Brief regering : Antwoorden op de vragen over de begroting 2026 van SZW gesteld door de leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar aanleiding van het onderzoek door de rapporteurs
36 800 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 maart 2026
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen over de begroting 2026 van SZW gesteld
door de leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar aanleiding
van het onderzoek door de rapporteurs Michon-Derkzen (VVD) en Bühler (CDA).
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief
Vragen over arbeidsproductiviteit
Vraag 1
Kunt u in vervolg in de begroting, bijvoorbeeld in de beleidsagenda, een duidelijker
verband leggen tussen de SZW-pijlers van de productiviteitsagenda en de verschillende instrumenten uit de beleidsartikelen, zodat de relatie
tussen doelen-instrumenten-financiële middelen duidelijker wordt? Kunt u daarbij tevens
links opnemen naar de voortgangsrapportages?
Antwoord 1
Ja, in de begroting wordt verwezen naar de voortgang van de verschillende instrumenten
uit de beleidsartikelen die ook in de productiviteitsagenda staan. We zullen bij de toelichting van de betreffende beleidsartikelen nadrukkelijker
verwijzen naar de onderliggende voortgangsrapportages.
Vragen over zicht op uitgaven AOW
Vraag 2
Kunt u in het vervolg bij artikel 8 meer inzicht geven in alle AOW-uitgaven en ontvangsten
zoals in tabel 132 wordt gedaan en hier een meerjarig beeld van geven, zodat de AOW
uitgaven en het aandeel rijksbijdragen goed gevolgd kunnen worden?
Antwoord 2
Dit is nu nog niet mogelijk, maar naar aanleiding van het coalitieakkoord «Aan de
slag» worden de mogelijkheden om de begrotingshorizon te verlengen op dit moment nader
verkend. Hiertoe zal een voorstel worden uitgewerkt. In de bijlage sociale fondsen
wordt voor het Ouderdomsfonds een overzicht gegeven van alle uitgaven en ontvangsten
van het fonds. Op de SZW-begroting staan alleen de uitgaven aan de AOW. Bij artikel
8 is daarnaast een verwijzing opgenomen naar de bijlage sociale fondsen waar tabel
132 inzicht in uitgaven en ontvangsten geeft. Voor de andere uitgaven en ontvangsten
van het fonds wordt in de bijlage gebruik gemaakt van de meest recente raming van
het Centraal Planbureau. Voor de begroting is dat de MEV-raming. Deze raming bevat
alleen cijfers over het lopende en het volgende jaar. Het overzicht zoals dat in tabel
132 staat kan dus ook alleen worden gemaakt voor deze twee jaren.
Vraag 3
Het viel de rapporteurs daarbij op dat de bedragen uit tabel 132 niet geheel overeenkomen
met de bedragen uit de tabellen bij artikel 8, 11 en 12 en dat het geen meerjarig
beeld geeft. Kunt u de verschillen nu en in de toekomst toelichten tussen tabel 132
en de tabellen uit artikel 8 en 12?
Antwoord 3
De verschillen tussen de bedragen in tabel 132 en de bedragen in artikel 8 en artikel
12 zijn te verklaren door het al dan niet meenemen van de verwachte indexatie (nominale
ontwikkeling). In de bijlage sociale fondsen (tabel 132) worden de inkomsten en uitgaven
in lopende prijzen (inclusief nominale ontwikkeling) weergegeven. Als in de begrotingsartikelen
ook de nominale ontwikkeling wordt meegenomen, dan komen de bedragen overeen. In onderstaande
tabellen zijn de bedragen weergegeven. Bij de uitvoeringskosten wordt in tabel 132
alleen het deel van de AOW weergegeven. In de budgettaire tabellen van artikel 11
staan de totale uitvoeringskosten van de SVB.
Tabel 132 Overzicht sociale verzekeringen 2026 (x € 1 mln.)
2025
2026
Premies
26.600,88
27.143,84
Bijdragen van het Rijk
28.857,10
32.332,50
Saldo Interest
92,00
91,90
Totaal Ontvangsten
55.549,97
59.568,24
Uitkeringen/ Verstrekkingen
55.281,82
58.431,10
Sociale lasten
688,56
726,88
Uitvoeringskosten
213,60
217,59
Totaal Uitgaven
56.183,98
59.375,56
Begroting SZW 2026 (x € 1.000)
2025
2026
Tabel 87 premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 8
AOW
55.281.822
56.459.630
AOW nominaal
–
1.971.466
Totaal
55.281.822
58.431.096
Tabel 114 premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 11
Uitvoeringskosten SVB
224.857
220.632
Uitvoeringskosten SVB nominaal
–
8.568
Totaal
224.857
229.200
Tabel 117 budgettaire gevolgen van beleid artikel 12
Kosten heffingskortingen AOW
3.916.800
4.128.900
Vermogenstekort Ouderdomsfonds
24.940.300
28.203.600
Totaal
28.857.100
32.332.500
Vragen over inzicht in beleidskeuzes
Vraag 4
Kunt u aangeven voor welke beleidsvoorstellen of beleidswijzigingen met een beslag
van € 20 miljoen of meer de Kamer kaders Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1) kan verwachten en wanneer deze naar de Kamer worden gestuurd?
Antwoord 4
Het Ministerie van SZW handelt conform wetsartikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016.
Onderstaande CW3.1-kaders zullen medio dit jaar naar de Kamer worden gestuurd. Afhankelijk
van verdere ontwikkelingen kan deze lijst nog worden uitgebreid.
• Betere vroegsignalering schuldhulpverlening;
• Maatregel dienstverlening door gemeenten aan jongeren die zijn afgewezen voor de Wajong
(zoals aangekondigd in de Kamerbrief over CW3.1-kaders ontwerpbegroting 2026 SZW);
• Duurzame inzetbaarheidsagenda;
• WIA-maatregel praktisch beoordelen.
Daarnaast geldt voor de wetsvoorstellen «vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen»,
«wijziging WKB in verband met het verhogen van het afbouwpercentage voor ouders met
een toetsingsinkomen vanaf € 60.000» en «wijziging toets op re-integratie-inspanningen
en WIA-voorschotregeling» dat het kader onder herkenbare koppen is opgenomen in de
memorie van toelichting. De wetsvoorstellen zullen voor de zomer voorgelegd worden
aan de Kamer.
Vragen over concrete doelen
Vraag 5
Kunt u in de volgende begroting bij de beleidsprioriteiten in de beleidsagenda meer
concrete doelen opnemen, zodat duidelijk wordt wat met de uitgaven moet worden bereikt
(begroting) en in het beleidsverslag concreet wordt wat er is bereikt (jaarverslag)?
Antwoord 5
We snappen de wens van de rapporteurs. We zullen in de volgende begroting en het volgende
jaarverslag bezien in hoeverre het mogelijk is hier in de beleidsprioriteiten meer
aandacht voor te hebben.
Periodiek inzicht in de beleidsresultaten wordt verder geboden in de onderzoeken die
vanuit de Strategische Evaluatieagenda (SEA) worden gedaan. De SEA is onderdeel van
de begroting en het jaarverslag.
De meer concrete beleidsdoelen staan genoemd in de beleidsartikelen van de begroting
en het jaarverslag. Om binnen een jaar en tussen jaren eenduidig naar de ontwikkeling
van de financiën en het beleidsdoel te kunnen kijken, proberen we deze documenten
op consistente wijze in te vullen. Doelstellingen van verschillende kabinetten kunnen
immers verschillen. Hier steeds anders op ingaan per kabinet maakt de vergelijking
tussen jaren lastig.
Vraag 6
In reactie op de vragen van de commissie bij de begrotingsbehandeling gaf u aan dat
het analysekader waar de planbureaus aan samenwerken wellicht als uitgangspunt kan
dienen voor de behandeling van brede welvaart in de begrotingssystematiek op langer
termijn.1 Kunt u aangeven wanneer dat analysekader verwacht wordt en wat u tot die tijd doet
met het onderwerp brede welvaart in relatie tot de begroting en jaarverslag SZW?
Antwoord 6
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en
Centraal Planbureau (CPB) zetten hun samenwerking op het terrein van Brede Welvaart
voort. De planbureaus willen met de gezamenlijke analyses zorgen voor een stevigere
verankering van brede welvaart in de Rijksbegrotingscyclus.
Dit doen ze door de verwachte gevolgen van ontwikkelingen in de samenleving en beleid
op brede welvaart in kaart te brengen en daarbij te schetsen welke keuzes daarbij
horen. Aanvullend zullen de planbureaus in de komende jaren hun inzet op brede welvaart
richten op de ontwikkeling van een gezamenlijk analysekader voor brede welvaart om
zo de kwaliteit van toekomstige reflecties op de miljoenennota te vergroten.
Voorheen werd het onderwerp Brede Welvaart opgenomen in de begroting. Onder andere
naar aanleiding van de «Kamerbrief agenda voor toekomstbestendig begroten en verantwoorden»
is rijksbreed besloten om de factsheets Brede Welvaart mee te nemen bij de jaarverantwoording
en daarom op Verantwoordingsdag te publiceren. Vanaf dit jaar zal er daarom een brede
welvaartsparagraaf worden opgenomen in het beleidsverslag, als onderdeel van het jaarverslag
2025.
Indieners
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid