Brief regering : Verzoek om instemming medewerking aanvaarding Kaapverdië bij Haags Kinderontvoeringsverdrag
32 317 JBZ-Raad
PZ/ Nr. 996 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op
3 maart 2026.
De wens dat het ontwerpbesluit uitdrukkelijke instemming behoeft kan door of namens
één van beide Kamers te kennen worden gegeven uiterlijk op 18 maart 2026.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 maart 2026
Op 4 oktober 2024 is Kaapverdië toegetreden tot het Haags Kinderontvoeringsverdrag
(HKOV). Binnen het HKOV is eerst de aanvaarding van een toetreding vereist, voordat
het verdrag in werking treedt tussen de nieuwe verdragsstaat en een staat die reeds
partij is bij het verdrag. De aanvaarding van landen bij het HKOV vergt een unaniem
te nemen machtigingsbesluit van de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 81,
derde lid, van het verdrag betreffende de werking van de EU. Een dergelijk besluit
vergt binnen Nederland de instemming van beide Kamers der Staten-Generaal op grond
van artikel 3 van de Goedkeuringswet Verdrag van Lissabon. Stilzwijgende instemming
is verleend indien niet binnen vijftien dagen na overlegging van het ontwerpbesluit
door een der Kamers de wens te kennen is gegeven dat het ontwerpbesluit uitdrukkelijke
instemming behoeft.
Op 9 februari 2026 is voor de aanvaarding van Kaapverdië een ontwerpbesluit gepubliceerd,
dat u aantreft bij deze brief. Er kunnen nog minimale wijzigingen in dit besluit worden
aangebracht op basis van juridisch taalkundige revisies. Overeenkomstig de Goedkeuringswet
Verdrag van Lissabon vraag ik uw instemming om medewerking te verlenen aan de totstandkoming
van dit besluit.
De Nederlandse inzet is sinds jaar en dag gericht op een zo groot mogelijk bereik
van het HKOV. Dit is in het belang van alle kinderen die geconfronteerd worden met
internationale kinderontvoering. Hiertoe hanteert Nederland twee voorwaarden voor
aanvaarding van een toetredend land: er moet een centrale autoriteit zijn aangewezen
en het verdrag moet geïmplementeerd zijn in de nationale wetgeving. Kaapverdië voldoet
aan deze voorwaarden. Nederland staat in het licht daarvan positief tegenover aanvaarding
van dit land als verdragspartij.
Gelet op het bovenstaande vraag ik u in te stemmen met medewerking aan de totstandkoming
van het raadsbesluit tot machtiging van de EU-lidstaten om de toetreding van Kaapverdië
tot het HKOV te aanvaarden.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid