Brief regering : Geannoteerde agenda Milieuraad van 17 maart 2026
21 501-08 Milieuraad
Nr. 1026
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN VAN DE MINISTER
VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 maart 2026
Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
en de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de geannoteerde
agenda van de Milieuraad van 17 maart 2026 in Brussel. Het kabinet is voornemens deel
te nemen aan deze Milieuraad. De inhoud van deze geannoteerde agenda geeft de meest
recente stand van zaken weer want er is nog geen definitief vastgestelde agenda.
Daarnaast treft u in de bijlage een rapport van Revnext aan over de voorlopige inschatting
van de effecten van een afzwakking van het EU-beleid voor de CO2-emissienormen voor 2035 op de ontwikkelingen van het wagenpark in de EU en Nederland.
Revnext heeft dit rapport geschreven in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat. Er wordt naar dit rapport verwezen in het BNC-fiche «herziening CO2-emissienormen voor personen- en bestelauto’s». Per abuis is dit rapport niet meegestuurd
als bijlage bij het BNC-fiche. Hierbij ontvangt u alsnog het Revnext-rapport.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. Van Veldhoven-van der Meer
Geannoteerde Agenda
Het Cypriotische Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie (hierna: Voorzitterschap)
heeft een conceptagenda voor de Milieuraad gedeeld. De achtergrondstukken zijn op
het moment van schrijven nog niet gedeeld door het Voorzitterschap.
Tijdens de Milieuraad van 17 maart 2026 in Brussel staan de volgende onderwerpen geagendeerd:
1. Een beleidsdebat over de revisie van de CO2-emissienormen voor nieuwe personen- en bestelauto’s en een nieuw voertuiglabel;
2. Een gedachtewisseling over inspanningen voor decarbonisatie in het kader van het klimaatbeleid
na 2030;
3. Een gedachtewisseling over de versterking van EU-strategische samenwerking in mondiale
milieudiplomatie: het verdiepen van internationale partnerschappen en het versterken
van wetenschappelijk onderbouwde beleidsvorming in mondiale milieuprocessen.
4. Het bereiken van een akkoord over de Raadsconclusies over de bioeconomie strategie.
Voorlopig staat er één diversenpunt op de agenda van deze Raad. Hierbij zullen het
Voorzitterschap en de Europese Commissie (hierna: de Commissie) informatie delen over
de resultaten van de 12e plenaire vergadering van het Intergouvernementeel Platform
voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (hierna: IPBES) in Manchester, in februari
2026.
Beleidsdebat CO2-emissienormen
Introductie
Op 16 december 2025 heeft de Commissie een wetgevingsvoorstel voor de herziening van
de CO2-emissienormen voor personen- en bestelauto’s en een nieuw voertuiglabel gepresenteerd.
Het voorstel is onderdeel van het Automobielpakket van de Commissie om de innovatiekracht
en groeimogelijkheden van EU-bedrijven in de automobielsector te versterken. De Kamer
is op 13 februari geïnformeerd over dit voorstel middels een BNC-fiche.1 De behandeling van het voorstel vindt plaats tijdens de Milieuraad. Op 17 maart is
een eerste beleidsdiscussie voorzien. Hiervoor zijn nog geen stukken gedeeld.
Inzet Nederland
Het kabinet wil zorgen voor uitvoerbare normen en daadwerkelijke innovatie op het
gebied van personen- en bestelauto’s en het verder verminderen van (toekomstige) afhankelijkheden
van Nederland en de EU van fossiele brandstoffen. Hierbij zijn belangrijke uitgangspunten
het behoud van de transitie naar elektrificatie van de EU auto-industrie en het zorgen
dat duurzame mobiliteit betaalbaar is en blijft voor burgers.
Krachtenveld
Meerdere lidstaten hebben zich in aanloop naar de presentatie van het wetgevingsvoorstel
uitgesproken voor versoepeling van de CO2-emissienormen. Voor deze lidstaten was daarbij het principe van «technologie-neutraliteit»2 een belangrijk uitgangspunt. Tegelijkertijd waren er meerdere lidstaten die voor
het behoud van de bestaande CO2-emissienormen hebben gepleit vanwege het belang voor investeringszekerheid. Enkele
lidstaten hebben gepleit voor een belangrijke rol voor een vorm van een EU-voorkeursprincipe3, onder meer bij de Milieuraad van 21 oktober 2025.4 Enkele lidstaten hebben zich juist tegen dergelijke maatregelen uitgesproken. Naar
verwachting zullen deze verhoudingen terugkomen bij de bespreking in de Milieuraad.
Gedachtewisseling decarbonisatie post 2030
Introductie
Tijdens de Milieuraad staat naar verwachting een eerste gedachtewisseling over decarbonisatie
post 2030 geagendeerd. Om invulling te geven aan de recent gewijzigde EU klimaatwet5, zal de Commissie later dit jaar verschillende voorstellen doen waarmee de EU het
2040-doel op weg naar klimaatneutraliteit in 2050 kan bereiken. De Commissie komt
naar verwachting in juli met een voorstel voor de herziening van de Europees emissiehandelssysteem
(ETS)-richtlijn.
De huidige Effort Sharing Regulation (ESR) stelt nationale emissiereductiedoelen om
het Europese doel van 55% in 2030 te halen in de sectoren mobiliteit, gebouwde omgeving,
landbouw en kleine industrie. Na 2030 zijn er nog geen doelstellingen voor deze sectoren.
Dit geldt ook voor de Land Use, Land Change and Forestry verordening (LULUCF-R) dat
nationale netto koolstofverwijderingsdoelen stelt in de sector landgebruik, landgebruiksverandering
en bosbouw. In het najaar wordt een voorstel verwacht voor de herziening van nationale
emissiereductiedoelen. Ook komt de Commissie naar verwachting eind 2026 met een voorstel
voor het mogelijk aankopen van internationale koolstofkredieten (emissiereducties
buiten de EU). Deze kredieten mogen volgens de EU Klimaatwet voor maximaal 5%meetellen
aan het EU 2040 emissiereductiedoel. Tot slot is in de herziene EU klimaatwet een
rol voorzien voor natuurlijke en industriële koolstofverwijdering.
Inzet Nederland
Het kabinet spant zich in voor een ambitieus Europees pakket ten behoeve van een gelijk
speelveld binnen en buiten de EU. Hiermee wordt investeringszekerheid geboden voor
burgers en bedrijven. Een dergelijk pakket kan bovendien bijdragen aan concurrentievermogen
en weerbaarheid in Nederland en Europa.
Het kabinet zet zich in op een zo sterk en ambitieus mogelijk ETS, omdat dit tot kosteneffectieve
emissiereducties leidt, langlopende beleidszekerheid geeft, innovatie bevordert en
een gelijk speelveld borgt. Daarbij is het ook van belang om de verduurzaming van
industrie te faciliteren door koolstoflekkage tegen te gaan, onder andere via de versterking
van de koolstofheffing aan de grens (CBAM) en het ontwikkelen van een markt voor duurzame
producten. Het versterken van de circulaire economie levert ook een bijdrage aan de
transitie naar een duurzame en klimaatneutrale economie.
Het kabinet ziet een belangrijke rol voor industriële koolstofverwijdering, in de
transitie naar een klimaat neutrale EU in 2050 met negatieve emissies daarna. Door
negatieve emissie technologie en innovatie op te schalen, kan Nederland profiteren
van first-mover voordelen. Ook ziet het kabinet een belangrijke rol weggelegd voor
de opschaling van natuurlijke koolstofverwijdering. Tegelijkertijd blijft emissiereductie
prioriteit en is het van belang dat de inzet op koolstofverwijdering niet leidt tot
een verminderde inzet op emissiereductie.
Het kabinet zal op basis van de effectenbeoordeling bij de voorstellen bepalen wat
een kostenefficiënte en haalbare inzet van flexibiliteiten is, waaronder de inzet
van internationale koolstofkredieten. Hierbij speelt ook een rol hoe robuust deze
kredieten worden vormgegeven en onder welke randvoorwaarden ze mogen worden ingezet.
Daarbij moet het totaal blijven optellen tot netto 90%. Het is van belang dat de benodigde
investeringen in de transitie binnen de EU worden gedaan. Waar gebruik wordt gemaakt
van internationale koolstofkredieten, is het van belang om samen te werken met strategische
partners op klimaat en energie.
Daarnaast is het van belang te zorgen voor helderheid over de opgave voor alle sectoren
en lidstaten. In deze context is het van belang te bezien waar emissiereductie en
het verbeteren van de natuur kosteneffectief hand in hand kunnen gaan.
Tot slot, zal het kabinet bij de uitwerking van de post-2030-beleidsarchitectuur rekening
houden met de betaalbaarheid voor huishoudens, industrie en andere sectoren, waaronder
de glastuinbouw en landbouw.6
Krachtenveld
Aangezien de voorstellen op het moment van schrijven nog niet gepubliceerd zijn, zijn
de posities van de lidstaten nog niet volledig duidelijk. Naar verwachting zal het
krachtenveld op de verschillende voorstellen variëren. Ten aanzien van het ETS roept
een aantal lidstaten op tot verregaande aanpassingen en uitstel van ETS1 en ETS2.
De Commissie is de zorgen van verschillende lidstaten t.a.v. ETS-2 reeds tegemoet
gekomen door het ETS2 met één jaar uit te stellen en voorstellen te doen om de prijsstabiliteit-
en voorspelbaarheid te bevorderen.
Gedachtewisseling Versterking EU strategische samenwerking in mondiale milieudiplomatie
Introductie
Tijdens de Milieuraad vindt een gedachtewisseling plaats over het versterken van de
strategische samenwerking van de Europese Unie in de mondiale milieudiplomatie, in
het bijzonder in een veranderende geopolitieke context. Daarbij zal worden gesproken
over het verdiepen van internationale partnerschappen en het versterken van wetenschappelijk
onderbouwde beleidsvorming in mondiale milieuprocessen.
Naar verwachting gaat het daarbij ook over een brede strategische benadering van de
EU in onderhandelingen van onder meer de VN-Milieuvergadering (UNEA) vergaderingen
van het VN-klimaatverdrag (UNFCCC), het VN-biodiversiteitsverdrag (CBD), en de onderhandelingen
om tot een VN verdrag tegen plasticvervuiling te komen. Tevens zal naar verwachting
de rol van het United Nations Environment Programme (UNEP) aan de orde komen als centrale
VN-milieuorganisatie.
Inzet Nederland
Het kabinet verwelkomt deze bespreking en onderschrijft het belang van een sterk en
gecoördineerd optreden van de EU in mondiale milieuprocessen. Gezien de urgentie en
omvang van uitdagingen op het terrein van biodiversiteit, klimaat en milieuvervuiling
wereldwijd is het van belang dat de EU blijft investeren in effectieve multilaterale
samenwerking. In een verschuivend geopolitiek krachtenveld acht het kabinet het in
aanvulling daarop van belang dat de EU inzet op nieuwe samenwerkingsvormen, zoals
strategische partnerschappen en coalities van gelijkgezinde landen. Tevens acht het
kabinet het hierbij van belang dat de EU milieudiplomatie op het terrein van vervuiling,
– biodiversiteit- en klimaat integreert in verschillende beleidsterreinen, met daarbij
oog voor het beter gebruik maken van de EU haar externe beleidsinstrumenten. De EU
en haar lidstaten dienen zich te positioneren als betrouwbare en stabiele samenwerkingspartner
om op wetenschap gebaseerde maatregelen te bevorderen. Het kabinet zet in op versterking
van die rol en duidelijk Europees leiderschap, ook in aanloop naar het Nederlandse
EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2029.
Het kabinet zal benadrukken dat versterking van de mondiale milieudiplomatie vraagt
om nauwe samenwerking tussen relevante verdragen op gebied van klimaat, biodiversiteit
en milieuvervuiling. UNEP vervult hierop binnen het VN-stelsel een normerende en uitvoerende
rol. UNEP focust daarbij op een geïntegreerde aanpak van de drie onderling verbonden
mondiale milieucrises van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en vervuiling.
Tegen de achtergrond van toenemende geopolitieke druk acht het kabinet het van belang
dat de EU de institutionele positie en het mandaat van UNEP actief beschermt als leidende
autoriteit op het gebied van mondiaal milieubeleid.
Daarnaast onderstreept het kabinet het belang van een sterke en onafhankelijke science-policy
interface7 als fundament voor effectief, integraal en toekomstbestendig milieubeleid. Structurele
steun aan het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en het Intergovernmental
Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES), evenals aan
het nieuw opgerichte Intergovernmental Science-Policy Panel on Chemicals, Waste and
Pollution (ISP-CWP), is essentieel om mondiale besluitvorming te blijven baseren op
actuele, onafhankelijke wetenschap. In dat licht verwelkomt Nederland ook de recent
gepubliceerde zevende editie van de Global Environment Outlook (GEO-7) van UNEP8. In dit rapport worden de mondiale milieucrises in onderlinge samenhang geanalyseerd
en worden oplossingsrichtingen aangereikt die aansluiten bij een integrale benadering
van milieubeleid, inclusief aandacht voor consumptie- en productiepatronen, grondstoffengebruik
en het financieel-economische systeem.
Krachtenveld
Er is over het algemeen brede steun binnen de EU voor sterk Europees leiderschap in
internationale milieuprocessen. Tegelijkertijd verschillen lidstaten in accenten en
prioriteiten. Sommige lidstaten leggen nadruk op het vaststellen van ambitieuze doelen
en internationale mijlpalen op het gebied van milieuprocessen, terwijl andere meer
gewicht toekennen aan uitvoerbaarheid, nationale beleidsruimte en economische impact.
Nederland werkt actief samen met gelijkgezinde lidstaten om te komen tot een ambitieuze,
coherente en strategisch gepositioneerde EU-inzet in de mondiale milieudiplomatie,
waarbij Nederland veel waarde hecht aan op wetenschap gebaseerde inzet en samenwerking.
Raadsconclusies bioeconomie strategie
Introductie
Tijdens de Milieuraad van 17 maart 2026 beoogt het Cypriotische Voorzitterschap een
akkoord te bereiken over de Raadsconclusies van de bioeconomie strategie. Deze Raadsconclusies
zijn gebaseerd op de mededeling voor de bioeconomie strategie die de Commissie op
27 november 2025 presenteerde.9 De kabinetsreactie op deze mededeling is uitgewerkt in een BNC-fiche.10 De definitieve Raadsconclusies zijn nog niet gepubliceerd, omdat er in de raadswerkgroepen
nog discussies lopen over de concept-Raadsconclusies.
Inzet Nederland
Momenteel is nog onduidelijk of het kabinet kan instemmen met de uiteindelijke Raadsconclusies.
De verwachting is dat de Raadsconclusies minder ambitieus zullen zijn dan waar Nederland
heeft op ingezet.
Het kabinet zal daarom haar ambities tijdens de Milieuraad benadrukken met vier reacties
richting de Raad en een oproep aan de Commissie:
1. Het kabinet is positief over de aandacht voor marktcreatie voor hoogwaardige biogebaseerde
toepassingen in de Raadsconclusies. De benoemde lead markets11 sluiten aan bij de inzet van het kabinet, in het bijzonder chemie (inclusief plastics),
bouw en bioraffinage.
2. Daarnaast is het kabinet positief over de vervroegde biogebaseerde doelstellingen
voor verpakkingen en de mogelijkheid om doelstellingen te formuleren voor biogebaseerde
chemicaliën zoals genoemd in de mededeling van de Commissie. Echter, deze zijn naar
verwachting niet zo expliciet benoemd in de Raadsconclusies. Het kabinet zal zich
blijven inzetten voor deze doelstellingen en ook voor doelstellingen in andere productregelgeving,
met name in de automotive en de bouwsector.
3. Met betrekking tot het cascaderingsprincipe12 zijn de Raadsconclusies naar verwachting weinig concreet. Het kabinet benadrukt het
belang van concrete acties om dit consistent toe te passen in EU-wetgeving om op die
manier de totale vraag naar biogrondstoffen te beperken. Een consistent kader voor
biogrondstoffen, met duurzaamheidscriteria die gelden voor alle toepassingen van biogrondstoffen,
is daarvoor belangrijk.
4. Eerder heeft het kabinet daarom de Commissie opgeroepen de duurzaamheidscriteria te
hanteren uit de Richtlijn Hernieuwbare Energie. In de aanloop naar de herziening van
deze Richtlijn roept het kabinet de Commissie op om een studie te verrichten naar
de duurzaamheidscriteria voor biogrondstoffen gerelateerd aan het cumulatieve landgebruik
voor de productie van deze grondstoffen, zodat biodiversiteit (Europees en internationaal)
en de samenhang met de productie van voedsel of veevoedergewassen, worden meegewogen.
Krachtenveld
De lidstaten verwelkomen in het algemeen de Raadsconclusies en de aandacht voor het
opschalen van innovatie en investeringen en het creëren van lead markets voor biogebaseerde
toepassingen. Wel is er verdeeldheid tussen de lidstaten over de noodzaak voor geharmoniseerde
duurzaamheidsvereisten en de toepassing van het cascaderingsprincipe: Een groep lidstaten
verzet zich tegen verwijzingen naar geharmoniseerde duurzaamheidsvereisten. Een aantal
lidstaten ziet wel de noodzaak om hierop in te zetten. Rond het cascaderingsprincipe
is er hetzelfde krachtenveld, waar een groep lidstaten zich verzet tegen verwijzingen
naar dit principe. Ook is er een groep lidstaten die het wel belangrijk vindt om naar
dit principe te verwijzen, zodat er voldoende biogrondstoffen beschikbaar zijn voor
biogebaseerde materialen.
Diverse punt: 12e plenaire vergadering IPBES te Manchester
Introductie
De twaalfde conferentie van het Intergouvernementele Platform voor Biodiversiteit
en Ecosysteemdiensten (IPBES) vond plaats van 3 tot 8 februari in Manchester, Engeland.
IPBESrapporten leveren belangrijke inzichten voor zowel natuurbeleid alsook voor toekomstbestendig
beleid in andere werkvelden. IPBES12 stond voornamelijk in het teken van het rapport
over Bedrijven en Biodiversiteit. De samenvatting voor beleidsmakers is door overheden
geaccordeerd. De voornaamste bevindingen van het rapport zijn dat alle bedrijven afhankelijk
zijn van biodiversiteit en dat alle bedrijven een invloed hebben op biodiversiteit.
Inzet Nederland
Nederland heeft zich tijdens IPBES ingezet voor het waarborgen van de wetenschappelijke
basis van het rapport over bedrijven en biodiversiteit. Tijdens de Milieuraad van
17 maart 2026 zal Nederland haar waardering uitspreken over het rapport en zal Nederland
het belang onderstrepen om de bevindingen van het rapport over bedrijven en biodiversiteit,
en andere IPBES-rapporten, informerend te laten zijn voor beleid.
Krachtenveld
Tijdens IPBES-12 is Slovenië lid geworden van IPBES. Hiermee zijn alle EU-lidstaten
vertegenwoordigd binnen IPBES. De EU-lidstaten en de Commissie stellen zich constructief
op in de IPBES-vergaderingen en zien de IPBES-producten als een belangrijke wetenschappelijke
basis om beleid te informeren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.