Brief regering : Omgang met productiemiddelen in de aanbesteding van de nieuwe concessies voor de Friese Waddenveren
23 645 Openbaar vervoer
Nr. 880
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 maart 2026
In het commissiedebat Wadden van 12 februari jl. heeft de voormalige Minister van
Infrastructuur en Waterstaat (IenW) toegezegd1 de Kamer te informeren over hoe er binnen de aanbesteding van de nieuwe concessies
voor de Friese Waddenveren wordt omgegaan met de productiemiddelen. Met deze brief
doet het kabinet deze toezegging gestand.
Bij productiemiddelen is het nodig om onderscheid te maken tussen schepen en overige
productiemiddelen (zoals terminalgebouwen en haveninfrastructuur). Bij de start van
de nieuwe concessies in 2029 neemt de nieuwe concessiehouder de schepen die nodig
zijn voor de uitvoering van de concessie over van de huidige concessiehouder. De nieuwe
concessiehouder zal hier een overnamesom voor betalen. In de huidige concessies is
een methode opgenomen om tot een overnamesom te komen, op basis van een taxatie. De
waarde van de schepen is belangrijk voor de aanbesteding, omdat de overnamesom grote
impact heeft op de businesscase van de nieuwe concessies. Deze overnamesom bepaalt
immers mede de jaarlijkse afschrijvingskosten en heeft (daarmee) invloed op het jaarlijkse
rendement. Op dit moment is het kabinet nog in gesprek met de huidige concessiehouders
over de overnamesommen.
Het is van belang dat inschrijvers in de aanbesteding de overnamesom kennen, zodat
zij deze informatie kunnen betrekken in hun inschrijving en businesscase. Daarom streeft
het kabinet ernaar om bij de start van de aanbesteding, of zo snel mogelijk daarna,
duidelijkheid te verschaffen over de overnamesom. Beoogd wordt om de aanbesteding
eind maart te starten. Mocht er op dat moment nog geen exacte duidelijkheid zijn over
de overnamesom, dan is er ook de mogelijkheid om deze informatie gedurende de aanbesteding
aan inschrijvers te verstrekken. Gedurende de aanbesteding kunnen inschrijvers namelijk
in meerdere rondes vragen stellen aan het Ministerie van IenW. IenW zal deze vragen
beantwoorden in zogeheten nota’s van inlichtingen. De overnamesom van de schepen kan
ook in deze nota’s van inlichtingen worden opgenomen. IenW zal borgen dat deze informatie
tijdig wordt gedeeld, zodat inschrijvers afdoende tijd hebben om dit in hun uiteindelijke
inschrijving te verwerken. Het kabinet vindt het niet verstandig om de start van de
aanbesteding verder te uit te stellen. Daarmee schuift het moment van gunning te ver
op in de tijd en komt een zorgvuldige implementatie van de nieuwe concessies in gevaar.
Bij overige productiemiddelen moet worden gedacht aan de terminalgebouwen en de haveninfrastructuur,
zoals aanleginrichtingen en bruggen. Het betreft hier Rijkseigendommen en infrastructuur
die op Rijksgrond staat. Met ingang van de nieuwe concessies zal worden geregeld dat
het Rijk deze productiemiddelen aan de nieuwe concessiehouders ter beschikking stelt.
De nieuwe concessiehouders zullen hiervoor jaarlijks een marktconforme vergoeding
aan het Rijk betalen. Afspraken hierover zijn opgenomen in vastgoedovereenkomsten
die het Rijksvastgoedbedrijf zal sluiten met de nieuwe concessiehouders. Bij de start
van de aanbesteding weten inschrijvers met welke jaarlijkse vergoeding zij rekening
moeten houden. Op dit moment is het kabinet nog in gesprek met de huidige concessiehouders
over een goede overgang van de overige productiemiddelen van de huidige naar de nieuwe
concessies in 2029.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.