CO2 gericht te stimuleren. AER kan potentieel de biogene CO2-afvang met 250 kton uitbreiden, evenveel als bereikt wordt door de maatwerkprojecten.
De uitbreiding van de biogene CO2-afvang kan helpen om de Nederlandse tuinbouw te verduurzamen en toekomstbestendiger
te maken.
Vervolgstappen
Met de JLoI spannen het Rijk, AER en de provincie Zuid-Holland zich in om de realisatie
van bovengenoemde ambities uiterlijk in juni 2027 bindend met elkaar overeen te komen.
AER heeft in het maatwerktraject onder meer aandacht gevraagd voor het gelijke speelveld
met omringende landen, met name als het gaat om kosten van elektriciteit. AER heeft
ook aangegeven afhankelijk te zijn van verzwaring van de elektriciteitsaansluiting.
Dat laatste punt is ook in het industriecluster Rotterdam belangrijk. AER kan met
haar WKK bijdragen als netcongestie-verzachter op het nu al volle stroomnet. Hiermee
komt mogelijk extra ruimte vrij voor andere bedrijven om ook te kunnen verduurzamen.
Het Rijk, AER en de Provincie Zuid-Holland werken samen aan toekomst-bestendige industrie.
Deze punten zullen in de vervolggesprekken richting de bindende maatwerkafspraken
worden meegenomen. In de fase tussen JLoI en maatwerkafspraak zullen de afspraken
daartoe verder worden uitgewerkt. Hierin worden de adviezen van de AMVI waar mogelijk
meegenomen.
Tot slot
De JLoI met AER is ambitieus en realisatie van de projecten betekent een significante
CO2-reductie en leidt tot andere positieve maatschappelijke effecten op het gebied van
stikstof, aardgasgebruik en flexibilisering van het elektriciteitsnet.
Dit is een mooie tussenstap die, ondersteund door het advies van de AMVI, laat zien
dat we op de goede weg zijn. Om daadwerkelijk tot realisatie te komen, moet nog het
nodige werk worden verzet. Daar zijn én gaan we de komende maanden, samen met alle
betrokken partijen, hard mee aan de slag.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
J. de Bat
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat