Brief regering : Voortgang aanpak ‘Vol vertrouwen in Vaccinaties’
32 793 Preventief gezondheidsbeleid
Nr. 881
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 februari 2026
Zoals gebruikelijk informeer ik uw Kamer twee keer per jaar over de voortgang van
de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties» en ontwikkelingen met betrekking tot het
vaccinatiebeleid. Met de brief van 19 juni jl.1 bent u hierover het laatst geïnformeerd. Hierbij informeer ik uw Kamer opnieuw over
de huidige stand van zaken.
1. Voortgang aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties»
Omdat we al enige tijd te maken hebben met een dalende trend in de vaccinatiegraden
van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), steken ernstige infectieziekten, zoals mazelen,
steeds vaker de kop op in Nederland. In samenwerking met het RIVM en alle betrokken
organisaties en professionals wordt ingezet op het verhogen van de vaccinatiegraden
van het RVP. Dit gebeurt met de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties», die zich richt
op het bewaken van vertrouwen, het versterken van de informatievoorziening en het
vergroten van de toegankelijkheid. Hieronder ga ik in op de voortgang van de actielijnen
binnen de aanpak.
Thema 1: Het bewaken en het versterken van het vertrouwen
Voortgang sociaalwetenschappelijk onderzoek
In het kader van het onderzoeksprogramma SocioVax doet het RIVM onderzoek naar factoren
die een rol spelen in de keuzes van mensen met betrekking tot vaccinatie, en wat kan
helpen om de vaccinatiegraden te verhogen. Daarbij wordt onder meer nauw samengewerkt
met de jeugdgezondheidszorg (JGZ) en de GGD’en, bijvoorbeeld door verdiepende onderzoeken
te faciliteren naar de effectiviteit van veelbelovende interventies.
In juni jl. zijn vanuit SocioVax de literatuuroverzichten over de determinanten van,
en interventies gericht op deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma gepubliceerd.2 In deze literatuuroverzichten zijn inzichten over de algemene populatie aangevuld
met inzichten over mensen uit doelgroepen waar de vaccinatiegraad achterblijft of
sterk daalt. Deze inzichten dragen bij aan een dieper begrip van afwegingen rondom
vaccineren en een beter beeld van welke aanpak, waar en voor wie, goed lijkt te werken.
Daarnaast is in december een nieuwe ronde van de vragenlijstmonitor uitgezet. Naast
de reguliere monitoring van de belangrijke determinanten van vaccinatiedeelname is
er in deze ronde specifieke aandacht voor de redenen die ouders hebben om hun kind
al dan niet tegen HPV te laten vaccineren. De resultaten worden in juni 2026 verwacht.
Deze worden vertaald in handelingsperspectieven voor professionals en kunnen, samen
met de inzichten uit de literatuur, helpen bij het vormgeven van passende interventies
voor verschillende doelgroepen die het maken van een geïnformeerde beslissing over
vaccineren bevorderen.
Ook is, naar aanleiding van de onderzoeksagenda die het RIVM samen met onderzoekers
uit het veld heeft opgesteld, een oproep voor projectaanvragen uitgezet onder GGD’en
en JGZ-organisaties. Zij konden binnen de vier onderzoeksthema's met de hoogste prioriteit
op de onderzoeksagenda voorstellen indienen voor eenjarig onderzoek in de regio’s.
Het RIVM heeft vier voorstellen gehonoreerd die voor 1 april a.s. van start gaan.
Eind 2026 wordt een nieuwe oproep uitgezet. Tot slot liep er een pilot om maatschappelijke
signalen (vragen, zorgen, misinformatie) over het RVP op te halen bij GGD- en JGZ-professionals
(social listening). De pilot heeft geleid tot veel inhoudelijke input over de vragen, zorgen en misinformatie
die spelen rondom het RVP. Het RIVM heeft de opgevangen signalen samengevat en op
basis van de behoefte van professionals ook aanvullende informatie geïncludeerd over
(het omgaan met) deze signalen. Deze samenvatting is verspreid en gepubliceerd.3 De volgende stap is het evalueren van deze aanpak.
Onderzoek Immune Patrol
Eind 2025 heeft het Ministerie van VWS een subsidie toegekend voor onderzoek naar
de effecten van spelenderwijs leren over vaccinaties op basisscholen aan de hand van
het spel Immune Patrol,4 dat door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is ontwikkeld. Het onderzoek wordt
uitgevoerd door het Wilhelmina Kinderziekenhuis (UMC Utrecht) in samenwerking met
de Universiteit Utrecht en loopt tot en met 2027. De resultaten zullen inzicht geven
in de haalbaarheid en effectiviteit van een digitaal spel om gezondheidsvaardigheden
bij schoolkinderen te verbeteren.
Thema 2: Het verstevigen van de informatievoorziening
Informatie die aansluit op de behoeften van doelgroepen
Naar aanleiding van de mazelenuitbraak in Marokko in 2025 hebben het RIVM en de JGZ extra nadruk gelegd op het informeren
van reizigers uit Nederland over mazelen. Hiervoor is een speciale webpagina met aanvullende
informatie over de ziekte ingericht. Vlak voor de meivakantie van 2025 is de campagne
«Mazelen in Marokko» gestart. Deze is in de aanloop naar de zomervakantie voortgezet.
De campagne bestond o.a. uit posters, flyers en een tv-spot op Marokkaanse mediakanalen.
Het RIVM heeft hiervoor samengewerkt met GGD’en en de stichting AMAN (Associatie Marokkaanse
Artsen Nederland).
Bij de publiekscampagne over de RSV-immunisatie (prik tegen het RS-virus) is ook apart aandacht besteed aan mensen met een biculturele achtergrond. Er zijn
video’s, banners en artikelen ingezet via mediakanalen die gericht zijn op Nederlanders
van Marokkaanse, Turkse en Surinaamse afkomst. Ook zijn posters ingezet in winkels
in een aantal grote steden. Verder is, in aanvulling op de Steffie-animatie over vaccineren
in het algemeen, een Steffie-module in verschillende talen ontwikkeld over de prik
tegen het RS-virus.5 De Steffie-animaties worden maandelijks gemiddeld 1.500 keer bekeken.
Om de HPV-vaccinatie onder de aandacht te brengen is naast de uitnodiging een voorlichtingscampagne ontwikkeld,
bestaande uit artikelen op online platforms en berichten op sociale media. De artis
een pilot gestart met het gezondheidsplatform Inforium. Vanuit dit platform kunnen
professionals, zoakelen zijn geplaatst in december en de socialmediacampagne gaat
in februari 2026 van start. Daarnaast ils de JGZ, digitale gezondheidsinformatie naar
cliënten sturen. Een deel van de JGZ-organisaties maakt hier inmiddels gebruik van.
Ook zijn voorbereidingen getroffen voor een kwalitatief communicatieonderzoek onder
ouders naar het informatiegebruik en de informatiebehoefte met betrekking tot het RVP. In dit onderzoek wordt een aantal voorlichtingsmiddelen
geëvalueerd zoals uitnodigingsbrieven, folders, infographics, video’s en webpagina’s.
Het onderzoek vindt plaats in het eerste kwartaal van 2026. De resultaten worden verwacht
in het voorjaar en gebruikt om de huidige communicatie te optimaliseren.
Tot slot is de publiekscampagne over de RVP-schemawijzigingen ook dit jaar voortgezet. Deze campagne liep al in oktober en november 2024 en begin
2025, en bestaat dit jaar uit enkele branded content artikelen, posts op sociale media, nieuwsbrieven en podcasts. Deze zijn gericht op
ouders met kinderen in de leeftijd waar nieuwe wijzigingen voor zullen spelen: de
DKT-vaccinatie vanaf 5 jaar (dit was een DKTP-vaccinatie rond 4-jarige leeftijd),
en de inhaalcampagne voor de tweede BMR-vaccinatie.
Deskundigheidsbevordering zorgprofessionals
Op 2 oktober jl. vond de jaarlijkse VastePrik-dag plaats, een door het RIVM georganiseerd
evenement gericht op deskundigheidsbevordering over het RVP voor bijna 300 JGZ-professionals
(jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen). Op basis van een eerdere uitvraag onder JGZ-professionals
is er in het programma, zowel plenair als in de interactieve deelsessies, veel aandacht
besteed aan gesprekstechnieken voor gesprekken over vaccinaties tussen ouders en zorgverleners.
Daarnaast zijn online scholingen ontwikkeld en uitgevoerd voor startende en ervaren
JGZ-professionals om hun bekwaamheid bij te houden. De scholingen voor ervaren JGZ-professionals
starten in maart 2026, met zes scholingen voor de zomer en zes in het najaar. Per
bijeenkomst kunnen 50 deelnemers aansluiten. Verder is er een online scholing voor
doktersassistentes ontwikkeld en uitgevoerd.
Tevens zijn voorbereidingen getroffen voor een grote revisie van de uitvoeringsrichtlijn
van het RVP. Vanaf februari 2026 wordt hiervoor een usability- en vragenlijstonderzoek gedaan onder JGZ-professionals die deze richtlijn gebruiken.
Tot slot is, voor en door de GGD’en en JGZ-organisaties en met ondersteuning vanuit
de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI), de community of practice (CoP) «Doelgroepen en vaccinatiegraad» gelanceerd. De CoP heeft als doel de implementatie
van wijk- en doelgroepgerichte aanpakken te bevorderen. Dit wordt gedaan door het
bovenregionaal delen van expertises en resultaten, peer learning en advisering over inzet van doelgroepgerichte aanpak in specifieke contexten. Via
het RIVM wordt gezorgd voor aansluiting op andere onderdelen van de aanpak voor het
verhogen van de vaccinatiegraden, en vertaling naar landelijk beleid en onderzoeken.
Thema 3: Het vergroten van de toegankelijkheid
Intensivering en uitbreiding wijkgerichte aanpak
Het is belangrijk dat ouders laagdrempelig toegang hebben tot vaccinaties voor hun
kind met voorlichting afgestemd op hun persoonlijke behoefte. Op 3 december jl. heb
ik op uitnodiging van de gemeente Utrecht een voorlichtingsbijeenkomst met ouders
op een basisschool in de wijk Overvecht bijgewoond en ben ik met professionals in
gesprek gegaan over de effecten en succesfactoren van de zogenoemde wijkgerichte aanpak.
Met middelen die voortkwamen uit een amendement van de leden Klaver en Slagt-Tichelman
(beiden GroenLinks-PvdA) op de VWS-begroting voor 2025,6 hebben de G4-gemeenten het afgelopen jaar een pilot uitgevoerd om deze aanpak te
intensiveren en uit te breiden. In de eerste helft van dit jaar worden de pilot en
de (kosten)effectiviteit van interventies geëvalueerd.
De G4-gemeenten geven aan dat de wijkgerichte aanpak werkt. Met maatwerk gericht op
verschillende doelgroepen en samenhangende interventies wordt gebouwd aan vertrouwen
en lijkt een trendbreuk te ontstaan in de daling van de vaccinatiegraden van het RVP.
Een stijging in de opkomst en het aantal gezette vaccinaties in Den Haag7 en Amsterdam8, die al een aantal jaar bezig zijn met de aanpak, stemt hoopvol en is veelbelovend
voor een meerjarige aanpak. Om te zorgen dat gemeenten en JGZ-organisaties de wijkgerichte
aanpak breder kunnen inzetten en opschalen, zijn structurele middelen noodzakelijk.
In de brief van 19 juni jl.9 is toegezegd dat zou worden verkend hoe een voortzetting van de versterking van de
wijkgerichte aanpak mogelijk kan worden gemaakt. Het aankomende kabinet heeft investeringen
aangekondigd in een uitbreiding van de wijkgerichte aanpak. Het is nu aan het volgende
kabinet om hier verder invulling aan te geven.
Zoals aangegeven in de brief van 19 juni jl. is een deel van de middelen uit het amendement
bestemd voor acties die landelijk bijdragen aan het fijnmaziger vaccineren. In 2025
is door het RIVM gestart met de ontwikkeling van een gezamenlijke communicatietoolkit,
zodat JGZ-professionals eenvoudiger gebruik kunnen maken van elkaars voorlichtingsmaterialen
en goede voorbeelden. Ook heeft het Ministerie van VWS aan adviesbureau Highberg de
opdracht gegeven voor de uitvoering van een impactanalyse naar (systeem)aanpassingen
die nodig zijn om o.a. het versturen van sms-herinneringen voor vaccinatieafspraken
in meer regio’s mogelijk te maken.
Ontsluiting vaccinatiegegevens naar persoonlijke gezondheidsomgevingen
Op 20 januari jl.10 heeft de Minister van VWS uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van het programma
«Ontsluiten gezondheidsgegevens bij publieke instellingen» (OGPI), inclusief de planning
voor de verdere ontsluiting van vaccinatiegegevens naar de persoonlijke gezondheidsomgevingen
(PGO’s). Het programma richt zich nu op het ontsluiten van de belangrijkste bronnen
van reisvaccinaties. Naar verwachting zullen deze reisvaccinatiegegevens in de tweede
helft van 2026 beschikbaar zijn in de PGO’s.
2. Ontwikkelingen rondom het vaccinatieaanbod
Wijzigingen in het RVP-schema
Vanaf 1 januari 2026 is de derde van de vier wijzigingen in het RVP-schema van start
gegaan: de DKT-vaccinatie vanaf 5 jaar (dit was een DKTP-vaccinatie rond de vierjarige
leeftijd). Het eerste cohort kinderen dat deze DKT-vaccinatie krijgt (kinderen geboren
in 2021), zal gelijktijdig de tweede BMR-vaccinatie ontvangen als deel van de betreffende
inhaalcampagne. Binnen deze inhaalcampagne worden dit jaar ook kinderen die geboren
zijn in 2018 uitgenodigd voor hun tweede BMR-vaccinatie. De implementatie van de wijzigingen
die in 2025 van start zijn gegaan, wordt dit jaar geëvalueerd. Voor deze wijzigingen
zijn de leeftijden verschoven waarop de laatste zuigelingenvaccinatie wordt gegeven
(van 11 naar 12 maanden), en waarop de tweede BMR-vaccinatie wordt gegeven (van 9
jaar naar rond de derde verjaardag).
RSV-immunisatie
Sinds september komen baby’s geboren vanaf 1 april 2025 in aanmerking voor de RSV-immunisatie.
Ik wil alle betrokken partijen complimenteren voor hun inspanningen om deze immunisatie
in een kort tijdsbestek te realiseren. Van alle kinderen die tot nu toe in aanmerking
kwamen voor de immunisatie, heeft ongeveer driekwart de prik gehad. De eerste effecten
lijken erg positief, want (tot nu toe) zijn er deze winter fors minder baby’s op een
kinder-intensive care (PICU) opgenomen door een RSV-infectie. In het vaccinatiegraadrapport van 2025 zal
de immunisatiegraad worden gepubliceerd. In de komende periode vindt een evaluatie
met betrokken partijen plaats, om zo het volgende seizoen een nog beter programma
neer te zetten.
HPV-vaccinatie
In mijn brief van 13 oktober jl.11 heb ik het advies van de Gezondheidsraad (GR) aangaande HPV-vaccinatie en mijn besluit
om dit over te nemen met uw Kamer gedeeld. Binnen het RVP zal het 2-valente HPV-vaccin
worden vervangen door het 9-valente HPV-vaccin. Hiermee worden niet alleen HPV-gerelateerde
kankers, maar ook andere HPV-gerelateerde ziekten voorkomen. Vanaf een vast moment
in het komende najaar zal het 9-valente vaccin worden ingezet. Op dit moment wordt
met betrokken partijen afgestemd hoe deze overgang zo goed mogelijk in te regelen.
Gezondheidsraadadvies pneumokokkenvaccinatie kinderen
Sinds 2006 krijgen kinderen vaccinatie tegen pneumokokken aangeboden via het RVP,
omdat een invasieve pneumokokkeninfectie ernstige ziekte kan veroorzaken (bloedvergiftiging
en hersenvliesontsteking). Het huidige vaccin beschermt tegen 15 typen van de pneumokokbacterie.
Recent is er een nieuw pneumokokkenvaccin voor kinderen beschikbaar gekomen dat tegen
20 typen beschermt. De GR is gevraagd om te adviseren over de inzet van dit vaccin.
Op 17 december 2025 heeft de GR hierover advies uitgebracht. De GR adviseert om het
nieuwe pneumokokkenvaccin (PCV20) vooralsnog niet in te zetten voor vaccinatie van
kinderen. Redenen daarvoor zijn onder andere dat nog niet duidelijk is hoeveel ziektegevallen
met het nieuwe vaccin voorkomen kunnen worden en dat voor dit vaccin vier doses nodig
zijn (in plaats van drie doses voor het vaccin dat nu in het RVP wordt gebruikt),
wat gepaard gaat met een risico op meer tijdelijke bijwerkingen bij jonge kinderen.
Ik neem dit advies over. Dit betekent dat het huidige vaccinaanbod tegen pneumokokken
voor kinderen ongewijzigd blijft.
COVID-19-vaccinatie
Met betrekking tot COVID-19-vaccinatie zijn in de najaarsronde van 2025 ruim 2,2 miljoen
vaccinaties geregistreerd bij het RIVM, waarbij de vaccinatiegraad voor 60-plussers
uitkwam op circa 42%. De najaarsronde liep van 15 september tot en met 5 december
2025. De COVID-19-vaccinatie was beschikbaar en aangeraden voor:
• personen vanaf 60 jaar;
• mensen van 50 tot en met 59 jaar die jaarlijks een uitnodiging voor de griepprik ontvangen;
• volwassenen en kinderen met een verhoogd risico op ernstig ziekteverloop;
• zorgmedewerkers met direct contact met kwetsbare patiënten;
• mensen die door hun behandeld arts werden doorverwezen.
Ook in 2026 wordt weer een najaarsronde COVID-19-vaccinatie georganiseerd. De afbakening
van doelgroepen voor de najaarsronde van 2026 wordt ook dit jaar bepaald op basis
van een advies van de GR dat in maart uitkomt. Het is wel duidelijk dat COVID-19 met
name bij ouderen nog aanzienlijke ziektelast en sterfte veroorzaakt; in 2024 naar
schatting 14.090 ziekenhuisopnames, 490 IC-opnames en 1.225 sterfgevallen.12 Ook is vaccinatie nog steeds effectief en verkleint de kans op ernstige ziekte, ziekenhuis-
en IC-opname en sterfte aanzienlijk. Het is aan het nieuwe kabinet om dit voorjaar
een beslissing te nemen over het vaccinatieprogramma tegen COVID-19 vanaf 2027.
Wat betreft de najaarsronde in 2026 merk ik nog op dat afgelopen jaar in een aantal
regio’s pilots zijn gedaan waarbij huisartsen en de GGD de griep-, pneumokokken- en
COVID-19-vaccinaties gelijktijdig hebben aangeboden. De pilots worden geëvalueerd
en de uitkomsten hiervan worden meegenomen in de voorbereidingen voor de najaarsronde
2026. Voor nadere toelichting op de beleidskeuzes, verwijs ik naar het CW 3.1-kader
in bijlage 2 bij de Kamerbrief van 19 juni jl.13
Verder blijft COVID-19-vaccinatie in 2026 ook buiten de najaarsronde beschikbaar voor
mensen die een medisch hoog risico hebben op ernstige COVID-19 op verwijzing van hun
behandelend arts.
Hepatitis A-vaccinatie
Met de brief van 6 mei jl.14 is uw Kamer geïnformeerd over het tijdelijk vervangen van de hepatitis B-vaccinatie
(HBV) voor mannen die seks hebben met mannen (MSM) binnen het bestaande HBV-programma
voor risicogroepen, voor een gecombineerde hepatitis A/B-vaccinatie, met als doel
het risico op uitbraken te beperken. Op basis van de evaluatie van deze tijdelijke
maatregel wordt het aanbod van de gecombineerde hepatitis A/B-vaccinatie in 2026 gecontinueerd.
De GR verwacht eind 2026 advies uit te brengen over het gecombineerde hepatitis A/B-vaccin
voor deze doelgroepen. Op basis van dit advies kan het aanstaande kabinet besluiten
of het gecombineerde vaccin blijvend wordt opgenomen in het aanbod.
3. Tot slot
Een zo hoog mogelijke deelname aan de vaccinatieprogramma’s is van groot belang voor
de volksgezondheid, zodat ernstige infectieziekten zoals mazelen niet vaker opduiken.
Samen met betrokken partijen wordt de komende periode verder gewerkt aan de hierboven
beschreven actielijnen. In de zomer ontvangt uw Kamer zoals gebruikelijk een volgende
brief over de voortgang van de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties» en over het
jaarlijkse vaccinatiegraadrapport van het RIVM.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.Z.C.M. Tielen
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport