Brief regering : Associatieakkoord EU en San Marino en Andorra
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4282
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 februari 2026
Op 30 april 2024 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) een voorstel gedaan
voor een raadsbesluit betreffende de ondertekening en (gedeeltelijke) voorlopige toepassing
en een voorstel voor een Raadsbesluit betreffende de sluiting van een overeenkomt
waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie (hierna: EU)
en haar lidstaten, enerzijds, en respectievelijk het Vorstendom Andorra en de Republiek
San Marino (hierna: de microstaten), anderzijds. Naar verwachting zullen de besluiten
op 17 maart in de Raad ter besluitvorming voorliggen. Met deze brief informeer ik
u over de inhoud van het akkoord, de kabinetsappreciatie en de voorziene besluitvorming
hierover.
Afronding van de onderhandelingen en vervolgstappen
Zoals aangegeven in het Verslag van de Raad Algemene Zaken op 12 december 20231 en de Voortgangsrapportage Handelsakkoorden van januari 20242, is op 12 december 2023 een onderhandelaarsakkoord bereikt door de Commissie met
de microstaten. De overeenkomst integreert bestaande afzonderlijke akkoorden in een
associatieakkoord. Het doel van dit associatieakkoord is het vergroten van welvaart
en het verder bestendigen van het nabuurschap. De microstaten worden nauwer geïntegreerd
in de interne markt terwijl er tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de unieke
eigenschappen van de betreffende landen.
Het associatieakkoord is een gemengd akkoord en dient derhalve door zowel de microstaten,
de EU, als haar lidstaten afzonderlijk goedgekeurd en geratificeerd te worden om volledig
in werking te kunnen treden. Hierdoor zijn aan EU-zijde naast de Raad en het Europese
ook de nationale parlementen van de EU-lidstaten betrokken.
EU-goedkeuringsproces
In de eerste plaats is de Raad aan zet om op voorstel van de Commissie te besluiten
over de ondertekening en voorlopige toepassing van het akkoord. Naar verwachting zal
over dit voorstel op 17 maart door de Raad worden besloten. De Commissie baseert het
voorgestelde Raadsbesluit betreffende de ondertekening en voorlopige toepassing van
akkoorden (procedurele rechtsgrondslag) op artikel 218(5) van het EU-Werkingsverdrag
(VWEU) en het Raadsbesluit betreffende het tot stand brengen van een associatie (materiële
rechtsgrondslag) artikel 217 VWEU. De Raad besluit met unanimiteit op basis van het
voorstel van de Commissie over de ondertekening van het akkoord. Het voorstel van
de Commissie tot ondertekening van het akkoord regelt ook de voorlopige toepassing
van bepaalde delen van het akkoord door de EU. De Commissie baseert het voorgestelde
Raadsbesluit tot sluiting op artikel 218(6) VWEU betreffende de sluiting van akkoorden
(procedurele rechtsgrondslag) en artikel 217 VWEU (procedurele rechtsgrondslag). Na
goedkeuring van het Europees , besluit de Raad vervolgens met unanimiteit op basis
van het voorstel van de Commissie over de sluiting van het associatieakkoord namens
de EU. Het is bij dit soort verdragen gebruikelijk dat de Raad dit besluit tot sluiting
vaststelt nadat alle lidstaten het verdrag hebben geratificeerd.
Nationaal goedkeuringsproces
Voor ondertekening van het associatieakkoord door Nederland dient eerst instemming
van de ministerraad verkregen te worden. Zodra Nederland het associatieakkoord heeft
ondertekend zal het wetsvoorstel tot goedkeuring van het akkoord, met bijbehorende
memorie van toelichting, na instemming van de ministerraad en de daaropvolgende advisering
door de Raad van State, aan het Nederlandse parlement worden aangeboden. Na goedkeuring
van het Nederlandse parlement kan het associatieakkoord door Nederland geratificeerd
worden.
Kabinetsinzet
In 2021 publiceerde de Commissie een mededeling over het vormgeven van de toekomstige
relatie met de microstaten Andorra, Monaco en San Marino. In het BNC-fiche hierover
oordeelde het kabinet positief over de nauwere integratie van de microstaten in de
EU interne markt en gaf aan de voorkeur te geven aan lidmaatschap van de Europese
Economische Ruimte, met als alternatieve optie associatieakkoorden.3 Het kabinet beargumenteerde dat door het genereren van een gelijk speelveld en nieuwe
mogelijkheden tot samenwerking, een akkoord potentieel kan bijdragen aan economische
groei in zowel de microstaten als de Unie. Gemeenschappelijke regelgeving en standaarden
zijn de «ruggengraat» van de interne markt. Het kabinet steunde het opzetten van een
institutioneel kader waarmee relevante onderdelen van het EU-acquis4 daadwerkelijk worden geïmplementeerd en gehandhaafd kunnen worden. Dit draagt bij
aan het verankeren van bewaken van de homogeniteit van de interne markt. Het kabinet
steunde het uitgangspunt dat het associatieakkoord ook rekening dient te houden met
de specificiteit van de microstaten, voortvloeiend uit de beperkte omvang en administratieve
capaciteit van deze landen.
Conform het BNC-fiche heeft het kabinet gedurende de onderhandelingen de Commissie
gesteund in het bewaken van de integriteit van de interne markt en een gelijk speelveld.
Het kabinet heeft zich er onder andere voor ingezet dat de microstaten gebonden zijn
aan al het relevante en nieuwe acquis op financiële dienstengebied, inclusief het
EU-acquis op het gebied van financieel toezicht en depositogarantiestelsels.
Aanvankelijk heeft de Commissie ook onderhandelingen met ook Monaco geopend, echter
kondigde de Commissie in september 2023 aan dat de onderhandelingen met Monaco waren
opgeschort op verzoek van laatstgenoemde. De onderhandelingen met Andorra en San Marino
gingen door op basis van het Raadsmandaat.
Inhoud van het akkoord
Verbeterde wederzijdse toegang tot de interne markt
Door middel van het associatieakkoord treden de microstaten toe tot de interne markt
van de Unie. Hiermee wordt de huidige douane-unie tussen de EU en elk van beide staten
vervangen. Verder verzekert dit associatieakkoord dat het EU-beginsel van non-discriminatie
op gebied van nationaliteit van werknemers uitgebreid wordt naar de microstaten. Naast
de toetreding tot de interne markt biedt het associatieakkoord ook de mogelijkheid
tot samenwerking en dialoog op andere beleidsterreinen. Het gaat hierbij om beleidsterreinen
zoals onderzoek, onderwijs, sociale voorzieningen, milieu, consumentenbescherming,
cultuur en regionale samenwerking.
Financiële diensten
Het akkoord geeft de microstaten geleidelijke toegang tot de interne markt van de
Unie voor financiële diensten. De microstaten treden niet direct toe tot dit gedeelte
van de interne markt. Deze uitzondering geldt voor maximaal vijftien jaar na de inwerkingtreding
van het akkoord. De geleidelijke toegang tot de interne markt voor financiële diensten
wordt pas geboden wanneer toezicht in de microstaten door de EU als robuust is erkend.
De Commissie zal hiertoe een analyse maken van de mogelijke gevolgen voor het gelijke
speelveld in de interne financiële dienstenmarkt en het vermogen van de microstaten
om aan de verschillende verplichtingen van het relevante EU-acquis te voldoen.
Dynamische overname EU-acquis
Om de implementatie en interpretatie van het EU-acquis te waarborgen, is er een institutioneel
raamwerk voor dynamische overname van het EU-acquis voorzien.5 De coherente toepassing en implementatie hiervan kan worden getoetst bij het Hof
van Justitie van de Europese Unie. Een geschillenbeslechtingsmechanisme dient als
bemiddelaar voor onenigheid over de implementatie van het akkoord.
Specifieke kenmerken van de microstaten
Het akkoord houdt rekening met de specifieke situatie in de microstaten, zoals de
geografische ligging en populatiegrootte, door middel van transitieperiodes voor overname
van EU-acquis, kwantitatieve limieten voor vrijheid van personenverkeer, en uitzonderingen
voor sectoren die niet of nauwelijks aanwezig zijn.
Kabinetsappreciatie van het associatieakkoord
Het kabinet oordeelt positief over het bereikte onderhandelaarsresultaat tussen de
Commissie, San Marino en Andorra. Het kabinet is positief over het bereiken van een
associatieakkoord met de microstaten en is van mening dat de uitkomst in lijn is met
de inzet uit het BNC-fiche. De EU heeft baat bij nauwe samenwerking met landen die
geografisch verbonden zijn met de Unie en het kabinet streeft daarom naar EU partnerschappen
met landen in de nabuurschapsregio6. Dit geldt ook voor de microstaten, onder meer gezien de bijzondere geografische
positie ten opzichte van de EU.
Het kabinet kan het voorstel van de Commissie voor een gemengd akkoord steunen, aangezien
er sprake is van een zogenoemde facultatief gemengde overeenkomst en het daardoor
een politieke keuze betreft om voor een gemengd dan wel EU-only akkoord te kiezen.
Door voor een gemengd akkoord te kiezen, oefenen de lidstaten hun bevoegdheid uit
op terreinen waar dit mogelijk is. Het kabinet kan zich tevens vinden in de voorgestelde
rechtsgrondslag, aangezien met dit akkoord een associatie tot stand wordt gebracht
tussen de EU en de lidstaten enerzijds en de microstaten anderzijds.
Het kabinet is van mening dat dit associatieakkoord de relatie tussen de EU en de
microstaten op gewenste wijze verdiept en verstevigt. Het is positief dat de integratie
van de microstaten in de interne markt op deze wijze bijdraagt aan consistentie en
meer homogeniteit ten opzichte van de huidige afzonderlijke akkoorden. De interne
markt is van groot belang voor onze mondiale concurrentiepositie, een aantrekkelijk
vestigings- en ondernemingsklimaat en draagt bij aan onze welvaart en bestaanszekerheid.
Het akkoord bevat de noodzakelijke waarborgen voor de integriteit van de interne markt
en een gelijk speelveld tussen de EU en de microstaten. Met name de geleidelijke toegang
tot de interne markt van de Unie voor financiële diensten was een aandachtspunt in
de onderhandelingen. Het kabinet is tevreden met de uitkomst en voorziene waarborgen
op dit vlak.
Samenvattend acht het kabinet dit associatieakkoord van belang vanwege de versterking
van de relatie met gelijkgezinde partners en het behouden van de integriteit van de
interne markt. Om deze redenen is het kabinet voornemens om in te stemmen met de Raadsbesluiten
tijdens de Raad Algemene Zaken op 17 maart 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken