Brief regering : Reactie op verzoek commissie over een reactie op een burgerbrief over gedwongen wisseling van medicatie en overbelaste mantelzorg
36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 67
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 februari 2026
Uw vaste Kamercommissie voor VWS heeft mij op 4 december 2025 verzocht te reageren
op het schrijven van meneer of mevrouw B. (hierna: het schrijven). Dit schrijven gaat
in op overbelaste mantelzorgers en het gedwongen wisselen van medicatie. Met deze
brief ga ik in op het schrijven en de daarin genoemde inhoudelijke punten.
Meneer of mevrouw B. uit in het schrijven zorgen over verkiezingsbeloften die betrekking
hebben op gezond leven, leefstijl en preventie. Deze stroken niet met de prijsstijgingen
van groente en fruit en in verhouding goedkoper aangeboden ongezond voedsel. Ook geeft
meneer of mevrouw B. aan dat het gevolg van langer thuis wonen is, dat de taak van
mantelzorgers steeds zwaarder en intensiever wordt en haalt voorbeelden aan uit de
eigen persoonlijke situatie. Volgens meneer of mevrouw B. is er een aantal dominante
problemen zoals het personeelstekort in de zorg, de stijgende medicalisering en de
handelwijze in de GGZ.
Knelpunten
In het schrijven worden vier knelpunten genoemd die volgens meneer of mevrouw B. opgelost
dienen te worden. Het gaat om het volgende:
1. Nultarief op Groente en Fruit: voer per direct een BTW-vrijstelling (0% BTW) in op
alle onbewerkte groente en fruit.
2. Medicatiegarantie: stel een wettelijke garantieverplichting in die garandeert dat
cruciale, eenmaal ingestelde medicatie (zeker in de GGZ) consistent en zonder merk-
of stofswitches beschikbaar blijft, tenzij er medische noodzaak is tot verandering.
3. Mantelzorgers Betrekken en Erkennen: maak het respecteren en meewegen van de ervaring
van de patiënt en de mantelzorger wettelijk verplicht bij beslissingen over medicatie
en zorgpaden. Erken de financiële en emotionele bijdrage van mantelzorgers met een
landelijk, uniforme regeling voor respijtzorg die overbelasting voorkomt en een passende,
financiële compensatie biedt.
4. Hercategorisatie van Zorgkosten: gebruik de opbrengsten van eventuele suiker- of vettaksen
volledig voor het subsidiëren van gezonde voeding, niet voor algemene begrotingsgaten.
Reactie
Ik betreur het ten zeerste dat meneer of mevrouw B. ervaart dat verkiezingsbeloften
niet worden waargemaakt en dat de gevolgen van overheidsbeleid zijn dat mantelzorgers
een steeds intensievere zorgtaak krijgen. Het beleid van de overheid is al meerdere
jaren gericht op gezondheid en preventie en te voorkomen dat mensen te snel formele
zorg en ondersteuning nodig hebben. Ten tweede is het beleid van mijn voorgangers
en mijzelf erop gericht om mantelzorgers zoveel mogelijk te ondersteunen en te faciliteren.
Bijvoorbeeld doordat gemeenten ondersteuning bieden aan mantelzorgers of door het
aanbod van respijt- en logeerzorg te verbeteren. Met de uitvoering van de afspraken
in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg wordt hier verdergaand op ingezet met als doel
overbelasting te voorkomen en een juiste balans te vinden in de draagkracht van het
sociaal netwerk en de samenwerking met de formele zorg en ondersteuning te verbeteren.
Onderstaand ga ik in op de knelpunten die door meneer of mevrouw B. zijn genoemd.
Knelpunt 1 – nultarief op Groente en Fruit
Ik heb begrip voor de zorgen die meneer of mevrouw B. in het schrijven uit en ik ben
het met de auteur eens dat het stimuleren van een gezond voedingspatroon van belang
is om de ziektelast tegen te gaan. Er is in opdracht van het Ministerie van VWS onderzoek
door bureau SEO gedaan naar het afschaffen van de BTW op groente en fruit. De conclusie
van dat onderzoek is dat bij een dergelijke maatregel ernstige twijfel bestaat over
juridische houdbaarheid en uitvoerbaarheid. Ook zouden de gezondheidseffecten beperkt
zijn en zou de maatregel vooral voordelig uitpakken voor hogere inkomensgroepen. De
BTW lijkt dus geen geschikt instrument te zijn om gezonde voeding voor iedereen toegankelijker
te maken1. Hierover is uw Kamer geïnformeerd op 19 september 2023.2?
Vanzelfsprekend onderschrijf ik het belang van preventie en ik wijs in dat kader dan
ook op de nieuwe preventiestrategie waarin concrete acties en maatregelen worden beschreven
om ziekte en zorg te voorkomen. De Staatssecretaris van JPS werkt onder andere aan
een verbod op kindermarketing voor ongezonde voeding, maar ook maken we concrete afspraken
met supermarkten over het vergroten van het verkoopaandeel gezonde producten (binnen
de Schijf van Vijf). Daarnaast wordt gewerkt aan een gedifferentieerde verbruiksbelasting
van alcoholvrije dranken. Wanneer zo’n belasting wordt ingevoerd worden dranken die
weinig of geen suiker bevatten goedkoper. Dit is opgenomen in de samenhangende effectieve
preventiestrategie waar uw Kamer op 13 juni 2025 over is geïnformeerd3.
Knelpunt 2 – Medicatiegarantie
Ik vind het vervelend dat meneer of mevrouw B. last heeft gehad van het wisselen van
Prozac naar fluotexine van Centrafarm. Over het wisselen van medicijnen zijn afspraken
gemaakt tussen zorgverleners, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties. Zij bekijken
met elkaar bij welke medicijnen wisselen echt niet kan (de rode categorie), bij welke
medicijnen wisselen alleen kan onder goede begeleiding (de oranje categorie), en bij
welke medicijnen wisselen wel mogelijk is (groene categorie). Zij hebben bepaald dat
fluotexine valt onder de groene categorie. Maar ook voor de groene categorie geldt
dat wisselingen, zo min mogelijk moeten voorkomen. Als voor een bepaalde patiënt wisselen
van een groen (of oranje) middel medisch niet verantwoord is, dan kan de arts dat
aangeven op het recept. Dat heet «medische noodzaak». De website van Thuisarts geeft
hierover meer informatie: Ik krijg een ander merk medicijn. Mag dat? | Thuisarts. Ook met de eigen arts kan worden overlegd of dit in deze bepaalde situatie het geval
is.
Knelpunt 3 – Mantelzorgers erkennen en betrekken
In de brief vertelt meneer of mevrouw B. al jarenlang intensief mantelzorger te zijn
en wordt het belang van informele zorg aangegeven. Ik ben het met de schrijver eens
dat mantelzorgers van onschatbare waarde zijn, zowel voor hun naaste, als voor de
zorg in het geheel. Mantelzorg kan, zoals ook uit de brief blijkt, zwaar zijn. Bijvoorbeeld
door een toenemende zorgvraag van degene voor wie wordt gezorgd en de combinatie met
werk en/of andere (zorg)taken van de mantelzorger.
Het is daarom ook belangrijk dat er passende ondersteuning beschikbaar is voor mantelzorgers.
In het onlangs gesloten Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) heb ik hierover afspraken
gemaakt met partijen uit het zorgveld. In dit akkoord zijn, in aanvulling op de mantelzorgagenda
2023–2026, afspraken gemaakt en extra financiële middelen beschikbaar gesteld voor
de ondersteuning van mantelzorgers. Deze middelen zijn bedoeld voor het verbeteren
van het ondersteuningsaanbod van mantelzorgers, waaronder specifiek ook het verbeteren
van de mogelijkheden voor respijtzorg. De adempauze die respijtzorg aan mantelzorgers
biedt, kan, zoals meneer of mevrouw B. ook noemt, ruimte geven om de zorg aan hun
naaste vol te houden.
Daarnaast werkt de SER aan een advies over de toekomstbestendige combinatie van werk
en mantelzorg. Het advies, dat begin 2026 wordt verwacht, is een belangrijke basis
voor verdere beleidsvorming over de combinatie werk en mantelzorg. Het is aan mijn
ambtsopvolger om hier uitvoering aan te geven. Met de mantelzorgagenda, aangevuld
met de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg en het naderende SER-advies
zet ik mij in voor de erkenning en ondersteuning van mantelzorgers.
Knelpunt 4 – Hercategorisatie van zorgkosten
In mijn lezing van de brief ga ik ervan uit dat meneer of mevrouw B. voorstelt om
de inkomsten van een extra belasting in te zetten voor extra uitgaven die gezonde
voeding moeten stimuleren, bijvoorbeeld in de vorm van een subsidie. Een dergelijke
directe koppeling tussen inkomsten en uitgaven past doorgaans niet binnen het begrotingsbeleid
van het kabinet. Volgens het zogenoemde trendmatige begrotingsbeleid worden uitgaven
en inkomsten in principe van elkaar gescheiden4. Om de overheidsuitgaven te beheersen maakt het kabinet aan het begin van de kabinetsperiode
duidelijke afspraken over wat er in één jaar maximaal mag worden uitgegeven (het uitgavenkader)
en hoe hoog de beleidsmatige aanpassing van de belastingen en premies per jaar moeten
zijn (het inkomstenkader).
De rijksbegroting heeft een belangrijke rol in het stabiliseren van de economie. Het
kabinet houdt zich aan vooraf vastgestelde uitgaven- en inkomstenkaders, zodat meevallers
en tegenvallers in de economie automatisch worden opgevangen. In economisch goede
tijden leiden hogere belastinginkomsten niet tot extra uitgaven, maar bijvoorbeeld
tot schuldafbouw, terwijl in slechtere tijden niet direct hoeft te worden bezuinigd.
Dit betekent dat binnen de geldende begrotingsregels inkomsten en uitgaven niet aan
elkaar worden gekoppeld, waardoor een directe relatie tussen de opbrengst van een
specifieke belasting en de financiering van specifieke uitgaven niet voor de hand
ligt. Binnen het huidige begrotingsbeleid kan worden gekozen om een suiker- of vet-taks
in te voeren en/of meer uitgaven te doen om gezonde voeding te stimuleren, zonder
dat deze direct aan elkaar gekoppeld zijn. Eventuele keuzes op dit terrein zijn aan
een volgend kabinet.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij
Ondertekenaars
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport