Brief regering : Rapport wetsevaluatie verduidelijking wettelijke burgerschapsopdracht
35 352 Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs
Nr. 35 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 februari 2026
De evaluatie van de in 2021 verduidelijkte wettelijke burgerschapsopdracht, uitgevoerd
door het Verwey-Jonker Instituut, is afgerond. Met deze brief bieden wij het bijbehorende
rapport aan de Kamer aan, conform de wettelijke termijn van vier weken. De evaluatie
volgt op de toezegging om de wettelijke burgerschapsopdracht in 2025 te evalueren.1
De wetsevaluatie laat zien dat de wet relatief duidelijk is. Ook zijn er door scholen
sinds de verduidelijking van de burgerschapsopdracht stappen gemaakt in de formalisering
van het burgerschapsonderwijs. Tegelijkertijd maakt de evaluatie duidelijk dat de
implementatie complex is. Voor een deel van de scholen ontbreekt zicht op wanneer
een school aan de wet voldoet. De verwachting is dat de herziene kerndoelen kunnen
bijdragen aan meer duidelijkheid. Ook kan het aanbod van gerichte ondersteuning, dat
de komende jaren via o.a. het Expertisepunt Burgerschap wordt georganiseerd, scholen
helpt bij het verzorgen van samenhangend en doelgericht burgerschapsonderwijs. Voor
de zomer volgt een nadere inhoudelijke reactie op de wetsevaluatie.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K.M. Becking
Indieners
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap