Brief regering : Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 en verslag Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3355
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 maart 2026
Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart
2026 en het verslag van de ingelaste Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026 aan.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Geannoteerde Agenda Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 en Verslag ingelaste
Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026
Op maandag 16 maart vindt de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) plaats in Brussel. De Minister
van Buitenlandse Zaken is voornemens deel te nemen. Op de agenda van de Raad staat
de Russische agressie tegen Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten, het EU-Zuidelijk
Nabuurschap en een informeel werkontbijt over een Europese veiligheidsstrategie.
Russische agressie tegen Oekraïne
De insteek van dit agendapunt is op het moment van schrijven nog onbekend. Naar verwachting
zal worden gesproken over de urgentie van voortgezette militaire en niet-militaire
steun aan Oekraïne. In dat licht zal de Raad naar verwachting spreken over het belang
van sancties. De Raad zal naar verwachting spreken over het uitwisselen van goede
voorbeelden in de aanpak van de schaduwvloot. Betere handhaving op zee versterkt de
inzet van sancties waarmee Europa de druk op Rusland opvoert. In de brief aan de Kamer1 van 28 januari 2026 over de stand van zaken in de aanpak van de schaduwvloot heeft
de regering de verschillende sporen geschetst waarlangs de aanpak van de schaduwvloot
wordt vormgegeven. Een belangrijke toezegging is de aanpassing van wetgeving ter versterking
van onze handelingsopties.
Situatie in het Midden-Oosten
De Raad zal spreken over de escalatie in het Midden-Oosten. Naar verwachting zal gesproken
worden over additionele maatregelen die de EU kan nemen tegen Iran, mede in navolging
van de bespreking in de ingelaste Raad van 1 maart 2026. De Raad zal ook ingaan op
de voortgang van de implementatie van het vredesplan van president Trump voor de Gazastrook.
Daarnaast zal de Raad spreken over de situatie op de Westelijke Jordaanoever. Tot
slot zal de discussie over Syrië van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari jl.2 naar verwachting worden voortgezet.
EU-Zuidelijk Nabuurschap
De Raad zal stilstaan bij de relaties van de EU met de landen in de Zuidelijk Nabuurschapsregio.
De regio is van belang voor Nederland en de EU op het gebied van migratie, veiligheid
en stabiliteit, handel, investeringen en economische samenwerking. Het kabinet verwelkomt
dan ook de bespreking om een geïntegreerde EU-aanpak ten aanzien van de regio te bevorderen.
Informeel werkontbijt over de Europese veiligheidsstrategie
De Raad zal tijdens een informeel werkontbijt van gedachten wisselen over een toekomstige
Europese veiligheidsstrategie. Commissievoorzitter Von der Leyen heeft op 14 februari
jl. aangekondigd dat de Commissie voornemens is deze voor de zomer te presenteren.
De precieze insteek van de bespreking is op het moment van schrijven nog onduidelijk.
Het kabinet werkt de Nederlandse inzet voor deze Europese veiligheidsstrategie momenteel
uit en zal de Kamer hierover te zijner tijd informeren.
Verslag ingelaste Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026
Op 1 maart jl. belegde EU Hoge Vertegenwoordiger Kaja Kallas een bijeenkomst van de
Raad Buitenlandse Zaken om te spreken over de ontstane crisis in het Midden-Oosten.
De Raad besprak de laatste ontwikkelingen sinds de geweldsescalatie van 28 februari.
Daarbij benadrukte de Raad tevens de brute repressie door het Iraanse regime van de
eigen bevolking, het niet naleven door Iran van de verplichtingen onder het Non-Proliferatie
Verdrag en de destabiliserende rol in de regio. De Raad besprak en onderstreepte het
belang van de-escalatie, solidariteit met de partners in de regio en het Iraanse volk.
De Raad benadrukte tevens het belang van de veiligheid van Europese burgers die in
de regio verblijven, waarbij Nederland, net als andere lidstaten, opriep tot gecoördineerd
optreden in EU-verband. Nederland vroeg specifiek aandacht voor de mogelijke secundaire
gevolgen van de escalatie in het Midden-Oosten. De Raad nam tevens een EU27-verklaring
aan waarin de EU bovenstaande punten benadrukt, solidariteit uitspreekt met landen
die door de Iraanse aanvallen zijn geraakt, oproept tot uiterste terughoudendheid,
bescherming van burgers, en naleving van het internationaal recht.3 Het kabinet volgt de ontwikkelingen op de voet en heeft de crisisstructuur geactiveerd,
zoals aan uw Kamer gemeld op 28 februari.4
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.