Brief regering : Stand van zaken opvolging aanbevelingen Kwartiermakers toekomst accountancysector en uitvoering van twee moties van de leden Van Eijk (VVD) en Vermeer (BBB)
33 977 Evaluatie Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta)
Nr. 50
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 februari 2026
In zijn brief van 12 maart 2024 heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd om u te informeren
over de opvolging van de aanbevelingen uit de slotrapportage «Druk en Tegendruk» van
de Kwartiermakers toekomst accountancysector (kwartiermakers).1 Met deze brief kom ik die toezegging na.
Hieronder ga ik eerst in op het belang van het werk van de accountant. Daarna behandel
ik de stand van zaken van de opvolging van de belangrijkste aanbevelingen. Tevens
informeer ik uw Kamer over de uitvoering van twee aangenomen moties.
De accountant voegt vertrouwen toe
Elke accountant verricht maatschappelijk belangrijk werk. In het publieke belang controleren
accountants informatie waarop onder meer investeerders vertrouwen. Dat betekent dat
er geen twijfel mag zijn over de kwaliteit van de uitvoering van het werk van de accountant.
Want investeerders die vertrouwen hebben in de getrouwheid van financiële verantwoording,
kunnen beter beslissen over financiering en investeringen. En dat is goed voor de
welvaart in Nederland.
Het is daarom belangrijk dat accountants hun werk kwalitatief goed uitvoeren. Dit
ondanks tijdsdruk, budgetdruk, druk van de onderneming of instelling en druk van een
toenemend takenpakket. Het is nodig dat accountantsorganisaties hun accountants, controlemedewerkers
en specialisten zo veel mogelijk vrij houden van die druk. Dat doen zij met een goed
stelsel van kwaliteitsbeheersing en een kwaliteitsgerichte cultuur. Mijn beeld is
dat zowel accountantsorganisaties als accountants zich inspannen om te doen wat nodig
is om de kwaliteit van het werk van de accountant te bevorderen.
Evaluatie van het stelsel van beroepsreglementering van accountants
Een belangrijk middel om de kwaliteit van de wettelijke controle te borgen zijn de
beroepsregels voor accountants. Het stelsel van beroepsreglementering heeft een grondslag
in de wet. Binnen dat stelsel neemt de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants
(NBA) als wettelijke beroepsorganisatie een belangrijke positie in. De kwartiermakers
concludeerden dat NBA in haar rol te weinig doorzettingskracht heeft. Om die reden
kondigde mijn ambtsvoorganger een evaluatie aan van het stelsel van beroepsreglementering
van accountants. Deze evaluatie is gericht op de doeltreffendheid van dat stelsel
en de vraag of dat stelsel de kwalitatief goede beroepsuitoefening bevordert. Daarbij
hoort de vraag welke rol, taken, bevoegdheden, governance, financiering en bestuurlijk
toezicht passen bij de gewenste rol voor de NBA.
Deze evaluatie is inmiddels begonnen door onderzoeksbureau SEO. Zij loopt tot uiterlijk
september a.s. Daarna zal ik uw Kamer informeren over de conclusies van de onderzoekers
en over passende maatregelen indien deze aan de orde zijn.
Herziening van het beroepsprofielen van de accountant
Een belangrijk deeladvies bij de slotrapportage was die van de Expertgroep Educatie:
«Tijd voor heldere keuzes».2 Het advies ziet allereerst op de herziening van de beroepsprofielen van de accountant.
Die profielen beschrijven de rol van de accountant en de vaardigheden waarover de
accountant moet beschikken. Deze herziening is belangrijk omdat zij dient als ijkpunt
voor de modernisering van de opleidingen tot accountant. Modernere opleidingen maken
het voor studenten accountancy aantrekkelijker om die te gaan volgen. Dat is ook belangrijk
vanwege het dreigende tekort aan accountants.
De ledenvergadering van de NBA stemde op 16 juni 2025 in met gemoderniseerde beroepsprofielen
van de accountant. De nieuwe profielen leggen meer nadruk op de kernwaarden van het
zijn van accountant en op vaardigheden. De NBA heeft de nieuwe Verordening op de Beroepsprofielen
op 25 juni 2025 bekendgemaakt.3 Daarmee hebben de NBA en haar leden eerste opvolging gegeven aan dit advies.
Modernisering van de opleidingen tot accountant
De herziene beroepsprofielen hebben de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA)
de ruimte gegeven om de eindtermen voor de accountantsopleidingen fundamenteel anders
te gaan beschrijven dan zij nu nog luiden.4 Deze eindtermen bepalen wat studenten aan het eind van een opleiding moeten weten
en kunnen en zijn de basis voor de inrichting van de accountantsopleidingen. De nieuwe
eindtermen zijn meer thematisch vormgegeven. De eindtermen beschrijven theorie en
praktijk zoveel mogelijk geïntegreerd. Ook worden de eindtermen conceptueler van aard
en minder gedetailleerd en specifiek. De planning van de CEA is erop gericht om de
herziene eindtermen eind 2026 bekend te maken. Hiertoe doorloopt de CEA een proces
van inspraak, zodat de uiteindelijke eindtermen breed draagvlak hebben. Mijn beeld
is dat de CEA zorgvuldig te werk gaat om de opleidingen tot accountant aantrekkelijker
te krijgen, beter studeerbaar en toekomstbestendiger.
De eerste fase van de herziening van de beroepsprofielen en van de eindtermen voor
de opleidingen is daarmee in gang gezet. In een tweede fase komen de meer fundamentele
onderdelen van het advies van de Expertgroep Educatie aan de orde. Het advies ziet
bijvoorbeeld op nieuwe opleidings- of beroepstitels. En op een ander stelsel van toezicht
op de accountantsopleidingen.5 Het is belangrijk dat de NBA aan de tweede fase gaat werken. Hierover zal ik regelmatig
overleggen met betrokkenen en waar nodig aandringen op ambitie en voortvarendheid.
De AFM als goed toegeruste wettelijk toezichthouder
Een van de aanbevelingen betrof de AFM als wettelijk toezichthouder op accountantsorganisaties.
De kwartiermakers deden de aanbeveling om na te gaan of de AFM goed is toegerust voor
haar toezichtstaak. De AFM heeft mij laten weten dat de normen waaraan accountantsorganisaties
moeten voldoen afdoende zijn om haar toezicht te kunnen uitoefenen, mede vanwege de
aangenomen Wijzigingswet accountancysector.6 Voorwaarde wat de AM betreft is dan ook Wijzigingswet accountancysector en het geconsulteerde
Wijzigingsbesluit accountancysector in werking treden.7 Daarnaast heeft de AFM mij geïnformeerd dat zij over afdoende bevoegdheden beschikt
om te kunnen handhaven bij accountantsorganisaties. Ik concludeer dat de AFM goed
is toegerust. Ik zet mij ervoor in om de Wijzigingswet accountancysector en de daarbij
behorende algemene maatregel van bestuur en ministeriële regeling in werking te laten
treden op 1 juli 2026.
Voorbereiding op de invoering van de kwaliteitsindicatoren
Een andere aanbeveling zag op de ondersteuning bij de invoering van de kwaliteitsindicatoren.
Op basis van de Wijzigingswet accountancysector gaat de verplichting om te rapporteren
gelden voor de zes kantoren die ook organisaties van openbaar belang mogen controleren
(OOB-kantoren). Bij de NBA is er een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de
OOB-kantoren die zich voorbereiden op die rapportageplicht.
Mijn beeld is dat de OOB-kantoren, met ondersteuning van de NBA, elkaar helpen met
antwoord op vragen die opkomen bij de concrete invoering medio 2026. Enkele OOB-kantoren
rapporteren al vrijwillig over kwaliteitsindicatoren in hun transparantieverslag.
Momenteel bereid ik een ministeriële regeling voor ter vaststelling van de kwaliteitsindicatoren.
Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2026. Ik blijf ondertussen de invoering
van de kwaliteitsindicatoren volgen, met het oog op vergelijkbaarheid en begrijpelijkheid
van deze informatie. Na drie jaar volgt een evaluatie van deze rapportageplicht over
de kwaliteitsindicatoren. Daarover zal ik uw Kamer informeren.
Vrijwillige invoering structuurmaatregelen
De kwartiermakers concludeerden dat er nu geen overtuigende voordelen bestaan van
overheidsingrijpen in de eigendomsstructuren van accountantskantoren. De kwartiermakers
hebben wel aanbevelingen gedaan aan de OOB-kantoren en de grootste reguliere vergunninghoudende
kantoren. Zij zouden zelf maatregelen kunnen nemen. Het doel van die maatregelen is
de beheersing van commerciële belangen die ten koste kunnen gaan van de kwaliteit
van de wettelijke controle.
Ten eerste zouden kantoren met een gescheiden winst- en verliesrekening inzichtelijk
kunnen maken of er geldstromen zijn tussen de controle- en de adviestak. Enkele OOB-kantoren
rapporteren een winst- en verliesrekening van de controletak gescheiden van die van
de adviestak. Ten tweede zouden kantoren kunnen besluiten variabele beloning te beperken
tot kwaliteitscriteria. En ten derde zouden zij commerciële prikkels kunnen beperken
in de variabele beloningen van accountants. De NBA heeft mij hierover laten weten
dat OOB-kantoren beloning en winstverdeling toelichten in hun externe verslaggeving.
Zij heeft mij daarnaast laten weten dat de grootste reguliere vergunninghoudende kantoren
hebben aangegeven kwaliteit voorop te stellen in hun beloning of geen variabele beloning
toe te kennen. Ik roep kantoren hierbij op vrijwillig deze maatregelen door te voeren
en hierover te rapporteren.
Kwaliteitsgerichte cultuur vergt blijvende aandacht
De kwartiermakers hebben aanbevolen om aandacht te blijven geven aan een kwaliteitsgerichte
cultuur binnen kantoren. Mijn beeld is dat de kantoren en de NBA zich realiseren dat
kwaliteit van de wettelijke controle valt of staat met een kwaliteitsgerichte cultuur.
De NBA en de AFM vragen hier regelmatig aandacht voor. Dat doen zij beide met toetsingen,
toezicht of normverduidelijking. De NBA neemt alle nieuwe accountants de beroepseed
af. Zij heeft voorts het strategisch programma «Ethiek, cultuur en gedrag» ingericht.
Daarnaast biedt zij de «Dilemma-app» en videoproducties aan waarmee zij regelmatig
casuïstiek onder de aandacht brengt waarmee accountants kunnen oefenen. De NBA heeft
mij laten weten dat alle OOB-kantoren specialisten hebben op de gebieden van fraude
bij en (dis)continuïteit van de controlecliënt. Regelmatig trainen zij hun accountants
en controlemedewerkers op het gebied van een professioneel-kritische instelling. Reguliere
vergunninghoudende kantoren geven aandacht aan een cultuur die is gericht op kwaliteit,
met trainingen of opleidingen, opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling en de juiste
«tone-at-the-top».
Kantoren zijn eerstverantwoordelijk voor een kwaliteitsgerichte cultuur. Het is aan
hen om ervoor te zorgen dat accountants kunnen en willen werken in een cultuur die
bevorderlijk is voor de kwaliteit van het werk van de accountant. Ik roep kantoren
op te blijven werken aan een kwaliteitsgerichte cultuur en zal hier in mijn gesprekken
met vertegenwoordigers uit de sector ook aandacht aan blijven besteden.
Inzet van innovatieve tools
De kwartiermakers hebben kantoren opgeroepen om innovatie «tools» in te zetten bij
de uitvoering van de wettelijke controle. OOB-kantoren gaven te kennen breed gebruik
te maken van innovatieve tools, zoals kunstmatige intelligentie (AI). Zij stimuleren
innovatie maar willen voorzichtig zijn indien een tool nog in de experimenteer- of
ontwikkelfase zit. Reguliere vergunninghoudende kantoren gaven aan AI-tools in te
zetten, data-analyses toe te passen en op zoek te zijn naar doelmatige en doelgerichte
instrumenten. Ik vind het positief dat innovatieve tools inzetten waar dit gunstig
is voor de kwaliteit. Dit kan ook gunstig zijn voor de prijs van de wettelijke controle.
Uitvoering Kamermoties bij de Wijzigingswet accountancysector
Uw Kamer heeft twee moties aangenomen tijdens de behandeling van het wetsvoorstel
Wijzigingswet accountancysector.
De eerste motie van de leden Van Eijk (VVD) en Vermeer (BBB) roept op tot actieve
betrokkenheid bij de implementatie van de nieuwe beroepsprofielen en te laten bewaken
hoe deze modernisering uitpakt in termen van instroom, professionele ontwikkeling
en continuïteit binnen het mkb.8
Deze motie bezie ik vanuit de discussie in de accountancysector over accountants met
en zonder de bevoegdheid om wettelijke controles uit te voeren. Ook voor het kleinbedrijf
moeten er immers accountants zijn en blijven. Om die ondernemers te ondersteunen,
hun jaarrekeningen samen te stellen en hen advies te geven. Zij mogen bovendien vrijwillige
accountantscontroles uitvoeren en daarover controleverklaringen afgeven. Deze accountants
voorzien zo in een behoefte van die ondernemingen.
Met de nieuwe beroepsprofielen kunnen HBO-studenten er nog steeds voor kiezen om zich
te laten opleiden voor het verrichten van wettelijke controles (certificeringsbevoegdheid).
Elke accountant, die ook openbaar accountant wil worden (certificeringsbevoegd wil
worden), blijft de keuze houden om zich te laten opleiden om die bevoegdheid te behalen,
uitgaande van de Europese eisen die daarvoor gelden.9 Ik vind dat HBO-studenten vrij moeten zijn om te kiezen voor de accountantsopleiding
die bij hen past. Met deze inzet zal ik de discussie in de accountancysector volgen
over fase 2 van de herziening van de beroepsprofielen en van accountancyopleidingen.
Op suggestie uit de brief van de NBA van 15 juli 2025 onderzoekt het kabinet ook of
en waar de adviserend accountant (meer) subsidie- en bekostigingscontroleverklaringen
mag uitvoeren dan nu het geval is.10
De tweede motie van eveneens de leden Van Eijk (VVD) en Vermeer (BBB) verzoekt om
te onderzoeken op welke wijze de wettelijke controletaak van accountants kan worden
beperkt en vereenvoudigd, zodat de kwaliteit van controles kan worden gewaarborgd
zonder onnodige uitbreiding van wettelijke verplichtingen.11
Deze motie heb ik besproken met de NBA. Er zijn drie soort bronnen van regeldruk met
eisen aan de kwaliteit aan het werk van de accountant. Om te beginnen is er het jaarrekeningrecht.
Daarin is bepaald dat de externe accountant in een controleverklaring een oordeel
geeft over de mate van getrouwheid van de jaarrekening. Deze eis is kernachtig en
beknopt geformuleerd.
Vervolgens is er de beroepsreglementering van de NBA. De NBA is op basis van Wet op
het accountantsberoep (Wab) bevoegd beroepsreglementering op te stellen. Onder andere
de beroeps- en gedragsregels, de onafhankelijkheidsregels, de kantoorregels voor de
kwaliteitsbeheersing, de controle- en overige standaarden vloeien veelal voort uit
internationale standaarden. Deze standaarden zijn ontwikkeld door accountants zelf,
met inspraak van investeerders uit oogpunt van publiek belang.
Dan is er nog de Wet toezicht accountantsorganisatie (Wta). Deze implementeert vooral
de Auditrichtlijn12 en waar nodig de Auditverordening13. De Wta kent open normen zodat accountantsorganisaties de ruimte hebben voor een
invulling die rekening houdt met hun situatie. Ook in de Wijzigingswet accountancysector,
die onder andere de Wta wijzigt, zijn die normen open gehouden.
Kijkend naar de totale omvang van de regels voor accountants volgen de meeste regels
voor accountants uit de eigen beroepsreglementering. De beroepsreglementering bestaat
vooral uit geïmplementeerde internationale beroeps- en controlestandaarden.
Verder is het wetsvoorstel van belang ter implementatie van de Proportionaliteitsrichtlijn.14 Dit voorstel bevat de bepaling dat de NBA de taak krijgt om een proportionaliteitstoets
te verrichten van haar beroepsreglementering. Dit wetsvoorstel wordt zo spoedig mogelijk
ingediend bij uw Kamer. Ondertussen zal ik regelmatig informeren bij de NBA of zij
ruimte ziet voor regeldrukvermindering in haar beroepsreglementering.
Vervolg
Met de accountancysector blijf ik in gesprek. Na de zomer verwacht ik uw Kamer te
informeren over de uitkomsten en implicaties van de evaluatie van het stelsel van
beroepsreglementering. Ik zal u dan ook opnieuw informeren over de stand van zaken
van de opvolging van de aanbevelingen van de kwartiermakers.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën