Brief regering : Voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagen over de periode september - december 2025 (22e VGR)
36 708 Toeslagen
Nr. 64 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 februari 2026
De hersteloperatie toeslagen is bedoeld om gedupeerden (ouders en hun kinderen, ex-toeslagpartners
en nabestaanden), die door toedoen van de overheid ongekend onrecht1 hebben ervaren, zo goed mogelijk te ondersteunen bij het herstel. Met de afronding
van de laatste integrale beoordelingen zijn veel ouders nu geholpen. Anderen wachten
juist al lange tijd op volledige financiële afronding, omdat ze aanvullende schade
hebben. In januari vorig jaar heeft de Commissie Van Dam advies uitgebracht om onder
andere de beoordeling van deze aanvullende schade te versnellen.2 Inmiddels is een belangrijk deel van de adviezen van de Commissie Van Dam uitgewerkt
en in uitvoering gebracht.3 Daarmee is de koers richting zorgvuldige afronding van de financiële regelingen ingezet.
Dit kabinet heeft de ambitie uitgesproken om eind 2027 alle ouders in elk geval financieel
te hebben gecompenseerd voor hun geleden schade als gevolg van de toeslagenaffaire.
Deze ambitie is onveranderd.
Het kabinet erkent tegelijk dat voor sommige ouders en hun kinderen geen enkel geldbedrag
de fouten uit het verleden volledig kan goedmaken. Daarom is het van belang dat ook
op de andere onderdelen van de hersteloperatie – met name de brede ondersteuning en
mentaal welzijn – eind 2027 zo veel mogelijk ondersteuning is geboden, of daarvoor
de basis voor de toekomst is gelegd. Inmiddels is er duidelijkheid over de looptijd
en de uiterste aanmelddatum voor de brede ondersteuning.
Nu we zijn aangekomen bij de afrondende fase van de hersteloperatie is het belangrijk
om met zorg en respect duidelijk te maken wat er, binnen de kaders van de Wet hersteloperatie
toeslagen (Wht), nog mogelijk is voor gedupeerden, en waar de inspanningen van de
overheid horen te leiden tot een warme overdracht naar het sociaal domein. Stap voor
stap wordt daarmee toegewerkt naar het herstellen van de relatie tussen overheid en
gedupeerde. Het is uiteindelijk aan de gedupeerde zelf om, met de geboden ondersteuning,
de draad van het leven weer op te pakken.
In de uitvoering blijft – juist de komende periode – voortdurende aandacht nodig voor
de samenhang tussen de verschillende onderdelen van de hersteloperatie en voor het
bieden van een meer integrale benadering, steeds bezien vanuit het perspectief en
de behoeften van de ouder. Op die manier krijgen gedupeerden zo snel mogelijk duidelijkheid
en kan de hersteloperatie op een menswaardige manier worden afgerond.
Afronding integrale beoordelingen
Waar het gaat om de financiële compensatie van gedupeerde ouders is de Uitvoeringsorganisatie
Herstel Toeslagen (UHT) erin geslaagd om eind 2025 alle ruim 69.000 aanmeldingen te
beoordelen. Een enorme mijlpaal. Alle ouders hebben nu de uitkomst van hun integrale
beoordeling (IB) ontvangen én zijn bij gebleken gedupeerdheid financieel gecompenseerd
met minimaal € 30.000 van de Catshuisregeling. Gemiddeld heeft een gedupeerde ouder
na de IB in totaal € 40.400 ontvangen.
Compensatie van aanvullende schade
Vergoeding van hun aanvullende schade vormt voor een aantal gedupeerde ouders het
sluitstuk van de financiële compensatie in de hersteloperatie. Eind november heb ik
uw Kamer geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen met betrekking tot het informatie-
en aanmeldportaal en de livegang van de MijnHerstel route.4 Met de openstelling hiervan is, in lijn met het advies van de Commissie Van Dam,
een vereenvoudigd schadestelsel ingericht, met twee forfaitaire routes (SGH en MijnHerstel)
die werken vanuit hetzelfde ruimhartige schadekader. Ouders ontvangen na het doorlopen
van één van deze routes een forfaitair aanbod met als inzet om met de ouder een VSO
te sluiten. Met dit stelsel als uitgangspunt is de verwachting dat veel ouders snel
geholpen kunnen worden met de afronding van hun traject voor financiële compensatie.
Eerste bevindingen MijnHerstel
Terwijl MijnHerstel blijft doorontwikkelen (gericht op het verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid)
zijn de eerste resultaten positief. Op peildatum 31 december 2025 waren er circa 400 aanmeldingen
voor MijnHerstel. 48 ouders hadden op de peildatum hun schadestaat ingediend, waarna
behandeling kon starten.
De eerste ouders beoordelen hun ervaring met MijnHerstel positief. Met name de transparantie
en de menselijke benadering worden gewaardeerd. De komende tijd wordt verder gewerkt
aan verbeteringen in de huidige uitvoering en het leren van de ervaringspraktijk.
Individuele berekening van schade
In lijn met het advies van de Commissie Van Dam wordt voor de kleine groep ouders
waarbij forfaitaire vergoeding van hun aanvullende schade niet passend is, ook een
preciezere berekening van hun schade mogelijk gemaakt. Uitgangspunt is onder meer
dat de individuele berekening aansluit op de routes van SGH en MijnHerstel, voortbouwt
op de beproefde werkwijze van de VSO-regieroute en gebruik maakt van het verfijnde
CWS-schadekader. Bij de verdere uitwerking hiervan is er ook aandacht voor de opschaalbaarheid.
Het schadebedrag in de individuele berekening zal waarschijnlijk voor veel ouders
lager uitvallen dan het forfaitaire aanbod bij SGH of MijnHerstel. In plaats van dat
oorzaak en gevolg voornamelijk wordt verondersteld, vragen we in de individuele berekening
aan ouders om de causaliteit aannemelijk te maken. Ouders die het forfaitaire aanbod
willen afslaan en door willen naar de individuele berekening worden hierover vooraf
goed geïnformeerd. Eenmaal in de individuele berekening is het namelijk niet meer
mogelijk om terug te vallen op het forfaitaire bedrag. Ook in de individuele berekening
is er de mogelijkheid om een VSO te sluiten. Indien de ouder dat niet wil slaat de
Dienst Toeslagen een beschikking op de aanvraag van compensatie van aanvullende schade.
Ouders in de wachtrij helpen via de forfaitaire schaderoutes
Circa 9.000 ouders staan in de wachtrij bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) voor
behandeling van compensatie voor aanvullende schade. Voor zulke grote aantallen is
de werkwijze van het vaststellen van de werkelijk geleden schade, zoals dat nu bij
CWS gebeurt, nooit bedoeld geweest. De CWS heeft inmiddels capaciteit om circa 900
mensen per jaar te helpen. Hoewel het ze gelukt is om het aantal afgegeven adviezen
stevig op te schalen, zou de afhandeling van de compensatie van aanvullende schade
nog jaren duren als alle 9.000 ouders door de CWS geholpen moeten worden. Om alle
ouders sneller voorbij het onrecht te helpen is het daarom nodig om ook voor deze
groep aan te sturen op versnelling en vereenvoudiging van de afhandeling van hun aanvraag.
Concreet betekent dit dat ouders in de wachtrij persoonlijk worden benaderd om hen
te informeren over de mogelijkheden om sneller tot compensatie van hun aanvullende
schade te komen. Zij kunnen de route kiezen die het beste bij hen past: via SGH of
via MijnHerstel. In beide gevallen krijgt een ouder een ruimhartig forfaitair aanbod
en wordt erop ingezet om een VSO te sluiten. In uitzonderlijke gevallen zal dit ruimhartige
aanbod niet tegemoetkomen aan de specifieke situatie van de ouder, en kan de ouder
kiezen voor de individuele berekening, zoals hierboven toegelicht.
Deze werkwijze wordt de norm voor ouders in de CWS-wachtrij, maar we gaan hierbij
flexibel te werk. Als een ouder aangeeft dat de bovengenoemde werkwijze in zijn of
haar specifieke situatie juist tot complexiteit zou leiden, stelt de overheid zich
responsief op. Het doel blijft immers om schadeafhandeling sneller en eenvoudiger
te maken voor de ouder.
Ouders die al bij de CWS in gesprek zijn en waarvan de behandeling loopt, kunnen hun
traject daar afmaken.
Specifieke groepen met aanvullende schade
Voor een aantal specifieke groepen geldt dat zij wel een aanvraag kunnen indienen
voor schade, maar dat een forfaitaire route op dit moment niet (zonder meer) geschikt
is. De forfaitaire routes zijn gericht op compensatie van schade als gevolg van onterechte
terugvorderingen van kinderopvangtoeslag, waarbij causaliteit tussen deze terugvorderingen
en gebeurtenissen in de periode dat dit speelde, wordt aangenomen. Dit maakt de route
ongeschikt voor doelgroepen waar de terugvorderingen zelf in principe terecht waren,
maar waarbij wel onterecht een betalingsregeling werd uitgesloten (ouders gedupeerd
op enkel de grond onterecht label opzet/grove schuld (O/GS).
Ook aanvullende schade van overleden gedupeerden wordt niet via een forfaitaire schaderoute
afgehandeld. Voor deze groep wordt een andere werkwijze uitgewerkt. Zij worden in
dit stadium niet vanuit de CWS-wachtrij benaderd om hun aanvraag verder te laten lopen
via SGH of MijnHerstel.
Voor ex-toeslagpartners is er op dit moment nog geen mogelijkheid om hun aanvullende
schade gecompenseerd te krijgen. Wel hebben zij een forfaitaire compensatie van € 10.000
ontvangen en toegang tot brede ondersteuning en de schuldenaanpak. Het kabinet werkt
momenteel aan opties voor de compensatie van hun aanvullende schade, die een snelle
en eenvoudig uit te voeren oplossing kan bieden en tegelijk rechtdoet aan de geleden
schade van ex-toeslagpartners.
De meer grofmazige systematiek binnen de forfaitaire schaderoutes roept ook de vraag
op wat een procedureel rechtvaardige wijze van schadeafwikkeling is bij ouders die
een relatief lage terugbetaling hebben moeten doen en waar de impact van die terugbetaling
niet op voorhand aannemelijk is. Ouders met relatief lage terugvorderingen kunnen
op dit moment nog niet zonder meer door in SGH en MijnHerstel. Uw Kamer is in de vorige
voortgangsrapportage over de periode mei-augustus 2025 geïnformeerd dat, om te komen
tot beleid voor deze groep, in samenwerking met SGH zogenaamde deelnemersvoorwaarden
zijn uitgewerkt. Het kabinet bekijkt momenteel welke lessen er te trekken zijn uit
de eerste ervaringen rondom de toepassing van de deelnemersvoorwaarden bij SGH, en
wat er nodig is om te komen tot beleid dat passend is voor deze groep.
Een integrale aanpak van de afhandeling van IB-bezwaar en aanvullende schade
Op dit moment hebben circa 7.400 ouders een bezwaar lopen tegen hun integrale beoordeling
(IB). Ouders die al wel erkend zijn als gedupeerde, maar ook nog een bezwaar hebben
lopen tegen hun IB kunnen tegelijkertijd ook een aanvraag hebben ingediend voor de
compensatie van hun aanvullende schade. Tot op heden is de hersteloperatie zo ingericht
dat ouders voor elk van deze onderwerpen te maken hebben met een ander loket binnen
de hersteloperatie. Dat is ingewikkeld voor de ouder en kan in de praktijk ook betekenen
dat het afhandelen van aanvullende schade later wordt afgerond dan gewenst. Sommige
ouders willen immers pas de schade-VSO ondertekenen nadat hun IB-bezwaar is afgerond.
En dat laatste kost vanwege het grote aantal bezwaren en de beperkte beschikbaarheid
van bezwaarjuristen helaas veel tijd. Om deze opgeknipte aanpak te vereenvoudigen,
wordt daarom gepoogd een integrale oplossing voor het IB-bezwaar en aanvullende schade
tot stand te brengen. De komende periode wordt bij MijnHerstel in samenwerking met
UHT hiertoe een werkwijze ingevoerd, waarbij de inhoudelijke analyse die UHT reeds
heeft gedaan op een bezwaar leidt tot een voorstel voor afronding van het bezwaar
dat opgenomen wordt in de schade-VSO. Voor de ouder betekent dit dat het niet langer
nodig is om met verschillende loketten te communiceren.
Met de bovengenoemde aanpak wordt in principe aanvullende schade niet langer meegenomen
bij mediationtrajecten in bezwaarzaken. Mediation bij IB-bezwaar blijft een optie,
maar om te zorgen voor een eenduidige toepassing van het schadekader en om onnodige
complexiteit in de uitvoering te voorkomen, zijn enkel de SGH-route en MijnHerstel
beschikbaar voor het compenseren van aanvullende schade.
Intensieve begeleiding voor gezinnen die de regie kwijt zijn
Eén van de adviezen van de Commissie van Dam zag op het bieden van intensieve begeleiding
aan gezinnen die de regie kwijt zijn. Het doel van deze ondersteuning is deze gezinnen
in staat te stellen de regie terug te nemen, zodat zij de mogelijkheden van de hersteloperatie
optimaal kunnen benutten. Vanuit de hersteloperatie is deze aanpak gericht op het
op weg helpen van deze gezinnen, voor zover dat binnen de mogelijkheden ligt van de
organisaties die bij de hersteloperatie betrokken zijn. Waar nodig moet verdere ondersteuning
worden geborgd in het sociale domein. Vooral voor gezinnen met langdurige multiproblematiek
is de warme overgang naar het reguliere hulpverleningsaanbod van groot belang.
De meest actuele inschatting is dat er tussen 750 en 1.500 gezinnen geen regie hebben
op hun herstel en hun leven. De intensieve ondersteuning biedt voor deze gezinnen
een integrale aanpak. De financiële compensatie voor de ouders en de brede ondersteuning
die zij krijgen bij hun gemeente vormen hiervoor de basis. Op dit moment wordt gekeken
hoe de toeleiding naar de aanpak én de aanpak zelf het beste kunnen worden vormgegeven.
Op basis hiervan wordt de komende tijd verder opgeschaald. We werken hiervoor zowel
nauw samen met het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) en de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG), als met andere professionals en ketenpartners die bij deze gezinnen
betrokken zijn.
Ouders in het buitenland
Gedupeerde ouders en hun gezinnen die door problemen vanwege de kinderopvangtoeslag
niet meer in Nederland wonen, hebben recht op hulp en ondersteuning vergelijkbaar
met de brede ondersteuning zoals die in Nederland wordt geboden.5 Deze ondersteuning wordt geleverd door het Ondersteuningsteam voor ouders in het
buitenland (OTB) aan ouders die voor 31 december 2021 zijn vertrokken uit Nederland.
Ook biedt het OTB, indien gewenst en als dit een reële optie is, hulp bij remigratie.
Hoewel het doel van de hulp hetzelfde is, is gebleken dat omstandigheden – zoals de
geldende wetgeving in het buitenland – maken dat in het buitenland niet altijd hetzelfde
resultaat kan worden bereikt als via ondersteuning door gemeenten in Nederland. Samen
met het OTB zet ik mij in voor goede communicatie hierover.
Net als voor de brede ondersteuning in Nederland, wordt de komende tijd ook voor ouders
in het buitenland een uiterste aanmelddatum voor het starten van ondersteuning in
de Wht opgenomen, samen met een maximale looptijd voor deze ondersteuning. Dit geeft
ouders en andere betrokkenen duidelijkheid en tijd en ruimte om de benodigde stappen
te zetten. De uiterste aanmelddatum voor ondersteuning in het buitenland wordt 1 september
2027. De termijnen in het buitenland worden hiermee gelijkgetrokken met de mogelijkheden
in Nederland. Een wetswijziging wordt hiervoor voorbereid. In de wetswijziging zal
ook worden geregeld dat gedurende maximaal zes maanden financiële tegemoetkomingen
kunnen worden gedaan en dat gedurende maximaal twee jaar een plan van aanpak kan worden
aangepast, net als in Nederland.
Daarnaast wordt ook gewerkt aan het opstellen van beleidsregels om, waar nodig, te
verduidelijken hoe brede ondersteuning voor ouders in het buitenland wordt uitgevoerd.
Daarbij wordt gedacht aan verduidelijking van de wijze waarop het plan van aanpak
wordt opgesteld en de daaraan gekoppelde hulp op de vijf leefgebieden.
Tot slot
Voor steeds meer ouders is het traject van financiële compensatie inmiddels afgerond.
Ouders met aanvullende schade kunnen deze met het vereenvoudigde schadestelsel snel
en ruimhartig vergoed krijgen. Daarmee staat de ambitie van dit kabinet om voor eind
2027 alle ouders financieel te hebben gecompenseerd stevig overeind.
Voor alle onderdelen van de hersteloperatie geldt dat de systematiek van de Wht werkt
vanuit het bieden van compensatie en ondersteuning via de aanvragende ouder, als vertegenwoordiger
van hun gezin. Daarnaast is in het verleden door kabinet en Kamer besloten om, uit
het oogpunt van ruimhartigheid en snelheid, ook kinderen, ex-toeslagpartners en nabestaanden
zelfstandige steun te geven, ongeacht de hoogte van de terugvordering waar de betrokken
ouder mee te maken heeft gehad. Met alle ingezette maatregelen zijn we in de afrondende
fase van de hersteloperatie gekomen: steeds meer mensen zijn voldoende geholpen om
verder te kunnen met hun leven. Tegelijkertijd is duidelijk dat voor een aantal mensen
de generieke maatregelen niet geheel passend zijn en dat specifieke ondersteuning
noodzakelijk is. Ik wil benadrukken dat hier voldoende ruimte voor is: voor hen is
maatwerk onze standaard.
Herstel bieden omvat meer dan alleen het betalen van een financiële compensatie. In
het kader van de brede ondersteuning door gemeenten richt de bestuurlijk regisseur
zich op harmonisatie en verbetering van de effectiviteit ervan. Daarnaast kijkt hij
naar de voorwaarden waaronder ouders na de brede ondersteuning waar nodig goed terecht
kunnen in het reguliere sociaal domein. Het landelijk Steunpunt Mentaal Welzijn opent
in maart de deuren en het uitrollen en opschalen van de aanpak intensieve begeleiding
krijgt komend jaar z’n beslag.
Vanzelfsprekend blijft het kabinet uw Kamer periodiek informeren over de voortgang
van de hersteloperatie. Gelet op de fase waarin de hersteloperatie zich nu bevindt,
stel ik voor om de voortgang voortaan halfjaarlijks met uw Kamer te delen. Dit is
in lijn met de onlangs in de strategische procedurevergadering van de commissie voor
Financiën geuite wens om twee keer per jaar (in september en in maart) een commissiedebat
over de voortgang van de hersteloperatie te voeren. Dat betekent dat de volgende voortgangsrapportage
zal gaan over de periode januari t/m juni 2026. Deze zal in september 2026 aan uw
Kamer worden aangeboden.
Het afgelopen jaar heb ik mij met hart en ziel ingezet om gedupeerde ouders voorbij
het onrecht te helpen, samen met vele bevlogen medewerkers en partners op vele plekken
in het land. En er zijn veel stappen gezet in de realisatie hiervan. Ik ben dankbaar
dat ik deze belangrijke opdracht mag afronden en zal de komende kabinetsperiode alles
op alles zetten om de hersteloperatie tot een goed einde te brengen.
De Staatssecretaris van Financiën, S.T.P.H. Palmen
Ondertekenaars
S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.