Brief regering : Verslag RBZ Defensie 11 februari juni en NAVO DMM en UDCG 12 februari 2026
21 501-28 Defensieraad
28 676
NAVO
Nr. 299
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 maart 2026
Hierbij ontvangt u het gecombineerde verslag van de Raad van Buitenlandse Zaken (RBZ)
Defensie die plaatsvond op 11 februari jl., en de NAVO-Ministers van Defensie bijeenkomst
(DMM) en de Ukraine Defence Contact Group (UDCG), die plaatsvonden op 12 februari jl. Tevens informeer ik de Kamer over de
verlenging van de inzet van Nederlandse MQ-9’s in Roemenië en over een Nederlands
non-paper over een Europese interne markt voor defensie ter beïnvloeding van de Europese
Commissie.
Raad van Buitenlandse Zaken Defensie (RBZ-Defensie)
De RBZ-Defensie startte met een bespreking over EU-steun aan Oekraïne. De Oekraïense
Minister van Defensie, Mychajlo Fedorov, sloot daarom aan bij het eerste deel van
de bijeenkomst. De Ministers spraken met elkaar over de Ukraine Support Loan. De Ukraine Support Loan betreft een set aan wetgevende voorstellen voor een financieel steunpakket van EUR
90 mld. aan leningen voor Oekraïne voor 2026 en 2027.1 Fedorov onderstreepte het belang van de mogelijkheid tot flexibele besteding van
de Ukraine Support Loan en noemde als belangrijke prioriteiten drones, luchtverdediging en salarisbetalingen
van militairen. Nederland en veel andere lidstaten benadrukten het belang van flexibiliteit
voor Oekraïne om het noodzakelijke materiaal te kopen, ook in derde landen als de
EU-industrie niet kan leveren. Nederland hecht waarde aan een spoedig akkoord op de
Ukraine Support Loan. Op de RBZ riep Nederland op tot snelle implementatie van de
lening en flexibiliteit voor Oekraïne om het noodzakelijke materieel te kunnen aanschaffen,
ook in derde landen.
De Hoge Vertegenwoordiger (HV) en meerdere lidstaten benadrukten dat naast de Ukraine Support Loan bilaterale steun aan Oekraïne en andere manieren om Oekraïne te ondersteunen cruciaal
blijven. Voorafgaand aan de RBZ Defensie was door de HV een non-paper gecirculeerd
dat voorstellen doet om de rol van de Europese Investeringsbank (EIB) te versterken
bij het stimuleren van samenwerking tussen Oekraïne en de EU, bijvoorbeeld door EIB-financiering
voor dual-use projecten in Oekraïne. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, gaven aan het
non-paper te verwelkomen.
De RBZ-Defensie werd afgesloten met een informeel diner over geopolitiek en de toekomst
van Europese defensie. De HV opende door aan te geven dat de internationale orde verandert
en dat eenheid van de Unie belangrijker is dan ooit. De EU moet een sterkere geopolitieke
actor worden en daarvoor is een aantal stappen nodig. Ten eerste het invullen van
de NAVO capaciteitsdoelstellingen – Europese krijgsmachten moeten slagvaardiger worden
en de defensie-industrie moet worden versterkt. Ook benadrukte de HV het belang om
vanuit de EU strategische partnerschappen aan te gaan. De door Commissievoorzitter
Von der Leyen aangekondigde Europese Veiligheidsstrategie in de eerste helft van 2026
moet hierop een antwoord geven. Commissaris Kubilius vulde aan door te pleiten voor
een meer onafhankelijke en weerbare Unie, met een defensie industriële basis die snel
levert.
Lidstaten, waaronder Nederland, pleitten voor een Europese Veiligheidsstrategie waarin
Europa sterker wordt, waarbij de trans-Atlantische band behouden blijft en de NAVO
het primaat op verdediging en afschrikking behoudt.
NAVO Defensie Ministeriele bijeenkomst (DMM)
De DMM begon met een Noord-Atlantische Raad (NAR) over lastenverdeling, het verbeteren
van afschrikking en verdediging van het bondgenootschap en Europeanisering van de
NAVO. Daaropvolgend was er een informele bijeenkomst in NATO Ukraine Council (NUC)-format met aanwezigheid van de Oekraïense Minister van Defensie en plaatsvervangend Secretaris-Generaal
voor Vrede, Veiligheid en Defensie Charles Fries vanuit de Europese Dienst voor extern
optreden (EDEO).
Tijdens de NAR herhaalde de VS de oproep aan Europese bondgenoten om meer verantwoordelijkheid
te nemen voor de veiligheid op het Europese continent. De VS verwees daarbij naar
de NAVO-top in 2025 als een kantelpunt voor het bondgenootschap, doelend op de afspraak
om de defensie-uitgaven uiterlijk in 2035 te verhogen naar 3,5% van het BBP en 1,5%
van het BBP aan defensie gerelateerde uitgaven. De bondgenoten spraken over de duidelijke
noodzaak om met Europese bondgenoten in grote snelheid stappen zetten richting verdere
versterking van de militaire slagkracht, de invulling van NAVO capability targets en het naleven van het Defence Investment Plan.
Tijdens de NAR bespraken de Europese bondgenoten de defensie-uitgaven van 2025 en
benadrukten ze de noodzaak tot het zetten van serieuze stappen naar de 3,5% BBP. Een
aantal Europese bondgenoten kon reeds een concreet groeipad richting het afgesproken
percentage schetsen. Bondgenoten spraken verder over het versterken van de industriële
basis die noodzakelijk is voor productie van militaire goederen. Ook riepen bondgenoten
op tot doorontwikkeling van nieuwe strategieën en benaderingen op het gebied van afschrikking
en verdediging. Nederland sprak hier steun voor uit. Daarnaast informeerde Nederland,
onder voorbehoud van parlementaire besluitvorming, bondgenoten over het groeipad voor
defensie-uitgaven in het coalitieakkoord en benadrukte daarbij de moeilijke keuzes
die dit vergt op andere belangrijke beleidsterreinen.
Verder spraken bondgenoten over de rol van de NAVO in het versterken van de veiligheid
in het Arctisch gebied. Meer specifiek reageerden bondgenoten op het voorstel vanuit
de NAVO om een bijdrage te leveren aan het recent aangekondigde Arctic Sentry. Arctic Sentry brengt bestaande activiteiten zoals het Deense Arctic Endurance en het Noorse Cold Response samen in NAVO-verband. Nederland sprak steun uit voor dit initiatief en benadrukte
dat de veiligheidsvraagstukken in de regio een collectieve NAVO-aangelegenheid zijn.
Tijdens de NUC lag de nadruk op het verhogen van de steun aan Oekraïne en vooral het
verbeteren van burden sharing onder de bondgenoten. Daarbij was ook aandacht voor het belang van investeren in
defensie-productiecapaciteiten in Oekraïne en is van gedachten gewisseld over hoe
steun aan Oekraïne voorspelbaarder en stabieler kan worden ingericht. Nederland onderstreepte
deze boodschappen en pleitte voor een beter gecoördineerde inzet op industrie, om
productiecapaciteit te verhogen en te versnellen.
En marge van de DMM is een Joint Vision Statement tussen Nederland en Canada getekend. Hiermee geven beide landen uiting aan een gezamenlijke
ambitie om de samenwerking op het gebied van industrie en materieelverwerving te versterken.
Daarnaast onderstreept het document het belang van het leveren van steun aan Oekraïne.
Verslag Ukraine Defence Contact Group (UDCG)
Tijdens de Ukraine Defence Contact Group (UDCG) bevestigden de deelnemende landen dat in 2026 zowel de politieke als materiële
steun aan Oekraïne zal worden voortgezet.
Nederland kondigde een financiële bijdrage aan van bijna USD 107 miljoen (€ 90 miljoen)
aan het Amerikaanse Prioritised Ukraine Requirement List (PURL)-initiatief. Dit is het resterende bedrag van de reeds in 2025 toegezegde € 750
miljoen voor PURL. Samen met het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Zweden is door
deze bijdrage een totaalpakket van USD 500 miljoen gefinancierd.
De focus van de bijeenkomst lag op zes thema’s: luchtverdediging, artillerie-munitie,
drones geproduceerd in Oekraïne, de Oekraïense behoeftes gevat in de Critical Ukraine Requirement List (CURL) en PURL, en de Airforce Capability Coalition (AFCC). Voorzitters Duitsland en het Verenigd Koninkrijk riepen gezamenlijk met Oekraïne
de aanwezige landen op om extra luchtverdediging te leveren uit eigen voorraad. De
SG NAVO riep daarnaast op tot het eerlijker verdelen van de lasten.
Met het oog op de bescherming van Oekraïense steden en kritieke infrastructuur tegen
de Russische luchtaanvallen zegde een aanzienlijke groep landen toe om meer munitie
te leveren voor Patriot-luchtafweersystemen. Ook Nederland voegde zich bij deze groep
en zegde een bijdrage toe uit de eigen voorraad. Dit is een afwijking van de overwegingen
zoals met uw Kamer gedeeld in de schriftelijke reactie op de brief van het Oekraïense
parlement (Verkhovna Rada) met betrekking tot luchtverdediging voor Oekraïne (kenmerk 36 045, nr. 268, dd. 9 februari jl.). Defensie blijft de afweging tussen de acute Oekraïense noden
en de effecten op de eigen gereedheid continu maken, en werkt hard aan het verder
versterken van de eigen operationele gereedheid.
Overig
Verlenging inzet Nederlandse MQ-9’s in Roemenië
Het kabinet informeert uw Kamer in deze brief ook dat de inzet van twee MQ-9’s in
Roemenië voor de uitvoering van Air Shielding (AS) taken ten behoeve van NAVO enhanced Vigilance Activities (eVA) met zes maanden wordt verlengd (tot 30 september 2026). Dit wordt gefinancierd
vanuit het Budget Internationale Veiligheid (BIV). Over het doel en de missie bent
u met Kamerbrief 2867630806 nr. 442 d.d. 17 oktober 2023 en Kamerstuk 28 676 nr. 486 d.d. 21 februari 2025 geïnformeerd. Dit doel blijft ongewijzigd.
Non-paper interne markt voor defensie
Verder informeer ik uw Kamer graag over het Nederlandse non-paper interne markt voor
Defensie. De Europese Commissie heeft in haar werkprogramma een mededeling over een
Europese interne markt voor defensie aangekondigd. Dit non-paper is ter beïnvloeding
van deze mededeling. Ten eerste worden voorstellen gedaan voor een open en concurrerende
Europese toeleveringsketen, waardoor de volledige defensie-industrie profiteert van
de vergrote Europese vraag, onder meer door het verminderen van administratieve lasten
en convergentie van exportbeleid. Ten tweede voor het verminderen van de fragmentatie
in aanbestedingen en vraag, bijvoorbeeld door contracten waar andere lidstaten op
in kunnen schrijven en gezamenlijke en snellere aanbesteding. Ten derde worden er
voorstellen gedaan voor het vergroten van de toegang tot financiering, onder meer
door het verbreden van het EIB-mandaat naar defensieactiviteiten, MFK-middelen voor
de defensie-industrie en het bevorderen van de Savings and Investment Union. U vindt het non-paper als bijlage bij deze Kamerbrief.
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius
Ondertekenaars
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie