Brief regering : A/B-brief ‘Uitbreiding zware bergingscapaciteit’
27 830 Materieelprojecten
Nr. 478 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 februari 2026
De oorlog in Oekraïne laat zien dat voldoende gevechtskracht in het landdomein van
essentieel belang is. In het kader van de verslechterde veiligheidssituatie op het
Europese continent en de voorbereiding op een mogelijk grootschalig conflict is het
belang van gevechtscapaciteit voor het landoptreden voor de NAVO sterk toegenomen.
Defensie versterkt de slagkracht van de Koninklijke Landmacht en geeft hiermee (deels)
invulling aan de NATO Priority Targets (NPT) die door NAVO aan Nederland zijn opgedragen.1 Onderdeel van deze groei is het versterken van de ondersteunende capaciteiten om
inzetbaar te zijn binnen de context van hoofdtaak 1. Voor de Heavy Infantry Brigade (HIB) en de Medium Infantry Brigade (MIB) is aanvullende zware bergingscapaciteit noodzakelijk.
Met deze brief informeer ik u over de behoeftestelling en de resultaten van de onderzoeksfase
van het project «Uitbreiding zware bergingscapaciteit». Met dit project richt Defensie
zich op verwerving van aanvullende zware bergingsvoertuigen inclusief de aanschaf
van Remote Controlled Weapon Stations (RCWS), de aanschaf van munitie voor opleiden en trainen en inzetvoorraad, reservedelen,
onderhoudspakketten, en IT-middelen. Defensie kiest binnen de afspraken van het Defensie
Materieelproces (DMP)2 voor een gecombineerde A/B-brief.3 Deze versnelde procesgang creëert de mogelijkheid om op korte termijn de bestaande
zware bergingscapaciteit uit te breiden.
Behoefte
Huidige capaciteit
Voor de zware bergingscapaciteit beschikt de Koninklijke Landmacht over Leopard-2
bergingstanks. Deze pantserrupsbergingstank (PRB) ondergaat een levensduur verlengende
midlife update,4 waardoor deze systemen langer technisch inzetbaar blijven en de operationele relevantie
binnen de huidige veiligheidscontext blijft behouden. De update voorziet onder meer in verbeterde bescherming en een RCWS.
Uitbreiding capaciteit
Tijdens een operatie moet het materieel dat niet meer zelfstandig kan rijden, veilig
worden geborgen. Het toekomstig landoptreden kenmerkt zich door het gezamenlijk optreden
met partners tegen een gelijkwaardige tegenstander in het hoogste geweldsspectrum.
Het tempo is hoog, de afstanden lang en de inzet vereist mobiliteit die gelijk is
aan die van de gevechtsvoertuigen. Binnen deze omstandigheden moet de PRB kunnen bergen,
afvoeren en hijsen. De PRB moet daarom dezelfde mobiliteit bieden als gevechtsvoertuigen
zoals bijvoorbeeld de CV90, Pantserhouwitser2000, Armoured Combat Support Vehicle (ACSV) en de Leopard-2A8 gevechtstank, kunnen bergen, hijsen en afvoeren, en een
hoge beschermingsgraad hebben tegen conventionele en hedendaagse dreigingen zoals
drones en loitering munitions.5
Bovenop de Leopard-2 bergingstanks die Defensie al gebruikt, heeft Defensie meer zware
bergingscapaciteit nodig voor onder meer het nieuwe tankbataljon en het nieuwe pantserinfanteriebataljon
CV90. Ook wordt capaciteit aangeschaft voor opleidingsbehoefte. Daarnaast neemt Defensie
optieruimte in het contract op voor mogelijke toekomstige behoeften voor zowel operationele
eenheden, opleidingsbehoefte en operationele reserve.
Verwervingsstrategie
In lijn met de motie-Paternotte/Van Campen6 laat Defensie standaardisatie en daarmee familievorming zwaarder mee wegen bij de
aanschaf van militair materieel. Dit vergemakkelijkt gebruik en instandhouding, zorgt
ervoor dat er meer en masse kan worden geproduceerd, waardoor aanvulling na gevechtsverlies makkelijker wordt
en het verkort de opleidings- en trainingstijd om het systeem te beheersen. Daarnaast
verkort het productietijden, zodat Defensie sneller over deze capaciteit kan beschikken
en drukt het potentieel kosten.
Bij het formuleren van de eisen voor het zware bergingsvoertuig heeft Defensie er
voor gekozen om de verwerving «van de plank» te doen (Military off the Shelf: MOTS) en te kiezen voor bewezen technologiesystemen. Dit biedt voordelen op het gebied
van prijs, verkrijgbaarheid van de onderdelen, levertijd, interoperabiliteit en instandhouding.
Defensie kiest voor de WiSENT-2 van de Duitse leverancier Flensburger Fahrzeugbau
Gesellschaft mbh (FFG). Op basis van het operatieconcept en uit het marktonderzoek is gebleken
dat alleen deze oplossing voldoet aan de gestelde eisen.
Defensie maakt gebruik van een uitzonderingsgrond uit de Aanbestedingswet op Defensie-
en Veiligheidsgebied (ADV) voor de verwerving van deze capaciteit. Op grond hiervan
verwerft Defensie de zware bergingscapaciteit single source bij de betreffende leverancier.
Industrieversterkend inkopen voor de Nederlandse Defensie en Technologische Industriële
Basis (NLDTIB) en Europese Technologische Industriële Basis (EDTIB)
Op basis van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) werkt Defensie
met verschillende instrumenten aan het versterken van de Nederlandse en Europese defensie-industrie.7 Dat is nodig voor het voortzettingsvermogen van onze krijgsmacht en het internationaal
positioneren van onze industrie. Bij elke behoeftestelling beziet Defensie daarom
in het materieelproces hoe de Nederlandse en Europese industrie optimaal een rol kunnen
spelen en welke (strategische) partnerschappen daarvoor nodig zijn. Ook bij de aanschaf
van de zware bergingscapaciteit zet Defensie actief in op dit beleid. Op dit moment
vinden gesprekken plaats met zowel FFG als met de Nederlandse defensie-industrie.
Mede in het licht van de aanschaf van de zware bergingscapaciteit, zal Defensie de
productie- en leveringszekerheid met strategische partnerschappen verder versterken.
Daarom verkent het Ministerie van Economische Zaken samen met Defensie en de beoogde
leverancier hoe via Industriële Participatie een bijdrage wordt geleverd aan de versterking
van kennis, capaciteiten en ervaring van de Nederlandse industrie. Op basis daarvan
stelt de leverancier een plan op om samen te werken met de Nederlandse industrie en
kennisinstellingen. Over de resultaten van het Industrieel Participatiebeleid wordt
uw Kamer tweejaarlijks geïnformeerd.8
Internationale samenwerking en interoperabiliteit
Er zijn momenteel geen opties om aan te sluiten bij een lopende internationale samenwerking,
maar er zijn wel mogelijkheden op het gebied van interoperabiliteit. De WiSENT-2 is
al in gebruik in andere NAVO landen zoals Noorwegen, Canada, Denemarken en Hongarije.
Binnen het project wordt bezien in hoeverre kan worden samengewerkt in de gebruikersgroep
met Europese partners voor schaalvoordelen en interoperabiliteit in de aanschaf van
bergingscapaciteit. Nationale interoperabiliteit (familievorming) wordt bereikt doordat
de WiSENT-2 gebruik maakt van het chassis van de Leopard-2 gevechtstank.
Gerelateerde projecten
Dit project heeft een relatie met een aantal lopende projecten:
– «Levensduurverlenging zwaar bergingsvoertuig»; de huidige zware bergingsvoertuigen
ondergaan een operationele en technische upgrade;9
– Het programma Foxtrot realiseert de modernisering en vervanging van tactische communicatiemiddelen
en de daaraan verbonden IT-infrastructuur.10 Met Foxtrot schaft Defensie onder andere radio’s aan die worden gebruikt in de zware
bergingsvoertuigen en waarmee de eenheden onderling kunnen communiceren;
– Binnen het programma «Aanvulling inzetvoorraad munitie» bestelt Defensie de inzetvoorraad
munitie;11
– Er is een relatie met de projecten «Verwerving CV90» en «Verwerving Leopard-2A8 gevechtstanks».
Defensie versterkt bij de instroom van de nieuwe gevechtscapaciteiten ook de logistieke
capaciteit, zoals deze zware bergingscapaciteit.
Projectrisico’s
Voor het project is een risicobeoordeling gemaakt en zijn beheersmaatregelen getroffen.
Binnen de projectbegroting is een risicoreservering opgenomen om de onderkende risico’s
te dragen. De belangrijkste risico’s worden in de vertrouwelijke bijlage (kenmerk
MINDEF2026005615) toegelicht12.
Doeltreffendheid en doelmatigheid
Met de uitvoering van dit project geeft Defensie, onder verwijzing naar art. 3.1 van
de Comptabiliteitswet 2016, invulling aan doeltreffendheid en doelmatigheid.
– Doeltreffendheid: Defensie versterkt en vergroot de eigen grondgebonden gevechtscapaciteit om een gelijkwaardige
tegenstander te kunnen bestrijden. Met de uitvoering van dit project zijn de brigades
beter in staat om de gevechtseenheden tot in de voorste linie te kunnen ondersteunen
en wordt het voortzettingsvermogen vergroot. Hierdoor worden de gevechtseenheden effectiever.
– Doelmatigheid: de verwerving van de zware bergingscapaciteit is doelmatig omdat de aanschaf van
de WiSENT-2 voor nationale standaardisatie en interoperabiliteit zorgt aangezien Defensie
hetzelfde chassis al in gebruik heeft. Het introduceren van de WiSENT-2 kan binnen
de bestaande logistieke organisatie worden ingepast. Gebruik van hetzelfde chassis
bevordert familievorming van materieel binnen Defensie en vereenvoudigt de instandhouding,
hetgeen een kostendrukkend effect heeft.
Financiën
Met het project «Uitbreiding zware bergingscapaciteit» is een budget gemoeid tussen
de DMP-grenzen van € 250 miljoen en € 1 miljard. Deze investering komt ten laste van
het investeringsbudget van Defensie. Een deel van de middelen voor dit project komt
uit de aanvullende middelen die in de Voorjaarsnota 2025 aan Defensie zijn toegewezen.
Defensie gaat pas onomkeerbare verplichtingen aan na parlementaire behandeling om
de middelen van de Voorjaarsnota 2025 in de begroting op te nemen. De vertrouwelijke
bijlage bevat nadere financiële informatie.
Planning en vooruitblik
Met deze gecombineerde A/B-brief worden de A-fase (behoeftestellingsfase) en de B-fase
(onderzoeksfase) afgerond. Defensie beoogt de D-fase (verwervingsvoorbereidingsfase)
in de tweede helft van 2026 af te ronden en de D-brief naar uw Kamer te sturen. Na
de parlementaire behandeling van de D-brief zal Defensie de contracten tekenen.
De Staatssecretaris van Defensie, G.P. Tuinman
Ondertekenaars
G.P. Tuinman, staatssecretaris van Defensie